Posts tonen met het label minimalistisch. Alle posts tonen
Posts tonen met het label minimalistisch. Alle posts tonen

Nils Frahm - Felt

>> donderdag 22 september 2011

Onder de vleugels van het markante label Erased Tapes heeft componist en pianist Nils Frahm in de loop van slechts twee jaren maar liefst vier platen (albums en EPs) uitgebracht. De eerste drie brachten hem een stortvloed van lof. Stilistisch is hij gemakkelijk onder te brengen in het groeiende genre van de neoklassieke muziek. Omdat genres momenteel als eroderende rotsen tot zand verworden is het wellicht behulpzaam om enkele ijkpunten aan te reiken die neoklassiek kenmerken, met name ten opzichte van modern klassiek. Nils Frahm is immers klassiek geschoold pianist met een educatieve genealogie die is terug te voeren op grootmeester Tsjaikovsky.

Toch is zijn muziek niet uitsluitend te verbinden aan de formele concertzaal met pluche zetels. Zijn vierde collectie composities, Felt, geeft mogelijk zelfs zijn mooiste geheimen prijs door de koptelefoon waarin de innovatieve opnametechniek het best tot zijn recht komt. Dat is moeilijk te repliceren in de concertzaal. Dergelijke benadering van het muzikale ambacht past meer bij de introspectieve ‘slaapkamerpopartiesten’. Neoklassiek in de zin van Nils Frahm slaat dus een duidelijke brug naar genres in de populaire muziek, hetgeen verwantschap oplevert met componisten en muzikanten als Ólafur Arnalds, Peter Broderick, Dustin O’Halloran, Jon Hopkins en Yann Tiersen. Dit wordt nog eens extra bevestigd door zijn label dat zich placht te richten op muziek met uitgesproken beeldende kwaliteit en vernieuwing waarin genres versmelten. Vermelden dat Nils Frahm’s muziek filmisch is lijkt zowel een understatement als een contradictie. Zijn adaptatie van het minimalisme creëert juist een ervaring die meent dat tijd stil staat (luister daarvoor met name naar Wintermusik). De repetitie van dartelende patronen met veelvuldig gebruik van zangerige harmonie vertoont kleinschalig verschuivende modulaties die haast onopgemerkt voorbijgaan, waardoor het verstrijken van de tijd pas bij het bereiken van het ‘segno’ merkbaar wordt, dit in tegenstelling tot de meeste cinema. Het filmische karakter toont zich eerder in de dromerige expressie die een schitterend decor vormt voor alternatieve exposities.

De voorgaande platen The Bells (solopiano) en de samenwerking met Anne Müller (7fingers, een fusie van klassiek en ambients met elektrobeats) gaven een verbreding van zijn oeuvre en stijlontwikkeling aan als pianist en muzikaal pionier. Met Felt wordt voornamelijk teruggegrepen naar Wintermusik, terwijl de toegevoegde waarde van de beleving juist te vinden is in Frahms ontdekkingsdrang. Zoals gezegd, de vernieuwing van Felt zit in de opname techniek. Voor de composities op Felt bracht hij microfoons aan zo dicht mogelijk bij de hamers van de vleugel. Hierdoor zijn details te horen die buiten de klinische omgeving van de studio verloren zouden gaan. Deze vorm van opnemen is een gedurfde stap, omdat de microfoon totaal niet vergevingsgezind kan zijn. Alles, inclusief de fysieke gesteldheid van Frahm zelf, is te horen. Storend is dit echter niet. Het samenspel van bedoelde en onbedoelde klanken is precies wat Frahm zoekt op Felt.

Het experiment is geboren uit de noodzaak om muziek zo stil mogelijk te kunnen spelen en vervolgens heeft hij de techniek uitgebuit in daarvoor bestemde composities. Hierin komt zijn beheersing van pianospel met vederlichte aanslag waaruit met uiterst subtiele nadruk een melodie ontspruit (Wintermusik) uitstekend van pas. De expressievere dynamiek die hij ten gehore bracht op The Bells zou de opnametechniek verzuipen. Nog meer dan op Wintermuziek komt Felt tot leven door de zangerige boventonen en het spontane samenvallen van de golvende harmonische klankkleuren met de bijgeluiden. Een absoluut uitzonderlijke ervaring is het slagwerkkarakter van de aanslag van de hamers die in enkele composities duidelijk hoorbaar is. Het is een ongekende luisterervaring met het effect van een minutieuze canon, dat in die zin gelijkenis vertoont met Antennae van Timothy Andres. Er is een mooie balans van langzaam gespeelde akkoorden die Frahm gedragen laat weerklinken en de vlottere composities die vaak op minimalistische patronen zijn geschoeid. Het betreft niet alleen piano, maar er wordt gebruik gemaakt van enkele alternatieve instrumentale accenten, elektronica en glockenspiel. Gelukkig vergroot dat het rustgevende effect van de muziek in tegenstelling tot de samenwerking met Anne Müller. Frahm put uitgebreid uit de ervaringen van zijn voorgaande werk, maar weet desondanks met Felt een ongekende atmosfeer te creëren waarin techniek, beheersing en emotie op fijnzinnige wijze samenkomen.

Hoewel als criticus men het tegenwoordig vaak moet stellen met de matige kwaliteit van digitale compressies, kan worden gesteld dat voor dit bijzondere klankfeest een ongecomprimeerd formaat een onbetwiste meerwaarde is. Nils Frahm’s Felt blijft het neoklassieke genre uitbreiden en zal wederom liefhebbers van klassieke en populaire muziek aanspreken. Dat neemt echter niet weg dat Frahm zijn grote talent vooral op eigen wijze heeft door ontwikkeld.

Read more...

Fuzzy Lights - Twin Feathers

>> zaterdag 14 mei 2011

Door de alsmaar groeiende invloed van het internet is het een tijd geleden dat ik het genoegen smaakte een album te kopen daartoe geïnspireerd door het artwork in een rasechte onafhankelijke plantenzaak. Deze eer valt Fuzzy Lights nu ten deel. Fuzzy Lights blijkt achteraf minder obscuur dan misschien gedacht. Sowieso is Twin Feathers al hun tweede album en ook waren er enkele EPs. Daarnaast kregen ze door critici binnen het postrock genre, hoewel dat misschien een beperkte groep betreft, zeer positieve recensies.

