Posts tonen met het label Belgisch. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Belgisch. Alle posts tonen

The Bony King of Nowhere - Eleonore

>> donderdag 3 maart 2011

The Bony King of Nowhere maakte met het debuut Alas My Love over de gelederen van critici diepe indruk. Singer-songwriter Bram Vanparys, die achter deze naam schuilgaat, zou de druk op zijn schouders wellicht hebben kunnen voelen bij het creëren van de opvolger: Eleonore. Het tegendeel blijkt echter waar. Bram Vanparys is in zijn alter ego totaal bevrijd.

De ingehouden intieme controle die nog aanwezig was op Alas My Love heeft plaatsgemaakt met een stralende zelfverzekerdheid. Dat zijn bepaald geen loze woorden. Uit het gehele maakproces van de liedjes op dit nieuwe album spreekt dat Bram Vanparys zijn succes naast zich neerlegde om het te kunnen toppen. Waar bij veel bands een ‘directere sound’ en live inspelen betekent dat er rouwdouwerig met muziek en compositie wordt omgesprongen om die ‘organische catchiness’ te bereiken, oftewel holle prietpraat voor een hoop flodderige herrie, heeft het bij The Bony King of Nowhere een schitterend effect. Dat is een prestatie, want voor Eleonore gebruikte Bram Vanparys een volledige band. Zelf nam hij nog de gitaar ter hand en zong de koortjes in. Wel leidde hij die band door zijn eigen arrangementen. Één ding liet hij eender en dat is de betrokkenheid van Koen Gisen, hoewel die rol onderschikt werd aan Brams gegroeide visie. Eleonore bevat een aantal heel fijne songs. Zoals we The Bony King of Nowhere leerden kennen, zijn de teksten cryptisch en wijken de onderwerpen af van de standaard. Dat de nummers zelf getuigen van grote muzikaliteit maakt Eleonore een belangwekkende singer-songwriterplaat. Gezien zijn methode blijkt uit dit album dat Bram Vanparys een talent van formaat is.

Terwijl deze bescheiden openbaring de wereld raakt, werkt Bram Vanparys aan muziek voor een nieuwe Bouli Lanners prent: Les Géants. Recentelijk maakte die het opmerkelijke Ultranova en Eldorado. Dat belooft dus een bijzondere samenkomst. Tot die tijd is er deze geweldige opvolger van Alas My Love.

Read more...

True Bypass - True Bypass

>> vrijdag 17 december 2010

True Bypass wordt gevormd door het duo Chantal Acda (van Sleepingdog), een Belgische met Nederlandse wortels, en de Schotse gitarist Craig Ward (o.a. eerder van dEUS en The Love Substitutes). Deze verbluffende match speelt muziek die op natuurlijker wijze lijkt te ontstaan dan improvisatie. Imperfectie is een sleutelwoord in het harmonieuze getokkel dat de basis legt voor de voorzichtig fluisterende melodieën. Niet dat er fouten worden gemaakt, het spel is opzettelijk vluchtig gefragmenteerd, waardoor constant het gevoel blijft dat er niet een eenzijdige manier is om deze songs te spelen. Die songs zijn overigens van een eenvoudige pracht. Geen opsmuk en een getemperde emotie zetten de toon op dit eponieme debuut. Doordat Craig zo af en toe een toontje meezingt wordt een referentie bij Brown Feather Sparrow logisch, maar in zijn geheel doet True Bypass mij meermalen denken aan het ingetogener werk van Sufjan Stevens en dan met name zijn tussengerecht Seven Swans. Net als Matt Bauer begrijpt True Bypass dat expressie niet altijd in de nadruk zit. De songs zijn scherp genoeg gedefinieerd om met het prevelende en ad hoc karakter een absorberende intimiteit te bewaren. De negen songs zijn voorbij voordat je er erg in hebt. Goede kans dat je de ogen sluit en de gedachten de vrije loop laat bij beluistering van deze nummers, hoewel ze ook een meditatief karakter hebben dat simpele ontspanning teweeg brengt. Dit plaatje voorspelt veel moois in de toekomst.

Read more...

Taxandria, van Raoul Servais

>> vrijdag 2 juli 2010

Taxandria werd gemaakt in 1994 en wordt nu uitgebracht op DVD. Welverdiend, want het is een bijzonder cinematografisch werk. De Belgische regisseur Raoul Servais bedacht het concept en werkte het uit tot een opmerkelijke fantasiefilm. In Taxandria ontvouwen zich twee parallele werelden waarin jonge troonopvolgers de hoofdrol spelen. Prins Jan ontdekt tijdens een clandestiene studiereis de droomwereld Taxandria met hulp van de mysterieuze vuurtoren wachter. Vervolgens ontstaat een subversief sprookje dat duidelijk niet voor de jongsten is bedoeld en volwassenen ook zal boeien. Servais gebruikt naast gebruikelijk speelfilmtechnieken ook uitgebreide decorstukken, tekeningen en animatie (François Schuiten). Het magisch realisme dat hierdoor vorm krijgt, doet qua sfeer denken aan een kruising tussen Mel Stuart’s Charlie and the Chocolate Factory, Monty Pyton en Nuit Noir van landgenoot Olivier Smolders. Een onwaarschijnlijke combinatie die wonderwel werkt, maar meer aandacht heeft voor de symbolische boodschap dan humor. Ondanks de wellicht wat nostalgische uitstraling en het simpele verhaal is Taxandria een interessante kijkervaring.

