Posts tonen met het label Brits. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Brits. Alle posts tonen

Autumn Chorus - The Village to the Vale

>> zaterdag 3 december 2011

Al enige jaren geleden verscheen Autumn Chorus bij mij in het vizier. Op dat moment was er weinig meer beschikbaar dan enkele samples op Myspace. Dat was echter meer dan voldoende om tot op de dag van vandaag reikhalzend uit te kijken naar een debuutalbum van dit uitzonderlijke viertal uit Brighton. The Village to the Vale is zonder twijfel één van de mooiste albums die mij dit jaar hebben bereikt en ik durf te voorspellen dat de plaat de tand des tijds beter zal weerstaan dan de voorzichtige belofte destijds.

Brighton is een bruisende muziekstad. Voor een groot deel speelt zich dit af op het gebied van de folk en kamerpop. Het is een stad waar de huidige generatie muzikanten bij uitstek in staat blijkt staande tradities op een hedendaagse manier te herinterpreteren. Bij Autumn Chorus gaat dat echter niet zozeer om folk of kamerpop, hoewel de band ook niet met wijde boog om deze stromingen heen stuurt. In plaats daarvan is The Village to the Vale een plaat van ingetogen grootsheid. Het bundelt een fenomenaal inzicht in muzikale genres, maar het is nog belangrijker dat Autumn Chorus met die kennis weergaloze composities construeert.

Zelf plaatsen ze zich in de ‘post rock’ en ‘post klassiek’. Post geeft misschien niet veel meer weer dan dat de band zich weinig van gevestigde genres aantrekt en dat is hoe dan ook heel erg ‘nu’. Het is echter een ontegenzeggelijke zegen dat Autumn Chorus zijn eigen koers vaart. Ja, we horen de soundscaping geluidsmuren die kenmerkend zijn voor de post rock. Deze worden opgetrokken met feilloze precisie die zijn beoogde effect niet mist. De geluidsmuren zitten barstensvol texturen en een vaak overdonderende kracht.

Dit meeslepende effect is toe te schrijven aan het gevoel voor muzikale dynamiek dat rechtstreeks uit de klassieke muziek lijkt te komen. Niet alleen vinden we in de bezetting veel traditionele akoestische instrumenten, de composities zijn vaak opgebouwd uit zich lang ontwikkelende bewegingen die soms een symfonische diepte en complexiteit aannemen. Daarnaast is er echter veel ruimte voor rust en ruimte waarin solopartijen zoals Robbie Wilsons trompet tot zijn recht komen. Autumn Chorus laat zijn werk ademen in zeeën van tijd en ruimte. The Village to the Vale is in staat om de luisteraar vanuit kleine gedetailleerde fijnzinnigheid onder te dompelen in een euforie van muziek. Zo krijgt het nummer Rosa maar liefst ruim 16 minuten om tot volle wasdom te komen, waarvan geen moment wordt verspild.

Tenslotte hebben de mannen van Autumn Chorus gevoel voor het lied en dat brengt dit album in contact met ideeën uit de moderne folk en kamerpop. Dat betekent dat de fantastische instrumentale stukken gepaard gaan met prachtige liederen. Autumn Chorus brengt met name deze twee peilers in verbinding ten gehore. Het is een schitterende mix waarin zowel de ene of de andere inslag naadloos in elkaar kunnen overlopen. De melodielijnen worden gesierd door intrigerende teksten die met veel gevoel door zanger Robbie Wilson worden geïnterpreteerd. Alle elementen in de muziek komen samen in de gedecideerde bewegingen van het spel en zal niemand makkelijk onberoerd laten.

Robbie Wilson bekleedt een hoofdrol en is begiftigd met een licht en helder timbre dat een innemende karakter krijgt door een klein vibrato. In zijn gedreven prestaties doordrenkt hij de liederen met veel emotie en een doortastende zelfverzekerdheid. Bovendien kleurt de breekbare onschuld in zijn stemgeluid ook mooi met een donkerder geluid, zoals op Never Worry en Thief of de tedere vrouwenstem op Brightening Sky. Zo af en toe slipt iets van het breekbare melodrama van Wild Beasts en Scott Matthew in Wilson’s stem, hetgeen mooi wordt opgevangen in de solide arrangementen. En als we dan toch referenties rondstrooien kan het oeuvre van The White Birch niet ontbreken. Die ruilden immers hun grote gebaren en complexe composities in voor fijne, rustige popliedjes. Een andere referentie is meer dan dat alleen. Thomas Feiner bracht ons enkele jaren terug een overweldigend schone en originele plaat met zijn uitbreiding op The Opiates dat hij eerder met zijn band Anywhen uitbracht. Autumn Chorus wist niemand minder dan deze Thomas Feiner te strikken voor samenwerking en zijn aanwezigheid is in meerdere opzichten te horen, hoewel hij op het nummer Never Worry ook daadwerkelijk meespeelt. Sommige mensen hebben een neus voor talent en het blijkt vaak genoeg dat talent talent aantrekt. Autumn Chorus is daarin niet anders.

Opmerkelijk genoeg zag de band zich gedwongen om dit juweel van een plaat zelf digitaal uit te brengen op Bandcamp, maar het laatste nieuws is dat er toch ook fysieke exemplaren op de markt zullen worden gebracht. Na al die jaren werken en worstelen is er geen album dat het meer verdient. Als er één album in de jaarlijstjes van velen zou moeten staan, is het The Village to the Vale. Autumn Chorus is voor mij een openbaring op de schaal van betoverende excentriekelingen als bijvoorbeeld Patrick Watson, Sweet Billy Pilgrim en Punch Brothers. Waar het ene indrukwekkende genie tot grote hoogtes klimt, blijft het andere onbekend. Autumn Chorus is het van harte gegund om nog grotere hoogtes te bereiken dan degenen die bedwongen worden op dit debuut. Dat heeft overigens ook een egoïstische reden, want wat zou het geweldig zijn om Autumn Chorus een keer in een verlaten kerk of oude fabriekshal te horen spelen. Talent en meesterschap moet worden beloond, maar momenteel neem ik al genoegen als iedereen die dit leest het album eens gaat beluisteren op Bandcamp. Hopelijk volgt de beloning dan aan weerskanten.

Read more...

Scott Matthews - What the Night Delivers...

>> zaterdag 9 juli 2011

Gelukkig maakt de meeslepende pop van Scott Matthews een behoorlijk andere singer-songwriter dan Scott Matthew. Met zijn verbluffende debuut Passing Stranger maakte hij een album dat op eenzelfde wijze als Jeff Buckley een weelderige eigenzinnige popvisie koppelde aan goed toegankelijke nummers die zelfs hier en daar op de radio konden verschijnen. Het was opmerkelijk dat na zo’n binnenkomst Scott Matthews met opvolger Elsewhere juist voor een geluid koos dat bewust de ruimte nam voor muzikaal experiment. De bedoeling was niet om goed verteerbare popsongs te schrijven, maar popmuziek te smeden met fijnzinnig gevoel voor compositie. De vergelijking met het bombast van Jeff Buckley bleef op gepaste afstand.

