Posts tonen met het label Nederlands. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nederlands. Alle posts tonen

Vinsky Project - Acquire the Taste

>> woensdag 2 maart 2011

Acquire the Taste is een toepasselijke titel voor dit vierde album van deze Amsterdamse band met internationale wortels. Het is voor mij een kennismaking en Vinsky Project laat direct van zich horen met een explosieve mix van stijlen waarin van alles lijkt te kunnen gebeuren. Sinds Apocalyptica is men wel wat gewend van de cello, maar in Vinsky project lijkt die veelzijdigheid slechts een facet van het geheel. Wie na twee minuten denkt met een creatieve progressive rockband te maken te hebben, heeft het slechts enkele minuten bij het rechte eind.

In plaats van dergelijke rechtlijnigheid schiet Vinsky Project diverse kanten op. De pittige vocalen van Paulina Dubaj sturen aan op een harde aanpak, voordat een temperende tederheid zijn intrede doet. Dat soort omslagen zijn een kenmerkend onderdeel van de begeleiding. Het is zonder meer op die momenten dat Vinsky Project indruk wekt. Schijnbaar moeiteloos buigt de band voortvarende rock om in rustige kamermuziek en speelt niet veel later een gemoedelijke cadans van een folksong. Dat laatste is een voorname rode draad. Vinsky Project heeft weliswaar een Nederlandse basis, maar er maken ook Poolse en Hongaarse muzikanten deel van uit. Die brengen bovendien alternatieve instrumenten met zich mee. Hoewel de Balkan prominent als invloed wordt genoemd, is het effect op Acquire the Taste niet vergelijkbaar met momenteel gehypete Balkanpop. De populaire inslag ligt immers dichter bij indierock dan indiepop. Bovendien geeft de band zelf ook Latijns Amerika als inspiratiebron. Dankzij dit eclecticisme komt het resultaat eerder in de buurt van Rupa & the April Fishes of zelfs Oi Va Voi. Desondanks blijft het concept van Vinsky Project duidelijker dan de anekdotische stijlkeuzes van Rupa. Dat levert over het geheel een evenwichtigere plaat op die in zijn samenstelling blijft fascineren. De onderstroom van het onverwachtse is daarbij een sterke troef. De luisteraar leert de stijl van de band langzamerhand kennen, terwijl Vinsky Project zelf gedurende het album blijft diversifiëren.

Net als het Belgische DAAU ontstijgt Vinsky Project op gedreven wijze de vermoede gimmick. Het feit dat hier het wereldlijke en instrumentbeheersing samensmelten in gecontroleerd rockende songs maakt het bovendien toegankelijker. Een beetje durven moet je wel. De uitdaging ligt per luisteraar wellicht op een ander vlak. Toch is de kans reëel dat Vinsky Project vroeger of later de juiste snaar raakt. The Hollow Tree is daarvoor ongetwijfeld een uitstekend uitgangspunt.

Read more...

Templo Diez - Greyhounds

>> dinsdag 1 maart 2011

De stevig rammende pulsen waarmee Templo Diez hun vierde album begint brengen mij direct in sferen van zwaargewichten als The Dears, Archive of zelfs een beetje Doves. Dit is niet vergelijkend bedoeld, maar is wel degelijk een compliment. Templo Diez heeft zich gedurende het drieluik dat hun vorige albums vormde bedient van een alt. country, country-noir overstijgende indierockstijl. De voorafgaande EP Freiheit liet al horen dat de band wellicht voor een rockender geluid zou kiezen en dat lijkt bewaarheid te worden.

De titelsong van huidig album was op die EP al te horen, evenals Light Stroking the Walls, terwijl Holler#1 wordt voortgezet als #2. Dat neemt niet weg dat als er in My Spring, Your Fall gewag wordt gemaakt van de onmiskenbare americana geluiden er ook gas wordt teruggenomen. Het slepende Greyhounds, dat de kleuren van postrock draagt, kent een structuur die doet denken aan het vroegere werk van Audiotransparent. Tezamen met de diepe sferen van Holler#2, waarin Greyhounds prachtig uitmondt, krijgt de luisteraar een keur van de stilistische krachten die de stem van Pascal Hallibert bezit. Zijn kenmerkende timbre draagt kunstmatige effecten even makkelijk als een verbeten rasp die Wovenhand in herinnering roept. Tegen die tijd heeft de flow van het album zijn grip bevestigd en bevinden we ons eens te meer in de volle indierockwereld van desolate alt. americana die Templo Diez kenmerkt.

De stevigheid waarvan de rock op Greyhounds gepaard gaat, is voor mij persoonlijk weleens op het randje. Die voorkeur voor rust, zoals in de ontwikkeling van Pulse of the Sun en She's a Sparrow, wordt wellicht niet door iedereen gedeeld. Met het wegvallen van Gloribel Hernández heeft de band ook wat van zich af te spelen. Gloribel zorgde met name op Merced voor een bijzondere extra laag in Templo Diez’s muziek. De band weet het verlies met dit album echter goed op te vangen en veert terug als een gevierde groep muzikanten. De drijvende kracht achter Templo Diez is nog altijd Pascal Hallibert en hoewel die zijn talent inmiddels deelt over diverse projecten is het nog altijd deze formatie die mij het meest weet te raken. Misschien is het drielijk eigenlijk een vierluik.

Read more...

Happy Camper

>> maandag 21 februari 2011

In het kielzog van DWDD hier een oordeel over het geheel. Happy Camper lijkt op papier haast een bloemlezing uit de contemporaine Nederlandse indiepop. De veertien nummers die de plaat kent presenteren de medewerking van veel van de voorname Nederlandse alternatieve popmuzikanten. Alleen al daarom is Happy Camper bij voorbaat de moeite waard. Je voelt je of direct thuis tussen diverse bekenden of je krijgt een grondige introductie op enkele hedendaagse talenten. De krant Trouw vatte dat laatste behoorlijk letterlijk op en voelde zich meegenomen op een kampeertrip. Hoewel Happy Camper duidelijk bol staat van de samenwerkingen, is het uiteindelijk het project van toetsenist Job Roggeveen (El Pino & the Volunteers).