Read more...

DAAU - The Shepperd's Dream

>> dinsdag 15 juni 2010

De Belgische band DAAU, hetgeen staat voor Die Anarchistische Abendunterhaltung, was ik alweer even uit het oog verloren. Ze hebben de vijftien jaren van hun bestaan op plaat (de groep zelf werd in 1992 gevormd) een productieve periode doorgemaakt. De groep ontstond op het conservatorium, maar vond al snel zijn eigen, zeer bijzondere, weg. De opmerkelijke combinatie van stijlen, waarin rock, klassiek, wereldmuziek, jazz, folk en pop samenkomen, werd aanvankelijk nog gepositioneerd als avant-gardistische klassieke muziek. Liefhebbers vonden ze echter voornamelijk in de rockscene in het kielzog van bijvoorbeeld dEUS. Hun debuut getuigt dan ook van een rijke ritmiek en strijdlustige jamsessies. In de voortzetting We Need New Animals zoeken ze daarnaast ook mede aansluiting bij de pop met een gastoptreden van o.a. An Pierlé. De laatste plaat die mij bereikte was The Gurnard Goodness uit 2004, waarop een cover van Radioheads 2+2=5. Het moge duidelijk zijn dat DAAU op hun eigengereide muzikale pad telkens weer blijven verrassen.

Het huidige album The Shepperd’s Dream lijkt de wilde haren grotendeels te hebben afgeschud. Daarmee is het misschien wel tot nu toe het album dat het best toepasbaar zou zijn op de klassieke scene. Op The Shepperd’s Dream is DAAU wederom een kwartet, met een bezetting van klarinet, cello, accordeon en contrabas. De herhalende patronen en drammerige ritmiek doen bij vlagen wat minimalistisch aan, terwijl de dartelende klanken van de klarinet haast automatisch doen denken aan jazzy klezmer. De volle harmonie wordt als een tapijt gelegd door de accordeon. De vijf lange composities zijn meer dan een leidraad: van ongebreideld jammen is anno 2010 geen sprake. Meer dan tevoren lijkt DAAU zich op een verhalende wijze te focussen op het geheel in plaats van nummers, herinterpretaties of afgebakende sfeerstukken. Dit geeft het album een zeer volgroeide uitstraling. Bovendien is de huidige rust, ten opzichte van mij bekend werk, een stuk gemakkelijker uit te zitten. Dat wil overigens niet zeggen dat DAAU nu plotseling toegankelijke gesneden koek is.

DAAU blijft stilistische vooral DAAU. Toch zou het mij niet verbazen als het gebruikelijk rockpubliek met dit album wordt verwisseld voor een groep met andere inclinaties. De voorgaande invloeden zijn overigens zeker niet weg te denken. The Shepperd’s Dream behoort voor mij tot het beste werk dat de Belgen hebben gemaakt en een hernieuwde oproep voor liefhebbers van het vernieuwende is op zijn plaats. Kopers kunnen het album krijgen in een schoon houten kistje.

Read more...

My Little Cheap Dictaphone - The Tragic Tale of a Genius

>> donderdag 6 mei 2010

Anders dan hun Myspace moet doen geloven, komt My Little Cheap Dictaphone (MLCD) niet van de Virgin Islands, maar uit het Belgische Luik. De Belgen doen rondom dit album hun best zoveel mogelijk een totaalervaring te leveren. In dat offensief omringen ze zich met beroemde namen. Zo spelen Jonathan Donahue (Mercury Rev), Ralph Mulder (Alamo Race Track) en Paul Jenkin (Black Heart Procession) mee, is de plaat opgenomen door Amsterdamse producer Frans Hagenaars en gemixt door Grammy-nominee John Congleton (o.a. Modest Mouse) in Londen. In zekere zin valt te stellen dat deze hulptroepen ook nodig zijn om als indieband nog op te vallen in een genre dat afgelopen jaren steeds meer tot mainstream is gaan behoren.

Terecht is die opmerking echter niet. De songs zijn namelijk behoorlijk fantasierijk en kennen, naast behoorlijk wat dreigend instrumentaal geweld meer dan eens, een chimerische sfeer. In hun songs lijkt bijzonder veel mogelijk te zijn. Hun expressieve songs zijn geschreven als feëriek rockende postpunk pop. The Tragic Tale of a Genius klinkt zo overtuigend dat het opmerkelijk is dat MLCD’s voorgaande twee albums mij onopgemerkt passeerden. Live heeft de band ervoor gezorgd dat niemand The Tragic Tale zal vergeten. Regisseurs Eve Martin en Nico Bueno werden naast scenograaf Catherine Cosme geconsulteerd om de absorberende kwaliteiten van de plaat op het podium tot een onontwijkbare vintage ervaring te maken.

Muzikaal laat MLCD blijken dat ze de stijl van poprock bands als Thirteen Senses en Leya op eigen wijze machtig zijn. In het dramaturgische, duistere bombast herken ik ook een vleugje van recente bands als Erland & the Carnival en Last Shadow Puppets. Bij elkaar is het duidelijk dat ze de grond bebouwen die bijvoorbeeld The Flaming Lips, Oasis, Mercury Rev en Coldplay hebben ontgonnen. Velen gingen hen daarin voor, maar The Tragic Tale of a Genius is zeker meer dan een eenzame blik waardig.

Read more...