Postrock kan veel omvatten en ik ben zeker geen adept van de traditionele of zware rock. Het is dan ook een plezier te merken dat Fuzzy Lights iets originelers voorstaat. De zwierige opener Obscura roept een dromerige, donker romantische sfeer op die Saint-Saëns een geliefd componist maakte. Daarbij valt de hoofdrol die de viool krijgt op. Een belangrijk stijlelement van Fuzzy Lights’ muziek is kennelijk het combineren van klassieke en akoestische klanken met de geluidswallen die rockende gitaren en drums kunnen opwerpen. Daarmee ontstaat een interessante balans die dynamisch wordt gebruikt in de veelal door minimalistische repetitie opgezette composities.

Zoals het de postrock betaamd is er behoorlijk wat ruimte voor instrumentaal werk, dus is het een bijzonder genoegen de prachtig heldere stem van Rachel Watkins te horen op Fallen Trees, terwijl Xavier Watkins op Through Water juist met een donker prevelen de genrebenoeming vereert. De minimalistische compositie The Museum Song is een moderne lofrede op traditionele Britse folk. Vervolgens raak je vervoert door de schitterende combinatie van viool, harmonium en contrabas in Lucida. Dat doet denken aan een mix van de filmmuziek van Preisner en de hartverscheurende songs van Moddi. Rituals blijkt geënt op een verrassend standaard, ietwat vlakke ballad, die desondanks goed in het geheel past. Naar het eind van het album verliest Fuzzy Lights echter de urgentie waarmee het Twin Feathers was opgezet. We horen in Shipwrecks gelukkig nog even de stem van Rachel, evenals in afsluiter The Sea and the Heather. Er volgt helaas geen muzikale of emotionele apotheose meer, waardoor de spanning van het album enigszins onbehandeld afglijdt. De kans laat op een zinderend eind laat men liggen.

Twin Feathers moet daarom als album superlatieven ontberen, terwijl de band die zeker verdient. Binnen het omarmde postrock genre vindt Fuzzy Lights een eigen pad. Dat levert erg mooie composities op. Om in trance te raken hebben we (gelukkig) trance niet nodig. Het is jammer dat Twin Feathers slechts afloopt met een lui ontwaken.

Read more...

Wild Beasts - Smother

Het Britse Wild Beasts, dat zichzelf uitriep tot het intellectuele antwoord op traditionele arbeidersklassebands, is een band die al op het vorige album, Two Dancers, de weg naar volwassenheid inzette. Het tweetal dat aan de basis staat, Hayden Thorpe en Ben Little, hebben zich vanaf het begin van Wild Beasts laten inspireren door de ‘hogere’ kunsten, hetgeen zelfs terugkomt in hun bandnaam (Wild Beasts is een reïncarnatie van het Franse Fauvisme dat kon worden omschreven als een expressieve vorm van het realisme in impressionisme). Wild Beasts zet met Smother hun interessante combinatie van referenties die velen zullen ontgaan en pakkende indiesongs voort.

De regelmatig terugkerende vergelijking (door hun beider Mercury Prize nominaties) met het ondynamische en ongeïnteresseerde geprevel van The XX is misplaatst. Die band lijkt meer de frustratie van de huidige generatie latente jonge honden weer te geven, vervlakt door de ongemeend betrokken emoties in de sociale media van alledag. Wild Beasts daarentegen maakte van hun debuut een epische exclamatie van een frisse theatrale stijlconventie, die de gedoodverfde oppervlakkigheid van de Britse arbeidersbands moest tegenspreken. De literaire interesse van het duo sprankelde in hun songs en is op dit derde album even sterk aanwezig. Natuurlijk heeft het geen zin de oorspronkelijke schreeuw te herhalen en dus deed Wild Beasts dat ook niet op Two Dancers. Het gebeurt evenmin op Smother.

In plaats van hun huidige succes op de spits te drijven, zochten de mannen mogelijkheden om hun sound onderweg met de creatief uitpakkende beperking van elektronica door te vormen. Het resultaat is een understated versie van hun kenmerkende sound. De classificatie ‘understated’ moet dus niet worden verward met vlak. Zodra de vocalen over de monotone glijden is de captiverende dynamiek van de band volledig terug. De meest toepasselijke relatie met The XX is als tegenpool. Smother moet het niet hebben van de onmiddellijk ademstokkende songs van de voorgaande albums. De aard van deze plaat is meer sinister. De krachtige overreding zit in expressieve schakeringen die slim zijn gedoseerd over de solide, van minimalistische patronen doordrenkte, basislagen. De ambiguïteit van de afwisselend diepe vocalen en falset, wordt hier versterkt door de repetitieve tegenstelling van arrangementen en vocalen. Op deze manier krijgt het dubbele gezicht van het Fauvisme een nieuwe lading.

Wederom maakte Wild Beasts een album dat getekend is door charmant, avant-gardistisch iconoclasme. Met dit album vergroot het de afstand tot theatrale alternatieven als The Irrepressibles en zal wellicht beter de weg vinden tot introspectieve shoegazers. Het is opmerkelijk hoe dichtbij Wild Beasts de twee typen bezweringen laat lijken. Ondanks de omvang van hun prestatie, betwijfel ik de kansen op een nog groter publiekssucces. Muzikaal intellect als gevolg van een kleinere aanpak wordt zelden beloond. Aan de andere kant kan de arm van positieve kritieken sterk genoeg blijken. Hoe het ook uitpakt, Wild Beasts doet juist als gewaardeerde underdog hun kunstzinnig eerbetoon recht.

Read more...

Julianna Barwick - The Magic Place

>> zondag 8 mei 2011

Lange tijd moesten we het doen met de bijzondere EP Florine waarop Julianna Barwick haar uitzonderlijke stemklankkunsten vertoonden. In de aanloop werd de release van haar tweede album, The Magic Place, enkele malen uitgesteld. Nu is de plaat dan verkrijgbaar en klaar voor een oordeel.