In feite volstaat op deze plaats alleen een volledige lijst van de meewerkende gastvocalisten: Bouke Zoete (The Kevin Costners), Leine, Odilo Girod (Coparck), Marien Dorleijn, Ricky Koole, Tim Knol, Appel, David Pino, Janne Schra (Room Eleven), Johannes Sigmund (Blaudzun), Helge Slikker, in volgorde van verschijnen. Het schiet zijn doel voorbij ieder nummer aan de hand van de vocalist te bespreken. De zorgeloze opener met Bouke Zoete zet de toon op fantastische wijze en tovert een glimlach op het gezicht die niet snel meer verdwijnt. Niet dat Happy Camper een plaat is vol zonovergoten vrolijkheid wat de klok slaat, maar het zijn wel allemaal heel fijne liedjes die met veel meer zorg dan bij een gemiddelde gelegenheidssamenwerking in elkaar zijn gezet. Ook even aandacht voor het nummer van Tim Knol. Iedereen loopt weg met zijn eigen plaat die ik in al zijn herhalende behoudendheid op zijn best onderhoudend vond. A Small Step for Mankind klinkt echter tegelijk volwassen en alsof de zanger een dagje uit mag. Dat fleurt de hele performance op. Dergelijk patroon kleurt de hele plaat. Idiosyncratische stemmen als van Odilo Girod en Johannes Sigmund blijven netjes binnen de lijntjes van Job Roggeveen, terwijl er alle vrijheid is de muzikaliteit van het gezelschap te benutten. Gezien de onmiskenbaar aantrekkelijke kwaliteit van de liedjes is het niet verwonderlijk dat de vocalisten zich graag Jobs gast noemden.

Het grootste nadeel van Happy Camper is waarschijnlijk dat het moeilijk zal zijn om een concertreeks met alle participanten te starten. Die gelegenheden waarbij Happy Camper wel ergens in zijn geheel neerstrijkt moeten dan ook niet ongemerkt voorbij gaan. Happy Camper is een album waarmee je vrijwel iedereen met een gerust hart veel luisterplezier kunt wensen zonder de gezonde dosis creativiteit met Nederlandse jazzy, folky, rootsy en country popwortels begrensd te zien.

Read more...

Novack - Sequences & Stills

>> zaterdag 15 januari 2011

The Notion Express van Vladimir is een voortreffelijk album dat een aantal jaren terug onvolprezen bleef. De lome postrockerige indiepop met een jazzy kwinkslag vond wellicht niet de juiste klank om een breed publiek aan zich te binden. Aan de basis van het inmiddels uiteengevallen Vladimir stonden Sander van der Linden en Wubbo Siegers. Zij vinden samen met vier andere bandleden een nieuwe muzikale uitlaatklep in Novack. Waar kan ik beter het muzikale jaar beginnen dan bij een band van eigen bodem die nu al ruchtmakend is?

Uit het debuut Sequences & Stills blijkt duidelijk dat Vladimir niet langer voor de nummers verantwoordelijk is. De songs volgen veel overtuigender een indiepoplijn, en dan specifiek die lijn die rond de start van het nieuwe millennium met Coldplay op de voorgrond snel uitwaaierde. Verwacht echter geen grote emotionele uitwassen. Ondanks dat een hecht zesmanschap de volle sound produceert, worden de liedjes op Sequences & Stills opmerkelijk klein gehouden. Het lome karakter van Vladimir is daarmee niet helemaal verdwenen. Een zeskoppige band geeft de mogelijkheid verschillende muzikale ideeën in de songs te verwerken en Novack maakt daar op smaakvolle wijze gebruik van. Dat uit zich niet in scherpe contrasten, maar in gedetailleerde accenten die leunen op de warm golvende onderstromen. Dit geeft Sequences & Stills een ingetogen uitstraling en de band een evenwichtige sound waarin synths even natuurlijk weerklinken als een koperblazer. Novack smeedt zo een solide plaat waarin oscillerende patronen voor variëteit zorgen. De stilistische omslagen vormen zo als vanzelf de stadia van het album.

Vladimir bracht ons een eigenzinnig kunststukje voor de liefhebbers. Novack blijkt een vriendelijke indieband die de critici met een mooi gevormd geluid en het publiek met absorberende openheid binnenhaalt. Het kan worden verwacht dat deze aanpak een langere adem heeft. De band verfrist op gebalanceerde wijze een indiepopgeluid dat iedereen goed heeft leren kennen en vervreemdt zich daarbij niet van wortels in de groeiende Nederlandse alternatieve muziek. Novack is een sterke, aimabele aanwinst waarvan nog veel kan worden verwacht.

Read more...

Win/Win, van Jaap van Heusden (soundtrack van Minco Eggersman)

>> zondag 14 november 2010

Nog niet zo lang geleden was ik bijzonder onder de indruk van Jaap van Heusden’s short Ooit. Win/Win is zijn speelfilmdebuut, wederom treffend van muziek voorzien door Minco Eggersman, die de karakteristiek sferische soundtrack aanvulde tot een album dat dezelfde titel draagt. Het meest opvallende aan de soundtrack is hoe de instrumentale composities en soundscapes een meeslepende doch ondoorgrondelijke verhaallijn lijken te volgen. Dat is niet vreemd, want Win/Win is een uitzonderlijke film.

Het verhaal is ogenschijnlijk eenvoudig. Ivan maakt tegen de achtergrond van de financiële crisis een bliksemcarrière als beurshandelaar. Hij is een rare vogel tussen de snelle jongens en kiest afwijkende vrienden, maar wordt geroemd om zijn onnavolgbare successen op de vloer. De confrontatie vindt op onverwachtse wijze plaats: Ivan kan niet verliezen. Een paradijselijk scenario voor de meeste mensen, maar gevoed door slapeloosheid raakt Ivan de grip op zijn anders zorgeloze leven volkomen kwijt. Wat volgt, is een verwoede en angstige poging weer gevoel te krijgen in het leven en zicht te krijgen op de realiteit door verlies te kennen.