Tommigun - Come Watch Me Disappear

>> woensdag 5 mei 2010

Tommigun wordt gepresenteerd met een fantasierijk verhaal over zondagse schietsessies die uiteindelijk tot verveling en een band met deze naam leidden. In ieder geval is het de nieuwe band van Thomas Devos, de voorman van Rumplestitchkin dat als Humo Rally finalist van 1998 twee albums uitbracht. Thomas trok met Joeri Cnapelinckx (Kawada, De Anale Fase) naar San Diego voor het opnemen van een plaat, hetgeen de fundering legde voor Tommigun. Intussen zijn daar drie bandleden aan toegevoegd.

Met vuurwapens heeft de muziek van Tommigun weinig te maken. Het is niet de explosieve band die misschien bij de naam en presentatie wordt verwacht. In plaats daarvan vinden we een selectie doordachte en smaakvolle Belgische indiesongs. Er zijn twee elementen die daarbuiten Come Watch Me Disappear tot een spannende plaat maken. Tommigun heeft een aangenaam vleugje excentriciteit. Dat is bijvoorbeeld te horen in het gebruik van de kopstem, zoals in Square Des Blindés. Daarnaast hebben ze een typisch ‘noir’ randje dat zich zo af en toe behoorlijk kan laten gelden. What Happens Next is daar een goed voorbeeld van. De heerlijk lyrische koperklanken van de trompet in de titelsong laat horen hoe subtiel het bandgeluid van Tommigun eigenlijk is. In de arrangementen vindt je verder scherpzinnige vondsten en tegendraadse melodielijntjes. Come Watch Me Disappear is misschien niet de meest opvallende vorm van originaliteit, maar klinkt wel als een goed gerijpt album. Er is genoeg te genieten.

Read more...

The Bear that Wasn't - And so it Is Morning Dew

>> zondag 2 mei 2010

Subtiele Belgen, afgelopen tijd kregen we er een aantal gepresenteerd, maar de koek is nog niet op. The Bear that Wasn’t draagt de naam van het kinderboek van Frank Tashlin (Looney Tunes) en is de uitlaatklep van Nils Verresen. Een vergelijking met landgenoten is haast onvermijdelijk. Nils plaatst zich met zijn debuut And so it Is Morning Dew ergens comfortabel tussen The Bony King of Nowhere en Isbells. Zijn creatieve invulling van de arrangementen, die de songs een avontuurlijk karakter geeft, sluit moeiteloos aan bij de gevarieerde muziek van The Bony King of Nowhere, terwijl de fluisterklanken waarmee The Bear zich placht te profileren, zwenkt naar België’s eigen Bon Iver: Isbells.

Het is dan ook niet verrassend dat ingetogen, fijnzinnig gitaarspel veelal de basis legt voor zijn liedjes. Op And so it Is Morning Dew horen we verder lichte invloeden uit de americana en voorzichtig wat jazzy elementen in de cello. Over het algemeen kunnen we echter stellen dat het album plezierige popliedjes bevat die een afstandelijk huwelijk met de folk zijn aangegaan. Opmerkelijk is dat The Bear that Wasn’t vorig jaar zich net niet wist te plaatsen voor een finaleplek in de roemruchtige Rock Rally van de Humo. De bescheiden Belg besefte echter dat het niet altijd is ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’.

Hoewel het nog lastig zal zijn een plek naast voornoemde landgenoten te veroveren, krijgt momenteel zijn toerwijze al volop aandacht. Ook dat gebeurt op ingetogen manier, net als zijn spel, namelijk op de fiets. In feite is het een herhaling van hetgeen hij vorig jaar door België deed. Daarvan verschijnt bovendien nog een cinematografisch verslag. Ditmaal vertrekt hij vanuit België door Nederland naar Denemarken, alsmaar slapend bij goedgezinden. Wie hem zo dichtbij niet mee zal maken, kan ook prima uit de voeten met And so it Is Morning Dew; een prachtig ontwikkelend album waar zeer weinig op valt af te dingen.

Read more...

Balthazar - Applause

>> zondag 21 maart 2010

Inmiddels krijgt de Belgische Humo Rock Rally ook bij ons redelijke bekendheid en dat is te danken aan de fijne platen die de wedstrijd nadien oplevert. De band Balthazar nam echter ruim de tijd om hun debuut te smeden. Ze wonnen de Rally namelijk al in 2006. In 2007 en 2008 scoorden ze in België al hits met de singles This Is a Flirt en Bathroom Loving/Situations. De tijd tot nu is zo te horen prima besteed. Balthazar heeft een zeer solide en flexibel geluid ontwikkeld; een stijl die treffend wordt omschreven als ‘puntig en laidback’. Syncopatische ritmes en sluitend grijpende melodielijnen repeteren in plezierige grooves. De productie is zo gebalanceerd dat geen van de beats te pregnant wordt en te allen tijde van het popliedje kan worden genoten. Hiervoor hebben de Belgen hun tripje naar de Noorse producer Yngve Leidulv Saetre (Royksopp, Kings of Convenience e.a.) mede te danken. Heel af en toe hoor ik een beetje van het type songschrijverschap waar I Am Kloot zich van bedient, hetgeen alleen als compliment kan worden opgevat. Met dit alles ontlopen ze clichés en weet Balthazar zich heerlijk idiosyncratisch te nestelen. Tegelijkertijd kent vrijwel ieder nummer pittige hitgevoeligheid. Dergelijk kunstje laat menig talent groots doorbreken. Zoals vaak het geval is met een plaat vol hitgevoelige muziek draagt Applause een risico op verveling. Balthazar verkent echter op prachtige wijze de grenzen die de aangemeten stijl hun biedt. Applause is zonder meer een droomdebuut en Balthazar een band die het juk van succes binnenkort waarschijnlijk voelt drukken.

