Posts tonen met het label componist. Alle posts tonen
Posts tonen met het label componist. Alle posts tonen

Nils Frahm - Felt

>> donderdag 22 september 2011

Onder de vleugels van het markante label Erased Tapes heeft componist en pianist Nils Frahm in de loop van slechts twee jaren maar liefst vier platen (albums en EPs) uitgebracht. De eerste drie brachten hem een stortvloed van lof. Stilistisch is hij gemakkelijk onder te brengen in het groeiende genre van de neoklassieke muziek. Omdat genres momenteel als eroderende rotsen tot zand verworden is het wellicht behulpzaam om enkele ijkpunten aan te reiken die neoklassiek kenmerken, met name ten opzichte van modern klassiek. Nils Frahm is immers klassiek geschoold pianist met een educatieve genealogie die is terug te voeren op grootmeester Tsjaikovsky.

Toch is zijn muziek niet uitsluitend te verbinden aan de formele concertzaal met pluche zetels. Zijn vierde collectie composities, Felt, geeft mogelijk zelfs zijn mooiste geheimen prijs door de koptelefoon waarin de innovatieve opnametechniek het best tot zijn recht komt. Dat is moeilijk te repliceren in de concertzaal. Dergelijke benadering van het muzikale ambacht past meer bij de introspectieve ‘slaapkamerpopartiesten’. Neoklassiek in de zin van Nils Frahm slaat dus een duidelijke brug naar genres in de populaire muziek, hetgeen verwantschap oplevert met componisten en muzikanten als Ólafur Arnalds, Peter Broderick, Dustin O’Halloran, Jon Hopkins en Yann Tiersen. Dit wordt nog eens extra bevestigd door zijn label dat zich placht te richten op muziek met uitgesproken beeldende kwaliteit en vernieuwing waarin genres versmelten. Vermelden dat Nils Frahm’s muziek filmisch is lijkt zowel een understatement als een contradictie. Zijn adaptatie van het minimalisme creëert juist een ervaring die meent dat tijd stil staat (luister daarvoor met name naar Wintermusik). De repetitie van dartelende patronen met veelvuldig gebruik van zangerige harmonie vertoont kleinschalig verschuivende modulaties die haast onopgemerkt voorbijgaan, waardoor het verstrijken van de tijd pas bij het bereiken van het ‘segno’ merkbaar wordt, dit in tegenstelling tot de meeste cinema. Het filmische karakter toont zich eerder in de dromerige expressie die een schitterend decor vormt voor alternatieve exposities.

De voorgaande platen The Bells (solopiano) en de samenwerking met Anne Müller (7fingers, een fusie van klassiek en ambients met elektrobeats) gaven een verbreding van zijn oeuvre en stijlontwikkeling aan als pianist en muzikaal pionier. Met Felt wordt voornamelijk teruggegrepen naar Wintermusik, terwijl de toegevoegde waarde van de beleving juist te vinden is in Frahms ontdekkingsdrang. Zoals gezegd, de vernieuwing van Felt zit in de opname techniek. Voor de composities op Felt bracht hij microfoons aan zo dicht mogelijk bij de hamers van de vleugel. Hierdoor zijn details te horen die buiten de klinische omgeving van de studio verloren zouden gaan. Deze vorm van opnemen is een gedurfde stap, omdat de microfoon totaal niet vergevingsgezind kan zijn. Alles, inclusief de fysieke gesteldheid van Frahm zelf, is te horen. Storend is dit echter niet. Het samenspel van bedoelde en onbedoelde klanken is precies wat Frahm zoekt op Felt.

Het experiment is geboren uit de noodzaak om muziek zo stil mogelijk te kunnen spelen en vervolgens heeft hij de techniek uitgebuit in daarvoor bestemde composities. Hierin komt zijn beheersing van pianospel met vederlichte aanslag waaruit met uiterst subtiele nadruk een melodie ontspruit (Wintermusik) uitstekend van pas. De expressievere dynamiek die hij ten gehore bracht op The Bells zou de opnametechniek verzuipen. Nog meer dan op Wintermuziek komt Felt tot leven door de zangerige boventonen en het spontane samenvallen van de golvende harmonische klankkleuren met de bijgeluiden. Een absoluut uitzonderlijke ervaring is het slagwerkkarakter van de aanslag van de hamers die in enkele composities duidelijk hoorbaar is. Het is een ongekende luisterervaring met het effect van een minutieuze canon, dat in die zin gelijkenis vertoont met Antennae van Timothy Andres. Er is een mooie balans van langzaam gespeelde akkoorden die Frahm gedragen laat weerklinken en de vlottere composities die vaak op minimalistische patronen zijn geschoeid. Het betreft niet alleen piano, maar er wordt gebruik gemaakt van enkele alternatieve instrumentale accenten, elektronica en glockenspiel. Gelukkig vergroot dat het rustgevende effect van de muziek in tegenstelling tot de samenwerking met Anne Müller. Frahm put uitgebreid uit de ervaringen van zijn voorgaande werk, maar weet desondanks met Felt een ongekende atmosfeer te creëren waarin techniek, beheersing en emotie op fijnzinnige wijze samenkomen.

Hoewel als criticus men het tegenwoordig vaak moet stellen met de matige kwaliteit van digitale compressies, kan worden gesteld dat voor dit bijzondere klankfeest een ongecomprimeerd formaat een onbetwiste meerwaarde is. Nils Frahm’s Felt blijft het neoklassieke genre uitbreiden en zal wederom liefhebbers van klassieke en populaire muziek aanspreken. Dat neemt echter niet weg dat Frahm zijn grote talent vooral op eigen wijze heeft door ontwikkeld.

Read more...

Dustin O'Halloran - Lumière

>> zaterdag 19 maart 2011

Het album Lumière laat zien hoe hecht de huidige generatie neoklassieke muzikanten en componisten is. Dustin O’Halloran, zelf pianist en componist, is hoofdverantwoordelijke. We vinden bemerken echter snel dat medewerking is gezocht van onder andere componist Jóhann Jóhannsson (mix), Peter Broderick (viool op We Move Lightly), Nils Frahm en de strijkers worden verzorgd door het ACME ensemble. Na de dankbetuigingen gaat de aandacht natuurlijk naar de muziek die het album bevat die is gecomponeerd, gearrangeerd en geproduceerd door Dustin O’Halloran. O’Halloran is onder popliefhebbers misschien beter bekend als de instrumentale helft van het ter ziele gegane Dévics (samen met singer-songwriter Sara Lov). Ook maakte hij enkele albums met solo piano werken. Hij componeerde onder meer voor Sofia Coppola’s Marie Antoinette.