What the Night Delivers... herhaalt geen van beide albums en toont daarmee wederom wat een uitzonderlijk talent Scott Matthews heeft. Natuurlijk mogen we de wereld op blote knieën danken voor die hemels uithalende stem, maar niemand kan voorzien hoe zijn eigenaar die zal inzetten. De subtiel gelaagde weelde van Elsewhere is blijvend van invloed in de songstructuren en toch is tegelijk het juist het medium van de song dat op What the Night Delivers... weer aan aandacht wint. Hoewel het instrumentgebruik niet bijzonder groot is, behouden de zwierige composities ook in de kleinste vorm een ruimtelijke ervaring opgeroepen door de pure kracht in Scotts stem. Overigens vinden we op What the Night Delivers... meer naakte songs, zoals de jazzy ballade Bad Apple en het lieflijk dromende Head First into Paradise. Het kundige gitaarspel is niet altijd de leidraad voor de nummers op What the Night Delivers... en dat opent mogelijkheden voor het naar voren schuiven van andere klankkleuren. Naarmate het album vordert lijkt dat steeds voorzichtiger met de tedere liedjes om te gaan. Waar Passing Stranger bijna overrompelde met emotie en rijke arrangementen, doet het huidige album een flinke stap terug en pakt de luisteraar juist langzaam wiegend in. Het effect is echter bedrieglijk gelijk.

Dit derde album is door de directere aard van de nummers gemakkelijker luisterbaar dan Elsewhere. De ingetogenheid zorgt voor een besloten atmosfeer die de aanwezigen onmiddellijk betrekt bij de ervaringen die Scott Matthews ze toevertrouwt. Deze zeer persoonlijke benadering zal wellicht bij sommigen wat ongemakkelijk aanvoelen, maar wie zijn hart opent vindt zich ongetwijfeld al snel dankbaar in de greep van deze exceptioneel muzikale man.

Read more...

Fuzzy Lights - Twin Feathers

>> zaterdag 14 mei 2011

Door de alsmaar groeiende invloed van het internet is het een tijd geleden dat ik het genoegen smaakte een album te kopen daartoe geïnspireerd door het artwork in een rasechte onafhankelijke plantenzaak. Deze eer valt Fuzzy Lights nu ten deel. Fuzzy Lights blijkt achteraf minder obscuur dan misschien gedacht. Sowieso is Twin Feathers al hun tweede album en ook waren er enkele EPs. Daarnaast kregen ze door critici binnen het postrock genre, hoewel dat misschien een beperkte groep betreft, zeer positieve recensies.

Postrock kan veel omvatten en ik ben zeker geen adept van de traditionele of zware rock. Het is dan ook een plezier te merken dat Fuzzy Lights iets originelers voorstaat. De zwierige opener Obscura roept een dromerige, donker romantische sfeer op die Saint-Saëns een geliefd componist maakte. Daarbij valt de hoofdrol die de viool krijgt op. Een belangrijk stijlelement van Fuzzy Lights’ muziek is kennelijk het combineren van klassieke en akoestische klanken met de geluidswallen die rockende gitaren en drums kunnen opwerpen. Daarmee ontstaat een interessante balans die dynamisch wordt gebruikt in de veelal door minimalistische repetitie opgezette composities.

Zoals het de postrock betaamd is er behoorlijk wat ruimte voor instrumentaal werk, dus is het een bijzonder genoegen de prachtig heldere stem van Rachel Watkins te horen op Fallen Trees, terwijl Xavier Watkins op Through Water juist met een donker prevelen de genrebenoeming vereert. De minimalistische compositie The Museum Song is een moderne lofrede op traditionele Britse folk. Vervolgens raak je vervoert door de schitterende combinatie van viool, harmonium en contrabas in Lucida. Dat doet denken aan een mix van de filmmuziek van Preisner en de hartverscheurende songs van Moddi. Rituals blijkt geënt op een verrassend standaard, ietwat vlakke ballad, die desondanks goed in het geheel past. Naar het eind van het album verliest Fuzzy Lights echter de urgentie waarmee het Twin Feathers was opgezet. We horen in Shipwrecks gelukkig nog even de stem van Rachel, evenals in afsluiter The Sea and the Heather. Er volgt helaas geen muzikale of emotionele apotheose meer, waardoor de spanning van het album enigszins onbehandeld afglijdt. De kans laat op een zinderend eind laat men liggen.

Twin Feathers moet daarom als album superlatieven ontberen, terwijl de band die zeker verdient. Binnen het omarmde postrock genre vindt Fuzzy Lights een eigen pad. Dat levert erg mooie composities op. Om in trance te raken hebben we (gelukkig) trance niet nodig. Het is jammer dat Twin Feathers slechts afloopt met een lui ontwaken.

Read more...

Wild Beasts - Smother

Het Britse Wild Beasts, dat zichzelf uitriep tot het intellectuele antwoord op traditionele arbeidersklassebands, is een band die al op het vorige album, Two Dancers, de weg naar volwassenheid inzette. Het tweetal dat aan de basis staat, Hayden Thorpe en Ben Little, hebben zich vanaf het begin van Wild Beasts laten inspireren door de ‘hogere’ kunsten, hetgeen zelfs terugkomt in hun bandnaam (Wild Beasts is een reïncarnatie van het Franse Fauvisme dat kon worden omschreven als een expressieve vorm van het realisme in impressionisme). Wild Beasts zet met Smother hun interessante combinatie van referenties die velen zullen ontgaan en pakkende indiesongs voort.

De regelmatig terugkerende vergelijking (door hun beider Mercury Prize nominaties) met het ondynamische en ongeïnteresseerde geprevel van The XX is misplaatst. Die band lijkt meer de frustratie van de huidige generatie latente jonge honden weer te geven, vervlakt door de ongemeend betrokken emoties in de sociale media van alledag. Wild Beasts daarentegen maakte van hun debuut een epische exclamatie van een frisse theatrale stijlconventie, die de gedoodverfde oppervlakkigheid van de Britse arbeidersbands moest tegenspreken. De literaire interesse van het duo sprankelde in hun songs en is op dit derde album even sterk aanwezig. Natuurlijk heeft het geen zin de oorspronkelijke schreeuw te herhalen en dus deed Wild Beasts dat ook niet op Two Dancers. Het gebeurt evenmin op Smother.