Deze psychologische ontdekking blijkt het belangrijkste onderdeel van de vertelling. Ivan wordt daarbinnen prachtig gespeeld door Oscar van Rompay. Zijn personage staat op diverse wijzen telkens in sterk contrast tot zijn omgeving: de liefde, de zaken, de vriendschap, de stad en de maakbaarheid. Jaap van Heusden vestigt zich met deze film onmiddellijk als één van de meest toonaangevende regisseurs in Nederland. Hij geeft het verhaal met een scherpe stilistische visie vorm en maakt van de Amsterdamse zuidas een even mooi als vijandig decor. De vooruitstrevendheid in beeld wordt versterkt door de dynamisch gebruikte soundtrack. De beeldtaal krijgt bovendien eigenheid door de kunstige sequenties die veelal een prikkelende, ritmische compositie vormen. In het scenario is net als bij Ooit veel aandacht voor observatie van de menselijkheid. In Win/Win zorgen daarnaast opzettelijke stukjes stille mysterie tegen de hectische achtergrond ervoor dat de spanning nooit verslapt.

Aan alle kanten is Win/Win imposante cinema. De film biedt vastberaden een onwerkelijk perspectief op een toch al ongrijpbare werkelijkheid. Vorm, spel en dynamiek komen op aantrekkelijke wijze samen. De kijker wordt telkens uitgedaagd oplettender te kijken, terwijl het verhaal met toegankelijke tred zijn diepere lagen ontbloot. Minco Eggersman verzorgde donkere en nieuwsgierige klanken die de syntax accentueren. De leegte en onmacht van succes dringen daardoor tot diep in ons visuele geheugen door.

Read more...

Hartog - No Hero

>> vrijdag 12 november 2010

In 2008 verraste Storyteller van singer-songwriter Hartog Eysman (Hartog) met een verfrissende benadering van pop op eigen bodem. Hij bracht popsongs terug tot hun absolute essentie en wist zo met minimale accenten liedjes te bouwen die geen moment iets deden missen. De leegheid was een verademing. No Hero is het vervolg.

Het is haast onmogelijk om bij beluistering van deze nieuwe plaat niet wederom af en toe aan Fink te denken. Dat pakt echter in positieve zin uit, want beide singer-songwriters maken zeker niet dezelfde muziek. Ze lijken wel op een vergelijkbare manier naar popmuziek te kijken en de voor hen belangrijkste elementen op spaarzame wijze met elkaar te combineren totdat er een schetsmatige begeleiding ontstaat voor pakkende popsongs. Ook maakt Hartog nu een vergelijkbare ontwikkeling door. Op No Hero maakt hij meer gebruik van invullende elementen, zoals ook Fink in zijn platen steeds op voorzichtige wijze zijn songs voller maakt. Zo weet Hartog zich waar nodig ondersteund door drummer Rowin Tettero en zijn er ook blazers die een funky jazz element toevoegen (Yesterday). Fink was echter altijd geïnspireerd door de dansscene, terwijl Hartog zijn hart duidelijk aan pop zelf heeft verpand. Titeltrack No Hero blijkt zo zelfs een behoorlijk lyrische ballad te zijn, waarin de strijkers inderdaad doen denken aan aangekondigde inspiratiebron Damien Rice. Met een groter gebaar wordt dat recept herhaald in I Stop to Rest. Hartog speelt echter minder direct in op dramatische emoties. Zo blijven zijn platen ook plezierig ontspannend en luisterbaar. Hij verzorgt een fijne mix van verstillende mooie liedjes met een subtieler opgewekt geluid. Zonder direct aan het genre te willen refereren, stopt Hartog een flinke dosis soul in iedere song die de luisteraar moeilijk onberoerd kan laten.

In Hartog vinden we dus een verrassende tegenhanger van de gelauwerde Fink. De verrassing bestaat eruit dat Hartog meer met stijlelementen dan de exacte klankpakketten van genres werkt. Daardoor klinken zijn songs voor ongeoefende luisteraars bekend en voor de critici interessant. No Hero klinkt doordachter dan het bedrieglijk spontane, hoewel lomere, Storyteller. De groeiende variëteit op de huidige plaat zorgt voor meer toegankelijkheid ten opzichte van het basisconcept. Dit maakt No Hero een fijnzinnige popplaat.

Read more...

Palloc - A Mad but Perfect Plan EP

>> zondag 17 oktober 2010

Palloc (het voormalige Zeal) maakte met het album A Tree in our City een debuut met verwachtingen. De EP A Mad but Perfect Plan blijkt de verwachtingen op gevierde wijze in slechts vijf nummers waar te maken. De onduidelijke stilistische randjes van het debuut zijn gladgestreken. Het ietwat stevige, behoorlijk poppy geluid met lommerrijke elektronica heeft zijn beloop in melodische songs met vriendelijke vocalen. Het is muzikaal wellicht niet opzienbarend, maar de kwaliteit is hoog. De moeiteloze flexibiliteit waarmee de songs zijn vormgegeven, maakt dat ze gemakkelijk in het gehoor liggen. Kritiek zou kunnen omvatten dat het misschien te netjes is gehouden. Toch is Palloc niet gezichtsloos. Het is wars van pretenties en dat betekent dat zowel het spel van de band als het luisteren voor de luisteraar een ontspannende ervaring is.

Read more...

