Posts tonen met het label experimenteel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label experimenteel. Alle posts tonen

Dark Dark Dark - Wild Go

>> dinsdag 24 mei 2011

De opvolger van het uit 2008 stammende The Snow Magic waarvan mij toen geen nieuws bereikte, werd vooraf gegaan door de EP Bright Bright Bright. Daarmee werd een statement afgegeven dat positief werd ontvangen. Vandaar de de oren inmiddels waren gespitst voor de echte opvolger van kamerpopband Dark Dark Dark: Wild Go. Van dat album werd de single Daydreaming reeds gebruikt in de successerie Grey’s Anatomy, hetgeen meer dan eens een voorbode van consolidatie is.

Dark Dark Dark kenmerkt zich door het eigenzinnig combineren van stijlen en hun wat recalcitrante en prikkelende perspectieven. Vanaf de eerste minuut pakt Wild Go de aandacht. De percussiezware opening ontwikkelt zich tot een interessant en divers nummer. Hoewel misschien de vocalen de luisteraar niet direct met schoonheid voor zich winnen, contrasteren ze mooi met de akoestische arrangementen waarin accordeon, strijkers, piano en slagwerk samensmelten. Een vurig vervolg kan worden verwacht, maar Dark Dark Dark laat hun dynamische kant zien door voort te gaan met het beladen Daydreaming. Zes man sterk buit de band alle kanten van hun bezetting uit bijgestaan door accentuerende koortjes. Na de ietwat schelle vocalen van Nona Marie Invie is de afwisseling met de zachte vriendelijkheid in de intonatie van Marshall Lacount in Heavy Heart welkom en spoort ook Nona aan om een meeslepend melodisch stuk weg te geven in Celebrate. Wild Go is een album dat zijn invloeden haalt uit volksmuziek, kamermuziek en vanzelfsprekend goede popsongs. Dat is geen ongehoorde combinatie en toch neemt Dark Dark Dark met opvallend meesterschap en variatie afstand van vele collegae. De akoestische bezetting doet de songs tijdloos klinken, terwijl het zweempje theater juist eigentijds aandoet, zoals het mooie Something for Myself toont.

Dark Dark Dark levert een glorieus staaltje ensemblepop af, opgesierd door een aangenaam zonderlinge experimenteerdrift die slim de muzikale spanning vasthoudt. Wild Go is een album dat zich thuis voelt bij serieuze muziekliefhebbers, maar ook geen brug te ver is voor de eenvoudige genieter. Het sextet weet precies wat goede muziek moet doen en overtuigt ieder nummer opnieuw zonder nodeloos te dramatiseren.

Read more...

Glasser - Ring

>> maandag 16 mei 2011

Soms moet je terugkijken om bij de tijd te blijven. Glassers debuut Ring stamt van vorig jaar, maar het frisse geluid dat daarmee de wereld in kwam verdient ook nu nog aandacht. Gelukkig waren daar de opmerkingen van radiohost Guy Garvey (Elbow) om me de weg te wijzen.

Glasser was enige tijd het soloproject van Cameron Mesirow. Voor het album stal ze de show met het episch klinkende Apply dat uit niet veel meer bestond dan de geprogrammeerde beats uit het Apple programma GarageBand en haar hoge vocalen. Op Ring is Glasser uitgegroeid tot een stevige band om het veelal elektronische geluid aan te vullen. Hoewel beats en vocalen de hoofdingrediënten blijven vormen, heeft Glasser de arrangementen van plezierig volronde uiteinden voorzien. Het nummer Apply is ook voor de plaat een sterke binnenkomer. Het is direct duidelijk dat Glasser niet een doorsnee singer-songwriterproject betreft. Aan de vrouwelijke kant van dat genre bevindt ze zich tussen de venijnigheid van het strijdbare Bat for Lashes en de romantiek van de grootse pop in Florence + the Machine. Dat benadrukt de eigenzinnigheid van haar muziek, hoewel denkbaar is dat de grootse beats het ook bij een wijd publiek goed zouden kunnen doen. Het is opmerkelijk hoe Glasser in staat blijkt van rechtlijnige middelen als pregnante percussieloops en synthetisch overgeproduceerde melodielijnen simpelweg met haar lichte, bezwerende vocalen een haast organische psychedelische luisterervaring te creëren. Die karaktertrek wordt op het debuut flink uitgebuit.

Ondanks de aandacht vragende en fascinerende trips is het de vraag hoe het met de houdbaarheid van dergelijk geluid is gesteld. Dat gezegd zijnde, is juist door het gebruik van snel ontwikkelende software de muzikale tijdsgeest goed gevat en kan Ring daarmee een uitstekend historisch document blijken. Glasser heeft in ieder geval bewezen talent te bezitten, hetgeen zich uit in een origineel geluid waar zeker ruimte voor groei in zit, zij het misschien minder in absolute zin. De tribaal dronende beats en de wervelende folky vocalen gonzen in ieder geval in een aangenaam warme roes na.

Read more...