Julianna Barwick bouwt haar werk op met minimalistische koren die uit gelaagde samples en loops van haar eigen stem bestaan. Daarin ontstaan diep weerklinkende klankkleuren en ijzige boventonen, soms spaarzaam aangevuld met enkele instrumentale klanken en percusieve elementen (piano). Het etherische en cerebraal rondspinnende geheel verwerkt veel invloeden van modern klassieke koormuziek, maar maakt tegelijk een stap in de richting van populaire genres. Gelukkig blijft The Magic Place ver genoeg af van new age, hoewel er enige gelijkenis bestaat. Jammer is dat de licht echoënde vocalen in de opname of productie een blikkerig karakter hebben gekregen die de composities niet altijd ten goede komt. Het is duidelijk dat de idiosyncratische werkwijze waarmee de muziek van Julianna Barwick ontstaat het album een sterk conceptueel karakter geeft. Het tempo is ook grotendeels eenvormig. Hoe betoverend ook enige verveling ligt op de loer. De voortdurende muzikale gedachtelijnen worden doorbroken door kleine variaties in de arrangementen waarin solo zang of piano kortstondig op de voorgrond treden. Toch weerhouden het repetitieve minimalisme en de uitgestrekte klanktapijten de luisteraar vaak van echt engagement. Met name de composities die gebruik maken van een dynamische opbouw met Julianna’s solovocalen springen er in positieve zin uit, zoals het intense White Flag. Ook slotcompositie Flown is prachtig, maar enigszins verstoord door de productie.

In vele opzichten is The Magic Place precies de opvolger die na Florine kon worden verwacht. Mogelijk is het juist door het medium en de speelduur van een album dat hier de composities kracht verliezen en daarmee ook ten langen leste hun xenofiele aantrekkelijkheid. Hoewel het aantal muzikale middelen groeide, geldt dat niet in dezelfde mate voor het concept. Waar andere artiesten die van vergelijkbare techniek gebruik maken grote diversiteit weten uit te buiten, bijvoorbeeld Owen Pallett, blijft bij Julianna Barwick de begingedachte de leidraad. Daarin ontspringt de ambiguïteit van The Magic Place, want deze rechtlijnigheid kan worden geprezen, terwijl het totale resultaat kan worden bekritiseerd. In deze afweging slaat voor mij de balans wel positief door, maar de kanttekening is genoteerd.

Read more...

Portico Quartet - Isla

>> vrijdag 11 maart 2011

In de lijst van genomineerden voor de Mercury Prize (album of the year award) zijn vrijwel altijd een aantal platen te vinden die het ook echt verdienen. In 2008 won Elbow de prijs en of het nu hun beste album is of niet, dat was dubbel en dwars verdiend. In het lijstje genomineerden was echter ook en zeer afwijkende band te vinden: Portico Quartet. Hun album Knee-deep in the North Sea haalde het dus niet, hetgeen gezien de zeer avantgardistische muziek van het kwartet begrijpelijk is. Bovendien is het geen populaire popband, maar in essentie een jazzkwartet. Dat er toch een nominatie volgde wil wat zeggen over de grensoverschrijdende kwaliteiten van de muziek van het viertal. Knee-deep in the North Sea demonstreerde een uitzonderlijke muzikale visie die het kwartet naast progressieve jazz ook vergelijkingen opleverde met Radiohead en minimalistische componisten. Opvolger Isla kan dus rekenen op behoorlijk was aandacht, ondanks het genre wat aan Portico Quartet ten grondslag ligt.

Het is plezierig te merken dat Portico Quartet niet omwille van het behalen van groter succes zijn stijl heeft gepopulariseerd. In feite borduurt Isla verder op wat Knee-deep in the North Sea achterliet. De complexiteit lijkt hier en daar gegroeid. Zoals een chef zijn ‘specialiteit’ heeft, is bij Portico Quartet het gebruik van de hang niet weg te denken. Het voegt een klank toe die het kwartet direct apart zet van traditionele jazzformaties en neemt vaak de hoofdrol van drumsets over. Portico Quartet refereert zelf naar het instrument, dat een familielijn deelt met de steelpan uit de Caraïben, als de ‘hang drum’, maar de uitvinder van het instrument vindt dat het drum label de diepte van het instrument verarmt. De emotioneel geladen melodieën die Nick Mulvey met de hang creëert zijn getuige van het gelijk van de fabrikant.

Isla opent sterk. Wie zich het geluid van Knee-deep herinnert, zal er direct zijn weg in vinden, maar er is ook ontwikkeling. Er is aanvankelijk een belangrijke rol voor de saxofoon die een dominantere melodielijn vaststelt dan op het debuut het geval leek. Daarnaast is het album ietwat donkerder van toon. In de laagtes zit een dreiging die golvend naar boven slaat. Die krachtige klanken van het begin geven vervolgens de ruimte aan een opengewerkt vervolg dat in zijn minimalistische opzet weet te experimenteren met gebruikelijke jazzpatronen. Er is een constant spannende dynamiek aanwezig die wordt gedreven door de ritmiek. Het is net alsof Portico Quartet hun eigen klanktaal beter is gaan begrijpen. Hoewel de complexiteit van de muziek de luisteraar vaak weerhoudt van grote emotionele onderdompeling, overspoelt Isla je met een lichte dwang. En ondanks diezelfde complexiteit laat het kwartet je niet verdwalen. Op die manier kan de luisteraar de muzikale verwondering in alle veiligheid ondergaan.

Portico Quartet heeft hun talent kunnen laten rijpen en hun initiële succes heeft ze niet bestierd. Het album dat daarvan het resultaat is, kent dezelfde sterke visie en een vleugje muzikale bravoure. Het overstijgt genres zonder de oorsprong te verloochenen. Wie weet is een nieuwe nominatie niet ver weg.

Read more...

Heinali - 67 Breaths

>> maandag 21 februari 2011

Heinali is een autodidactische Oekraïense componist. Zijn album 67 Breaths laat zich waarschijnlijk het classificeren als minimalistische ambient neoklassiek. Ondanks het ontbreken van formele educatie, voelt de Oekraïner de heersende tijdsgeest goed aan. Piano en strijkers vormen veelal de basis van zijn composities, maar hij experimenteert met elektronica en elektronische noise. Het klinkt niet altijd even ontwikkeld als bijvoorbeeld Ólafur Arnalds, maar dat is zeker wel een referentiepunt. Dichterbij kom je echter met Rival Consoles en het werk van Jon Hopkins. Deze drie artiesten hebben met Heinali gemeen dat ze klassieke muziek een hedendaagse reïncarnatie geven door traditionele composities te combineren met ambient noise klanken en soms behoorlijk zware beats. Wanneer dit goed wordt gedaan is het resultaat even bevreemdend als intrigerend. Op 67 Breaths blijven enkele composities enigszins ad hoc overkomen. Wanneer Heinali echter de tijd neemt om de klassieke grondslag zorgvuldig op te bouwen, worden de composities bezwerend mooi. Er bestaat een florerende scene voor deze muziek gedragen door liefdevolle vooruitstrevende labels. In zijn huidige stijltaal kan Heinali binnen die kringen op een warme ontvangst rekenen. 67 Breaths is een uitstekende fundering om verder te leren. Hienali mist nu nog het raffinement van voornoemde Jon Hopkins en Ólafur Arnalds. Het is aan hem of hij zich in de toekomst bij hen voegt of juist kiest voor een andere richting. Zijn eclectisch verleden laat daarnaar gissen.