The Subhuman - Life after Death EP

>> donderdag 27 mei 2010

Besprak ik pas geleden nog I Am Oak, ditmaal is het de beurt aan The Subhuman. The Subhuman is het singer-songwriterproject van Stefan Breuer, die zich ook leent als bandlid van de live formatie van I Am Oak. Life after Death volgt op het album A World Full of Melodies waarmee The Subhuman na heel wat jaren uitgaven in eigen beheer te hebben gemaakt op Snowstar Records het ruime(re) sop koos. Het huidige Life after Death is slechts een EP van vijf nummers.

Stefan is gezegend met een mooie, lijzig bronzen stem. In de juiste context doet Stefan’s stemgeluid enigszins denken aan een aarzelende Tom Smith (Editors), maar in deze typische, ingetogen singer-songwriternummers komt het prima uit de verf. De onvolwassen onrust waarvan voorganger A World Full of Melodies werd beticht, blijkt definitief verleden tijd. Een goede stem op een basis van gitaarbegeleiding, erg opzienbarend klinkt dat niet, toch heeft The Subhuman een eigen karakter. Dat heeft Stefan Breuer dan ook over lange tijd kunnen ontwikkelen. Daarom steekt Alive Forever ietwat amateuristisch af bij de overige nummers. The Subhuman lijkt er sowieso niet op uit een zwaargewicht te worden en dat zou zijn voorzichtige nummers ook niet sieren. Daardoor blijft zijn werk voornamelijk voorbehouden aan kenners, hetgeen ook bijdraagt aan de echte indiepopcharme.

Read more...

I Am Oak - On Claws

>> dinsdag 25 mei 2010

De naam I Am Oak was in goed ingelichte kringen al enige tijd op omfloerst hoorbaar. In 2008 presteerde de Utrechtse singer-songwriter achter I Am Oak, Thijs Kuijken, het om twee uitgaven in eigen beheer te maken. Nu, op Snowstar Records, kreeg hij terecht de kans om een ruim beschikbaar debuut te maken.

Nog niet zo lang geleden werd de ongelukkige term ‘on-Nederlands goed’ nogal eens gehoord. We hoeven ons talent natuurlijk niet zo te bagatelliseren. Dat blijkt weer uit On Claws. In dit specifieke deel van het folkgenre zijn nog niet veel Nederlandse artiesten openlijk actief. I Am Oak bewijst dat een pure, sobere vorm van hedendaagse folk bij hem in uiterst kundige handen is. Hoewel elektronica en computers geen principieel deel hebben in zijn stijl, vond ook dit project zijn oorsprong in een geïsoleerde slaapkamer. Slechts op het podium is I Am Oak een band. Dat geeft On Claws (dat misschien beter ‘op kousenvoeten’ had kunnen heten) die kenmerkende desolaat melancholische sfeer. Expressieve muzikale elementen worden op gepaste wijze spaarzaam gebruikt. De ritmesectie bestaat voornamelijk uit accenten in plaats van pregnante metronomen. Eenvoud siert de mens.

On Claws is goed gevuld in een korte speeltijd. Desondanks werkt de rust aanstekelijk en de subtiele afwisseling van gemoedstoestanden maken het album tot een volwaardig geheel. I Am Oak het slachtoffer maken van de digitale nummersmentaliteit is zonde, hoewel duidelijk is dat de kleine sfeerstukjes zich voor velerlei toepassingen zouden kunnen lenen. Doordat de aandacht voor excentrieke percussie piekende golven kent en ook een banjo met hier en daar koperblazers gegarandeerd op aandacht kunnen rekenen, werd er al scheutig rondgestrooid met hooggespannen referenties. Sufjan Stevens, Bon Iver en Iron & Wine zijn geliefde smaakmakers. Gek genoeg wordt er bij ‘off beat’ percussie nauwelijks gesproken over het debuut van Adem, terwijl dat hier ten dele zeker toepasselijk zou zijn. Daarnaast kan ook naar de plaat van Matt Bauer worden verwezen. Thijs’ stem is bovendien variabel en kleurrijk. Daarin zijn de fluisterklanken van Ola Fløttum (The White Birch) en zelfs, schuchter, Antony Hegarty te ontdekken.

I Am Oak brengt ons een onbetwiste prachtplaat vol slowcore folk die kan worden gemeten aan grote en minder grote internationale namen. Daardoor zou bijna worden vergeten dat On Claws op zichzelf een zeer heuglijk album is dat tegelijkertijd met gemak iedere echte spiegeling van zich af schudt.

Read more...

Woost - 6 Minutes South

De Nederlandse band Woost heb ik altijd wat links laten liggen. Vooral de rockerige uitstraling hield mij onder het mom van rauwe stevigheid op afstand. Beluistering van 6 Minutes South bevestigt in eerste instantie mijn keuze van toen. Echter als het titelnummer inzet met een eenvoudig, zacht gitaarloopje en een heerlijk fluwelen melodie warm het me op als een gloeilamp. Het was doorgaans zoeken naar de lagen onder de nummers van Woost en op 6 Minutes South lijken deze zichtbaarder dan voorheen.

Wellicht dat de zorg voor de totstandkoming van het album daaraan heeft bijgedragen: de productie bleef in eigen handen, gemixt door Pieter Kloos en voor de master werd de afstand tot New York overbrugd. Met nevenprojecten van de bandleden met rollen bij Coparck en Roosbeef zijn ook de mensen achter de band verder gegroeid. Niet voor niets stond Woost dan ook met deze bands, Marike Jager en Krezip op het podium. Woost laat op 6 Minutes South horen dat ze alle aandacht puur voor zichzelf ook zeker waard zijn. Waarom Woost al die jaren op festivals nog geen enorme hit was, is mij een raadsel. Mijn eigen voorkeuren voor de rustigere kanten van de muziek daargelaten, valt er bijzonder weinig op de indierock van deze jongens af te dingen. Het is weliswaar moeilijk om met hun sound anno 2010 nog opzien te baren door echte oorspronkelijkheid, Woost laat de muziek hoorbaar uit hun tenen komen. Dat levert een aantal, relatief bekend klinkende, groovende rocknummers op, maar ook enkele nummers die op subtielere ballades zijn gestoeld. Week als ik ben, kan ik daarmee beter uit de voeten. Songs als Six Minutes South en Unforgiven tonen aan dat de geluidsgolven die de band lustig drapeert gefundeerd zijn op melodische structuren.