Fleet Foxes - Helplessness Blues

>> zaterdag 14 mei 2011

Een anticiperende stilte overheerst voordat een band die liefhebbers en critici moeiteloos voor zich won een nieuw album uitbrengt. Helplessness Blues is inmiddels alweer enige tijd aan de publieke opinie overgeleverd. Voor de muzikanten zelf geldt dat echter al sinds hun EP Sun Giant. Na het geweldige indiesucces dat de eponieme debuutplaat bracht, moet het voorman Robin Pecknold duidelijk zijn geweest dat alleen volledige overgave Fleet Foxes in nieuwe richtingen kon dwingen. Naar verluidt uitte deze toewijding tot het beëindiging van zijn relatie. Een offer dat Helplessness Blues ten goede lijkt te zijn gekomen.

De ontwikkeling is samengevat in de eerste lijn van openingsnummer Montezuma: “So now I’m older”. Ouder worden heeft tot effect gehad dat de jeugdige bravoure van de beginnende band is vervangen door een subtielere aanpak van hun stijl. Hoewel minder bevangen door euforie presenteert deze ontwikkeling zich ook in krachtig bestierde stijlexperimenten. Geen zorgen voor de fans, want hun inmiddels iconische herinterpretatie van het communale gevoel van selecte jaren ’70 folk is gebleven. Daarbinnen vindt Fleet Foxes nieuwe wegen. Wederom zijn die getekend door het rijpen van de artistieke grondslag.

Boven alles heeft Fleet Foxes een intiemere sfeer gecreëerd die is getekend door openhartige persoonlijke ontboezemingen. Ondanks de persoonlijke gevoelens worden de songs nog regelmatig als groepshymnes gebracht. Op die momenten komt de dynamiek van hun ongeëvenaarde koralen tot leven. Één van de prachtigste voorbeelden daarvan is het haast religieuze Plains/Bitter Dancer. Fleet Foxes zou niet bestaan zonder folk, met name die folk die de cosmovisie van de Amerikaanse culturele smeltkroes uitdrukt. Fleet Foxes zou echter ook niet bestaan zonder klassieke koormuziek, kamermuziek en psychedelica. Dit culmineert in het langzaam opgebouwde The Shrine/An Argument dat uiteindelijk overspoeld raakt van ontroerende muzikale motieven. Vooral omdat dit nummer aanvankelijk werkt als een klassieke ballade voert het de emotionele druk op voordat er een epische ontlading volgt. Onwillekeurig wordt de luisteraar meegezogen in het emotionele appèl dat direct aan ons gericht lijkt. Robin Pecknolds herkenbare romantische pogingen in het reine te komen met zijn karakter worden weerkaatst in de vooruitstrevende composities, hetgeen dat web verder aanspant.

Helplessness Blues is niet alleen een token van muzikaal meesterschap, het belichaamt een van inspiratie vervulde band. Het begeesterd leiderschap van Robin Pecknold heeft de vruchten van de creatieve arbeid nog zoeter gemaakt. Groot zijn de muzikanten die gevoelens zo toegankelijk weten over te brengen. Fleet Foxes heeft een stilistisch dialect ontwikkeld dat leunt op nostalgie waarvan zelfs jongere muziekliefhebbers zijn doordrongen. Het is bijna onvoorstelbaar dat iemand totaal onbewogen naar Helplessness Blues kan luisteren. Het hypnotiserende effect van hun debuut deed genieten. Helplessness Blues nodigt uit tot afdalen naar diepere lagen van de ziel.

Read more...

Julianna Barwick - The Magic Place

>> zondag 8 mei 2011

Lange tijd moesten we het doen met de bijzondere EP Florine waarop Julianna Barwick haar uitzonderlijke stemklankkunsten vertoonden. In de aanloop werd de release van haar tweede album, The Magic Place, enkele malen uitgesteld. Nu is de plaat dan verkrijgbaar en klaar voor een oordeel.

Julianna Barwick bouwt haar werk op met minimalistische koren die uit gelaagde samples en loops van haar eigen stem bestaan. Daarin ontstaan diep weerklinkende klankkleuren en ijzige boventonen, soms spaarzaam aangevuld met enkele instrumentale klanken en percusieve elementen (piano). Het etherische en cerebraal rondspinnende geheel verwerkt veel invloeden van modern klassieke koormuziek, maar maakt tegelijk een stap in de richting van populaire genres. Gelukkig blijft The Magic Place ver genoeg af van new age, hoewel er enige gelijkenis bestaat. Jammer is dat de licht echoënde vocalen in de opname of productie een blikkerig karakter hebben gekregen die de composities niet altijd ten goede komt. Het is duidelijk dat de idiosyncratische werkwijze waarmee de muziek van Julianna Barwick ontstaat het album een sterk conceptueel karakter geeft. Het tempo is ook grotendeels eenvormig. Hoe betoverend ook enige verveling ligt op de loer. De voortdurende muzikale gedachtelijnen worden doorbroken door kleine variaties in de arrangementen waarin solo zang of piano kortstondig op de voorgrond treden. Toch weerhouden het repetitieve minimalisme en de uitgestrekte klanktapijten de luisteraar vaak van echt engagement. Met name de composities die gebruik maken van een dynamische opbouw met Julianna’s solovocalen springen er in positieve zin uit, zoals het intense White Flag. Ook slotcompositie Flown is prachtig, maar enigszins verstoord door de productie.