Bij mijn weten is Lumière echter het eerste album waar zijn compositorisch talent in ruimere bezettingen de volledige aandacht krijgt. Het werk doet qua stijl denken aan Jóhann Jóhannson, Max Richter en Peter Broderick, hetgeen direct aangeeft dat we ons in goed gezelschap bevinden. De composities zijn spaarzaam georkestreerd en hebben een emotioneel beladen filmisch karakter. In de elektronische elementen komen sporen uit de ambient terug. Waar nodig geeft dit een extra laag, hoewel vaak de eenvoudige melodielijnen die door strijkers of piano worden uitgezet captiverend genoeg zijn. In feite kan worden gesteld dat Lumière precies doet wat ervan wordt verwacht. Het is een sfeervolle plaat met enigszins minimale composities die de emotioneel ontvankelijke luisteraar snel onder zijn hoede neemt. In die zin is het misschien niet wereldschokkend, maar de stemmige stukken wekken voldoende interesse. Dustin O’Halloran zelf schittert met name als pianist, waar hij de schaarse rijkdom in zijn muziek het meest weet te benutten. In de huidige neoklassieke beweging is Lumière een veilige plaat, maar wel een fijne.

Read more...

Heinali - 67 Breaths

>> maandag 21 februari 2011

Heinali is een autodidactische Oekraïense componist. Zijn album 67 Breaths laat zich waarschijnlijk het classificeren als minimalistische ambient neoklassiek. Ondanks het ontbreken van formele educatie, voelt de Oekraïner de heersende tijdsgeest goed aan. Piano en strijkers vormen veelal de basis van zijn composities, maar hij experimenteert met elektronica en elektronische noise. Het klinkt niet altijd even ontwikkeld als bijvoorbeeld Ólafur Arnalds, maar dat is zeker wel een referentiepunt. Dichterbij kom je echter met Rival Consoles en het werk van Jon Hopkins. Deze drie artiesten hebben met Heinali gemeen dat ze klassieke muziek een hedendaagse reïncarnatie geven door traditionele composities te combineren met ambient noise klanken en soms behoorlijk zware beats. Wanneer dit goed wordt gedaan is het resultaat even bevreemdend als intrigerend. Op 67 Breaths blijven enkele composities enigszins ad hoc overkomen. Wanneer Heinali echter de tijd neemt om de klassieke grondslag zorgvuldig op te bouwen, worden de composities bezwerend mooi. Er bestaat een florerende scene voor deze muziek gedragen door liefdevolle vooruitstrevende labels. In zijn huidige stijltaal kan Heinali binnen die kringen op een warme ontvangst rekenen. 67 Breaths is een uitstekende fundering om verder te leren. Hienali mist nu nog het raffinement van voornoemde Jon Hopkins en Ólafur Arnalds. Het is aan hem of hij zich in de toekomst bij hen voegt of juist kiest voor een andere richting. Zijn eclectisch verleden laat daarnaar gissen.

Read more...

Takumi Uesaka/Peter Broderick - Glimmer

>> zondag 20 februari 2011

Glimmer is overduidelijk een conceptalbum. Niet iedereens lievelingskostje, maar het kan soms ook prachtige dingen opleveren. Singer-songwriter en componist Peter Broderick laat al enkele jaren op diverse manieren van zich horen, bijvoorbeeld bij Efterklang en onder eigen naam voor dansproducties, composities en folkpop. Takumi Uesaka staat bekend als ambient artiest met melancholische en delicate kwaliteiten. Op papier belooft de match dus veel goeds. Het concept op Glimmer wordt vagelijk omgeschreven als een middernachtslied dat het publiek in slaap moet sussen. Als recensent kun je je dat niet echt veroorloven, maar het is niettemin interessant te horen of dit effect wordt behaald.

Glimmer is overigens geen strikte samenwerking. Het album bestaat uit twee delen. In deel één horen we drie creaties van Takumi Uesaka. Ondanks de ambient wortels komen die als slome, breekbare liedjes over. Deze leunen op kabbelend gitaarspel in golvende patronen. Peter Broderick kondigt zijn aankomst aan met pianoklanken in een compositie die drijft op ruimtelijke klankkleuren. Dit ruimtelijke geluid is het directe resultaat van het feit dat de opnames in een kerk plaatsvonden, dit overigens onder leiding van componist Nils Frahm. Broderick bedient zich op Glimmer van zijn neoklassieke kant. Goodnight en Low Light zijn traag en verstild en kennen een melodisch minimalisme. It’s a Storm When I Sleep is een wildere schets. Juist de veelheid aan noten zorgt voor de wervelende ambient klanken. Eyes Closed and Travelling kent eveneens een hoog atmosferisch karakter, maar in een donkerdere en ritmischere compositie. Onbedoeld ontstaat er de mogelijkheid te vergelijken en dan moet worden toegegeven dat de minimalistische composities van Peter Broderick een blijvender indruk maken. Ondanks dat is heel Glimmer een mooie conceptplaat. Het is echter de spanning van de tweede set die mij weerhield van slaap.

Read more...

Alain Weber - Hoover Cover

>> zondag 13 februari 2011

Frans-Zwitserse componist, DJ en producer Alain Weber leidt al ruim twintig jaar muzikale projecten. Het album Hoover Cover is een soloproject en mijn introductie tot zijn werk. Naar verluidt put hij inspiratie uit zijn muzikale wortels. Dat staat echter niet alleen, want daarnaast heeft hij zich laten verleiden tot twee covers: Depeche Mode’s Personal Jesus en Joe Dassin’s Indian Summer. Voor degenen die bekend zijn met de originelen brengt Alain Weber een interessante alternatieve invalshoek. Dat Weber naast componist DJ en productiewerk op zijn naam heeft staan, echoot door op Hoover Cover. De lijnen van de composities worden uitgezet door penetrante, simpele melodielijnen vaak gespeeld op de piano. Een ander hoofdingrediënt is zijn gebruik van strijkers. Opvallend is dat het geconcentreerde pianospel erg benadrukt klinkt, maar niet uitdrukkelijk mooi probeert te zijn. Soms is de luide eenvoud ervan zelfs wat onplezierig. De composities worden nauwelijks aangekleed en blijven daardoor kaal, doch goed te volgen. Het is derhalve een gecontroleerde dynamiek die de luisteraar moet boeien. Dat lukt heel aardig. Desondanks blijven enkele korte stukken steken in een gedachte die weigert meeslepend te worden. Hoover Cover blijft voornamelijk overeind als stijlstatement. De gestripte klanken zijn overblijfselen overgewaaid uit rijke klassieke orkestraties, film- en popmuziek. De huidige assemblages bestaan uit lijnen en koppelingen die zich als vlakke structuren verspreiden. Het is echter gevaarlijk balanceren tussen ingenieus en vervelend.

Read more...