Read more...

Takumi Uesaka/Peter Broderick - Glimmer

>> zondag 20 februari 2011

Glimmer is overduidelijk een conceptalbum. Niet iedereens lievelingskostje, maar het kan soms ook prachtige dingen opleveren. Singer-songwriter en componist Peter Broderick laat al enkele jaren op diverse manieren van zich horen, bijvoorbeeld bij Efterklang en onder eigen naam voor dansproducties, composities en folkpop. Takumi Uesaka staat bekend als ambient artiest met melancholische en delicate kwaliteiten. Op papier belooft de match dus veel goeds. Het concept op Glimmer wordt vagelijk omgeschreven als een middernachtslied dat het publiek in slaap moet sussen. Als recensent kun je je dat niet echt veroorloven, maar het is niettemin interessant te horen of dit effect wordt behaald.

Glimmer is overigens geen strikte samenwerking. Het album bestaat uit twee delen. In deel één horen we drie creaties van Takumi Uesaka. Ondanks de ambient wortels komen die als slome, breekbare liedjes over. Deze leunen op kabbelend gitaarspel in golvende patronen. Peter Broderick kondigt zijn aankomst aan met pianoklanken in een compositie die drijft op ruimtelijke klankkleuren. Dit ruimtelijke geluid is het directe resultaat van het feit dat de opnames in een kerk plaatsvonden, dit overigens onder leiding van componist Nils Frahm. Broderick bedient zich op Glimmer van zijn neoklassieke kant. Goodnight en Low Light zijn traag en verstild en kennen een melodisch minimalisme. It’s a Storm When I Sleep is een wildere schets. Juist de veelheid aan noten zorgt voor de wervelende ambient klanken. Eyes Closed and Travelling kent eveneens een hoog atmosferisch karakter, maar in een donkerdere en ritmischere compositie. Onbedoeld ontstaat er de mogelijkheid te vergelijken en dan moet worden toegegeven dat de minimalistische composities van Peter Broderick een blijvender indruk maken. Ondanks dat is heel Glimmer een mooie conceptplaat. Het is echter de spanning van de tweede set die mij weerhield van slaap.

Read more...

S. Carey - All We Grow

>> zondag 25 juli 2010

De S van S. Carey staat voor Sean Carey. Wellicht niet direct een naam die bekend zal klinken, maar de band waar hij deel van uitmaakt, doet dat zeker wel: Bon Iver. Na het vallen van die naam is het overigens gelijk duidelijk dat naast Justin Vernon, Sean Carey zeker een beslissende rol heeft gespeeld in de vorming van For Emma, Forever Ago. Niet dat zijn solodebuut All We Grow dit album kopieert, maar de verstilde en vaak uitgestrekte songs vertonen wel een zekere gelijkenis. Tevens kent het album gedeeltelijk een overeenkomende klankkleur.

De albums van solo bandleden Philip Selway (Radiohead, drum) en S. Carey (Bon Iver, drum, piano) komen dichtbij elkaar uit. Een kleine vergelijking levert op dat beide voor een ingetogen popgeluid kiezen, waarin drums slechts beperkt aanwezig zijn. Waar in Philip Selway’s arrangementen textuur belangrijk is, zijn die, net als bij Bon Iver, voor S. Carey bepalend. Zelfs zodanig dat het risico op experimentele of atmosferische wijdlopigheid bestaat. In het album als geheel zijn die stukken echter een welhaast perfecte voorbereiding voor de gestileerde, minimaal harmonieuze, gezongen melodieën die doorgaans volgen. De betovering van All We Grow bereikt dan zijn hoogtepunten. Sowieso is de titel All We Grow een schitterende bewoording van het stilistische effect van de plaat. S. Carey heeft niet alleen een groeiplaat gemaakt, het geluid lijkt ook op traag tempo met semi-spontane scheuten te groeien. Het is heerlijk hoe de minimalistische, vaak monotoon ritmisch aangezette, patronen vrijelijk een grid leggen voor de lijzige, kabbelende songs en verstrekkende, ruimtelijke soundscapes. De nadruk die op het verloop en de opbouw van de composities ligt, valt misschien te herleiden tot Sean Carey’s klassieke graad in percussie en liefde voor de jazz. De milde invloeden van postrock, jazz en modern klassiek maken grote delen op van zijn stijl.

All We Grow past prima tussen het werk van Bon Iver en Volcano Choir, maar kiest toch zijn eigen pad. S. Carey toont zich vooral een compositorisch talent die de capaciteit bezit zijn werk ook over te brengen. Dat maakt zijn solodebuut een sterke opening.

Read more...

Ólafur Arnalds - …and they have escaped the weight of darkness

>> dinsdag 6 juli 2010

De muzikale carriere van componist Ólafur Arnalds nam een zeer vroege vlucht met Eulogy for Evolution en in zekere zin zou kunnen worden gesteld dat …and they have escaped the weight of darkness pas de echte opvolger is van dat fenomenale album. Er ging echter een ruime serie andere werken en samenwerkingen (Kiasmos) aan vooraf. Daarmee liet hij horen dat de verstilde werelden die hij op Eulogy for Evolution creëerde ook heel andere verschijningsvormen kunnen aannemen.