In vele opzichten is The Magic Place precies de opvolger die na Florine kon worden verwacht. Mogelijk is het juist door het medium en de speelduur van een album dat hier de composities kracht verliezen en daarmee ook ten langen leste hun xenofiele aantrekkelijkheid. Hoewel het aantal muzikale middelen groeide, geldt dat niet in dezelfde mate voor het concept. Waar andere artiesten die van vergelijkbare techniek gebruik maken grote diversiteit weten uit te buiten, bijvoorbeeld Owen Pallett, blijft bij Julianna Barwick de begingedachte de leidraad. Daarin ontspringt de ambiguïteit van The Magic Place, want deze rechtlijnigheid kan worden geprezen, terwijl het totale resultaat kan worden bekritiseerd. In deze afweging slaat voor mij de balans wel positief door, maar de kanttekening is genoteerd.

Read more...

Kellarissa - Moon of Neptune

>> zondag 27 maart 2011

Moon of Neptune volgt Flamingo op, het debuut van Larissa Loyva’s soloproject Kellarissa (hetgeen in de kelder betekent). Voor de astronomen onder ons is de titel wellicht onbevredigend aangezien er maar liefst twaalf manen rondom Neptunus draaien. Aan de andere kant geeft dit het album een zweempje mysterie. Het zou zelfs kunnen dat we hier met nummer dertien te maken hebben. Na haar doop als Kellarissa, was Larissa Loyva nog te horen op het mooie album van Fanshaw, terwijl ze ook een plekje heeft in The Choir Practice en P:ano, wier lo-fi aanpak in contrast staat tot de synth-elektropop die ze als Kellarissa maakt. Tegelijkertijd is veel van de sfeer en het melodische gevoel alle projecten niet vreemd. Daarnaast toert Larissa als deel van Destroyer’s band. Ze vormt duidelijk één van de fijne stukjes van het Canadese muzieklandschap.

Moon of Neptune spint verder aan het web dat Flamingo begon. Wie erin wordt gevangen, is verzekerd van enkele ongemakkelijke momenten. Kellarissa is er niet op uit wie dan ook gerust te stellen. Met haar lichte stem en een blikkerige productie zet ze een scherp geluid neer. De repetitie in zowel de ritmische elektronische begeleiding als de vocalen sleuren de luisteraar een duistere spiraal in. Hoewel ze zingend dit geheel afwisselt met zweverige melodieën klinkt het geheel beheerst. De referentie naar Cortney Tidwell houdt zo zeker stand, maar Kellarissa’s bezwering is magie van de zwarte aard. Daardoor is ook hier en daar de invloed van PJ Harvey te bespeuren. De bevreemdende wereld kent op Moon of Neptune een onstopbare opmars. Uiterst gedecideerd spant ze de lijnen van haar web zodanig aan dat het begint te snijden. Ze ontpopt zich tot een koor van sirenes dat de passant met enige afschuw verleidt. Omdat dat de muzikale intrige van Moon of Neptune geen resolutie in schoonheid vindt, gelijken de fascinerende klanken het experimentele werk van Björk en modern klassiek. Doordat ze haar strijdmiddelen beperkt, blijft er een pad zichtbaar, hoewel de tocht er doorheen niet makkelijk is.

Aan het einde is het lastig te bepalen of Moon of Neptune een aanbeveling waard is. Kellarissa maakt geen muziek voor groentjes, voor de geduldige doorgewinterde avant-gardist is het vinden van parels na een moeilijke tocht mogelijk juist de onbetwiste overwinning.

Read more...

Portico Quartet - Isla

>> vrijdag 11 maart 2011

In de lijst van genomineerden voor de Mercury Prize (album of the year award) zijn vrijwel altijd een aantal platen te vinden die het ook echt verdienen. In 2008 won Elbow de prijs en of het nu hun beste album is of niet, dat was dubbel en dwars verdiend. In het lijstje genomineerden was echter ook en zeer afwijkende band te vinden: Portico Quartet. Hun album Knee-deep in the North Sea haalde het dus niet, hetgeen gezien de zeer avantgardistische muziek van het kwartet begrijpelijk is. Bovendien is het geen populaire popband, maar in essentie een jazzkwartet. Dat er toch een nominatie volgde wil wat zeggen over de grensoverschrijdende kwaliteiten van de muziek van het viertal. Knee-deep in the North Sea demonstreerde een uitzonderlijke muzikale visie die het kwartet naast progressieve jazz ook vergelijkingen opleverde met Radiohead en minimalistische componisten. Opvolger Isla kan dus rekenen op behoorlijk was aandacht, ondanks het genre wat aan Portico Quartet ten grondslag ligt.

Het is plezierig te merken dat Portico Quartet niet omwille van het behalen van groter succes zijn stijl heeft gepopulariseerd. In feite borduurt Isla verder op wat Knee-deep in the North Sea achterliet. De complexiteit lijkt hier en daar gegroeid. Zoals een chef zijn ‘specialiteit’ heeft, is bij Portico Quartet het gebruik van de hang niet weg te denken. Het voegt een klank toe die het kwartet direct apart zet van traditionele jazzformaties en neemt vaak de hoofdrol van drumsets over. Portico Quartet refereert zelf naar het instrument, dat een familielijn deelt met de steelpan uit de Caraïben, als de ‘hang drum’, maar de uitvinder van het instrument vindt dat het drum label de diepte van het instrument verarmt. De emotioneel geladen melodieën die Nick Mulvey met de hang creëert zijn getuige van het gelijk van de fabrikant.