Dino Saluzzi - El Encuentro

>> zondag 21 november 2010

Dino Saluzzi zou kunnen worden gezien als de hedendaagse Ástor Piazzolla: twee componisten van Argentijnse afkomst en twee gevierde bandoneon spelers. Met het huidige album, El Encuentro, wordt de 75ste verjaardag van de componist gevierd. Het is een sterk verzorgde live-opname van Het Metropool Orkest onder leiding van Jules Buckley met Dino Saluzzi zelf op de bandoneon en Anja Lechner (cello) en Felix Saluzzi (tenor saxofoon).

De bloemlezing uit zijn recente werken geeft al snel aan dat het in feite weinig met Ástor Piazzolla te maken heeft, ondanks dat ook bij Dino Saluzzi jazz en Argentijnse dans een onmiskenbare invloed uitoefenen. Het resultaat bevindt zich dichterbij de beroemde Argentijnse, moderne componist Alberto Ginastera dan Piazzolla. De wals die het album opent, doet daarnaast met romantische elementen denken aan de Fransman Camille Saint-Saëns. De composities van Dino Saluzzi houden echter te allen tijde een uitgesprokener vooruitstrevende inslag. Dat maakt El Encuentro verrassend en vaak ook interessanter dan het werk van Piazzolla, terwijl de tradities minder leidend zijn dan bij Ginastera. De harmonieën van de strijkers in Plegaria Andina hebben duidelijk de kenmerken van twintigste eeuwse en hedendaags klassiek en de solo’s zijn expressief en dynamisch met een licht volkse inslag die de luisteraar een handreiking doet. Nergens slaat de balans over in avant-gardistische experimenten. Het is juist de beteugelde mogelijkheid hiervan die de composities op El Encuentro hun captiverende uitwerking geven. De muzikale en soms jazzy dialogen verschuiven van de faciliterende orkestraties naar de drie solisten in golvende spanningsbogen. De contrasten tussen de delen van titelnummer El Encuentro zijn ijzersterk en zijn meermaals onverwacht. Het meeslepende en escapistische Miserere blijkt een waardige afsluiter die teruggrijpt op Vals de los Días. Over de hele linie bewaart het album El Encuentro het evenwicht en verslapt daarmee de aandacht ook geen moment.

Het aardige van Saluzzi’s manier van componeren is dat het in zijn stilistische invloeden vergelijkbaar is met de patronen die terug te vinden zijn in selecte hedendaagse folkpop gezelschappen, die zich ook door jazz and volksmuziek laten inspireren. Het resultaat mag dan beduidend anders zijn, maar de gedachte kent gelijkenissen. De stijlwendingen die het gevolg zijn in de muziek geven het werk van Dino Saluzzi zijn onvoorspelbare charme, terwijl de gebruikelijke diepgang van klassiek nooit ontbreekt.

Read more...

John Rutter - A Song in Season

Na zijn Mass of the Children werd John Rutter bij het brede publiek een geliefd componist. Het is niet moeilijk te achterhalen waarom juist John Rutter’s benadering van koormuziek zo goed aanslaat bij gevarieerde groepen. Afgezien van de schitterende diversiteit aan ontroerende emoties in zijn Requiem zijn zijn composities voor koor opvallend opgewekt. A Song in Season is daarop nauwelijks een uitzondering.

De titel doet vermoeden dat het om een kerstalbum gaat. Gelukkig is daarvan geen sprake. A Song in Season verwijst weliswaar naar feestdagen, maar dan naar vieringen over het hele Christelijke spectrum. Het is dan ook niet verwonderlijk dat A Song in Season overwegend vrolijk van toon is. Pas na de helft van de speeltijd is er ook ruimte voor stemmigheid. Die stemmigheid brengt hem dichter bij de artistieke idealen waarvan Eric Whitacre zich bedient, terwijl de opgewekte klanken beter passen bij de toegankelijk cinematografische aanpak van Karl Jenkins. Zoals John Rutter vaak placht te doen, neemt hij ook ditmaal de dirigeerstok ter hand en leidt zijn veel geprezen The Cambridge Singers op uiterst gedecideerde, doch sprankelend, levendige wijze door de selectie psalmen en gezangen. De dynamiek is overweldigend en zal ook de avant-gardistischer liefhebber niet onberoerd laten. Met name op de Naxos album met het Requiem werd een mooi overzicht geboden van de Rutter’s stijl in combinatie met orkest. A Song in Season zet deze lijnen prachtig uit. Zijn gebruik van de volle breedte van het orgel is zeer herkenbaar. Regelmatig dartelen de lichtere tonen de luisteraar speels en ritmisch tegemoet en dat wordt subtiel afgewisseld met de rollende dieptes waar het instrument bekend om is. De helderend schallende koperklanken vervullen een melodische signaleerfunctie die telkens weer het koor omhoog stuwen. Rutter schuwt de romantische harmonieën die ook musicals inspireren niet. Daar ligt ongetwijfeld de sleutel tot de toegankelijkheid. Daarnaast weet hij de door ritme gedreven melodieën die in de pop in zwang zijn geaccentueerd te verwerken in zijn klassieke stijl. Dit doet denken aan de subtiele lagen in het werk van ex-rocker Uģis Prauliņš. Dit draagt allemaal bij aan het gevoel dat Rutter’s muziek niet het zware karakter van veel klassieke muziek uitdraagt.

A Song in Season komt handig uit voor Kerst, maar het zou een vergissing zijn alleen daarom het album te beluisteren. Het is een schitterend overzicht van de recentere werken van John Rutter die met dit album waarschijnlijk zijn groeiende aanhang verder zal uitbreiden. Voor wie geniet van Eric Whitacre of Karl Jenkins is John Rutter haast verplichte kost, want zijn composities lijken voornamelijk te zijn bedoeld om van te genieten. Een officiële viering of niet, het spelen van dit album zal voor menigeen een feest an sich zijn.

Read more...

Win/Win, van Jaap van Heusden (soundtrack van Minco Eggersman)

>> zondag 14 november 2010

Nog niet zo lang geleden was ik bijzonder onder de indruk van Jaap van Heusden’s short Ooit. Win/Win is zijn speelfilmdebuut, wederom treffend van muziek voorzien door Minco Eggersman, die de karakteristiek sferische soundtrack aanvulde tot een album dat dezelfde titel draagt. Het meest opvallende aan de soundtrack is hoe de instrumentale composities en soundscapes een meeslepende doch ondoorgrondelijke verhaallijn lijken te volgen. Dat is niet vreemd, want Win/Win is een uitzonderlijke film.