Read more...

The Go Find - Everybody Knows It's Gonna Happen Only Not Tonight

>> woensdag 6 januari 2010

De Belgische elektropopper komt weer met een nieuw album. Everybody Knows It’s Gonna Happen Only Not Tonight is daarmee het derde album van The Go Find, de uitlaatklep van singer-songwriter Dieter Sermeus. De elektropop van The Go Find is enorm ontspannend, zelfs haast mellow. Het zijn getemperde popsongs die heerlijk loom weg luisteren. Vergelijk het met de eerste Raz O’Hara and the Odd Orchestra en tel daar de een creatieve kwinkslag à la Bird and the Bee of Anderson bij op. In iets extravertere songs zou je kunnen spreken van een rockloze versie van Phoenix. Het is in ieder geval niet heel erg jazzy, noch gevoed door dance of folk. Bij The Go Find is het pop wat de klok slaat. Het zachtzinnige, gladgestreken geluid van het huidige album doet de favoriete vergelijking met Grandaddy niet echt meer standhouden. Van al deze zaken zijn echter wel sporen terug te vinden. Daardoor klinkt The Go Find plezierig vertrouwd. Misschien is het duet One Hundred Percent nog wel het opvallendst. Dat is ook een punt van kritiek, want het album laat kansen voor expressieve variatie liggen. Zou Dieter zo nu en dan eens uit de band springen, zou dat een spannender album opleveren. In plaats daarvan blijft Everybody Knows veilig en makkelijk. Dat maakt dit een fijne plaat, maar niet veel meer dan dat.

Read more...

Sukilove - Static Moves

>> zondag 3 januari 2010

Wat betreft de Belgische Sukilove loop ik achter de feiten aan. De afgelopen negen jaar maakte deze uitzonderlijke band een flinke opmars die gepaard ging met de nodige schijven. Static Moves is daarvan de meest recente. De band roemt zich om zijn onvatbaarheid. Nu hebben genreomschrijvingen al reeds lange tijd afgedaan. Ze dienen louter nog als gidslijn of indicatie. De grote hoeveelheid genres waaruit door het gros van de nieuwe artiesten wordt geput, maken dat de muzikale 21ste eeuw misschien wel het beste kan worden getypeerd als een tijd van eclecticisme en integratie, hetgeen overigens ook in de wetenschap geen onbekend fenomeen is. Sukilove is dus ontegenzeggelijk een kind van zijn tijd.

Het meest opvallende aan de nummers op Static Moves is de uitgesproken donkere ondertoon die in alles lijkt door te sijpelen en daarmee een constante fundering vormt. Die fundering kan echter wel verschillende vormen aannemen. Een donkere ondertoon voor hedendaagse bands kent men vooral van grote voorbeelden als Interpol en Editors. Vaak ook is er sprake van de nodige jaren ’80 referenties. Dat is bij Sukilove niet echt het geval. Voorbeelden die ook wel raad weten met diepe donkertes zijn Archive en Stateless; beiden in de zin van progressive rock en vooral dance. Dat eerste genre is niet geheel onterecht vaker gebruikt voor de muziek van Sukilove, evenals het mijns inziens minder typerende gothic. Sukilove brengt echter andere kenmerkende factoren ten tonele. Ze houden namen van hetzelfde knip-en-plak en experimenteerwerk als akoesmatische en folktronica georiënteerde acts. Daardoor blijft melodie een wezenlijk onderdeel van de mix. Zodanig zelfs dat deze vrijwel altijd de boventoon blijft voeren ondanks het roestige, knarsende, snerende en noisegeweld op de achtergrond. Na deze analyse borrelt er wel een treffende referentie naar boven, namelijk: Fields. Fields is een band met roots in verschillende landen en we wachten al geruime tijd op een beloofde opvolger van het debuut. Fields toonde zich van de zware kant waar het ruige gitaarrock betreft, hetgeen bij Sukilove alleszins meevalt.

Dat Sukilove met alle experimenteerdrang en de donkere fundamenten toch relatief plezierig, luchtig klinkende poprock songs aflevert, is waarschijnlijk te danken aan de grote ervaring van voorman Pascal Deweze. In zijn studio werden ook Sukilove’s platen opgenomen. De hechte en melodische grondslag zorgt voor een uitzonderlijk plaatje dat toch in de breedte goed beluisterbaar blijft.

Read more...

Lyenn - The Jollity of my Boon Companion

>> woensdag 30 december 2009

Fred Lyenn Jacques is officieel één van onze zuiderburen, maar kan niet worden losgezien van zijn Britse roots en uitgebreide muzikale dolingen in Europa, het Verenigd Koninkrijk en de VS. Het resulterende brouwsel is een ongereserveerd avant-gardistisch popexperiment met een uiterst eigenzinnig geluid. Binnen de vooruitstrevendheid blijven echter duidelijk conventionele invloeden bestaan.