…and they have escaped the weight of darkness gaat duidelijk voort op het oorspronkelijke pad en gaat niet gebukt onder het juk van experimentele formats (Found Songs) of een opdracht (Dyad 1909). Dit nieuwe album laat Ólafur Arnalds wederom in volledige creatieve vrijheid horen. Hij schreef de composities en arrangementen om vervolgens ook het album zelf te produceren. Tevens nam hij plaats achter piano en toetsen, terwijl de overige instrumenten door anderen worden ingevuld. Dat hij heeft geleerd van zijn vorige projecten is wel te merken. Niet in alle composities blijft de bezetting beperkt tot klassieke orkestraties met subtiele elektronische accenten. Door toevoeging van drum en bas kunnen de composities uitmonden in een aanzwellend bandgeluid. Minimalistische patronen vormen nog altijd een voornaam onderdeel van zijn werken, die hij graag ook ontbloot tot een minimaal instrumentarium. Zo ontglipt hij aan formalistische bezettingstradities en weet hij de arrangementen een van een eigenzinnige dynamiek te voorzien.

…and they have escaped the weight of darkness blijft in eerste instantie een modern klassieke plaat. Toch vindt Ólafur Arnalds gemakkelijk aansluiting bij elektronische soundscapes en ambient pop. Hoewel musiceren op dit scheidsvlak in het hedendaagse niet langer ongewoon is, beheerst Ólafur Arnalds de kunst buitengewoon goed. Dat mondt uit in een bijzonder intrigerende voortzetting van zijn oeuvre die een steeds krachtigere grip krijgt op de luisteraar.

Read more...

Thomas Larcher - Madhares

>> zaterdag 29 mei 2010

Dit ECM album Madhares is mijn eerste kennismaking met de Oostenrijkse componist Thomas Larcher. Het kost weinig moeite te erkennen dat zijn muziek een zeer eigenzinnige stijl vertoont. Die stijl is overigens niet makkelijk te typeren.

De composities zijn onmiskenbaar modern. Larchers stijl is eerder minimaal dan minimalistisch. Toch wordt de dynamiek in Böse Zellen afwisselend verschoven van minimale tot volle bezetting, zowel schetsmatig als to the point. Moedwillig gebruikt Larcher hier niet het woord concert. Dat zou grotendeels een misvatting zijn geweest. Goed luisteren levert een opmerkelijke combinatie van invloeden op. Percussieve speeltechnieken en lyrische harmonieën wisselen elkaar in uiterst spannend samenspel af. De gevoelsmuziek uit de fin de siècle evenals jazzy akkoorden vullen dankbaar hun plaats. Tegelijkertijd ontstaan er minimalistische trekjes die Michael Nyman niet hadden misstaan, ondanks het abstractere karakter van Larcher’s werk. Tenslotte vind ik soms gelijkenis met de harpconcerten van tijdgenoten Roel van Oosten en Jan Rokus van Roosendael.

Er bestaan grote contrasten tussen de drie werken op dit album. Niet alleen appelleren ze aan totaal verschillende ideeënwerelden, Larcher koos ook voor afwijkende klankkleuren in ieder werk. Daar hebben een geprepareerde piano en excentrische speeltechnieken een belangrijk aandeel in. Hulpmiddelen als munten en rubberen wiggen worden niet geschuwd. De compositie Still gedraagt zich beduidend meer als altvioolconcert dan Böse Zellen een pianoconcert is. Still is geschreven in twee, relatief vloeiende bewegingen, terwijl Böse Zellen letterlijk celmatig is bedoeld; feilloos geaccentueerd door het expressieve spel van Till Fellner. In alle composities speelt ritmiek een belangrijke rol. Hoe groot of klein de composities ook worden gehouden, in de ritmiek lijkt zich altijd de algemene blauwdruk alsmede de aanloop naar de contrasterende lijnen te bevinden. Het strijkkwartet Madhares brengt veel eerder gehoorde aspecten samen en valt onder andere op door een periode van zelfstandig spelen die een improvisatorische benadering van de rode draad tot gevolg heeft. Het kent een minder aangrijpend, kernachtige uitdrukking van sfeer dan de overige werken.

De begeleidende tekst vergelijkt Larcher’s werk treffend met abstracte ruimtes en tijd in architectuur. Madhares bevat bepaald geen luchtkastelen en ondanks de ideële titels blijft er voldoende instinct en emotie bewaard om genreoverstijgende aantrekkingskracht uit te oefenen. Er gaat van Larcher’s composities een ontstellende overredingskracht uit die gedurfd is uitgevoerd in deze opnames.

Read more...

Drew Andrews - Only Mirrors

>> donderdag 11 maart 2010

Nadat de onfortuinlijke toer waarin de gear van zijn elektronische rockband Via Satellite in Lower East Side Manhattan werd gestolen, keerde Drew Andrews met vrijwel lege handen terug naar San Diego. Hij was aangewezen op een oude, verweerde gitaar om nieuwe songs mee te maken. Om zijn kamergenoten te ontzien werd hij tevens gedwongen dit alles op een fluistertoon te doen. Met deze creatieve volharding kunnen wij nu ontzettend blij zijn. Only Mirrors is een mooie, ingetogen singer-songwriterplaat. De songs die Drew stilletjes op zijn kamer componeerde hebben in het productieproces een voller geluid gekregen door ze te voorzien van smaakvolle arrangementen. Daarin komt de enigszins nasale stem van Drew goed tot zijn recht. Dat levert enkele heerlijke nummers op, zoals I Could Write a Book en Counterfeit. In zijn stijl zijn elementen terug te vinden van de vijf jaar die hij inmiddels doorbrengt als gitarist in The Album Leaf. Het ambient minimalisme van deze band is echter hier omgevormd tot subtiele, melancholische popsongs. Daarnaast blijkt uit de songstructuren een interesse in shoegaze en postrock. Dit maakt Drews nummers een stuk interessanter dan het laatste album van The Album Leaf. Gelukkig voorkomt Drew iedere onnodige stevigheid, waardoor Only Mirrors altijd uitermate sfeervol blijft klinken. Het talent van Drew Andrew straalt van zijn debuut af. Dat moet het één jarige label Lili is Pi uit Luxemburg zich ook hebben beseft. Er is geen betere manier om te laten zien dat je als label oog voor talent bezit dan het uit te brengen. Only Mirrors is een heel fijn en rustig luisteralbum en de introductie van een veelbelovend singer-songwriter.

Read more...