Het verhaal is ogenschijnlijk eenvoudig. Ivan maakt tegen de achtergrond van de financiële crisis een bliksemcarrière als beurshandelaar. Hij is een rare vogel tussen de snelle jongens en kiest afwijkende vrienden, maar wordt geroemd om zijn onnavolgbare successen op de vloer. De confrontatie vindt op onverwachtse wijze plaats: Ivan kan niet verliezen. Een paradijselijk scenario voor de meeste mensen, maar gevoed door slapeloosheid raakt Ivan de grip op zijn anders zorgeloze leven volkomen kwijt. Wat volgt, is een verwoede en angstige poging weer gevoel te krijgen in het leven en zicht te krijgen op de realiteit door verlies te kennen.

Deze psychologische ontdekking blijkt het belangrijkste onderdeel van de vertelling. Ivan wordt daarbinnen prachtig gespeeld door Oscar van Rompay. Zijn personage staat op diverse wijzen telkens in sterk contrast tot zijn omgeving: de liefde, de zaken, de vriendschap, de stad en de maakbaarheid. Jaap van Heusden vestigt zich met deze film onmiddellijk als één van de meest toonaangevende regisseurs in Nederland. Hij geeft het verhaal met een scherpe stilistische visie vorm en maakt van de Amsterdamse zuidas een even mooi als vijandig decor. De vooruitstrevendheid in beeld wordt versterkt door de dynamisch gebruikte soundtrack. De beeldtaal krijgt bovendien eigenheid door de kunstige sequenties die veelal een prikkelende, ritmische compositie vormen. In het scenario is net als bij Ooit veel aandacht voor observatie van de menselijkheid. In Win/Win zorgen daarnaast opzettelijke stukjes stille mysterie tegen de hectische achtergrond ervoor dat de spanning nooit verslapt.

Aan alle kanten is Win/Win imposante cinema. De film biedt vastberaden een onwerkelijk perspectief op een toch al ongrijpbare werkelijkheid. Vorm, spel en dynamiek komen op aantrekkelijke wijze samen. De kijker wordt telkens uitgedaagd oplettender te kijken, terwijl het verhaal met toegankelijke tred zijn diepere lagen ontbloot. Minco Eggersman verzorgde donkere en nieuwsgierige klanken die de syntax accentueren. De leegte en onmacht van succes dringen daardoor tot diep in ons visuele geheugen door.

Read more...

Nico Muhly - A Good Understanding

>> woensdag 3 november 2010

Nico Muhly duikt de laatste jaren steeds vaker op, zij het niet in de context waarin we zijn eigen werk vinden. Hij leent zijn talent als componist en muzikant voor de arrangementen van bekende indie artiesten als Valgeir Sigurđsson, Antony & the Johnsons, Bonnie ‘Prince’ Billy, Björk, Sam Amidon, Doveman, Grizzly Bear, Jónsi en Teitur. Een indrukwekkende lijst, maar daarnaast is zijn vlag als componist in de contemporaine muziek rijzende. A Good Understanding komt vrijwel tegelijk uit met de muziek voor een choreografie van Stephen Petronio, I Drink the Air Before Me, en staat bovendien ver af van de voorgaande collecties van zijn werk: Speaks Volumes en Mothertongue. A Good Understanding toont de jonge Amerikaan als componist van koorwerken.

Onmiddellijk blijkt dat in de composities op dit album het klassieke karakter uitgesprokener is. Wellicht komt dat omdat deze werken gedeeltelijk zijn geïnspireerd door zijn jonge jaren als koorzanger waarin zijn liefde voor koormuziek vorm kreeg. Naar eigen zeggen is de selectie gezangen First Service een directe poging de schoonheid van de texturen in het koorzingen te herbeleven. Deze korte stukken zijn ingeklemd tussen de indrukwekkender composities Bright Mass with Canons, dat het karakter van een requiem meekrijgt, en de ingetogener en opvallende kerstlofzang Senex Puerum Portabat, waarin Muhly op subtiele wijze speelt met langgerekte tonen en ritmes die sferische klankkleuren teweeg brengen. Op natuurlijke wijze gaat dit over in het progressieve en dynamische A Good Understanding. Muhly zelf noemt het een feestelijke compositie. Tot dan toe kent het hele album echter een sonore somberte die weliswaar de contemplatieve eigenschappen van sacraliteit echoot, maar zeker nauwelijks lichte of opgewekte kanten kent. Wel leeft A Good Understanding op in de zin dat de compositie metrisch is opengewerkt en zowel een vervreemdend als uitnodigende uitwerking kent.

Muhly geeft aan het een creatieve uitdaging te vinden teksten die al eeuwen worden gereciteerd opnieuw vorm te geven en doet dat op eigengereide wijze. Zijn stijl kent elementen van Tavener, Duruflé en tot op zekere hoogte het niet korale werk van Arvo Pärt en hun voorgangers. Echt eigenzinnig wordt het album bij het slotstuk dat tevens het enige seculiere werk is. In Whitman’s teksten voor Expecting the Main Things from You herkende Nico Muhly een sacrale kwaliteit vergelijkbaar met psalmen. Zijn strubbeling om met seculiere teksten te werken, levert het meest expressieve werk op. Er zijn elementen in terug te vinden die zich hebben laten inspireren door minimalistische en popmuziek, zoals ook op Speaks Volumes het geval was. Het levert een verfrissende harmonische spanning op afgewisseld met separatistische dissonanten die misschien nog wel het meest herkenbaar is als Nico Muhly’s eigen interpretatie van voor hem significante muzikale stijlen.

A Good Understanding zal misschien makkelijker dan eerdere platen de weg vinden naar de collectie van de verstokte klassieke muziek liefhebber. Het vestigt Muhly’s naam als componist stevig in de koorwereld. Voor de mensen die hem als arrangeur gewend zijn, zal A Good Understanding een flinke stap zijn. Het is zeker lonend die moeite te nemen, hoewel Speaks Volumes wellicht een toepasselijker startpunt vormt.

Read more...

Yann Tiersen - Dust Lane

>> maandag 1 november 2010

De muziek van de film Amélie ging de hele wereld over en zette componist Yann Tiersen flink in de kijker. Enige jaren daarvoor werd hij al beroemd in eigen land met het interessante album Le Phare. Sindsdien zijn hijzelf of zijn muziek graag geziene gasten op concerten. Dat de minimalistische charme van de composities voor Amélie en daarvoor niet de enige wijze zijn waarop hij zijn creativiteit vormgeeft, bleek de afgelopen jaren wel. Vanuit de licht minimalistische en vaak sobere folky combinatie van Michael Nyman en Erik Satie maakte hij uitstapjes die regelmatig behoorlijk poppy uit de hoek konden komen. Jammer genoeg bleken die vaak nauwelijks zo betoverend, intrigerend of aanstekelijk als zijn meer klassiek georiënteerde werk. Zo was zijn samenwerking met Shannon Wright zonder meer plezierig, maar het bracht weinig teweeg.