In plaats van hun huidige succes op de spits te drijven, zochten de mannen mogelijkheden om hun sound onderweg met de creatief uitpakkende beperking van elektronica door te vormen. Het resultaat is een understated versie van hun kenmerkende sound. De classificatie ‘understated’ moet dus niet worden verward met vlak. Zodra de vocalen over de monotone glijden is de captiverende dynamiek van de band volledig terug. De meest toepasselijke relatie met The XX is als tegenpool. Smother moet het niet hebben van de onmiddellijk ademstokkende songs van de voorgaande albums. De aard van deze plaat is meer sinister. De krachtige overreding zit in expressieve schakeringen die slim zijn gedoseerd over de solide, van minimalistische patronen doordrenkte, basislagen. De ambiguïteit van de afwisselend diepe vocalen en falset, wordt hier versterkt door de repetitieve tegenstelling van arrangementen en vocalen. Op deze manier krijgt het dubbele gezicht van het Fauvisme een nieuwe lading.

Wederom maakte Wild Beasts een album dat getekend is door charmant, avant-gardistisch iconoclasme. Met dit album vergroot het de afstand tot theatrale alternatieven als The Irrepressibles en zal wellicht beter de weg vinden tot introspectieve shoegazers. Het is opmerkelijk hoe dichtbij Wild Beasts de twee typen bezweringen laat lijken. Ondanks de omvang van hun prestatie, betwijfel ik de kansen op een nog groter publiekssucces. Muzikaal intellect als gevolg van een kleinere aanpak wordt zelden beloond. Aan de andere kant kan de arm van positieve kritieken sterk genoeg blijken. Hoe het ook uitpakt, Wild Beasts doet juist als gewaardeerde underdog hun kunstzinnig eerbetoon recht.

Read more...

The Leisure Society - Into the Murky Water

>> zaterdag 7 mei 2011

Na vele jaren van diverse projecten en vooral veel tegenspoed verwerkte Nick Hemming alles in songs van een ongekende pracht. Gezien het voorgaande was hij enigszins verbaasd toen in de formatie van The Leisure Society zijn talent plotseling wel ongereserveerd werd opgepikt. Debuutalbum The Sleeper werd een indiesucces en met name het nummer The Last of the Melting Snow werd terecht de hemel in geprezen. Door het succes rust het gewicht der verwachting op het vervolg Into the Murky Water.

The Sleeper was door de geschiedenis charmant bescheiden van opzet. Daar vinden we een belangrijk verschil met Into the Murky Water. The Sleeper was een onverwachts succes en dat staat op gespannen voet met het voortzetten daarvan. Into the Murky Water wordt getekend door de nieuw gevonden zelfverzekerdheid en is, waar functioneel, grootser opgezet hetgeen vooral de popkant van hun geluid aanspreekt en minder de folk, die nog altijd zegeviert in voormalige thuishaven de Willkommen Collective. Ondanks de totaal andere basis waarop dit album werd geschreven, houdt songschrijver Nick Hemming het verwantschap met het voorgaande in stand. The Leisure Society was een naam die paste bij het geluid, maar ten tijde van het debuut de achtergrond verloochende. Nu is dat meer in balans. Toch is de toonzetting van de teksten soms desolaat of gelaten en daarmee wordt toch nog altijd niet het relatief zorgeloze geluid van de arrangementen geëchood. Die donkere onderstroom is haast niet weg te denken bij het eigenzinnige karakter van The Leisure Society. Zelfs het opgewekte This Phantom Life krijgt dat mee. Waarschijnlijk vindt daar de intelligente, poëtische spitsvondigheid zijn oorsprong. Het is een merkwaardig huwelijk dat wonderwel werkt.

Zoals altijd met een goed vervolg dat eveneens een eerbetoon vormt aan een opvallend verleden is de verrassing kleiner. Gelukkig heeft The Leisure Society een ontwikkeling doorgemaakt die even goed te herkennen is als aansluit bij het geliefde geluid. Het is mogelijk zelfs nog uitnodigender op deze smetteloze opvolger. Into the Murky Water is zonder meer een must voor grote scharen die zich in bovenstaande gepresenteerd voelen. De lente is uitstekende timing voor een plaat die dat oer-Nederlandse woord gezelligheid belichaamt. Ontspannen en genieten zijn hier understatements.

Read more...

The Unthanks - Last

>> zondag 27 maart 2011

Het ensemble dat sinds het vorige album Here’s the Tender Coming als The Unthanks (naar de twee zussen die aan de basis van de formatie staan) door het leven gaat, profileert zich voornamelijk met herinterpretaties. Het woord cover dekt hier echt de lading niet.

In eerste instantie vinden we traditionele volksliedjes die zorgvuldig zijn omgevormd tot muzikale hoogstandjes met hedendaagse bloedlijn. Dat uit zich niet in de voornamelijk klassieke akoestische bezetting van de groep, maar vooral in de arrangementen en subtiele intonatie van de vocalen. Daarin vinden we een meesterschap dat de oorspronkelijke traditionele melodieën tot ver boven hun gebruikelijke uitvoeringen laat uitstijgen. Het is even meeslepend als fascinerend om te horen. Op Last horen we veel terug van de vaste pianist van The Unthanks, Adrian McNally, die ook het titelnummer schreef. Dit lied doet meer aan als een popsong. Er zijn meer alternatieve keuzes. Zo vinden we een cover van Jon Redfern (een nog relatief onbekende singer-songwriter), Tom Waits, King Crimson en een van oorsprong theaterlied van Alex Glasgow. Enkele composities worden op dynamische wijze uitgerekt. Alleen al op die manier krijgen ze een ander karakter dan een eenvoudig liedje.

The Unthanks tonen op Last nogmaals dat hun unieke muzikale visie verstrekkende gevolgen kan hebben. Ongeacht oorspronkelijk genre weet het ensemble ieder lied mooi en aantrekkelijk te laten klinken. Over het hele album wordt naar schoonheid gestreefd die als vanzelf verankert lijkt in de arrangementen. Waar het de ‘quirky’ oubolligheid van traditionele melodieën betreft, geeft The Unthanks ze de kracht weer vele jaren mee te gaan. Laten we hopen dat de albumtitel slechts verwijst naar het gelijknamige nummer. The Unthanks maken een volstrekt eigen en zeer welkome aanvulling op het hedendaagse muzikale spectrum.

Read more...

PJ Harvey - Let England Shake

>> zondag 13 maart 2011

Al jaren bevindt PJ Harvey zich aan de top van het singer-songwriterwezen. Een nieuwe plaat gaat dus nooit onopgemerkt voorbij. Nu ik inmiddels enige tijd in Engeland verblijf, lijkt het niet meer dan toepasselijk om een album met de titel Let England Shake te vereren met enkele woorden. Wie weet vinden we een gepaste opvolger voor Badly Drawn Boy’s Born in the U.K. Natuurlijk heeft PJ Harvey’s Let England Shake daar weinig mee te maken. We gaan van autobiografische lofzang naar zwartgallige klaagzang. De gelijkenis houdt op bij de liefdevolle, grootse ambitie die beide platen uitstralen.