Isla opent sterk. Wie zich het geluid van Knee-deep herinnert, zal er direct zijn weg in vinden, maar er is ook ontwikkeling. Er is aanvankelijk een belangrijke rol voor de saxofoon die een dominantere melodielijn vaststelt dan op het debuut het geval leek. Daarnaast is het album ietwat donkerder van toon. In de laagtes zit een dreiging die golvend naar boven slaat. Die krachtige klanken van het begin geven vervolgens de ruimte aan een opengewerkt vervolg dat in zijn minimalistische opzet weet te experimenteren met gebruikelijke jazzpatronen. Er is een constant spannende dynamiek aanwezig die wordt gedreven door de ritmiek. Het is net alsof Portico Quartet hun eigen klanktaal beter is gaan begrijpen. Hoewel de complexiteit van de muziek de luisteraar vaak weerhoudt van grote emotionele onderdompeling, overspoelt Isla je met een lichte dwang. En ondanks diezelfde complexiteit laat het kwartet je niet verdwalen. Op die manier kan de luisteraar de muzikale verwondering in alle veiligheid ondergaan.

Portico Quartet heeft hun talent kunnen laten rijpen en hun initiële succes heeft ze niet bestierd. Het album dat daarvan het resultaat is, kent dezelfde sterke visie en een vleugje muzikale bravoure. Het overstijgt genres zonder de oorsprong te verloochenen. Wie weet is een nieuwe nominatie niet ver weg.

Read more...

Clogs - The Creatures in the Garden of Lady Walton

>> zaterdag 5 maart 2011

Clogs brengt al vier albums lang op avantgardistische wijze twee werelden samen. Dat geldt zowel geografisch als muzikaal. De band- of ensembleleden van Clogs komen uit de Verenigde Staten en Australië. Hun muziek heeft in de basis nog het meest weg van modern klassiek, hoewel hun composities nooit zonder popmuziek zouden kunnen. Dat het goed mogelijk is om die muzikale werelden te combineren ontdekken we met enige regelmaat. Voor recente vergelijkingen kan bijvoorbeeld worden geluisterd naar Balmorhea en Rachel’s. Overigens zijn in mindere mate ook minimalisme en jazz in hun stijl thuis. Op hun vijfde album, The Creatures in the Garden of Lady Walton wordt van de voornamelijk instrumentale werkwijze afgeweken en zijn enkele vocalisten uitgenodigd.

De medewerking van Shara Worden (My Brightest Diamond) verheldert direct de connectie met indiepop, hoewel ook Andrew Bird kan worden genoemd. Naast haar vocalen zijn op The Creatures in the Garden of Lady Walton ook Sufjan Stevens, Aaron Dessner en Matt Berninger te bewonderen. Die laatste twee zijn geen toeval, want Clogs bestaat in zijn vaste formatie al uit The National bandlid Bryce Dessner en arrangeur Padma Newsome. Met het voorgaande Lanterns leek Clogs al in staat te zijn hun muziek een vriendelijker uitdossing te geven dan daarvoor het geval was. Die weg wordt nu verder uitgediept, maar niet langer voornamelijk als een vooruitstrevend klassiek ensemble. In plaats daarvan vinden we een belangrijk aandeel van complexe liederen. Kamerpop is een aardig label, maar de stijl en structuur blijft dichter bij klassieke liederen dan een popsong. Het hele album staat bol van de creatieve muzikaliteit. Het meesterschap en de visie van de muzikanten straalt er vanaf. Iedere keer opnieuw weet Clogs te fascineren. Voor de doorgewinterde muziekliefhebber is het zelfs behoorlijk toegankelijk. Clogs is op hun vijfde album het pure experiment voorbij en dat leidt tot prachtige muziek.

Zelfs de leek zal waarschijnlijk erkennen dat The Creatures in the Garden of Lady Walton een bijzonder mooi album is, zij het wat excentriek. Radiohead mag dan gezien worden als de enige grote band die er mee weg kan komen om vernieuwing aan een groot publiek te koppelen, het zijn de kunstenaars in de marge die de ontwikkeling echt leiden.

Read more...

Stateless - Matilda

>> vrijdag 4 maart 2011

Het eponieme debuut van Stateless werd ondanks enkele goede kritieken gemengd ontvangen en dus niet zo breed gedragen als ik verwachtte. Ongetwijfeld was mede de ambigue marketing als pop en/of dance. Er kon Stateless aan de popkant een clichématige werkwijze worden verweten en aan de dancekant ontbrak een definitieve dansbare punch. Wat mij betreft waren het echter uiterst sterke popsongs met snijdende, geladen vocalen die goed gebruik maakten van de extra dimensie uit de soundscape-achtige dance-elementen. Het heeft enige jaren geduurd voordat Stateless met nieuw werk komt, maar de herkansing komt in de vorm van Matilda.

Het is behoorlijk andere koek dan die ik hier voornamelijk serveer. Dat kan alleen als er een goede reden voor is. Stateless, op hun nieuwe label Ninja Tunes, brengt de daarbij passende electronische beweging in hun muzikale stijl tot voltooiing. Hoewel Matilda songs bevat die dansbaar genoemd kunnen worden en voorzien zijn van behoorlijk heftige beats en brommende bassen, kost het even voordat de groove van het album zich nestelt. De nog altijd indrukwekkende vocalen van Chris James, ondanks bewerkingen, komen telkens bovendrijven om de luisteraar als volleerd loods naar de veilige haven van de pop te leiden. Alleen al de kracht waarmee de onderlagen van de songs de luidsprekers uitrollen verhult even de grote mate van complexiteit in de opbouw. Hun debuut was toegankelijkere kost, maar toentertijd al ambitieus te noemen. Op Matilda lijkt de ambitie van Stateless zo mogelijk nog groter.