Ólafur Arnalds - Dyad 1909

>> maandag 8 maart 2010

Niet lang na zijn opmerkelijke project Found Songs, zeven composities in zeven dagen, werd de jonge IJslandse componist Ólafur Arnalds benadert door choreograaf Wayne McGregor. Hij vroeg Ólafur een stuk te schrijven ter begeleiding van zijn ambitieuze nieuwe dansproject Dyad 1909. Dit stuk is geïnspireerd op Shackleton’s zuidpoolexpeditie en geschreven in de geest van Daighilev. Naast Ólafur Arnalds werkten ook diverse visuele kunstenaars en filmmakers Jane en Louise Wilson aan de uitvoeringen mee. Inmiddels is deze fascinerende samenwerking uitgezonden op televisie zodat een breder publiek ervan kon genieten, maar helaas niet in Nederland. Het label Erased Tapes bracht eerder al een dansstuk van Peter Broderick uit; Music for Falling From Trees. Het is dus niet vreemd dat ook hier het label de prolifererende Ólafur Arnalds faciliteert. Gelukkig maar, want ook zonder de dans vormen de zeven delen van Dyad 1909 een half uur captiverende muziek. De ervaring die hij in het duo Kiasmos opdeed met progressieve elektronica en beats wordt hier ingezet. Zelfs computerstemmen worden als muzikale middelen ingezet. Daarnaast blijft hij op minimalistisch geïnspireerde wijze (solo)strijkers en geluiden gebruiken die een melancholische en emotionerende sfeer scheppen. Naast alle haast agressieve hevigheid is Dyad 1909 wederom een breekbare en evocatieve compositie. Midden in de branding waar elektronica en modern klassiek elkaar ontpopt dit opmerkelijke talent zich als genresmid met zeer bijzondere klanken tot gevolg. Het roept verwachtingen op voor zijn aankomende tweede studioalbum.

Read more...

Philip Glass - A Madrigal Opera

>> donderdag 25 februari 2010

In de wereld van de minimalistische muziek zwaait Philip Glass voor menigeen al jaren de scepter. Hij is een waar meester in het op de spits drijven van verschuivende tonale patronen. Deze eerste opname van A Madrigal Opera vertoont duidelijke verschillen met veel van zijn bekendere werken. De compositie stamt uit 1980 en is gecomponeerd onder invloed van de ontwikkeling van madrigalen in vroeg zestiende-eeuws Italië. Aanvankelijk betrof dit louter vocale muziek van twee- en driestemmig tot zesstemmig later. In de latere periode kon die worden aangevuld met een solo-instrument. Uit deze seculiere muziek kwam de opera voort. In de jaren ’70 ontpopte Glass zich van een minimalistische componist tot een atypisch operaschrijver. In 1980 leidde een opdracht voor het schrijven van een traditioneel georkestreerde opera tot een herontdekking van akoestische expressiviteit in zijn muziek. Philip Glass revisiteert beide stijlen in deze zesstemmige ‘kameropera’ die wordt bijgekleurd met viool en altviool. Door gebrek aan inhoud blijft het werk abstract, terwijl de relatie van muziek en emotionele expressie duidelijk aanwezig is. Er is geen libretto om het te concretiseren. Veel van Glass’ reductionisme is nog aanwezig in de muziek, maar de tegen elkaar opwerkende muzikale lijnen boren nieuwe dieptes aan in de zeggingskracht uitgaande van de aard van de compositie. Ondanks Glass’ kenmerkende repetitieve toondichtheid zijn er momenten waarop A Madrigal Opera kan worden vergeleken met Arvo Pärt’s sacrale tintinnabuli composities die gebruik maakten van gregoriaanse invloeden. Deze opname volgt enkele uitvoeringen van andere gezelschappen. De Finnen spelen het stuk op een ietwat slepende wijze, waardoor de dynamiek getemperd blijft. Het benadrukt de structuur van de compositie, maar een strakkere uitvoering had wellicht tot meer contrast geleid. Het is goed dat dit bijzondere stuk van Glass nu aan plaat is toevertrouwd. Het geeft een interessant en mooi beeld van een componist in transitie.

Read more...

Chihei Hatakeyama - Ghostly Garden

>> zondag 10 januari 2010

De afgelopen release van Own Records, The Green Kingdom, ligt in het verlengde van de muziek van deze Japanner uit Tokyo. Het toepasselijk Ghostly Garden getitelde album klinkt als de soundtrack voor bij een mistig kunstproject. Muziek bestaat in zijn tuin vooral uit uitgestrekte klankpatronen de stroperig traag voortwervelen. Chihei Hatakeyama past daarom niet in het popgenre. Hij is constant op zoek naar ambient in optima forma. Zijn klanken vullen lege ruimtes totdat ze bezwijken onder de druk en een open veld bieden aan de voortschrijdende geluidsmassa’s. De heldere klanken zijn niet anders te typeren dan als atmosferisch. De patronen zijn weliswaar niet repetitief of minimalistisch in pure zin, maar er gebeurt ook bijster weinig. Dat is uiteindelijk de voornaamste zwakte van deze plaat. Gebrek aan ontwikkeling en momenten in de muziek maakt het als geheel erg lijzig en uiteindelijk lusteloos. Het komt niet als verrassing dat Chihei dit benaderd heeft als conceptalbum. Op Ghostly Garden worden eerder gebruikte, originele geluidsbestanden gerearrangeerd. De electronica samples worden waarlijk gerecycled. Door de eenzijdigheid blijft het album voor mij echter steken bij interessant eerder dan mooi of uitgesproken.

Read more...

Savoy Grand - Accident Books

>> woensdag 6 januari 2010

Savoy Grand kan goed worden getypeerd als een Britse versie van het slow fidelity orchestra, zoals het Groningse Audiotransparent zich liet noemen. Met het huidige album van Audiotransparent gaat deze vlag niet echt meer op, maar Savoy Grand blijft hun geweldige slow- en sadcore formule trouw. Accident Book is hun vierde album en slaat geen wezenlijk nieuwe wegen in. Dat is in vele opzichten de grootste verdienste van deze plaat. Savoy Grand heeft al jaren hun sound geperfectioneerd en er valt geen speld meer tussen te krijgen. De negen composities op Accident Book bewegen in een uiterst traag, maar onstopbaar tempo voort. In vergelijking met Audiotransparent is er geen hoofdrol voor strijkers weggelegd. Dat maakt dat de band meer weg heeft van het geluid van The White Birch en Eskobar. Tegelijkertijd blijft er een warmere sfeer bewaard dan bij deze Scandinaviërs. De band heeft zo zijn eigen werkwijze die ze ertoe bracht een eigen studio te bouwen in een oude melkboerderij. Toen dit gebouw onbruikbaar werd verklaard, zijn verschillende songs ook op andere locaties in Nottingham opgenomen. De langzaam vormende songs luisteren naar een uitgesproken visie. Daarin is geen ruimte voor nodeloze opsmuk. Net als in hun woorden gebruikt de band instrumentaal niet meer dan strikt noodzakelijk. Dat zorgt voor het kristalheldere, pure en toch geborgen geluid. Accident Book is een schitterend album waarin de luisteraar zich verliest in oases van rust en aangenaam bekende pracht.