De composities blijken slechts aan de oppervlakte rauw en fragmentarisch. De veel subtielere, onderliggende rode draad pikt de luisteraar gelukkig snel op. Vanaf dat punt is het goed mogelijk de vele gitzwarte lagen van het tegenstrijdig getitelde, sombere The Jollity of my Boon Companion te waarderen. Naast alle genrefundamenten die variëren van improvisatiejazz en americana-folk tot gepolijste pop en consternerende, harde rock, komen ook wel enkele artiesten ter vergelijking boven drijven. Daaronder bevinden zich zeker koningen van de donkerte als Woven Hand en Smog, maar ook avant-gardisten als David Sylvian en Marc Almond of een singer-songwriter als Sam Amidon. Als laatste vormen ook de landgenoten van Dez Mona een vatbaar aanknopingspunt. Lyenn zingt met een opmerkelijk lichte stem voor dit sfeergenre, maar die vocalen krijgen een bejaagde klankkleur door de scherp krassende randjes. Diezelfde krachtige scherpte kan worden teruggevonden in de meest expressieve en ongeremde songs. Daarin komt ook het improviserende karakter van Lyenn’s multi-instrumentale werkwijze goed naar boven. Het is opmerkelijk dat The Jollity of my Boon Companion ondanks die los gedefinieerde inslagen dergelijk samenhangend geheel vormt.

De elusiviteit van het album, die zo af en toe solide grond vindt in een ingetogen lied, hult de vrijzinnige singer-songwriter in enigmatische mysteriën. In die nevelige, scheppende atmosfeer opereert hij op het scherpst van de progressieve snede. Het zal niet verbazen dat niet al zijn vruchten kunnen rekenen op onvoorwaardelijke liefde, desondanks dwingt het uitdagende album dat simpelweg af. The Jollity of my Boon Companion is niet geschikt voor zwak gestelden, net als dat zijn heerser alleen in vrijheid, met excentrische moed, tot deze schepping had kunnen komen.

Read more...

Isbells - Isbells

>> vrijdag 27 november 2009

Nog nauwelijks zijn we bekomen van de prachtige plaat van Bony King of Nowhere of de Belgen verbazen opnieuw. Isbells groeide van een pure singer-songwriter met het traditionele beeld van een man met een gitaar uit naar een modeste band. Gaëton Vandewoude, zoals de man in de wereldlijke werkelijkheid door het leven gaat, heeft een fluweelzacht en uiterst licht stemgeluid. Het is haast onvermijdelijk de vergelijking met Bon Iver te maken. Daarnaast doet de zwak lichtvoetige, akoestische percussie met subtiel gelaagde stemmen meer dan eens denken aan Fleet Foxes. Isbells is een plaat vol echte liedjes die het beste werk uit de folkpop van vorig jaar blijkt te combineren. Dat wil overigens niet zeggen dat onderscheid maken moeilijk is. Zowel americana als popinvloeden kleuren het geluid van Isbells op een andere wijze dan bij voornoemde bands. Isbells mist het tergende lamento van Bon Iver, maar ook de afwisselende opgetogenheid van Fleet Foxes. Daarentegen kent Isbells een etherische melancholie en een verheven droefenis. De songs zijn ontspannen en zeer sober ingevuld. Daardoor wordt zijn fijnzinnige stem nooit overstemd. De aangename balans in het ambigue sentiment blijft door de eenvoud bereikbaar en begrijpbaar. Voor wie de emoties van Bon Iver te donker waren en met Fleet Foxes de folky jaren ’70 te dichtbij kwamen, zal Isbells perfect zijn. Anderen zullen überhaupt weinig meer overtuiging nodig hebben.

Read more...

The Bony King of Nowhere - Alas My Love

>> zaterdag 14 november 2009

De Gentse Bram Vanparys koos een schuilnaam die hem ingegeven werd door Radiohead. The Bony King of Nowhere is namelijk de ondertitel van de single There There van het album Hail to the Thief. Het zijn echter ook zeker de opvallende songs van de Belg zelf die ervoor zorgen dat de naam al geruime tijd in besloten kringen rondwaart. Lang zal die heimelijkheid niet voortduren.

Alas My Love is een hartverscheurend album met een lichte en een donkere zijde waarin meewarigheid altijd zegeviert. Dat leidt tot een donker lied als Maria en een zweverig sussend slaaplied als Losing Gravity, allen gezongen met een diepzinnig muzikaal gevoel. Het lichte timbre van zijn zachtzinnige tenor klinkt soms meer klaaglijk dan dromerig. Het doet in hoge uithalen denken aan een kruising van de stemmen van Scott Matthews en Chris James (Stateless). Het klaaglijke valt toe te schrijven aan een scheurende kraakje en de lichte aarzeling die Brams vocalen omlijsten. The Bony King of Nowhere mijdt het grote gebaar dat deel is van de muziek van voornoemde zangers. Zijn kracht schuilt in een brede visie op folk, waar de specifieke karakteristieken van zijn stem ook het best bij passen. Hij mist de kracht en weet dat zijn muziek dat niet nodig heeft. Tegelijk staat dit een bluesy jazznummer als Taxidream niet in de weg, maar hij schittert vooral in een song als There I Am. De breed uitwaaierende variëteit is met soepel oprekkende kleding beteugeld. Vanuit de knutselpop en freakfolk is het inmiddels gebruikelijk om allerlei klanken in je arrangementen te gebruiken. De manier waarop Bram Vanparys ermee speelt, kent ongelofelijke schoonheid. Zo af en toe dwalen in dezen mijn gedachten af naar het jonge, bijna overmoedige Yoñlu. De invulling van de songs op Alas My Love is echter transparant. Het zijn toch voornamelijk pure, akoestische middelen die de boventoon voeren en de songs hun verrassende klankkleuren geven. Gedurende de ontwikkeling van zijn geluid en voor de opnames kon Bram leunen op mentor Koen Gisen (o.a. An Pierlé). Deze muzikant, componist en producer begeeft zich vaker op de achtergrond dan de voorgrond en verricht daar kennelijk kleine wonderen. Bij The Bony King of Nowhere zijn ongeremde emotionele ontladingen voorkomen en is de plaat kraakhelder gebleven. Ook de eindmix van Jon Kelly (o.a. Kate Bush) heeft daaraan bijgedragen. Alas My Love blinkt uit in de volatiele dynamiek van zijn ingetogenheid.