Er wordt uit diverse inspiratiebronnen geput. Single Ariel lijkt een vleugje van het mediterrane Midden-Oosten te hebben opgepikt, terwijl er wat oude muziek echoot in de lijnen van Visions. Voor de drammende culminatie van Assassinations is gebruik gemaakt van samples van My Brightest Diamond. Middels een ambient compositie als tussenspel, komen we aan bij I’m On Fire waar vervolgens Shara Worden zelf haar stem voor leende. Bovendien is dat één van de nummers waarop avantgardistisch strijkkwartet Balanescu meespeelt. Daarmee voegt Stateless zich aan een rijtje artiesten waar onder andere David Byrne, Michael Nyman en Kate Bush in thuishoren die eerder al medewerking van dit kwartet genoten. In het geheel lijkt de zwierige bombast in I’m On Fire bijna bescheiden. Met dit nummer vindt overigens een tijdelijke kentering in het karakter van de plaat plaats. Het structuur van het poplied wint het van sfeer. Tegelijkertijd heeft Stateless hier ten opzichte van hun debuut wel een extra klanklaag aan toegevoegd door de aanwezige strijkers. Toegegeven, de begerigheid waarmee een scala aan muzikale contrasten wordt gecreëerd komt her en der over als pretentieus effectbejag. Matilda is absoluut geen alledaagse plaat.

Het zal wederom moeilijk zijn een gepast publiek te vinden. Dance heeft de macht gegrepen, maar dat wil nog niet zeggen dat Stateless een album maakte waarop je onbegrensd uit je dak kunt gaan. Meeslepend is het wel, zij het in de zin van intrige. In feite is iedereen uitgenodigd om eens te gaan luisteren. Goede kans dat het tijd nodig heeft of stilistisch niet je voorkeur blijkt. Desondanks is het moeilijk denkbaar dat het gros van de mensen niet vroeger of later een keer wordt bevangen. Het is met enige trots dat ik momenteel hun thuisbasis deel.

Read more...

Squares on Both Sides - Salt Meadows

>> maandag 21 februari 2011

Singer-songwriter Daniel Buerkner brengt ons onder zijn naam Squares on Both Sides een nieuw album. Salt Meadows volgt Indication op dat een serie fijnzinnige fluisterliedjes bevatte die meer inhoud had dan het in eerste instantie leek te tonen. Salt Meadows borduurt voort op die fluisterliedjes, maar klinkt gelijk al rijker. Toch blijft het allemaal Daniel’s eigen werk. Vocaal is hij gegroeid. Zijn stem is nog altijd zoekend en voorzichtig, maar bezit tevens een indringende warmte. Die combinatie valt op in het contemplatieve ritme van de donker aangezette songs. Muzikaal wiegt het sentiment tussen een hoopvol gloren en grauwe somberheid. Salt Meadows blinkt uit in het neerzetten van een onmiddellijke sfeer. Daarbij gebruikt Daniel Buerkner even gemakkelijk geluiden als zo bedoelde instrumentale klanken. Deze worden vaak gedragen door rustig tokkelen gitaarspel met een donkere basaanzet.

Het album doet een twijfelachtige uitnodiging uitgaan naar de luisteraar. Het lokt en trekt je mee over muzikale vlaktes die weliswaar een verscholen schoonheid bezitten, maar geen veilig gevoel geven. Dat ongemakkelijke gevoel wordt voornamelijk in de basis van de songs veroorzaakt, terwijl het juist de knappe en subtiel experimenterende muzikale accenten zijn die verlichting geven. Het geeft Squares on Both Sides hier een onverstoorbaar rustige Woven Hand-achtige ondertoon. Gelukkig is het niet Daniel Buerkner’s bedoeling om dergelijke duistere afgronden op te zoeken. Salt Meadows blijft onderzoekend. Met dit nieuwe album toont Squares on Both Sides zich wederom een waardige ster aan het Own Records firmament. Op Salt Meadows verkrijgt Daniel Buerkner een sterker eigen karakter en dat levert over de hele linie een zichzelf overtreffend, doch mooi understated album op.

Read more...

Liz Janes - Say Goodbye

>> zondag 20 februari 2011

Liz Janes’s Done Gone Fire was één van de eerste platen die op Sufjan Stevens beginnende label Asthmatic Kitty verscheen. Daarna volgde nog twee releases voordat het huidige Say Goodbye werd gemaakt. In die tijd was Liz veelvuldig aanwezig bij labelgenoten (bijvoorbeeld Castanets, Sufjan zelf, Rafter en Odawas). Haar eigen muzikale outings zijn divers en vooruitstrevend te noemen, redelijk in lijn met enkele van die labelgenoten. Van wat ik van de eerdere albums valt op te maken dat na het baldadige Done Gone Fire, via het tevens luidruchtige Poison & Snakes nog het meest van de huidige stijl op Say Goodbye te horen. Create(!) was een EP met public domain songs die ze samen met free jazz collectief Create(!) opnieuw vormgaf. Daarvan moet vooral worden meegenomen dat jazziness niet is weg te denken uit Liz Janes’s stem en melodieën. Say Goodbye kwam tot stand na een periode van ontwikkelend moederschap. Met groeiende rust op dat front, vond Liz Janes de tijd voor een nieuw project dat compleet volgroeid blijkt.