Het huidige Dust Lane is niet uitgesproken klassiek georiënteerd noch een duidelijke popplaat. Dat prikkelt de nieuwsgierigheid voldoende. Desondanks blijkt eigenlijk al snel dat ook Dust Lane het beloofde land niet bereikt. De composities zijn relatief vlak en de instrumentale klankcombinaties doorgaans niet spannend genoeg om dat te verbloemen. De vocalen zijn ietwat ongeïnspireerd en voelen soms zelfs overbodig. Bovendien maakt het gebrek aan inhoud van de songs het bijna ergerlijk. De wijze waarop klassiek en pop samenkomen brengt Yann Tiersen dichter bij landgenoten als Air, maar Air is in deze klanktaal veel innovatiever dan Tiersen. Regelmatig leeft het geheel even sferisch op en dan lijkt Tiersen weer niet in staat om met de spaarzame vondsten de basis te ontstijgen.

Liefhebbers vinden wellicht nog altijd voldoende vertier op Dust Lane om zich gedurende de speelduur niet te vervelen. Ook ondergetekende kon het album goed verteren. Yann Tiersen is duidelijk een verdienstelijk componist en muzikant. Toch overheerst uiteindelijk de teleurstelling dat Dust Lane niet veel meer kan zijn en dus trekken we ons gedwee weer terug met de eerdere stukken die Tiersen terecht bekend maakten.

Read more...

Eric Whitacre - Light & Gold

>> zaterdag 23 oktober 2010

De hedendaagse, Amerikaanse componist Eric Whitacre maakt al enige jaren furore bij een behoorlijk breed publiek. Zijn werk betreft voornamelijk koralen die op een uiterst plezierige wijze klassieke en sacrale tradities combineren met invloeden uit populairdere moderne genres. Zijn composities hebben een kenmerkende structuur. De gelaagde koorstemmen vormen op karakteristieke wijze prachtig open klinkende harmonieën. Dat geldt zowel voor begeleide als onbegeleide koorstukken. Light & Gold brengt ons wederom een selectie van Eric Whitacres uitzonderlijke oeuvre. Hoewel naast klassiekers dit album ook drie wereldpremières bevat, is er veel overlap met eerdere uitgaven. Toch is Light & Gold een bijzonder album.

Voor het eerst is Eric Whitacre niet langer alleen componist op een opname van eigen werk. Hij nam het heft in eigen hand en bekleedt ook de rol van dirigent. Op deze wijze brengen de ensembles Laudibus, Pavão Quartet en het nieuw gevormde The Eric Whitacre Singers voor het eerst de stukken ten gehore op precies de wijze zoals de componist het heeft bedoeld. Dat is een zeldzaam genot dat doorgaans slechts is voorbehouden aan de popscene waar het schrijven en uitvoeren vrijwel altijd hand in hand gaan. Volgens de componist zelf is deze keuze geen kritiek op voorgaande uitvoeringen — die immer van hoge kwaliteit zijn — hoewel Light & Gold naar mijn idee deze in belang wel overtroeft. Gelukkig kan daaraan worden toegevoegd dat authenticiteit in dit geval ook machtige schoonheid teweeg brengt.

De composities op Light & Gold laten Eric Whitacre op bekende wijze schitteren, maar desondanks valt de overweldigende rust in alle uitvoeringen op. Dat wil niet zeggen dat eerdere uitgaven geen rust kenden. Toch bereikt dit op Light & Gold een overtreffende trap. De ensembles zijn met dergelijke subtiliteit aangestuurd dat de muzikale textuur een dynamisch geaccentueerde doorschijnendheid aanneemt. Gezien de overwegend sacrale aard van de stukken is dit buitengewoon passend. De muzikale structuur spreekt zowel op directe wijze aan als dat het voldoende dromerige lyriek behoudt. Het tempo ligt relatief laag, waardoor de composities op krachtige wijze worden benadrukt en de ontwikkeling van uitwaaierende klankkleuren de volle ruimte wordt gegund. Samen met hun schepper overstijgen de creaties hun reeds bekende pracht. Tevens brengt het album een plezierige diversiteit aan door de premières te contrasteren met werk van ruim tien jaar geleden. Op deze wijze wordt ook de groei van de componist in beeld gebracht, terwijl de methode op dit album gelijk blijft. Tenslotte is er geen smet op de opnames te ontdekken. Dat maakt Light & Gold tot een waarlijk overweldigend album.

Hopelijk kunnen we onder het nieuwe platencontract met Decca meer projecten van vergelijkbare opzet tegemoet zien. Laat vooral niemand zich afschrikken door het klassieke label, want Eric Whitacres kent een onmiddellijke ontvankelijkheid die voor koralen ongekend is. Eric Whitacre werd als dirigent niet voor niets bekend door zijn aansprekende project met een virtueel koor over het internet.

Read more...

Zoë Keating - Into the Trees

>> zaterdag 24 juli 2010

Enige tijd geleden verklaarde ik mijn liefde aan de muziek gemaakt met hulp van multiphonic loops en performances met live sampling. Toen gaf ik al aan dat celliste Zoë Keating mogelijk de volgende stop zou zijn op die ontdekkingstocht en bij dezen is het zover. De van oorsprong Canadese Zoë Keating heeft een nieuw album uitgebracht onder de naam Into the Trees.

Hoewel ze vele verschillende muzikale projecten onderneemt, is Into the Trees slechts haar tweede soloplaat. Met haar eerste, Cello x 16: Natoma, bereikte ze maar liefst vier keer de nummer één positie op de klassieke charts van iTunes. Er is eigenlijk geen reden waarom Into the Trees een minder leven beschoren zou zijn. Van de besproken artiesten als Julianna Barwick en Owen Pallett is Zoë Keating wel de meest klassieke. Desondanks is nergens te merken dat ze met haar composities een bepaald genre in het bijzonder wil aanspreken.

Werkelijk iedere klank op het album is middels akoestische cello tot stand gekomen en Zoë tekende voor de composities, het spel, de opnames en de productie. Idiosyncratischer kan het haast niet worden. Evenwel is het resultaat natuurlijk vergelijkbaar met anderen. Zo is zeker sinds Apocalyptica de wereld duidelijk geworden dat de cello zich goed laat lenen voor behoorlijk zware en weinig subtiele genres. De invloed van de huidige veelvoud aan pop en rockgenres is merkbaar in Zoë’s composities. Daardoor vormt een ensemble als Rachel’s (eerst een rockband) ook een toepasselijke aansluiting, evenals popmuzikanten Andrew Bird, Owen Pallett en anderen. De door de multiphonic loops en sampling mogelijk geworden herhaling en gelaagdheid doet daarnaast denken aan minimalistisch werk. Into the Trees is echter zeker geen minimalistisch album. Het refereert aan het licht cinematografische en romantische werk van bijvoorbeeld pianisten Dustin O’Halloran en Rachel Grimes gecombineerd met sfeervolle, soms bijna electronische, elementen zoals de ambient composities van Lunz.