Er wordt veel over de plaat geschreven, getuige ook deze woorden, maar een echt treffende vergelijking blijft voorlopig uit. Het bewaren van die eigenzinnigheid is een uiterst knap staaltje voor een plaat die liefhebbers van Fink tot Fleet Foxes zou kunnen aanspreken. Mede door de lo-fi feel en de korte duur van de afzonderlijke nummers blijft het album aanvoelen als een kleinood. Het is een bescheidenheid die een genie verhult die je eerder vermoedt dan volmondig erkent. Die tot stilte manende intimiteit maakt The Bony King of Nowhere zo indrukwekkend.

Read more...

Kartasan - Another Profile

>> maandag 26 oktober 2009

Dit Belgische debuut op ons zo geliefde Excelsior label is even onverwacht als Klein. Kartasan is het resultaat van een productieve sabbatical van zanger, pianist en componist Jan Vandecasteele. Nadat Jan een demo, die hij samen met Barber Marquez opnam, liet horen aan Simon en Frederik Segers en Matthias Debusschere ontstond de basis voor de groep Kartasan. Jan en Frederik schreven de arrangementen en met de band werkten ze de nummers af voor een eerste album. Tijdens de eerste concerten bleek al dat hun begeestering constant meer publiek trok. Jan Vandecasteele blijkt de gave te bezitten om eigenzinnige moderne klassiekers te schrijven. Debuutalbum Another Profile staat vol met muziek die je onbewust al jarenlang mist. De fundamenten van klassiek songschrijverschap van grote delen van de twintigste eeuw werden gebruikt om songs te maken die onmiddellijk bekend en plezierig klinken, terwijl ze tegelijkertijd meer doen dan consolideren. Ouderwets is het op geen enkel moment, maar nostalgici komen oren tekort. Jan is gezegend met een ongelofelijk mooie, buigbare stem en heeft fijne timing. Hij is onmiskenbaar een geboren poptroubadour en weet random elementen uit de soul, funk en jazzgeschiedenis voor zijn eigen composities te laten werken. De songs hebben soms zelfs een cinematografisch karakter. De HUMO maakte een vergelijking met Madrugada en hoewel dit lang niet altijd opgaat, komt de inborst in diverse opzichten goed overeen. Another Profile kent een geweldige, uitnodigende en tijdloze sfeer en geeft een zeer pure, muzikale ziel bloot. Hulde voor deze bijzonder aanstekelijke, jongvolwassen plaat.

Read more...

Dez Mona - Hilfe Kommt

>> zondag 25 oktober 2009

De Belgische meesters van het melodrama zijn er weer met hun nieuwe plaat: Hilfe Kommt. Het debuut dat voor Moments of Dejection or Despondency kwam heb ik in de afgelopen jaren nog altijd niet gehoord, maar dit album dat ons land als onverwachte vloedgolf overspoelde, laat nog altijd geprononceerde sporen na. Zo plots als deze verrassing, zo relatief rustig verliep de release van opvolger Hilfe Kommt.

De band is zich onverminderd blijven ontwikkelen. Daardoor klinkt de huidige plaat bij eerste beluistering minder direct of alarmerend dan zijn voorganger. Dez Mona maakt nog altijd muziek die meer speelt op gevoel dan op perfectie. Een aantal van de grootse muzikale artiesten ter wereld ging hen daarin voor. Hilfe Kommt doet wat dat betreft wel een beetje water bij de wijn. Deze aanlenging is noodzakelijk om ruimte te maken voor diepe muzikale gelaagdheid. De arrangementen op Hilfe Kommt verlopen meer getrapt dan het explosief intieme Moments of Dejection or Despondency. Dez Mona heeft gekozen voor een subtielere aanpak en dat gaat je op den duur niet in de koude kleren zitten. Hilfe Kommt is niet zo overdonderend, maar toont zich een gewiekste, sluwe jager die de tijd neemt om slachtoffers te maken. Daarin is het album, geen nummer uitgezonderd, altijd succesvol. Een ander verschil is dat dit album niet zozeer de verbreding in genres opzoekt, maar bewust teruggrijpt naar de soulvolle jazzy basis die het nostalgische sentiment van de band tekent. Van daaruit bouwt Dez Mona een zeer solide geluid op waarin telkens weer die enigmatische, excentrieke stem van Gregory Frateur een hoofdrol krijgt naast weldoordachte orkestraties. In dit alles blijft de geliefde typering rondom Nina Simone en Antony and the Johnsons de Belgen treffend sieren.

Het is vanzelfsprekend dat een band als Dez Mona niet voor de weg van sensatie kiest om hun succes te vergroten. In plaats daarvan gaan ze de uitdaging van muzikale groei aan en komen er nog groter uit. Hilfe Kommt loopt echter niet met die kwaliteiten te koop. Ga ervoor zitten, neem er een goed glas bij en de dubbele beneveling zal je niet onberoerd laten.