Het feit dat op 6 Minutes South zo duidelijk wordt, rolt ongetwijfeld de loper uit naar nieuwe groepen liefhebbers. Me dunkt dat dit met dit vierde album is verdiend.

Read more...

Templo Diez - Freiheit EP

>> donderdag 20 mei 2010

De afgelopen maanden zagen we een opvallende productiviteit van Pascal Hallibert en zijn bands. White Sands veranderde in Point Quiet en startte met een nieuwe plaat. Ook zijn soloproject Praise the Twilight Sparrow debuteerde. Nu komt ook mijn eerste en grootste liefde van de Hallibertprojecten, Templo Diez, met een nieuwe release: Freiheit.

Goed, het is niet meer dan een EP van drie nummers. Om dat aan te dikken is een live recording van The Devil Only You Know, afkomstig van hun debuut, toegevoegd. Waar de andere projecten van de van origine Franse voorman zich meer en meer richten op de basis van traditionele americana en alt. country, lijkt Templo Diez de EP-titel letterlijk te hebben opgevat. De creatieve vrijheid van deze band toonde zich altijd al in een rockend indiebandgeluid, maar de nummers op deze EP lijken meer dan ooit die alternatieve rockkant uit te baten. Noise blijft daarin gelukkig een relatief begrip. De kunst van het schrijven van mooie nummers beheerst Hallibert in al zijn verschijningsvormen. De kenmerkende ‘noir’ sfeer en spanning komen ook op Freiheit weer plezierig naar voren. Templo Diez kent ook na de afsluiting van hun drieluik nog dezelfde stuwkracht. Het slepende tempo dat Merced nog kenmerkte, is iets meer naar de achtergrond geduwd. Dat wil niet zeggen dat het tempo nu significant hoger ligt, maar de zwangere atmosfeer heeft plaatsgemaakt voor meer alarmerende urgentie. De rijke texturen krijgen niet gegarandeerd het karakter van een soundscape, hoewel het dwingende Light Stroking The Walls vergelijkbaar bezweert. Het zou mij welgevallen als Freiheit de opmaat is van het nieuwe album.

Read more...

Praise the Twilight Sparrow - Color Map of the Southern Sky

>> zondag 16 mei 2010

Haagse zanger en songschrijver Pascal Halibert was pas geleden nog te bewonderen in Point Quiet, de band die voorheen als White Sands door het leven ging. Een nieuwe EP van Templo Diez ligt ook al te wachten. Ondanks de twee bestaande uitlaatkleppen was er kennelijk nog ruimte en inspiratie voor een nieuwe naam: Praise the Twilight Sparrow. Deze keer is het geen echte band meer. Slechts op vier nummers van het album Color Map of the Southern Sky is een vijfkoppige band te horen. Pascal tekent vrijwel overal voor zowel vocalen als instrumenten. Op deze manier is hij in zijn meest ingetogen vorm ooit te horen; een goede manier om te bepalen hoeveel van Templo Diez en Point Quiet eigenlijk Pascal toebehoort.

Wat haast als vanzelfsprekend de meeste aandacht opeist, is Pascal’s veel geprezen stemgeluid. In principe laat de stijlmix weinig verandering zien ten opzichte van Point Quiet aan de traditionelere of Templo Diez aan de indierock kant: alt. country is al sinds jaar en dag zijn sterkste kant. Toch blijkt alt. country niet langer alles overheersend. Prachtig zinderende songs als H. Wood en Mist On The River lijken meer invloeden uit de etherische pop en folk te hebben opgezogen. Dat is Pascal’s vocalen op het lijf geschreven. De doorleefde klank leeft op bij diepe vibrato’s en rauw kleurende uithalen. Dit maakt Praise the Twilight Sparrow emotioneel meeslepend en dromerig. Een nadeel van de sentimentele soberheid is dat iets minder flexibiliteit in de formule zit. Daarmee is Color Map of the Southern Sky minder gevarieerd en verslapt de aandacht eerder dan andere platen met Pascal aan het roer. Het is een klein schoonheidsfoutje dat snel vervaagt bij het horen van schitterende parels als At Sundown en Enter The Cold.

De manier waarop Pascal Hallibert telkens opnieuw een serie (h)eerlijke songs weet te schrijven, geeft een vrijgeleide om daar nog lang mee door te gaan. Zijn visie op alt. country is uitermate herkenbaar en in alle vormen tot nu toe verzadigend. Door alle verschillende namen waarachter hij zich verschuilt, is het misschien gemakkelijk de man zelf over het hoofd te zien. Hij is echter zonder twijfel één van de opvallendste talenten van de Haagse scene.

Read more...

King Me - Them Brawlers

>> dinsdag 4 mei 2010

King Me timmert al ruim tien jaar aan de weg en debuteerde ooit met een lovend ontvangen plaat in eigen beheer. Mijn eerste kennismaking met de band stamt van hun vorige LP, Guide Down, en hoewel dat album barstte van de potentie, wist het mij over de hele linie net niet echt te raken. Toch is er voldoende reden om het huidige album Them Brawlers een eerlijke kans op revanche te geven. Them Brawlers is de eerste plaat die bij Dying Giraffe Records uitkomt en dit keer hebben zich leden van Birdskin, Cords en Templo Diez zich om King Me voorman Michael Milo verzameld. Waar King Me telkens weer in positieve zin mee opvalt is een uitgebreide serie aan mooie, creatieve intro’s. Vervolgens ontwikkelen de nummers zich echter vaak teleurstellend, hoewel daar de meningen verdeeld over kunnen zijn. Regelmatig wordt er namelijk een hoop gerommeld in de arrangementen. De visie die ten grondslag ligt aan de composities gaat daarom meer dan eens verloren in onnodige noise pop en rock. Michael’s stem lijkt al dat geweld ook niet helemaal de baas te zijn. Dat is overigens een bewuste keuze, want de productie is in handen van Corno Zwetsloot die o.a. met Audiotransparent ook zeer verstild werk afleverde. Het is duidelijk dat King Me een kant van de indierock opzoekt die simpelweg niet goed bij me past. Voor degenen die een beetje herrie in melodieuze popsongs wel mogen, kan Them Brawlers evengoed een fijne plaat zijn.