Say Goodbye schudt de experimentele haren af en kiest voor een prachtig vormgegeven geluid. De songs kwamen a capella ter wereld, maar in het traject dat volgde en waarbij gebruikelijke muzikale kornuiten hielpen, lijkt Liz Janes de regie volledig in handen gehouden te hebben. Zoals direct duidelijk wordt uit het lijzig dromerige minimalisme van openingsnummer I Don’t Believe zijn de voornaamste ingrediënten van dit geluid soulfulle jazziness met jazzy triphop in de arrangementen. Dat maakt voor een heerlijk rustgevend warm klinkend album, dat wars is van simpel loungy winstbejag of showgazing zweverigheid. Liz Janes pikt de songs op met de klasse van Marah Carlyle. Hoewel het geluid vol en afgerond klinkt, blijven de tierelantijnen beperkt. Haar fijne stem komt daardoor mooi naar voren. Haar muzikale loopbaan laat her en der van zich horen, maar blijft subtiel gebalanceerd. Daardoor is Say Goodbye het eerste album van haar hand dat ik zonder reserveringen omarm en de kwaliteiten bezit om door brede groepen mensen goed ontvangen te worden. In alle ogenschijnlijke eenvoud worden aansprekende genres gecombineerd tot een uiterst stijlvol geheel. Op Say Goodbye vallen alle stukjes samen.

Read more...

Gregory and the Hawk - Leche

>> zaterdag 15 januari 2011

Gregory and the Hawk is geen band en ook geen man. Het is het singer-songwriter project van de Amerikaanse Meredit Godreau. Leche is alweer haar derde album. Haar stijl lijkt op deze plaat tot volle wasdom te zijn gekomen. Haar meisjesachtige stem weet nu met onmiskenbaar volwassen arrangementen mooi samenspel en schitterende contrasten te vormen, terwijl ook gestripte momenten evenwichtig blijven.

Het toeval wil dat Gregory and the Hawk haar UK toer hier in Leeds beëindigde. Vanzelfsprekend toog ik daar naartoe. Helaas was ik weinig onder de indruk van de vermoeid overkomende live performance van Meredith. Hoewel de charmerende kwaliteit van haar songs nog wel in de voorstelling doorsijpelden, werd de magie van het album nooit geraakt. Op de opnames van Leche zelf is er niets van vermoeidheid te bespeuren en zijn de songs veel rijker aangekleed. Dat is niet altijd nodig, maar voegt wel stilistische kenmerken toe die de folkuitstraling gericht overstijgen. De muzikale accenten kunnen soms behoorlijk scherp en stevig zijn aangezet, zoals op Over and Over en Soulgazing, die daarmee over de grenzen van het bredere hedendaagse folkgenre heenkijken. Hoewel het harpspel van Gregory and the Hawk simpel te noemen is, zijn het de nummers die harp als basis gebruiken die met name weten te schitteren. Landscapes is erg sterk, maar het zal ongetwijfeld Leaves zijn dat na beluistering in ieders geheugen staat gegrift. De repetitie in de teksten en het opvallende ritmische karakter is aangrijpend. De luisteraar die niet voor één gat is te vangen zal merken dat heel Leche uitblinkt in opmerkelijk diverse herinterpretaties van folksongs. Het is de variërende aankleding van de songs die dat met name demonstreert. Enkele nummers hadden op een popalbum niet misstaan en dat kan worden gelezen in positieve zin.

Twee keer folk op één avond had veel beroerder uit kunnen pakken dan met de heerlijke albums van Gregory and the Hawk en Ólöf Arnalds. Ik vergeef en vergeet het armzalige optreden graag om de loftrompet te kunnen steken over het fijnzinnige album dat Leche is.

Read more...

Owen Pallett - A Swedish Love Story

>> vrijdag 17 december 2010

Niet lang nadat zijn Heartland (eindelijk onder zijn eigen naam als singer-songwriter) werd uitgebracht, kwam Owen Pallett met een EP getiteld A Swedish Love Story. Gezien de diepe indruk die Heartland en eerder werk van zijn hand maakte, reden genoeg om die EP eens nader te beluisteren, zelfs al is die alleen nog digitaal en op vinyl verkrijgbaar. Het openingsnummer van de vijf songs tellende schijf doet vermoeden dat Owen Pallett zich middels synthetische kanten aan het diversifiëren is. Al gauw blijkt dat niet meer dan een avontuurlijk uitstapje. Het songschrijven van Owen Pallett ontwikkelt zich snel, maar Scandal at the Parkade kent de heerlijk kenmerkende gelaagde vioolklanken van de begiftigd muzikant en arrangeur. Het grootse gebaar dat Heartland karakteriseerde en op het podium op sobere wijze wordt gerecreëerd is ook weer deel van A Swedish Love Story. Desondanks klinkt de EP soms verrassend ingetogen en op Honour the Dead or Else zelfs kabbelend. Het beatzware Don’t Stop is zelfs een tikkeltje vlak voor Owen Pallett’s doen, terwijl de Son Lux remix die de EP afsluit met zijn warme klanken goed gelukt is. Uiteindelijk laat A Swedish Love Story horen dat Owen Pallett zijn horizon verbreedt en zich als muzikant ontwikkelt. Het kent niet de betovering van het album, maar is een goede showcase van de mogelijkheden.