Read more...

Jónsi & Alex - Riceboy Sleeps

>> woensdag 30 december 2009

Al ruim tien jaar luisteren grote groepen muziekliefhebbers met gepast respect naar Sigur Rós. De IJslandse band heeft altijd zijn eigen stijl behouden, maar maakte ook grote ontwikkeling door. De roots en de ontwikkeling zijn beiden terug te horen in het duo Jónsi & Alex in de persoon van Sigur Rós-lid Jón Þór (Jónsi) Birgisson. Samen met Alex Somers (muzikant en visueel kunstenaar, stichter van de band Parachutes) maakte hij de haast meditatieve, minimalistische avant-garde plaat Riceboy Sleeps. De desolate, ijzige vooruitstrevendheid uit het hoog noordelijke eiland kan telkens weer rekenen op een warm onthaal op het continent, maar rondom dezelfde club progressievelingen vinden we bijvoorbeeld ook het minder bekende IJslandse akoestische gezelschap Amiina.

Naar verluidt delen Jónsi & Alex meer dan muzikale genegenheid. Die tederheid is terug te horen in de liefderijke rust van de uitgestrekte composities. Op Riceboy Sleeps wordt de basis van de inmiddels kenmerkende klanken weer opgezocht en tot weelderige, klassieke ambient soundscapes gevormd. Heel anders dan het meer vocaal gedreven Sigur Rós, waar Jónsi juist zingt. Zijn falsetto speelt in dit duo maar een beperkte rol. In principe is, ondanks de anders verwachtende stijl, er weinig echt nieuws onder de zon. Hetgeen Jónsi en Alex ons brengen, is alleen wel erg goed in zijn soort. De klanktapijten zijn eerder fluffig dan glad en scherp als ijs. Dat maakt dat je tijdens Riceboy Sleeps heerlijk kan afdwalen naar dromerige oorden. De muziek beweegt zich natuurlijk op de achtergrond. Het dringt zich nergens op met drammerige dynamiek. Als in een vloeiende beweging zwelt het op en ebt het weg. Deze gevierde klankkunstenaars zijn erin geslaagd om uit verschillende beproefde recepten met bekende middelen een schitterend fris dialect te creëren.

Read more...

Nils Frahm - Wintermusik

>> zaterdag 21 november 2009

Als dromen vangbaar zouden zijn, dan zouden ze kunnen klinken als de sprookjesachtige composities van Nils Frahm. Wintermusik is zijn eerste release en bevat slechts drie door pianopartijen geleide stukken. Eigenlijk waren die bedoeld als Kerstcadeau voor familie en vrienden. Erased Tapes besefte echter dat deze muziek onmiddellijk grote schare vrienden zou kunnen werven en daar mogen we het label dankbaar voor zijn. Nils Frahm is klassiek geschoold op de piano door Nahum Brodski die op zijn beurt student was van de laatste leerling van de grote meester Tsjaikovski. De sprookjesachtige werken van deze Rus leven in de muziek van Nils Frahm nog altijd voort. Het is echter duidelijk dat de tijd niet heeft stilgestaan. Beïnvloed door cinematografische en minimalistische muziek klinkt Wintermusik kernachtig, rijk en sober tegelijk. Nils heeft geluisterd naar het scala aan hedendaagse klanken en negeert de ontwikkelingen in de pop en folk daarbij niet. Labelgenoot Ólafur Arnalds is nooit ver weg, maar daarnaast liggen Peter Broderick en Dustin O’Halloran ook voor op de tong. Niet verwonderlijk dus dat Nils met deze laatste twee heeft samengewerkt. Anders dan de piano worden de schitterende, meeslepende melodieën gedragen door accordeon, orgel en hemels heldere klanken van de celesta. Heel zachtjes, haast ongemerkt nemen de emoties op Wintermusik de overhand. De enige manier om die magie te laten voortduren is telkens weer opnieuw te luisteren en de ogen te sluiten.

Read more...

The Green Kingdom - Twig and Twine

>> woensdag 4 november 2009

De lezers die regelmatig Nieuwe Geluiden raadplegen, kennen mijn voorliefde voor het eigenzinnige Own Records label. Hierop verschijnt regelmatig muziek van onverwachte pracht. Het label kiest zelden de meest voor de hand liggende weg en weet zo een publiek te vinden voor echt alternatieve geluiden. Het atmosferische Twig and Twine heeft echter iets meer tijd nodig mijn hart te veroveren.

Grafisch designer en klankkunstenaar Michael Cottone, oftewel The Green Kingdom, is moedwillig op zoek gegaan naar de scheidslijn van pure soundscape en muzikale structuur. Dit interessante spanningsveld geeft Twig and Twine de ontspannen traagheid van uitgestrekte ambient met de licht verstorende elementen van elektrische, milde noise. Daarin blijven echter akoestisch aangezette melodielijnen bestaan. The Green Kingdom vraagt met nadruk om rust bij de luisteraar. Ongeduldigheid is geen gemoedstoestand om dit album te benaderen. De soundscapes zouden niet misstaan bij de transcendente meditatie die filmregisseur Tarkovski in zijn tergende cinematografische stijl herkende. Twig and Twine bestaat uit minimale bewegingen en kleine momenten van verwondering door gebruik van field recordings. Daardoor verwordt het zelf tot een soort metafoor voor gestructureerde muziek. Dat wil niet zeggen dat The Green Kingdom willekeurig is. Het roept herinneringen op aan Triosk zonder de jazzinvloeden.