Read more...

The Bullfight - Stanger than the Night

>> woensdag 21 april 2010

Zo af en toe lijkt het dat er naast Lynchiaanse cinema ook een vergelijkbaar muziekgenre bestaat en als dat zo is, dan paste het vervreemdende debuut van de Rotterdamse band The Bullfight, One Was a Snake, daar uitstekend in. Vier jaar hebben we moeten wachten op een opvolger, maar deze maand komt het suggestief getitelde Stanger than the Night uit. Waar de hoofden van de personages in het artwork van One Was a Snake nog ornithologisch waren vervangen, prijken op Stanger than the Night twee mythische maskers die het animisme van de band verder voeren. Een morbide maskerade is ook deel van de plaat. De duistere, raadselachtige toonzetting van het debuut, die The Bullfight zelf leidde tot de noemer ‘pop noir’, is niet veranderd. De band is wel gegroeid en gewijzigd van samenstelling. Hun composities klinken gerichter en diverser.

Waarschijnlijk precies zoals verwacht, is Stanger than the Night niet precies zoals verwacht. Twee belangrijke elementen bekleden plezierige glansrollen: het hammond orgel en de viool. Die geven de songs een plezierig zinderende, uitgestrekt lijzige ondertoon. Wat daar nog aan ontbreekt, voegen de vocalen minstens toe. Die ietwat luie, doch volle intense laagtes van frontman Nick Verhoeven vormen een kenmerkende troef. Uit zijn strot glijden gitzwarte themata, waarin escapistische romantiek, zoals die oorspronkelijk is bedoeld, met een vleugje verwondering hoogtij viert. In het narratief neemt de band, net als Fuck the Writer, geen blad voor de mond. Dat gebeurt echter op makkelijk te vergoelijken wijze. Muzikaal gaat iedere vergelijking slechts ten dele op door het hedendaagse eclecticisme. De zwaardere (post)rock accenten doen denken aan The Fields en het Nederlands-Ierse House of Cosy Cushions, terwijl de americana terecht kan bij Wovenhand en de sombere ballades bij Nick Cave. In de spannende sfeer is nog altijd een cinematografische knipoog van David Lynch te ontwaren. Tegelijkertijd weet The Bullfight enkele echte, alarmerende popliedjes te maken. De koortsachtige baslijntjes in bijvoorbeeld Dance With Me, Damn It en Wild Flowers tonen het vakmanschap van de band.

De pop en americana-invloeden, hoe donker ook verpakt, houden Stanger than the Night toch nog opmerkelijk luchtig. Het geeft het album, door de al theatrale toon, bijna een variété karakter. Uiteindelijk is Stranger than the Night als geheel daarvoor te zwaar en artistiek. Net als het debuut is ook deze opvolger niet voor iedereen weggelegd. Het is subtiel, maar ook weer niet. Het is donker, maar ook weer niet. Het is avant-garde, maar ook weer niet. Eigenzinnig is The Bullfight zeker en dat mag worden gehoord.

Read more...

Eckhardt - Big Blue Yonder

>> maandag 12 april 2010

Eckhardt is de gekoesterde en zorgvuldig gerijpte geestesvrucht van singer-songwriter Rik Elstgeest. Voor dit soloavontuur vormde hij met vier anderen de artrockband Kopna Kopna die slechts één album uitbracht. Rik ontmoette zijn oude bandleden in variabele samenstelling voor de muziek van de Veenfabriek, een Leids theatergezelschap. Tevens speelde hij bij Alamo Race Track en het onterecht onbekende Ghost Trucker. Er kan worden gesteld dat Rik een bijzondere ontwikkeling heeft doorgemaakt en daarbij aparte leermeesters heeft gehad.

Eckhardt groeide echter thuis in isolement. Vanuit een akoestische gitaar en de vriendschappelijke bijstand van een Zwitserse ontstonden de arrangementen. Deze soberheid was de voedingsbodem voor de huidige rijkdom op het album Big Blue Yonder. Net als bij Alamo Race Track klinkt Eckhardt bekend zonder teveel gelijkenis met eenzijdige invloeden te vertonen. Enkele muzikale vrienden hielpen hem in de studio deze diversiteit te bereiken. Waar van pop wordt afgeweken, komt duidelijk de zandkleurige cadans van americana bovendrijven. Rik houdt zijn vocalen moedwillig klein. Ondanks de dynamische lagen waarop deze mogen rusten, blijft daarom een relatief ingetogen sfeer in stand. Die sfeer voert de hoofdtoon op de momenten dat wordt teruggegrepen naar oerinstrument de akoestische gitaar. In de details bevinden zich talloze bijzondere klanken en excentrische geluiden. In plaats van afleiding vormen die de ondersteuning voor de volle popklank die de songs uiteindelijk kennen.

Wars van pretenties zoekt Eckhardt dus niet de confrontatie op en voorkomt iedere vervreemding. Misschien dat middels dit makkelijker klinkende solowerk van Rik Elstgeest ook de uitzonderlijkere kanten van de (Nederlandse) popmuziek door meer mensen worden opgezocht. Big Blue Yonder geeft een prima inleiding.

Read more...