Read more...

Benoît Pioulard - Lasted

>> vrijdag 3 december 2010

Middels voorgaande albums Précis en Temper bouwt Benoît Pioulard, oftewel singer-songwriter Thomas Menuch, gestaag een reputatie op. Lasted pikt de draad eenvoudigweg weer op waar hij ophield op Temper. Toch is er een duidelijke ontwikkeling.

In zijn strikt persoonlijke stijl verweeft hij indiepop met ambient en milde noise soundscapes. Zijn albums lijken te streven naar een vooraf bepaalde algemene ervaring. Ieder nummer lijkt een fragmentarisch sfeerstuk dat bouwt aan een intrigerend geheel. Het zijn als het ware gedachtes die als opname aan het publiek worden toevertrouwd. De opbouw zit dus voornamelijk in het album en in mindere mate in de afzonderlijke stukken. Lasted lijkt een groeiende interesse te tonen in de popkant van Menuch’s songschrijven. Dat brengt soms een iets puntiger ritme met zich me en leidt daarin tot vluchtige, maar opvallende songs als Sault en Shouting Distance. Zoals vaak, maakt deze ontwikkeling richting liedjes de muziek toegankelijker. Op Lasted hangt daar echter ook een nadeel aan. De songs an sich kennen een matige spanningsboog, terwijl hun karakter ze distantieert van de voortvloeiende lijn. Waarschijnlijk is het niet de bedoeling om de popsongs los te zien van hun ambient omlijsting, toch was er op voorganger een Temper een grote symbiose aanwezig. Daar leek het prevelen haast spontaan over te gaan in preutelende liedjes die vrijwel ongemerkt ook weer verdwenen. Lasted kiest een benadering die mij meer doet denken aan het debuut van Sleeping States, zonder op dezelfde wijze met pop te overtuigen. De nadruk ligt minder op de melkwolkerige structuren en meer op dynamische contrastrijke afwisseling te liggen. De aandacht verschuift daarmee automatisch naar de songs waarvan de interludes een constante voorbereiding blijken.

Lasted is evengoed een sterk album en het zal dus aankomen op persoonlijke voorkeur. Hoewel de sterkere songs een plezierige groei demonstreren, prefereer ik voor de albums de verhullende glooiingen in de structuur. Dat neemt niet weg dat popsongs als Tack & Tower and A Coin on the Tongue via een soundscapeachtig, elektro-akoestisch pad een afstandelijke interpretatie van vroeg Winterpills werk ten gehore brengen. Daarin bevinden zich voldoende nieuwe ideeën om uit te kijken naar Benoît Pioulard’s voortgang.

Read more...

Sufjan Stevens - The Age of Adz

>> maandag 18 oktober 2010

Na het mysterieuze Welcome Wagon en het filmproject The BQE brengt Sufjan Stevens met The Age of Adz weer duidelijk een nieuw album uit. Zijn constant ontwikkelende muzikale stijl boort onontgonnen bronnen aan die voornamelijk toegang geven tot een rijkdom aan elektronische expressie. Het staat niet echt in verhouding met zijn eerdere elektronica op Enjoy Your Rabbit. Sufjan Stevens, hoewel altijd gemakkelijk te plaatsen in de folkhoek, neemt met The Age of Adz een stap naar een nog grootser geluid dan we van hem gewend waren.

De opener Futile Devices is nog een duister vertederende Sufjan Stevens song op een basis van elektronische elementen waarin folk hoogtij viert. Het album barst los bij het daarop volgende Too Much. Door de eerst ietwat onduidelijke wirwar aan elektronische bombarie heen, brengen de vocalen ritmische elementen die refereren aan hiphop-structuren. De compositie buigt telkens verder om via een dance cadans naar electropop, om vervolgens toch de aloude folkwaarden weer op te zoeken. De titelzong die het stokje overneemt, brengt al die elementen samen in een symphonische openbaring van in elkaar grijpende lagen muziek. Het is Sufjan Stevens als vanouds, maar toch een nieuwe ervaring. De singer-songwriter laat het niet na om regelmatig terug te keren naar zijn ingetogen basis. Het geheel doet het mij soms denken aan het eerdere werk van singer-songwriter Aqualung, maar dan grootser en met een vooruitstrevende elektronische drive. The Age of Adz is op die wijze soms behoorlijk poppy. De drive laat echter ook constant een enorme diversiteit toe, die evenzo een orkestrale en etherische betovering (Now that I’m Older) veroorzaken die de hypnoses van Ben Christophers in herinnering roepen.

Alles aan Stevens’ werk op deze plaat lijkt te zijn vergroot tot symfonische properties. De singer-songwriter blijkt een arrangist extraordinaire en daarmee een visionair componist. Wellicht het meest opmerkelijke aan The Age of Adz is dat in alle creatieve urgentie en experimenteerdrang Sufjan Stevens in staat blijft trouw te blijven aan zijn liefde voor folk. Hoe groot de afstand ook geraakt in klank, iedere noot lijkt zich aan dat simple feit vast te klampen. Hierdoor zal zelfs degene die het drukke en overweldigende bombast dat op de trommelvliezen wordt geprojecteerd niet weet te waarderen kunnen inzien dat The Age of Adze en magistraal nieuw hoofdstuk aan Sufjan Stevens’ muziek toevoegt. De woorden “don’t be distracted” in de afsluiter van het album zijn dus niet alleen goede raad, maar ook uiterst toepasselijk.