PJ Harvey maakt platen waarbij song, sfeer en melodie worden geëvenaard door de teksten. Dat vergeet je overigens even bij openingen als van The Glorious Land, dat cynisch de duistere aard van het land huldigt. Dit album heeft een boodschap. Het is niet in het bijzonder de belichaming van politieke denkbeelden, maar wel een maatschappelijk commentaar waarin oorlogsgruwelen de alledag uitmaken. Die militaristische ondertoon is eveneens een muzikale rode draad. Hierdoor wordt een fantastisch contrast gevormd met de afwisselend grimmige venijnigheid en ijzingwekkend mooie schittering in Harvey’s vocalen. De urgente, rauwe schoonheid van England is verbazingwekkend, terwijl In the Dark Places haast een klassieke jaren ’90 ballad lijkt. Let England Shake bezingt een duisternis die de luisteraar met bittere afschuw achterlaat.

Ook na een lange carrière maakt deze muzikante platen die wat te melden hebben. Waar veel artiesten juist als jongeling uit de school klappen, laait het vuur in PJ Harvey nu weer op. Let England Shake kan daarom mogelijk een nieuwe generatie liefhebbers aan zich binden. Protestplaat of niet, Let England Shake is in ieder geval een muzikale overwinning.

Read more...

Elbow - Build a Rocket Boys!

>> vrijdag 11 maart 2011

En dan nu een album van degenen die de Mercury prijs wel wonnen. Elbow maakte in 2008 de belofte van jaren waar en leeft nu het leven waar iedere beginnende band van droomt. Het succes en de aandacht is enorm. Hoewel niet minder indrukwekkend dan eerder werk, is nu iedereen het wel over hun kwaliteiten eens. Een lofzang die voorlopig geen einde kent. Build a Rocket Boys! zet dat slechts voort. Dat neemt niet weg dat single Neat Little Rows niet het meest interessante of geïnspireerde Elbow-nummer is dat we ooit hoorden. Naar verluidt gaf de band zelf aan dergelijk nummer nodig te hebben voor de verwachting van de massa. God zij dank is Build a Rocket Boys! echter het meest contemplatieve album van de Britten tot nu toe. Nadat ik als recensent mijn voorliefde bij de bespreking van vorig album liet blijken, heb ik me gepermitteerd het album even te laten rijpen. Toch kan ik het niet laten erover te schrijven.

In feite heeft Elbow nu geen introductie meer nodig. Liefhebbers herkennen de sound overal. De band heeft de opmerkelijke gave om in een behoorlijk traditionele formatie met een alom bekende methode liedjes te schrijven die altijd hun eigen identiteit uitdragen en telkens bijzonderder blijken dan hun familieleden. Bovendien rijpen hun creaties zonder uitzondering uitstekend. Zowel muzikaal als tekstueel doet Elbow geen water bij de wijn. De scenario’s zijn vaak herkenbaar, maar worden op poëtisch, sluikse wijze gepresenteerd. Ze appelleren aan aanvaarde gevoelens om en kiezen geen partij in netelige thema’s. De menselijkheid zegeviert. Nooit wekt de band het gevoel pretentieus te zijn of was er de noodzaak de aandacht te trekken. Elbow krijgt de aandacht van een trouw en liefdevol publiek. Het karakter van frontman en uitzonderlijk zanger Guy Garvey draagt daaraan bij. Vanuit die gedachte is ook Build a Rocket Boys! gemaakt.

Met gepaste trots erkent de band momenteel de verworven roem. Tegelijkertijd brengt Elbow, onder andere met dit album, vooral met bescheidenheid hun geschiedenis naar buiten. De band plaatst zich in het grote geheel van de veranderende muzikale wereld en beseft waar de huidige situatie aan te danken is. Build a Rocket Boys! is een plaat voor diegenen die altijd al in Elbow’s muziek geloofden en niet een album voor sensatiemakke nieuwe zieltjes. Het leent zich minder voor de grote poparenatoer die ze momenteel maken. Zoals Guy zelf pas geleden schreef: in deze tijd, waarin iedereen zelf muziek naar buiten kan brengen, volgt succes als je goed genoeg bent. Het is bijna met spijt dat ik Elbow dergelijke hoogtes zie bereiken, maar het vervult mij ook met trots. Hun muziek imponeert me nog evenzeer als de eerste keer dat ik hun debuut hoorde. Er is veel muziek die me raakt, maar er is geen andere traditionele band die iedere keer weer overeenkomt met mijn diepste gevoelens. Luister!

Read more...

Stateless - Matilda

>> vrijdag 4 maart 2011

Het eponieme debuut van Stateless werd ondanks enkele goede kritieken gemengd ontvangen en dus niet zo breed gedragen als ik verwachtte. Ongetwijfeld was mede de ambigue marketing als pop en/of dance. Er kon Stateless aan de popkant een clichématige werkwijze worden verweten en aan de dancekant ontbrak een definitieve dansbare punch. Wat mij betreft waren het echter uiterst sterke popsongs met snijdende, geladen vocalen die goed gebruik maakten van de extra dimensie uit de soundscape-achtige dance-elementen. Het heeft enige jaren geduurd voordat Stateless met nieuw werk komt, maar de herkansing komt in de vorm van Matilda.

Het is behoorlijk andere koek dan die ik hier voornamelijk serveer. Dat kan alleen als er een goede reden voor is. Stateless, op hun nieuwe label Ninja Tunes, brengt de daarbij passende electronische beweging in hun muzikale stijl tot voltooiing. Hoewel Matilda songs bevat die dansbaar genoemd kunnen worden en voorzien zijn van behoorlijk heftige beats en brommende bassen, kost het even voordat de groove van het album zich nestelt. De nog altijd indrukwekkende vocalen van Chris James, ondanks bewerkingen, komen telkens bovendrijven om de luisteraar als volleerd loods naar de veilige haven van de pop te leiden. Alleen al de kracht waarmee de onderlagen van de songs de luidsprekers uitrollen verhult even de grote mate van complexiteit in de opbouw. Hun debuut was toegankelijkere kost, maar toentertijd al ambitieus te noemen. Op Matilda lijkt de ambitie van Stateless zo mogelijk nog groter.

Er wordt uit diverse inspiratiebronnen geput. Single Ariel lijkt een vleugje van het mediterrane Midden-Oosten te hebben opgepikt, terwijl er wat oude muziek echoot in de lijnen van Visions. Voor de drammende culminatie van Assassinations is gebruik gemaakt van samples van My Brightest Diamond. Middels een ambient compositie als tussenspel, komen we aan bij I’m On Fire waar vervolgens Shara Worden zelf haar stem voor leende. Bovendien is dat één van de nummers waarop avantgardistisch strijkkwartet Balanescu meespeelt. Daarmee voegt Stateless zich aan een rijtje artiesten waar onder andere David Byrne, Michael Nyman en Kate Bush in thuishoren die eerder al medewerking van dit kwartet genoten. In het geheel lijkt de zwierige bombast in I’m On Fire bijna bescheiden. Met dit nummer vindt overigens een tijdelijke kentering in het karakter van de plaat plaats. Het structuur van het poplied wint het van sfeer. Tegelijkertijd heeft Stateless hier ten opzichte van hun debuut wel een extra klanklaag aan toegevoegd door de aanwezige strijkers. Toegegeven, de begerigheid waarmee een scala aan muzikale contrasten wordt gecreëerd komt her en der over als pretentieus effectbejag. Matilda is absoluut geen alledaagse plaat.