ME (Minco Eggersman) - Hamden

>> zondag 11 april 2010

Wie de moeite neemt, ontvangt bij aankoop van Hamden niet simpelweg een schijfje, maar een schijfje in een leren hoesje in een houten kistje, waarbij ook nog eens een handgestempeld boekje, drie fotokaarten en een stuk tapijt uit de als studio dienstdoende kerk te vinden zijn. Op het schijfje staan dan tevens de vijf films die bij het album horen. Minco Eggersman, de zanger-drummer van At the Close of Every Day, maakte laatst nog de soundtrack bij de film Ooit van Jaap van Heusden. Die tekende ook voor de films bij Hamden, geschoten met mobiele telefoon. Ooit was zijn tweede soloalbum, na The Wagon Fair.

Door Volkoren wordt Hamden aangekondigd als zijn beste en meest duistere werk zover. Gezien het enigmatische orgel waarmee Hamden aanvangt, lijkt het label hierin gelijk te krijgen. Hamden volgt een duidelijk concept. Het is ME’s zoektocht naar God, die onvermijdelijk eindigt in een kerk. Niet verwonderlijk is het daarvoor noodzakelijk zijn diepste twijfels en angsten onder ogen te komen. Ondanks deze heftige thematiek klinkt Hamden op het eerste gehoor toch nog getemperd. De rustige fluisterklanken en contemplatie vormen deel van de stijl van ME. Zo neemt hij afstand van de gelijkenis met bijvoorbeeld de uitgesprokener David Sylvian, maar sluit zodoende wel sober aan bij ouderwetse troubadours en ook het harmonieuze geluid van labelgenoot Brown Feather Sparrow, Mist en de sacrale inslag van Choir of Young Believers of toekomstbelofte Table. Op het album zijn de heldere backing vocalen van de veelgeprezen zangeres Mariecke Borger te horen (zij speelt ook met singer-songwriter Johan Borger). Minco zelf heeft op Hamden een zachtaardige en bemoedigende stem die de luisteraar op plezierige wijze meevoert in zijn zoektocht. Hoewel innig en intens, is de muziek niet beklemmend. Dat past ook bij het geruststellende sprankje hoop dat vrijwel altijd in zijn werk besloten ligt. Zelfs het ontstellende Ooit volgde dit recept. De in zekere mate gruizige, cryptische films bij Hamden ogen vele malen onheilspellender; ook in vergelijking met de muziek een passend geheel.

De opnames zijn ondanks de donkere sfeer bijzonder helder. Dit is te danken aan het grote aandeel live performances in het opnameproces. De klus werd in slechts vijf dagen geklaard. De introspectieve en vertrouwelijke ervaring die Hamden is, wordt vergroot met de persoonlijke limited edition. Op die manier wordt Hamden niet alleen het meest complete, maar ook het grootste werk van ME’s solocarrière. Dat geeft waarschijnlijk de directe aanleiding voor zijn eerste tour (met band).

Read more...

The Cosmic Carnival - The Cosmic Carnival EP

>> woensdag 7 april 2010

The Cosmic Carnival is een jonge band uit Rotterdam die ons prikkelt met de vijf songs op hun eerste EP. Als winnaars op de Grote Prijs van Nederland en participanten aan Onder Invloed zal de naam wellicht al enkele oren doen spitsen. Zodra je de EP opzet, zijn die oren zeker gespitst. De band zet een enigszins eclectisch, vrolijk geluid neer dat bovendien lekker in het gehoor ligt door de jaren '60-’70 elementen die de arrangementen kleuren. Denk daarbij aan funky synths en schallende blazers. De ritmes zijn opgewekt, waardoor de songs dansbaar worden. De nummers Share the Love en Is It Wrong? tonen daarnaast duidelijke (rockende) americana invloeden. Deze verschillende stijlen weten op een goedgemutste manier te verrassen zonder uiterst vernieuwend te zijn. The Cosmic Carnival is een band om in de gaten te houden, want zowel de serieuze muziekliefhebber als de feestganger vindt een warm welkom.

Read more...

Arthur Adam - Awake

>> dinsdag 30 maart 2010

De Amsterdamse singer-songwriter Arthur Adam liet al op zeer authentieke wijze een blijvende indruk achter met de albums Shhh en In A Cabin With Arthur Adam. De eerste plaat leunde sterk op zijn schitterende vocale vakmanschap, terwijl in het In A Cabin With project een aantal avontuurlijke, elektronische, elementen aan het klankpallet werden toegevoegd. Arthur Adam is bovendien bijzonder, omdat het ruim twee jaar terug zijn plaat was die de aftrap gaf van Nieuwe Geluiden. Nu is er een nieuwe plaat van zijn hand en dat zend de nodige spanning door mijn lijf. Laat het aan Arthur Adam over om die spanning om te zetten in enthousiaste tintelingen.

Waar hij voorheen met eenvoudig aandoende liedjes rillingen over je rug kon laten lopen, kiest Awake een ander pad. Zijn prachtig ronde stemgeluid vormt nog altijd de grondslag voor originele melodieën. Op Awake zijn echter Jaimy Quite en Bart van Kuijk vaste bandleden geworden. Gedrieën (allen ex-Mist) vormen ze ook de vuige, uptempo indieband The New en aan dergelijk vol bandgeluid is op Awake nauwelijks meer te ontkomen. Arthur Adam weet dit geluid zodanig naar zijn hand te zetten dat het gemis van zijn typerend sobere singer-songwriterstijl snel naar de achtergrond verdwijnt. Die heerlijke liedjes zijn namelijk nog altijd het kenmerk van Arthur Adam, ze zijn alleen anders verpakt. De meest in het oog springende getuigen van deze uitbreiding zijn oude bekenden Happy Hangover en First Impressions. De nieuwe verpakking is inventief genoeg om op zichzelf te blijven staan, maar verschuift evengoed de focus van een eigenzinnige eenling naar een toegankelijk indieband geluid.