Read more...

Guy van Nueten - Merg

>> zondag 11 oktober 2009

Er schitteren al vele sterren aan het muzikale firmament van Guy van Nueten. Toch zal lang niet iedere muziekliefhebber zo zijn ingelicht dat zijn naam ook de oren doet spitsen. We kennen diverse voorbeelden van muzikanten die een klassieke carrière of conservatoriumopleiding verruilen voor succes in de popmuziek, Merg is het cumulatieve resultaat van een omgekeerde omslag in Guy’s loopbaan. Dat zal het niet gemakkelijker maken een grote schare fans aan zijn naam te verbinden, maar het zou een vergissing zijn Merg niet te beluisteren.

Gezien zijn rollen in de band The Sands en als arrangeur en bandlid van o.a. dEUS, Admiral Freebee en Daan, was zijn inschrijving aan het conservatorium op zijn minst opmerkelijk. Juist in die eerdere prestaties toonde hij zich een muzikant en componist die nog veel verder zou moeten kunnen komen. Tien jaar later presenteert hij in Merg een muzikale visie die zich op een algemeen niveau laat omschrijven als moderne barok. Een stijlkeuze die goed overeenkomt met zijn studies wiskunde, een associatie die vaak met barok, en Bach in het bijzonder, wordt gemaakt. Drie van Bach’s composities passeren ook op de plaat. Albumtitel Merg lijkt te verwijzen naar de spilfunctie die merg vervult bij de bloedproductie. Het legt de kern van Guy’s muzikale talent bloot. Hij speelt geëngageerd, met veel gevoel, hetgeen misschien versterkt wordt door het feit dat hij eigen composities ten gehore brengt. Deze singer-songwriterachtige aanpak in de klassieke muziek mist zijn uitwerking niet. Niet veel musici gingen hem voor op deze wijze een instrumentaal soloalbum te maken, maar Dustin O’Halloran verdient in dezen een eervolle vermelding.

Guy speelt met ritme, interpretatie en toonsoorten. Hij doseert de dynamiek nauwkeurig, waardoor de composities subtiel beelden en meeslepend worden. Bovendien is het prettig dat Merg niet te pretentieus of vooruitstrevend is in atonale en minimalistische zin. Daardoor vermijdt de componist het gebruikelijke ontoegankelijke air van het modern klassieke genre. Merg vervolmaakt de visie die Guy van Nueten met enkele zijprojecten al inluidde op overtuigende wijze, maar vraagt daardoor wel een afwijkend publiek.

Read more...

Marcisz - Songs from Red Brick Road

>> vrijdag 4 september 2009

Erwin Marcisz zal bij ingewijden wellicht bekend zijn als één van de mannen achter de Belgische powerpopformatie Mint. Een soloplaat was nooit het vastomlijnde plan, maar op basis van een aantal gehometapede liedjes was een album kennelijk het logische vervolg. Het is niet moeilijk om blij te zijn met die beslissing. Verwacht echter niet het soort muziek dat Mint maakt. Door enkelen werd Songs from Red Brick Road al omschreven als hoe liedjes klinken voordat een hele band ermee aan de haal gaat. Die omschrijving is treffend, maar wekt de suggestie dat het album een onaf product zou zijn. Goed, bewust is er geen werk verzet om alle imperfecties in de uitvoering alsook de opnames weg te poetsen. De geluidjes op de achtergrond horen bij Marcisz’s zolder waar het album verder vorm kreeg. Zo waren slechts een paar microfoons en een 4-track voldoende voor de opnames. Het organische rauwe randje dat daardoor onderdeel is van zijn stijl, mist het beoogde effect niet. Songs from Red Brick Road klinkt menselijk en onverhuld oprecht. Door de opgelegde beperkingen in de arrangementen profileert het album zich met een pure eenvoud. Waar stem en gitaar onvoldoende bleken, zijn spaarzaam andere klanken gebruikt. Zo klinkt het resultaat kaal, doch uitnodigend open. De essentie van een singer-songwriterplaat is gekoesterd. Flarden van folk en pop vormen een nostalgisch aandoende basis, waardoor een naam als Jeremy Jay bij beluistering door het hoofd schiet. Bovendien richt het album zich bewust op een kinderlijke naïviteit die de eenvoud van de oorspronkelijke melodieën siert. Die kinderlijke blik doet denken aan Levy, maar dan zonder alles eigenlijk. Songs from Red Brick Road is een fijn plaatje dat ons terloops de bron van de popmuziek toont: liedjes schrijven.

Read more...