Het zal wederom moeilijk zijn een gepast publiek te vinden. Dance heeft de macht gegrepen, maar dat wil nog niet zeggen dat Stateless een album maakte waarop je onbegrensd uit je dak kunt gaan. Meeslepend is het wel, zij het in de zin van intrige. In feite is iedereen uitgenodigd om eens te gaan luisteren. Goede kans dat het tijd nodig heeft of stilistisch niet je voorkeur blijkt. Desondanks is het moeilijk denkbaar dat het gros van de mensen niet vroeger of later een keer wordt bevangen. Het is met enige trots dat ik momenteel hun thuisbasis deel.

Read more...

This Is the Kit - Wriggle Out the Restless

>> zaterdag 26 februari 2011

This Is the Kit, de uitlaatklep van Kate Stables, heeft Wriggle Out the Restless de opvolger gemaakt van Krulle Bol. Krulle Bol was een onverwachts indrukwekkend debuut. Alleen wie door de voorzichtig gewogen invloeden heen luisterde werd bevangen door de sluipende overmeestering van This Is the Kit. Wriggle Out the Restless heeft dus iets om na te streven.

Kate Stables heeft gelukkig weinig gemorreld aan de formule die Krulle Bol zo bijzonder maakte. Het is vanaf het eerste moment duidelijk dat ze dicht bij de folk blijft, hetgeen zich met name uit in de melodie en expressie van de vocalen. Het instrumentarium kan flink uiteen lopen, maar er is wel degelijk een rode draad die wordt gehandhaafd. Als een volleerde chef, zit ook op Wriggle Out the Restless het plezier in de verfijnde balans. Er is een veelvoud aan invloeden die zijn weg naar de voorgrond van de songs van This Is the Kit werkt. Dat zorgt ervoor dat het album diverse zijwegen kan inslaan en toch dezelfde richting blijft volgen. In de melodieën is een zekere mate van abstractie te herkennen die zorgt voor korte repetitieve lijntjes. Dat voegt op eenvoudige wijze complexiteit toe aan de composities.

Mijn vergelijking van voorheen met Ane Brun gaat eigenlijk niet meer op. In feite past ze uitstekend in de opkomende lofi hedendaagse folkpop die zowel haar Franse als Engelse wortels een uitstekende voedingsbodem geeft. This Is the Kit maakt muziek die het best gedijt in een intieme setting. Dat haar muziek geen massale aantrekkingskracht heeft, maar vooral op kenners een hypnotiserende uitwerking zal hebben, is in dit geval een voordeel.

Read more...

Hannah Peel - The Broken Wave

>> zondag 20 februari 2011

Na haar smaakvolle EP Tra Mhor lag een langspeeldebuut in de lijn der verwachtingen. Met The Broken Wave creëert Hannah Peel een pad voor haar muzikale talent onder eigen naam. Ze speelde eerder al met het charismatische Tunng en het stijlvolle The Unthanks, maar werkte ook samen met wereldmuzikant Nitin Sawhney, die op dit debuut tekent voor twee van de strijkarrangementen. Deze achterban geeft een brede creatieve bakermat aan en dat blijkt ook uit de nummers op The Broken Wave.

Tra Mhor was half-om-half traditionele folk en eigen werk. Met openingsnummer The Almond Tree, maar ook drie andere songs maakten we daar reeds kennis. The Broken Wave bevat namelijk nog dezelfde twee traditionals, die het album afsluiten. Zoals we al weten van Tra Mhor bezit Hannah Peel de gave om traditionele folk een volstrekt hedendaagse uitstraling te geven. Haar eigen nummers bezitten mogelijk nog wat meer kracht en vrije creativiteit. Ondanks de persoonlijke dieptes die daar worden ontdekt, blijft de basis van de meeste songs eenvoudig en klassiek. Vooral in het reeds bekende Solitude bereikt dat grote hoogtes. Dat siert Hannah, die als folkzangeres met haar licht gedragen timbre zeker haar mannetje staat. Het is niet ingewikkeld de sporen van traditionele folk in haar moderne songs terug te vinden. Daardoor behoudt het album het organische ensemblegevoel. Er wordt gebruik gemaakt van synths op een manier die de songs slechts siert. Het plezierigst zijn de melodische wendingen die de liedjes een onverwachts randje geven. Op die wijze blijven de songs plezierig luisterbaar, terwijl ze persoonlijke vrijheid tonen. The Broken Wave is een fijn album met verfrissende klassiekers van een duidelijk talentvol muzikante.

Read more...

Left With Pictures - In Time

>> zondag 16 januari 2011

Het album In Time van het sympathieke Londense Left With Pictures is het resultaat van een jaar songschrijven. Over 2010 stelde de band zich ten doel iedere maand een nieuw lied uit te brengen dat voor degenen die zich inschreven gratis downloadbaar was. Uiteindelijk was het altijd al duidelijk dat dergelijke serie van twaalf nummers zich uitstekend zouden lenen voor een nieuwe plaat en dat is wat nu verkrijgbaar is.

Het aardige van deze werkwijze is dat nu ieder lied een impressie van een maand probeert te vangen, maar dan wel die maand in 2010, terwijl ze zo achter elkaar voor albumkopers juist in 2011 zullen worden genoten. Het zal de pret slechts verlengen, want op In Time vinden we nummers die de folky kamerpop van Left With Pictures eer aandoen. De klassieke eenvoud waarmee melodieën door deze groep worden gesmeed, blijven telkens weer een aangename aanvulling op de dag. De toon is niet overdreven vrolijk en wordt nergens donker of naargeestig. De voornamelijk akoestische bezetting van de arrangementen klinkt dynamisch en solide. De verrassing is er inmiddels af, maar de kunst blijft bestaan.

In Time vangt de luisteraar in de treincadans van Constantly en verleidt tot meezingen op St. Dominic. Hoewel er enkele nummers zijn die ietwat eentonig overkomen, tovert Left With Pictures regelmatig een glimlach op je gezicht. Het sobere, haast volledig in close harmony uitgevoerde nummer voor oktober, October Waits, is zeker een hoogtepunt en een showcase for het pure talent dat de band bezit. River Avon is simpelweg vertederend en Go Simon, Go! doet heerlijk ouderwets aan. In Time bezit met voorzichtig gebruik van elektronica ook wat nieuwe ideeën. Deze maken de nummers pakkend en poppy, maar kunnen ook nog wat groei gebruiken. De constante factor van de songs zijn zeker de buigzame, vriendelijke en zangerige vocalen die alle melodieën op organische wijze stroomlijnt. Als extra bonus is er voor ieder nummer ook nog een clip beschikbaar, waarvan enkele plezierig inventief.