Zo laveert Zoë Keating de gehele plaat tussen diverse genres en trekt volledig haar eigen plan. Dat levert muziek op die het experimentele en conceptuele stadium met gemak overstijgt. Haar moderne klassiek met een twist zal evenveel luisteraars bevreemden als voor zich winnen. Into the Trees kwam reeds op plaats zeven binnen in klassieke charts zonder enige marketing en die waardering is hoe dan ook terecht.

Read more...

Simons Ensemble - Simons Conducts Simons

>> zondag 18 juli 2010

Op dit album vinden we een groeiende trend terug in de klassieke muziek om als maker ook bij de uitvoering van het werk betrokken te blijven. De albumtitel laat daarover geen twijfel bestaan. Componist, dirigent en violist Marijn Simons bekleedt voor het ensemble, dat naar hem is vernoemd, de rol als dirigent. Als componist van de drie stukken die het album bevat, brengt hij op deze wijze direct zijn visie over in het spel.

Het is onmiskenbaar duidelijk dat de stukken op Simons Conducts Simons zijn gekenmerkt door een sterke jazzinslag. Deze invloed is ook doorgevoerd in de bezetting door het Simons Ensemble. Zo hebben daarin klarinet, vibrafoon, piano, viool en contrabas een voorname plaats. The Legend of Kwahkaazuh (fonetische verbastering van het Roemeense woord voor bosbessen) was van origine bedoeld als solo pianostuk. De wijze waarop het stuk dromerige impressies met de intuïtieve expressie van jazz combineert, doet bij vlagen denken aan een moderne interpretatie van het werk van Ravel. Interessant is dat Simons de inspiratie voor zijn composities vindt in het dagelijks leven, zowel als gerichte commentaren en oudere muziek. Getuige van dat laatste is Bas Continues (verbastering van het barokke Basso Continuo). Five is wellicht het meest avant-gardisitische stuk op het album. Oorspronkelijk geschreven voor een combinatie van synths, samples, delen improvisatie en akoestische compositie, is deze nieuwe bewerking voor het Simons Ensemble omgezet naar een volledig akoestische bezetting. De oorspronkelijke versie was bedoeld voor gebruik in theaters, terwijl de huidige versie met het album in gedachte is gemaakt. Deze methode bracht Simons tot nieuwe inzichten in de mogelijkheden van ensemblemuziek.

De drie werken op Simons Conducts Simons hebben allen een sterk afwijkend karakter, verbonden door het ensemble. Het geheel dat daardoor ontstaat, geeft een interessante kijk op het werk en de werkwijze van Simons als componist en dirigent. Bovendien betreft het een uitvoering van schitterende kwaliteit waarin gemakkelijk genietbare composities worden afgewisseld met uitdagender werk.

Read more...

Timothy Andres - Shy and Mighty

>> maandag 12 juli 2010

Het toepasselijk getitelde album Shy and Mighty bevat tien werken voor twee piano’s. De jonge Amerikaanse componist Timothy Andres zelf en pianist David Kaplan nemen plaats achter de toetsen. Andres volgt daarmee een procedé dat nog altijd vele malen gebruikelijker is in de popmuziek dan in het klassieke genre, in navolging van jonge avant-gardisten als Nico Muhly en Ólafur Arnalds. Gedurende zijn studie begon Andres zowel als pianist als componist op te vallen door zijn enorme kundigheid en visie. Met Shy and Mighty maakt hij zijn debuut.

Zelf geeft hij aan de tien werken als een geheel voor het medium album te hebben geschreven. Hij liet zich hiervoor inspireren door Olivia Tremor Control’s Black Foliage en Boards of Canada’s Music Has the Right to Children. Shy and Mighty is daardoor hoorbaar een geheel gevat in compositorische bewegingen. Daarbinnen vormt in groeiende mate de erkenning voor Andres’ eigen stijl. Ingetogenheid en bravoure gaan in iedere compositie hand in hand. Aandacht voor zware romantiek, cinematografische muziek, ambient sferen en een lichte influx van minimalistische patronen vormen de matrix voor spannende contrasten die op elusieve wijze vanuit de bezetting van twee piano’s spontaniteit bewaren. Het dubbele pianospel is geen eenvoudig formalistisch vraag en antwoord. De twee partijen vullen elkaar aan. Complementerend maken ze de composities extra leeg waar dat gewenst is en extra vol als meer textuur is gevraagd. Zoet romantische melodielijnen worden afgezet met krachtige, alarmerende akkoorden. De ritmiek is soms op het drammerige af, maar behoudt voldoende lichtvoetigheid om niet drukkend te worden. De toondichtheid in de toccata van Antannae en de speels dreigende transformatie in How Can I Live in Your World of Ideas? zijn tekenende voorbeelden van Andres’ licht vernieuwende werk. Waar anders dan het vooruitstrevende Nonesuch zou een album als Shy and Mighty beter thuis zijn?

Zijn debuut is doorspekt van ideeën die hij dichtbij en ver weg vond in heden en verleden. Het resultaat wordt gevormd door muziek waarin onverwachte samenkomsten verrassende beelden schetsen. Shy and Mighty is ongetwijfeld de opmaat voor een creatieve carrière.

Read more...

Ólafur Arnalds - …and they have escaped the weight of darkness

>> dinsdag 6 juli 2010

De muzikale carriere van componist Ólafur Arnalds nam een zeer vroege vlucht met Eulogy for Evolution en in zekere zin zou kunnen worden gesteld dat …and they have escaped the weight of darkness pas de echte opvolger is van dat fenomenale album. Er ging echter een ruime serie andere werken en samenwerkingen (Kiasmos) aan vooraf. Daarmee liet hij horen dat de verstilde werelden die hij op Eulogy for Evolution creëerde ook heel andere verschijningsvormen kunnen aannemen.

…and they have escaped the weight of darkness gaat duidelijk voort op het oorspronkelijke pad en gaat niet gebukt onder het juk van experimentele formats (Found Songs) of een opdracht (Dyad 1909). Dit nieuwe album laat Ólafur Arnalds wederom in volledige creatieve vrijheid horen. Hij schreef de composities en arrangementen om vervolgens ook het album zelf te produceren. Tevens nam hij plaats achter piano en toetsen, terwijl de overige instrumenten door anderen worden ingevuld. Dat hij heeft geleerd van zijn vorige projecten is wel te merken. Niet in alle composities blijft de bezetting beperkt tot klassieke orkestraties met subtiele elektronische accenten. Door toevoeging van drum en bas kunnen de composities uitmonden in een aanzwellend bandgeluid. Minimalistische patronen vormen nog altijd een voornaam onderdeel van zijn werken, die hij graag ook ontbloot tot een minimaal instrumentarium. Zo ontglipt hij aan formalistische bezettingstradities en weet hij de arrangementen een van een eigenzinnige dynamiek te voorzien.