Het Zesde Metaal - Akattemets

>> dinsdag 9 juni 2009

Na o.a. Flip Kowlier, Tom Pintens en De Anale Fase keert Het Zesde Metaal het tij voor hun (of onze) taal in wederom een ander muziekgenre. Dit keer is er namelijk sprake van een onmiskenbaar indiepop bandgeluid. Daarbij hebben ze goed opgelet wat het Europese vaste land, waaronder diverse landgenoten, doet met dit genre dat doorgaans door Engelse bands wordt gedomineerd. Ze bedienen zich van het zware West-Vlaamse dialect, de moedertaal van voorman Wannes Capelle. Voor niet ingewijden is daarom het gissen naar de kwaliteit van de teksten, maar in geschreven vorm wordt het scherpzinnige cynisme wel duidelijk. De klank van de liedjes, vaak ontroerend, soms wrang vrolijk, krijgt door de tekstuele humor een troostende en berustende natuur. Daarbij passen eenvoudige melodieën. Dit kan niet worden gezegd van de rijke en creatieve arrangementen die hier het indiegenre loven. Erg aangenaam is onder andere het gebruik van de contrabas, die een norse diepte geeft aan de composities. In de productie van Peter Vermeersch (dEUS, Flath Earth Society) komen deze klankkleuren mooi uit. Dikwijls blijft de emotie ingetogen en beschouwend. Die rustige inborst maakt donkere droompop van de ballades op de plaat. Kennelijk dienen we voor vooruitstrevendheid en experiment in het Nederlandstalige lied momenteel naar onze zuiderburen te togen. Wellicht zijn ze onbewust geïnspireerd door de dankbare muzikale aard van de nabije Franse taal die ook ametrisch kan worden gezongen. In Oost-Azië weet men al tijden raad met de westerse muziekstijl. Waarom is dan de relatie met het Nederlands heden ten dage zo moeizaam? Hopelijk zien we hier het begin van een trendbreuk, want met een plaat als Akattemets ga ik weer van de muziek in onze taal houden.

Read more...

Dijf Sanders - Homesick

>> donderdag 14 mei 2009

Nog niet zo lang geleden knutselde de Vlaamse Dijf Sanders met elektronica en jazz, toen hij besloot zich expliciet op de pop de te gaan richten. Wie de muziek van Dijf echter een beetje kent, moet beter weten dan standaard popliedjes te verwachten. Met knutselen is hij al helemaal niet opgehouden. Homesick is de nieuwe vrucht van zijn vrije arbeid. Van jazz is slechts hier en daar op de achtergrond nog sprake. Voor het overgrote deel is het album gevuld met popcomposities. Deze zijn uit puur experiment geboren door het samensmelten van een veelvoud van elektronische geluidjes, samples, fragmentjes en kabbelende lijntjes. De muziek is daarom zeer gelaagd en erg verrassend. Aan een vastomlijnd genre heeft hij geen boodschap. De nummers zijn meer dan eens humoristische te noemen, net als de presentatie. Daarnaast kunnen ze ook zeer scherp en aanstekelijk zijn. Homesick leent zich even gemakkelijk voor een tripperige achtergrondsound als een diepere exploratie. Een beetje vreemd misschien, maar ach, dat vinden Nederlanders van de Belgen al gauw.

Read more...

De Anale Fase - De Uittocht

>> donderdag 16 april 2009

Het zal gissen blijven waar dit duo precies aan dacht toen de naam werd vastgesteld. In combinatie met de albumtitel roept het zelfs andere dan zuiver Freudiaanse associaties op. Hoe dan ook laten de titels er geen twijfel over bestaan dat opgroeien voor deze twee een fascinerend en traumatisch fenomeen geweest moet zijn. Bijna onwillekeurig snijden de verknipte, grof poëtische teksten veelal morbide onderwerpen aan; bedrieglijk kinderlijk in zijn absurdisme. Aan de muziekstijl zijn we door hedendaagse electropop, freakfolk en vooral ook knutselpop wel gewend. De verfrissende luisterervaring wordt dan ook grotendeels gevormd door de gebezigde Vlaamse taal en misschien de aangenaam nostalgische piano- en orgelklanken. Gelukkig zijn Anna Vercammen en Joeri Cnapelinckx (Kawada) ook gewoon goed in wat ze doen. Aan de kant van de electronische knutselpop kunnen gemakkelijk Spinvis of TaughtMe genoemd worden, zoals voor de freakfolk Cocorosie. Eigenlijk nog veel toepasselijker is te belichten hoezeer De Anale Fase ook Belgisch is. Denk eens aan Soy Un Caballo, recentelijk nog Tom Pintens of zelfs An Pierlé die ook niet meer nodig had dan een piano om verregaande expressiviteit te ventileren. Na deze mooie en overtuigende debuutplaat rest de voornaamste vraag: hoe lang zal De Anale Fase nog in de anale fase verkeren?

Read more...

Doelstelling van deze blog

Meer aandacht voor het (nog) onbekende. In tenui labor of toch niet?

Mededelingen

Donderdag 1 juli: deze week weer een frisse herstart verwacht.
Kort reces tot 13-05-10.
Na een kort reces vandaag (24-02-10) weer aan de post. Inmiddels is deze blog twee jaar geworden!
Gedurende december zullen er minder recensies worden geschreven
21-31 augustus: tijdelijk even geen recensies ivm een kort reces
Zondag 14 juni: Creative Commons licentie BY NC ND van toepassing op alle inhoud
Woensdag 3 juni: zoekfunctie en auteursrechtenonderdeel toegevoegd
Dinsdag 19 mei: template aangepast, hopelijk verbeterd
Vrijdag 15 mei: nieuw template; ontwikkeld door Ourblogtemplates.com, 2008

Auteursrechten

© Copyright Benjamin N. Vis

Uitgezonderd waar anders vermeld, is op alle inhoud van deze blog een Creative Commons Attribution 3.0 License van toepassing. Deze is hieronder gespecificeerd als CC BY NC ND. Voor meer informatie klik op de links aldaar.

  © Blogger templates Inspiration by Ourblogtemplates.com 2008

Back to TOP  

Creative Commons License
werk van Benjamin N. Vis, Nieuwe Geluiden is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-Niet-commercieel-Geen Afgeleide werken 3.0 Nederland licentie.