Left With Pictures blijft aantonen dat ze door het manipuleren van klassieke songschrijftradities zowel fris als aangenaam tijdloze liedjes maken die het verdienen om door grote groepen te worden omarmd. Of dat ooit zal gebeuren of Left With Pictures tussen de quirky ensembles zal blijven steken zal de tijd leren. Ik vermoed dat ze in iedere omgeving kunnen floreren.

Read more...

True Bypass - True Bypass

>> vrijdag 17 december 2010

True Bypass wordt gevormd door het duo Chantal Acda (van Sleepingdog), een Belgische met Nederlandse wortels, en de Schotse gitarist Craig Ward (o.a. eerder van dEUS en The Love Substitutes). Deze verbluffende match speelt muziek die op natuurlijker wijze lijkt te ontstaan dan improvisatie. Imperfectie is een sleutelwoord in het harmonieuze getokkel dat de basis legt voor de voorzichtig fluisterende melodieën. Niet dat er fouten worden gemaakt, het spel is opzettelijk vluchtig gefragmenteerd, waardoor constant het gevoel blijft dat er niet een eenzijdige manier is om deze songs te spelen. Die songs zijn overigens van een eenvoudige pracht. Geen opsmuk en een getemperde emotie zetten de toon op dit eponieme debuut. Doordat Craig zo af en toe een toontje meezingt wordt een referentie bij Brown Feather Sparrow logisch, maar in zijn geheel doet True Bypass mij meermalen denken aan het ingetogener werk van Sufjan Stevens en dan met name zijn tussengerecht Seven Swans. Net als Matt Bauer begrijpt True Bypass dat expressie niet altijd in de nadruk zit. De songs zijn scherp genoeg gedefinieerd om met het prevelende en ad hoc karakter een absorberende intimiteit te bewaren. De negen songs zijn voorbij voordat je er erg in hebt. Goede kans dat je de ogen sluit en de gedachten de vrije loop laat bij beluistering van deze nummers, hoewel ze ook een meditatief karakter hebben dat simpele ontspanning teweeg brengt. Dit plaatje voorspelt veel moois in de toekomst.

Read more...

Moulettes - Moulettes

>> zaterdag 4 december 2010

Het is één van de richtingen in de hedendaagse muziek: barokke, theatrale pop. In diverse richtingen springen me artiesten als Evelyn Evelyn, Dresden Dolls, Parenthetical Girls, Wild Beasts, The Irrepressibles en Duke Special direct in gedachten. Daar kunnen Moulettes aan worden toegevoegd. Geleid door vrouwelijke vocalen komen vele stijlinvloeden voorbij. Sommige songs zijn klaar voor het theater, andere voor de kermis, weer andere voor muziekfestivals, want soms is Moulettes behoorlijk puntig.

Het eponieme debuut is voor een groot gedeelte aanstekelijk, hoewel het voorstelbaar is dat niet iedereen iedere song, die soms elk een project op zich lijken, kan waarderen. Consistentie is er wel, maar blijft grotendeels ongrijpbaar. Klassieke muziek wordt in één beweging op een hoop gegooid met hoempapa, rock, blues, jazz en close harmony-achtige koortjes. Samenzang is een belangrijke troef in hun eigenzinnige stijl. Gelukkig wordt alles met voldoende flair uitgevoerd om een knipooggevoel te bewaren. Dat wil overigens niet zeggen dat heel Moulettes vol staat met ongeremde eclectische vrolijkheid. Zulks is onmiddellijk terug te vinden in woorden in de songtitels als cannibal, devil, requiem en bloodshed, die alleen niet opzienbarend zouden zijn, maar tezamen een patroon vormen. Daarnaast volgen de teksten ook traditionele folkthema’s, hoewel dat muzikaal niet de meest toonaangevende invloed is. Er is aandacht voor dynamiek in de structuren en contrastrijke composities, zodanig dat de luisteraar herhaaldelijk wordt uitgedaagd op zoek te gaan naar een boodschap. De quirky folk die we uit Brighton gewend zijn, wordt dus niet te allen tijde gevierd. Natuurlijk is er een veelvoud aan instrumenten aanwezig die voor een constant veranderende klankkleur moeten zorgen. Het werkt allemaal wonderwel samen zonder de muzikale betekenis te verliezen.

Moulettes is één van de vele gezelschappen die in groeiende mate hun eigen ding doen, bagage dragend van de grote muzikale diversiteit die tegenwoordig in menig liefhebbers collectie is te vinden. Het zullen voornamelijk die liefhebbers zijn, naast mogelijk de onbedachte festivalganger, die Moulettes zeker op waarde zullen kunnen schatten.

Read more...

Fran Healy - Wreckorder

Na een aantal succesvolle jaren in een band besluiten veel muzikanten ook solo een poging te wagen. De naam Fran Healy zou bekend kunnen zijn als de singer-songwriter van de band Travis. Het Schotse Travis is natuurlijk een grote Britpopnaam, maar werd ook niet door iedereen serieus genomen. Wat mij betreft onterecht, want ondanks het commerciële succes van de jongens en het relatief lage innovatieniveau nadat de band zijn geluid vond, waren de albums altijd erg goed en de songs op ingetogen wijze hitgevoelig. Dat gezegd zijnde was het laatste album, Ode to J. Smith, dat teruggreep op het rockerige debuut Good Feeling, in mijn ogen een misser en waar 12 Memories nog geïnspireerd onconventionele paden bewandelde leek de band zichzelf terug te fluiten met de verdienstelijke grootsheid van The Boy With No Name.

Opmerkelijk aan het solodebuut van Fran Healy is dat hij solo lastig te onderscheiden is van het oh zo vriendelijke, geniale popgeluid waarmee Travis bekend werd. Behoudend misschien, want de enige verrassing is dat het zo vergelijkbaar klinkt. Aan de andere kant miste ik dat geluid enorm op Ode to J. Smith. Het is daarom opbeurend om dat geluid te horen worden voortgezet door de eigenlijk geestelijk vader. Verschillen zijn er wel, maar in de details. De fijne songs volgen zeer vergelijkbare structuren. De sfeer is echter minder toe te schrijven aan een band. Andy Dunlop speelt als enige bandlid mee op Holiday. Interessanter zijn misschien de samenwerkingen met Paul McCartney op basgitaar op As It Comes, het duet, Sing Me to Sleep, met Neko Case en de viool van Tom Hobden. Daarbuiten kent Wreckorder duidelijk een singer-songwriterkarakter met een variërende begeleiding die de songs op diverse wijze accentueert. Dat geeft de songs afwisselend een idiosyncratischer of intiemer gevoel. Het hele project heeft een air van volwassenheid die de bravoure van de band, afgezien van 12 Memories, weleens mist. Tegelijk laten veel songs horen dat ze ook als een Travissong hadden kunnen werken. Dat is smullen voor de fans en Fran Healy heeft het songschrijven zo goed in de vingers dat hij nergens ontspoort. Behoudend was duidelijk de juiste keuze, want het eert de ijzersterke basis, terwijl het vertrouwenwekkend over de grenzen tuurt.