…and they have escaped the weight of darkness blijft in eerste instantie een modern klassieke plaat. Toch vindt Ólafur Arnalds gemakkelijk aansluiting bij elektronische soundscapes en ambient pop. Hoewel musiceren op dit scheidsvlak in het hedendaagse niet langer ongewoon is, beheerst Ólafur Arnalds de kunst buitengewoon goed. Dat mondt uit in een bijzonder intrigerende voortzetting van zijn oeuvre die een steeds krachtigere grip krijgt op de luisteraar.

Read more...

Thomas Larcher - Madhares

>> zaterdag 29 mei 2010

Dit ECM album Madhares is mijn eerste kennismaking met de Oostenrijkse componist Thomas Larcher. Het kost weinig moeite te erkennen dat zijn muziek een zeer eigenzinnige stijl vertoont. Die stijl is overigens niet makkelijk te typeren.

De composities zijn onmiskenbaar modern. Larchers stijl is eerder minimaal dan minimalistisch. Toch wordt de dynamiek in Böse Zellen afwisselend verschoven van minimale tot volle bezetting, zowel schetsmatig als to the point. Moedwillig gebruikt Larcher hier niet het woord concert. Dat zou grotendeels een misvatting zijn geweest. Goed luisteren levert een opmerkelijke combinatie van invloeden op. Percussieve speeltechnieken en lyrische harmonieën wisselen elkaar in uiterst spannend samenspel af. De gevoelsmuziek uit de fin de siècle evenals jazzy akkoorden vullen dankbaar hun plaats. Tegelijkertijd ontstaan er minimalistische trekjes die Michael Nyman niet hadden misstaan, ondanks het abstractere karakter van Larcher’s werk. Tenslotte vind ik soms gelijkenis met de harpconcerten van tijdgenoten Roel van Oosten en Jan Rokus van Roosendael.

Er bestaan grote contrasten tussen de drie werken op dit album. Niet alleen appelleren ze aan totaal verschillende ideeënwerelden, Larcher koos ook voor afwijkende klankkleuren in ieder werk. Daar hebben een geprepareerde piano en excentrische speeltechnieken een belangrijk aandeel in. Hulpmiddelen als munten en rubberen wiggen worden niet geschuwd. De compositie Still gedraagt zich beduidend meer als altvioolconcert dan Böse Zellen een pianoconcert is. Still is geschreven in twee, relatief vloeiende bewegingen, terwijl Böse Zellen letterlijk celmatig is bedoeld; feilloos geaccentueerd door het expressieve spel van Till Fellner. In alle composities speelt ritmiek een belangrijke rol. Hoe groot of klein de composities ook worden gehouden, in de ritmiek lijkt zich altijd de algemene blauwdruk alsmede de aanloop naar de contrasterende lijnen te bevinden. Het strijkkwartet Madhares brengt veel eerder gehoorde aspecten samen en valt onder andere op door een periode van zelfstandig spelen die een improvisatorische benadering van de rode draad tot gevolg heeft. Het kent een minder aangrijpend, kernachtige uitdrukking van sfeer dan de overige werken.

De begeleidende tekst vergelijkt Larcher’s werk treffend met abstracte ruimtes en tijd in architectuur. Madhares bevat bepaald geen luchtkastelen en ondanks de ideële titels blijft er voldoende instinct en emotie bewaard om genreoverstijgende aantrekkingskracht uit te oefenen. Er gaat van Larcher’s composities een ontstellende overredingskracht uit die gedurfd is uitgevoerd in deze opnames.

Read more...

Jóhann Jóhannson - And in the Endless Pause there Came the Sound of Bees

>> woensdag 28 april 2010

De IJslandse componist Jóhann Jóhannson is de bron van één van de meest authentieke geluiden in het hedendaagse muzikale landschap. Bovendien blijkt hij ook behoorlijk productief. Het nieuwe album And in the Endless Pause there Came the Sound of Bees bevat oorspronkelijk de muziek die hij componeerde voor de film Varmints van Marc Craste, maar het werk had zodanige autonome aantrekkingskracht dat de soundtrack nu wordt uitgebracht als een origineel Jóhann Jóhannson album. Wat direct opvalt, naast het verwachte zeer cinematografische karakter, is de relatief romantische klanken waarmee het album opent. Waar zijn vooruitstrevendheid doorgaans ook een graad van ontoegankelijkheid veroorzaakt, is And in the Endless Pause there Came the Sound of Bees vooral een dramaturgisch sfeerstuk. Het album luistert gemakkelijk als één groot aaneengeschakeld stuk, terwijl het eigenlijk bestaat uit 13 voorbestemde delen. De rol voor elektronische geluiden en vervormingen, net als de vocalen en field recordings, maken de muziek weer typisch Jóhann Jóhannson. Tegelijkertijd doet de visuele stijl enigszins aan als Zbigniew Preisner, maar dan ingetogen. Deze gelijkenis is vooral duidelijk op het moment dat de composities een duistere wending nemen. Jóhann Jóhannson blijft over de hele linie spaarzaam met de gebruikte middelen, maar weet daar wel een maximaliserend effect mee te bereiken. Wat begon als een soundtrack is wellicht een prima introductie op het eigenzinniger werk van de IJslander. And in the Endless Pause there Came the Sound of Bees doet daarmee een handreiking naar diegenen die nog niet zijn ingewijd.

Read more...

Baltic Exchange - Choir of Trinity College, Cambridge olv Stephen Layton - Choral Works by Prauliņš, Einfelde, Sisask & Miškinis

>> zondag 21 maart 2010

De doorbraak van Arvo Pärt betekende niet alleen een doorbraak voor de Estse muziek, maar plaveide ook het pad voor andere Baltische componisten. Het doel van dit album vol Baltisch repertoire van het gerenommeerde Choir of Trinity College, Cambridge lijkt een verdere introductie en integratie van Baltische modern klassieke muziek te beogen. Zang is een belangrijke culturele waarde voor de Baltische volksculturen, waardoor deze koorwerken symbolische betekenis krijgen. Waar ook Arvo Pärt furore mee maakte, horen we terug in het werk van deze componisten. Oude patronen uit de renaissance en gezangen worden opnieuw vormgegeven in schitterende sacrale werken met een haast onbevattelijke sfeer die ook het wereldlijke rijkelijk bedienen. Hierin komt de zeer fijnzinnige en subtiel dynamische uitvoering van het Choir of Trinity College perfect tot zijn recht. De hedendaagse Baltische muziek van dit programma brengt niets van de chaotische atonaliteit die modern klassiek zijn ondoordringbare en elitaire karakter kan geven.