Door de uiterst creatieve geest van Arthur Adam te combineren met vertrouwde bandleden en de productie van Guido Aalbers (Bertolf, Miss Montreal) lijkt er bewust te zijn gekozen voor een groter publiek. Gezien het muzikale perfectionisme dat de songs voedt, heeft Awake alles in zich om nieuwe muziekliefhebbers aan zich te binden. Tegelijkertijd heeft de kenner een alternatief geluid om naar uit te kijken. Het is wel te hopen dat hij het pad van de eenzaamheid niet volledig afsluit. Arthur Adam blaakt van aanstekelijk zelfvertrouwen in al zijn veelzijdigheid.

Read more...

Robin Block - Robin Block (EP)

>> maandag 29 maart 2010

Aandacht aan de Amsterdamse singer-songwriter Robin Block was hier al lang overtijd. De EP die hij een jaar terug uitbracht dient nu echter als opstap voor het volledige album dat naar verluidt nabij is. Voor singer-songwriters geldt dat een bijzondere stem reeds het halve werk kan zijn. Robin Block is één van die artiesten die is gezegend met een indrukwekkend stemgeluid. Robin’s stem grijpt de aandacht, alarmeert en strijkt met een fluwelen aanraking melodieën glad. Op deze EP, die slechts vier nummers telt, maakt de luisteraar al uitgebreid kennis met zijn imponerende kunnen. De in recensies veel gehoorde naam Jeff Buckley wordt zelden terecht toegepast. Eerder kon ik het vooral bij Scott Matthews niet laten, maar Robin Block’s Do Come Forth had mogelijk ook uit Buckley’s pen kunnen vloeien. Het is goed dat dit niet voor de andere drie songs geldt. Robin Block heeft een stijl die aansluiting vindt bij een aantal van de meest bijzondere singer-songwriters van de afgelopen jaren. In dergelijk rijtje vinden we mensen als Ben Christophers, Patrick Watson, Declan de Barra en Richard Walters. De gelijkenis tussen deze namen zit vooral in het hoofd van de luisteraar en daardoor steelt ook Robin Block mijn hart. Er zijn legio opvallende elementen, zoals de bijzondere harmonie in Do Come Forth en de heldere koperklank van de Milan Mes’ trompet op Darker Song en Didn’t Know. Het zachte, breekbare nummer Didn’t Know doet denken aan The White Birch en spreekt daarmee een heel andere kant aan. Ondanks de weldaad van deze EP is er ruimte voor verdere ontwikkeling. Het aankomende album zou daarom weleens een overweldigend intense luisterervaring kunnen worden.

Read more...

Point Quiet - Point Quiet

>> vrijdag 26 maart 2010

Vele bands kunnen er slechts van dromen een zanger als Pascal Hallibert in de gelederen te hebben. Zijn stem is karakteristiek, heeft een ongepolijste scherpte, maar kan ook heerlijk strelen. Hij is perfect toegerust vele kanten van de americana en country te verkennen. Point Quiet is de nieuwe naam van de Haagse band White Sands. De band is van mening dat deze naam hun geluid beter uitdrukt. Onder de naam White Sands debuteerde de band met het album Deseronto. Pascal bekleedt echter ook de rol van frontman bij de band Templo Diez.

White Sands/Point Quiet en Templo Diez spreken beide een kant van de alt. country en country noir aan. Daarom was het lastig Deseronto te beoordelen zonder te vergelijken met Templo Diez. Het innemende, avontuurlijke rock randje dat bij Templo Diez kenmerkend is, won het voor mij van het traditionelere White Sands. Nu, als Point Quiet, lijkt het makkelijker te zijn geworden beide projecten op eigen grond te beoordelen. Dit album is een zeldzaam goed voorbeeld van de sfeer en creativiteit in country noir. Songs als Norteña en Venom Mind zijn van absolute schoonheid. Point Quiet laat zich inspireren door tradities, maar is zeker niet langer als zodanig te bestempelen. Met de nieuwe naam lijkt Point Quiet ook meer een eigen gezicht te hebben gekregen. Door Pascal’s stem is de vergelijking met Dez Mona te maken, maar ook Calexico, Audiotransparent en Cherry Ghost liggen af en toe voor op de tong. Ondanks de treffende bandbezetting blijft er een zweem van lo-fi singer-songwriterschap om de songs hangen. Die eenvoud verzorgt een sierende bescheidenheid, waardoor de atmosfeer intiem blijft. Point Quiet voert je naar uitgestrekte oorden, precies zoals de beste muziek in dit genre moet doen. De uitzichten op Point Quiet zijn echter net even anders; de invloed van de lage landen.

Read more...

Doelstelling van deze blog

Meer aandacht voor het (nog) onbekende. In tenui labor of toch niet?

Mededelingen

Donderdag 1 juli: deze week weer een frisse herstart verwacht.
Kort reces tot 13-05-10.
Na een kort reces vandaag (24-02-10) weer aan de post. Inmiddels is deze blog twee jaar geworden!
Gedurende december zullen er minder recensies worden geschreven
21-31 augustus: tijdelijk even geen recensies ivm een kort reces
Zondag 14 juni: Creative Commons licentie BY NC ND van toepassing op alle inhoud
Woensdag 3 juni: zoekfunctie en auteursrechtenonderdeel toegevoegd
Dinsdag 19 mei: template aangepast, hopelijk verbeterd
Vrijdag 15 mei: nieuw template; ontwikkeld door Ourblogtemplates.com, 2008

Auteursrechten

© Copyright Benjamin N. Vis

Uitgezonderd waar anders vermeld, is op alle inhoud van deze blog een Creative Commons Attribution 3.0 License van toepassing. Deze is hieronder gespecificeerd als CC BY NC ND. Voor meer informatie klik op de links aldaar.

  © Blogger templates Inspiration by Ourblogtemplates.com 2008

Back to TOP  

Creative Commons License
werk van Benjamin N. Vis, Nieuwe Geluiden is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-Niet-commercieel-Geen Afgeleide werken 3.0 Nederland licentie.