Twig and Twine brandt langzaam. Het is dan ook niet gemakkelijk om de open, meditatieve staat die het album vraagt op te roepen. Na enige tijd op de klanken te concentreren, neemt de verbeelding het over en blijkt The Green Kingdom voldoende overtuigingskracht te bezitten.

Read more...

Ólafur Arnalds - Found Songs

>> dinsdag 20 oktober 2009

Ólafur Arnalds is een jonge IJslandse componist en muzikant. Hij was pas 21 jaar toen hij de wereld opschudde met zijn indrukwekkende debuut Eulogy for Evolution. Hij speelde voor een uitverkochte Barbican Hall in Londen en opende voor de Europese tour van het grote Sigur Rós, voor wie hij geenszins onderdoet. Bovendien vormt hij de helft van het experimentele elektronica duo Kiasmos. Het moge duidelijk zijn dat Ólafur Arnalds niet alleen een groot musicus is, maar daarnaast ambities heeft.

Ook Found Songs is daar het bewijs van. Het maken van de composities en ruwe opnames van dit kleine album kostte Ólafur Arnalds precies een week. Dat was ook de uitdaging die hij zichzelf stelde. Eenieder kon op internet het proces volgen. Iedere dag verscheen er een nieuw stuk van zijn hand op een speciaal in het leven geroepen website. Zoals gebruikelijk voor dit jonge wonder, is het niveau telkens weer erg hoog. Bovendien vormt deze tijdselectie een unieke kijk in het vliegensvlugge creatieve proces van de IJslandse componist. Found Songs begint voorzichtig met een treffende, doch eenvoudige wals. Het past in Ólafur’s op minimalisme geënte stijl niet teveel instrumenten te gebruiken. Dat is ook gedurende het vervolg te horen, waarin de composities winnen aan diversiteit. Misschien zijn niet alle composities even interessant. Als slechts een week beschikbaar is en sleutelen aan aan eerder gemaakte composities niet meer mogelijk is, zal het ook moeilijk zijn om dezelfde sfeer en rode draad telkens weer opnieuw op te roepen. Gezien het feit dat Found Songs een puur conceptalbum is, is het bewonderenswaardig hoe goed hij erin is geslaagd om deze collectie als geheel te presenteren. Het lijkt uiterst onwaarschijnlijk dat een ander hem dit snel nadoet. Wachtende op nieuw, gerijpt, werk van zijn hand, blijkt Found Songs meer dan een knappe zoethouder.

Read more...

Manafon - David Sylvian

>> zaterdag 3 oktober 2009

David Sylvian is al tijden een gevierd zanger en maakte een aantal zeer kenmerkende albums waarin hij op zijn manier toont dat een uitgesproken stijl vooruitstrevend en tijdloos kan zijn. Hij staat alweer een aantal jaar aan het hoofd van Samadhisound: een label waar zich een groep zeer eigenzinnige muzikanten onder schaart. Het label heeft inmiddels een grote reputatie in experimentele pop en elektronica. Het zijn bepaald geen artiesten die gemakkelijk volle zalen trekken. Juist dat maakt David Sylvian’s lef en aandacht voor pioniers zo aantrekkelijk.

Op Manafon blijkt dat hij deze periode zelf niet onaangeraakt door anderen heeft doorgemaakt. Het album neemt hoorbaar afstand van eerder werk. Manafon lijkt weinig op het werk dat hij met Nine Horses maakte en kent ook een andere aanpak dan eerder solowerk. In plaats daarvan zijn kleine elementen te herkennen van stalgenoten Sweet Billy Pilgrim en Steve Jansen. De muziek op Manafon is vocaal erg leeg en minimalistisch. Het wordt ondersteund door modern klassieke en jazzy accenten van zoekende, dissonante en ongemakkelijke samenkomsten. Dat klinkt weliswaar niet als een enorme verandering, maar de klankkleur die de arrangementen krijgen, is dat wel. Er is een nog grotere rust in zijn composities en David’s timbre heeft aan de onderkracht aan zeggenschap en verleiding gewonnen door een natuurlijker inzet. De muzikale zinnen zijn langgerekt en worden met een constante nadruk uitgevoerd. Verder is er spaarzaam omgesprongen met melodische elementen die soms mede begeleiden. Op trefzekere wijze wordt er een mysterieus ruimtelijk geheel geschapen dat de luisteraar vervreemdt, maar evengoed uitnodigt zich in te verliezen.

Manafon gaat zelfverzekerd door op het avant-gardistische pad dat David Sylvian al jarenlang volgt. Hij kan geprezen worden om zijn moed en ontvankelijkheid voor geestverwanten die hij steun en onderdak biedt. Samadhisound is een warm thuis voor uiteenlopende buitenbeentjes, maar doet geen moeite om buitenstaanders te verwelkomen. Dat vraagt moed van de luisteraar. Moed die altijd wordt beloond, zoals met dit album nog maar eens subtiel wordt bewezen.

Read more...

Doelstelling van deze blog

Meer aandacht voor het (nog) onbekende. In tenui labor of toch niet?

Mededelingen

Donderdag 1 juli: deze week weer een frisse herstart verwacht.
Kort reces tot 13-05-10.
Na een kort reces vandaag (24-02-10) weer aan de post. Inmiddels is deze blog twee jaar geworden!
Gedurende december zullen er minder recensies worden geschreven
21-31 augustus: tijdelijk even geen recensies ivm een kort reces
Zondag 14 juni: Creative Commons licentie BY NC ND van toepassing op alle inhoud
Woensdag 3 juni: zoekfunctie en auteursrechtenonderdeel toegevoegd
Dinsdag 19 mei: template aangepast, hopelijk verbeterd
Vrijdag 15 mei: nieuw template; ontwikkeld door Ourblogtemplates.com, 2008

Auteursrechten

© Copyright Benjamin N. Vis

Uitgezonderd waar anders vermeld, is op alle inhoud van deze blog een Creative Commons Attribution 3.0 License van toepassing. Deze is hieronder gespecificeerd als CC BY NC ND. Voor meer informatie klik op de links aldaar.

  © Blogger templates Inspiration by Ourblogtemplates.com 2008

Back to TOP  

Creative Commons License
werk van Benjamin N. Vis, Nieuwe Geluiden is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-Niet-commercieel-Geen Afgeleide werken 3.0 Nederland licentie.