Uģis Prauliņš (Lets) heeft een amorfe stijl waarin zijn eclectische muzikale verleden, waaronder rockbands en volkmuziek, is terug te horen. Dat geldt zeker voor het opvallend geprononceerde, aan dirigent Stephen Layton opgedragen, Laudibus in Sanctis, maar in mindere mate ook voor zijn Missa Rigensis. In zijn lyrische harmonieën spelen Barokkerige series en stevige ritmes een omvangrijke, maar niet overheersende, rol. Het gebruik van theatrale praatzang doet bovendien denken aan William Walton’s Henry V. Het werk van Maija Einfelde (Lets) op woorden van de geliefde Letse dichter Bārda klinkt duisterder dan Prauliņš’ mis. Hoewel de compositie intuïtief aandoet door de indringende dissonanten, heerst er een ingetogen intensiteit. Urmas Sisask (Ests) is wellicht de bekendste componist op dit album; hetgeen wellicht ook te danken is aan zijn prolifische compositiedrang. Zijn Benedictio vormt een vlotte, ontspannende interlude. De lichtvoetige betovering van de fijn in elkaar grijpende stemmen bepalen de compositie. Het album sluit af met Pater Noster van Vytautas Miškinis (Litouws). Pater Noster begint met een opmerkelijke seriële sotto voce waarboven solisten een zwangere sfeer creëren, hetgeen wordt gerepliceerd in een staccato crescendo uitmondend in een vertederend harmonische beweging en herhaling.

Dit uitzonderlijke, Baltische programma doet zwelgen in meerstemmigheid waarin anachronistische compositiestijlen zegevieren. Het ontdekken van dit werk is meer dan de moeite waard en zeker geen zware opgave.

Read more...

Rival Consoles - The Decadent EP

>> maandag 8 maart 2010

Wederom een EP van Ryan Lee West, oftewel Rival Consoles. Met zeven composities komt The Decadent EP daar wel dicht in de buurt van een volledig album. Gezien de evenzeer progressieve als avant-gardistische werken die deze man uit Leicester maakt, schuilt er ook een zekere wijsheid in platen van korte duur. Hoewel zijn composities uitermate interessant luistermateriaal vormen, bestaat er, net als bij excentrieke progressievelingen als Aphex Twins of Autechre, een grens voor het achter elkaar beluisteren van dergelijke werken. Door de relatief korte nummers is dat geen zorg op The Decadent EP. Bovendien bevat de stilistische formule van Rival Consoles een fikse dosis dramatisering vanuit de klassieke muziek. Die sterk hoorbare invloed vormt als een plezierige rode draad houvast gedurende de meer experimentele, zwaarder op bliepjes en beats rustende elektronische chaos. Ryan Lee West is als componist veel minder op zoek naar het ontlokken van emotionele reacties dan bijvoorbeeld Ólafur Arnalds in zijn met elektronica doorspekte composities. Zijn werk is ook veel fragmentarischer van aard dan de subtiel uitgewerkte composities van Arnalds. Het verschil lijkt te zitten in het feit dat Arnalds als klassieke componist en pianist een ander uitgangspunt kent. Ryan Lee West blijft meer aan de experimentele en dance kant van het spectrum. Dat maakt het beluisteren van hun beider werk naast elkaar extra intrigerend.

Read more...

Ólafur Arnalds - Dyad 1909

Niet lang na zijn opmerkelijke project Found Songs, zeven composities in zeven dagen, werd de jonge IJslandse componist Ólafur Arnalds benadert door choreograaf Wayne McGregor. Hij vroeg Ólafur een stuk te schrijven ter begeleiding van zijn ambitieuze nieuwe dansproject Dyad 1909. Dit stuk is geïnspireerd op Shackleton’s zuidpoolexpeditie en geschreven in de geest van Daighilev. Naast Ólafur Arnalds werkten ook diverse visuele kunstenaars en filmmakers Jane en Louise Wilson aan de uitvoeringen mee. Inmiddels is deze fascinerende samenwerking uitgezonden op televisie zodat een breder publiek ervan kon genieten, maar helaas niet in Nederland. Het label Erased Tapes bracht eerder al een dansstuk van Peter Broderick uit; Music for Falling From Trees. Het is dus niet vreemd dat ook hier het label de prolifererende Ólafur Arnalds faciliteert. Gelukkig maar, want ook zonder de dans vormen de zeven delen van Dyad 1909 een half uur captiverende muziek. De ervaring die hij in het duo Kiasmos opdeed met progressieve elektronica en beats wordt hier ingezet. Zelfs computerstemmen worden als muzikale middelen ingezet. Daarnaast blijft hij op minimalistisch geïnspireerde wijze (solo)strijkers en geluiden gebruiken die een melancholische en emotionerende sfeer scheppen. Naast alle haast agressieve hevigheid is Dyad 1909 wederom een breekbare en evocatieve compositie. Midden in de branding waar elektronica en modern klassiek elkaar ontpopt dit opmerkelijke talent zich als genresmid met zeer bijzondere klanken tot gevolg. Het roept verwachtingen op voor zijn aankomende tweede studioalbum.

Read more...

Doelstelling van deze blog

Meer aandacht voor het (nog) onbekende. In tenui labor of toch niet?

Mededelingen

Donderdag 1 juli: deze week weer een frisse herstart verwacht.
Kort reces tot 13-05-10.
Na een kort reces vandaag (24-02-10) weer aan de post. Inmiddels is deze blog twee jaar geworden!
Gedurende december zullen er minder recensies worden geschreven
21-31 augustus: tijdelijk even geen recensies ivm een kort reces
Zondag 14 juni: Creative Commons licentie BY NC ND van toepassing op alle inhoud
Woensdag 3 juni: zoekfunctie en auteursrechtenonderdeel toegevoegd
Dinsdag 19 mei: template aangepast, hopelijk verbeterd
Vrijdag 15 mei: nieuw template; ontwikkeld door Ourblogtemplates.com, 2008

Auteursrechten

© Copyright Benjamin N. Vis

Uitgezonderd waar anders vermeld, is op alle inhoud van deze blog een Creative Commons Attribution 3.0 License van toepassing. Deze is hieronder gespecificeerd als CC BY NC ND. Voor meer informatie klik op de links aldaar.

  © Blogger templates Inspiration by Ourblogtemplates.com 2008

Back to TOP  

Creative Commons License
werk van Benjamin N. Vis, Nieuwe Geluiden is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-Niet-commercieel-Geen Afgeleide werken 3.0 Nederland licentie.