Fran Healy kocht vrijheid door zijn debuut op zijn eigen label (Wreckorder) uit te brengen. Travis deed met hun laatste hetzelfde, maar wist de vrijheid niet overtuigend te gebruiken. Fran Healy doet alleen wat de band niet lukte en dat is een verademing.

Read more...

Stereolab - Not Music

>> vrijdag 3 december 2010

Stereolab heeft de gave om muziek te schrijven en spelen die direct bij opening aandoet alsof het er altijd al als een constante soundtrack is geweest. Het grijpt direct aan en laat eigenlijk niet meer los. Daarbinnen vinden alle gebeurtenissen plaats. Not Music is dan misschien ook wel een treffende titel.

Hoewel voorstelbaar is dat Stereolab wat druk is in de laagjes, bliepjes en geluiden die dan weer vreemd contrasteren met de lijzige centrale lijn van de vocalen (als die er zijn), is het opmerkelijk en bijna jammer dat Stereolab’s muziek snel de neiging heeft letterlijk naar de achtergrond te verdwijnen. Voordeel is dan weer wel dat een Stereolab album naast songs ook vaak in bewegingen is in te delen. Het karakter van songs verschilt regelmatig per set. Zo zijn er twee bewegingen waar te nemen voordat de monotone (dat wil zeggen vlak en saai) Emperor Machine mix van Silver Sands aan de beurt is. Dat nummer past dan wel weer in de flow van de daarop volgende twee nummers. Ze laten echter geen goede indruk achter. Not Music herpakt zich gelukkig wel met Sun Demon. Helaas wordt eenzelfde vergissing gemaakt met de Atlas Sound mix van Neon Beanbag aan het eind. De repetitief pulserende horizontale lijn had men net zo goed achterwege kunnen laten. Zo onstaat er het gevoel dat het album te lang duurt.

In het genrewerk van Stereolab klinkt Not Music, met name door het onnodig rekken dat doet denken aan het te groot uitgevallen drieluik Oscillations from the Anti Sun, een beetje als een stijloefening. De nieuw hervonden inspiratie ten tijde van Margerine Eclipse of de aandachtvragende, afwijkende aanpak van voorganger Chemical Chords wordt niet geëvenaard. Dat neemt niet weg dat, zoals in principe ieder Stereolab album, Not Music onderhoudend genoeg is. Het niveau van deze iconische electropopband ligt nu eenmaal hoog.

Read more...

John Rutter - A Song in Season

>> zondag 21 november 2010

Na zijn Mass of the Children werd John Rutter bij het brede publiek een geliefd componist. Het is niet moeilijk te achterhalen waarom juist John Rutter’s benadering van koormuziek zo goed aanslaat bij gevarieerde groepen. Afgezien van de schitterende diversiteit aan ontroerende emoties in zijn Requiem zijn zijn composities voor koor opvallend opgewekt. A Song in Season is daarop nauwelijks een uitzondering.

De titel doet vermoeden dat het om een kerstalbum gaat. Gelukkig is daarvan geen sprake. A Song in Season verwijst weliswaar naar feestdagen, maar dan naar vieringen over het hele Christelijke spectrum. Het is dan ook niet verwonderlijk dat A Song in Season overwegend vrolijk van toon is. Pas na de helft van de speeltijd is er ook ruimte voor stemmigheid. Die stemmigheid brengt hem dichter bij de artistieke idealen waarvan Eric Whitacre zich bedient, terwijl de opgewekte klanken beter passen bij de toegankelijk cinematografische aanpak van Karl Jenkins. Zoals John Rutter vaak placht te doen, neemt hij ook ditmaal de dirigeerstok ter hand en leidt zijn veel geprezen The Cambridge Singers op uiterst gedecideerde, doch sprankelend, levendige wijze door de selectie psalmen en gezangen. De dynamiek is overweldigend en zal ook de avant-gardistischer liefhebber niet onberoerd laten. Met name op de Naxos album met het Requiem werd een mooi overzicht geboden van de Rutter’s stijl in combinatie met orkest. A Song in Season zet deze lijnen prachtig uit. Zijn gebruik van de volle breedte van het orgel is zeer herkenbaar. Regelmatig dartelen de lichtere tonen de luisteraar speels en ritmisch tegemoet en dat wordt subtiel afgewisseld met de rollende dieptes waar het instrument bekend om is. De helderend schallende koperklanken vervullen een melodische signaleerfunctie die telkens weer het koor omhoog stuwen. Rutter schuwt de romantische harmonieën die ook musicals inspireren niet. Daar ligt ongetwijfeld de sleutel tot de toegankelijkheid. Daarnaast weet hij de door ritme gedreven melodieën die in de pop in zwang zijn geaccentueerd te verwerken in zijn klassieke stijl. Dit doet denken aan de subtiele lagen in het werk van ex-rocker Uģis Prauliņš. Dit draagt allemaal bij aan het gevoel dat Rutter’s muziek niet het zware karakter van veel klassieke muziek uitdraagt.

A Song in Season komt handig uit voor Kerst, maar het zou een vergissing zijn alleen daarom het album te beluisteren. Het is een schitterend overzicht van de recentere werken van John Rutter die met dit album waarschijnlijk zijn groeiende aanhang verder zal uitbreiden. Voor wie geniet van Eric Whitacre of Karl Jenkins is John Rutter haast verplichte kost, want zijn composities lijken voornamelijk te zijn bedoeld om van te genieten. Een officiële viering of niet, het spelen van dit album zal voor menigeen een feest an sich zijn.

Read more...

Alessi's Ark - Soul Proprietor EP

>> woensdag 17 november 2010

In alle stilte blijkt de inmiddels iets minder jonge Britse singer-songwriter Alessi Laurent-Marke een opvolger van haar indrukwekkende debuut Notes from the Treehouse te hebben uitgebracht. Nu ja, eigenlijk is het nog geen echte opvolger, want Soul Proprietor bevat slechts een viertal nieuwe songs, vandaar mijn predikaat EP. Het markeert haar overstap naar het alom bekende Bella Union. Tevens viel de release samen met de toer die ze ondernam met Laura Marling. Onder haar vorige label Virgin trok ze nog alle registers open. Dat was echter geenszins te veroordelen, want Alessi’s Ark klonk bijzonder eigengereid en de arrangementen waren goed gebalanceerd en voegden prachtige lagen toe aan haar songs. Op Soul Proprietor valt het gemis hiervan in eerste instantie in negatieve zin op, want de liedjes blijven relatief anoniem. Er is totaal niets op aan te merken, maar we waren van Alessi’s Ark een charmant groot gebaar gewend. Charmant is ze nog steeds, maar met de traditionelere folkaanpak valt ze niet echt meer op. Wel sluit ze daarmee uitstekend aan bij het repertoire van Laura Marling, dus in goed gezelschap is de EP zeker. Wat Soul Proprietor met name de moeite waard maakt, is het laatste nummer: The Bird Song. Hier spelen diverse leden uit het door mij vaak geroemde Willkommen Collective mee en krijgt daardoor, op andere wijze dan bij Notes from the Treehouse, de extra lagen mee die haar songs zo meeslepend maakten. Het is even afwachten wat de volgende stap van Alessi’s Ark gaat zijn. Misschien dat Alessi mogelijkheden ziet de poppenkast te versoberen en zo de hoge noten van originaliteit weer weet te halen.

Read more...

Badly Drawn Boy - It's What I'm Thinking (Part One, Photographing Snowflakes)

>> zaterdag 13 november 2010

Singer-songwriter Damon Gough vaart onder de naam Badly Drawn Boy al vele jaren zijn eigen koers. De soundtrack Is There Nothing We Could Do? niet meegerekend, is It’s What I’m Thinking (ondertitel: Part One, Photographing Snowflakes) de ware opvolger van Born in the U.K. uit 2006. Badly Drawn Boy begon zijn carrière voortvarend met The Hour of Bewilderbeast, hetgeen hem de mogelijkheid opleverde de soundtrack voor About A Boy te maken. Desondanks maakt hij mogelijk evenveel vrienden als vijanden met zijn wijze van songschrijven die tegelijk appelleren aan pretentieloze ‘simple mindedness’ als aan megalomane pretenties, waarvan voorganger Born in the U.K. het meest uitgesproken voorbeeld van is.

It’s What I’m Thinking, deel één van een geplande trilogie, is dus een meer dan toepasselijke titel voor zijn werk. De ondertitel Photographing Snowflakes drukt echter beter uit wat van dit album te verwachten is. Dit album staat waarschijnlijk het verst van Born in the U.K. af van zijn hele oeuvre. Ook het kenmerkende experimentalisme is tot een minimum beperkt. De songs zijn zo subtiel, zacht en lyrisch dat verveling op de loer ligt (Too Many Miracles) en dat is voor het eerst op een Badly Drawn Boy album. Damon Gough toont zich echter ook weer vaardig in zijn omgang met de veelvuldig ingezette harmonische strijkarrangementen, hetgeen zorgt voor een ongekend gemakkelijke luisterervaring. Het is voor dit album niet langer nodig om de soms kinderlijke en baldadige tegendraadsheid van de singer-songwriter te appreciëren, omdat het nauwelijks aanwezig is. Dat betekent wel dat Badly Drawn Boy als muzikant harder moet werken om de aandacht vast te houden. Tegelijk is er niet extreem veel verandert. Damon Gough heeft een kenmerkende stem die hij op even kenmerkende wijze gebruikt. Ook op It’s What I’m Thinking is dat eenvoudig te herkennen. Voer voor de gevestigde liefhebbers dus.

Uiteindelijk is het moeilijk op dit zwaar geproduceerde en gepolijste album de wispelturige charme van Badly Drawn Boy niet een beetje te missen. Wie de limited edition koopt vindt de creatievere kant van produceren op de 20 minuten lange soundscape collage/album re-dux van Andy Votel. We moeten Damon Gough met zijn eigenzinnige koers natuurlijk ook dergelijk album de ruimte geven en het opent wel de poort voor onderweg verloren adepten. Naar de aandachttrekkende levendigheid die eerdere albums tekende moet het anno 2010 echter worden gezocht. Het blijft een intrinsiek onderdeel van Badly Drawn Boy, maar It’s What I’m Thinking klinkt zo volwassen dat het wennen is.

Read more...

Dark Captain Light Captain - Miracle Kicker

>> dinsdag 9 november 2010

Miracle Kicker is het eerste volledige album van de Britse band Dark Captain Light Captain dat twee jaar geleden het levenslicht zag. De band heeft een bijzonder idiosyncratisch geluid dat zowel de nodige aandacht vraagt alsook juist een gevoel wil oproepen en muziek als een ervaring toedient. Hoewel er sprake is van songs, betreft het geenszins evocatieve popsongs. In feite lijkt Dark Captain Light Captain een postrock band, maar daarmee is het laatste nog niet gezegd.

De rijke en warme lagen die op repetitieve wijze de basis leggen voor de songs brengen de luisteraar al snel in een sort meditatieve trance. Hoewel die basis wel degelijk een ritmische keerzijde kan hebben, is dit doorgaans ondergeschikt aan de ligt glooiende dynamische lijnen die uit kleine muzikale loopjes worden opgebouwd. Door de sterk vormende soundscape-achtige structuren creeren de songs een loungy ambient sound uit milde klanken die zich voornamelijk in de postrock thuisvoelen. De haast fluisterende vocalen hebben de klankkleur van Doveman, maar het beste referentiepunt is zeker het debuut van Engineers met een vleugje emotionele flair à la Blackbud. De melodielijnen blijven echter constant plezierig understated, waardoor de fantasie van de luisteraar de volle ruimte krijgt. De teksten zijn over het algemeen bondig, waardoor de herhaling in de instrumentale structuren een diepere connotatie krijgt in de vocalen.

Miracle Kicker fascineert voldoende zonder opdringerig te worden. Nadat het album is afgelopen heb je dus direct zin het nog eens op te zetten om dan wel te luisteren of je iets hebt gemist, of simpelweg het fijne gevoel te prolongeren. Het is een album dat aan alle kanten klopt. Songschrijven in een genre dat moeilijk is te benoemen, is zelden zo’n onmiddellijk plezierige ervaring.

Read more...

Doelstelling van deze blog

Meer aandacht voor het (nog) onbekende. In tenui labor of toch niet?

Mededelingen

Donderdag 1 juli: deze week weer een frisse herstart verwacht.
Kort reces tot 13-05-10.
Na een kort reces vandaag (24-02-10) weer aan de post. Inmiddels is deze blog twee jaar geworden!
Gedurende december zullen er minder recensies worden geschreven
21-31 augustus: tijdelijk even geen recensies ivm een kort reces
Zondag 14 juni: Creative Commons licentie BY NC ND van toepassing op alle inhoud
Woensdag 3 juni: zoekfunctie en auteursrechtenonderdeel toegevoegd
Dinsdag 19 mei: template aangepast, hopelijk verbeterd
Vrijdag 15 mei: nieuw template; ontwikkeld door Ourblogtemplates.com, 2008

Auteursrechten

© Copyright Benjamin N. Vis

Uitgezonderd waar anders vermeld, is op alle inhoud van deze blog een Creative Commons Attribution 3.0 License van toepassing. Deze is hieronder gespecificeerd als CC BY NC ND. Voor meer informatie klik op de links aldaar.

  © Blogger templates Inspiration by Ourblogtemplates.com 2008

Back to TOP  

Creative Commons License
werk van Benjamin N. Vis, Nieuwe Geluiden is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-Niet-commercieel-Geen Afgeleide werken 3.0 Nederland licentie.