Read more...

Doveman - The Conformist

>> maandag 12 juli 2010

The Conformist volgde relatief snel op de onverwachtse voortzetting van Doveman’s debuut The Acrobat in het van ambient soundscapes doordrenkte With My Left Hand I Raise the Dead. Gezien het feit dat deze tweede in ons land al weinig reacties wist te ontlokken, verging het The Conformist niet anders. Ook aan mijn aandacht is het album aanvankelijk ontsnapt. Nu niet langer.

The Conformist is een natuurlijker opvolger van de verstilde, nevelige popsongs op The Acrobat dan With My Left Had I Raised the Dead was. Die observatie is geenszins een kwalitatief oordeel. Het maakt wel dat The Conformist weer de ingrediënten bevat om de liefhebbers van onafhankelijke en excentrieke singer-songwriters aan zich te binden. Dat hoeft Doveman niet eens volledig op eigen kracht te doen. Voor The Conformist leenden vele bekendere indie-artiesten hun kunsten. Zo zijn (niet uitputtend) The National, Sam Amidon, Beth Orton, Dawn Landes, Norah Jones, Martha Wainwright en pianist/componist Nico Muhly te horen. Hun rollen zijn weliswaar beperkt (de dames komen niet verder dan extra vocalen), maar hun aanwezigheid en invloed lijkt Doveman wel scherper te hebben gemaakt. De schetsmatige melodieën die The Acrobat kenmerkten, zijn nu concreter vormgegeven. De banjo van Sam Amidon weet afwisselend een stempel op de songs te drukken. Nog altijd spelen in de uitgebreide arrangementen dwarrelende flarden van alternatieve lijnen en klanken de belangrijkste rol. Door de sterk geaspireerde stem van Doveman blijft een schemerige sfeer het album overheersen. Bij vlagen klinkt The Conformist opgewekter door geaccentueerde ritmiek, maar een drukkende, koude atmosfeer karakteriseert wederom de schrijfstijl. De wanhopige ondertoon is echter naar de achtergrond verdreven.

Het vergrote zelfvertrouwen staat de band rondom singer-songwriter Thomas Bartlett goed. Doveman blijft ook in het popgezelschap van The Conformist de basis van soundscapes, klassieke muziek en jazziness hoog in het vaandel dragen. Daarmee is wel zijn tot op heden meest toegankelijke album gemaakt en hopelijk zullen op zijn minst de opvallende samenwerkingen nu de liefhebber overhalen eens te luisteren.

Read more...

Menomena - Mines

>> zaterdag 19 juni 2010

Ter gelegenheid van hun vierde volledige album heeft Menomena het gebruikelijke uitroepteken achter de bandnaam kennelijk achterwege gelaten. Dat teken blijft echter toepasselijk, want de afgelopen tien jaar zijn we de band, die als zijproject van singer-songwriter/drummer Danny Seim (aka Lackthereof) begon, gaan kennen als één van de voorvechters van het avantgardischtische popgeluid uit Portland, Oregon.

De verontschuldigende, introspectieve introductie die de band zelf geeft op Mines suggereert een verlenging van hun verleden. Maar liefst twee jaar luisteren naar je eigen stem in isolatie om de basis van de nieuwe songs te leggen, waarover naar eigen zeggen vervolgens nog eens anderhalf jaar met de band is gesteggeld, vormt wederom een album gevuld met de contrasterende kwellingen van niet conformistische pop. Ondanks dit alles begint Mines op een atypisch rustige wijze door de open lijnen van Queen Black Acid, maar revancheert vervolgens met de alarmerende klanken van TAOS. Twee dingen maken de ervaring van Mines anders dan hiervoor. Ten eerste is de muzikale tendens gedeeltelijk gelijk gekomen met Menomena’s vooruitstrevendheid. Ten tweede lijkt het moeizame, perfectionistische proces Mines een vloeiende inborst te hebben gegeven. De gebruikelijke gelaagdheid komt minder chaotisch en tegendraads over. In plaats daarvan hoort men een serie mooi in elkaar stekende popsongs geaccentueerd met innovatieve vondsten zoals we ze van Menomena gewend zijn. Het maakt Mines tot hun meest uitnodigende en daarmee genietbare album. Een zeer goede reden om een eventueel uit vertwijfeling uitgestelde kennismaking nu eens te voltrekken.

Read more...

DAAU - The Shepperd's Dream

>> dinsdag 15 juni 2010

De Belgische band DAAU, hetgeen staat voor Die Anarchistische Abendunterhaltung, was ik alweer even uit het oog verloren. Ze hebben de vijftien jaren van hun bestaan op plaat (de groep zelf werd in 1992 gevormd) een productieve periode doorgemaakt. De groep ontstond op het conservatorium, maar vond al snel zijn eigen, zeer bijzondere, weg. De opmerkelijke combinatie van stijlen, waarin rock, klassiek, wereldmuziek, jazz, folk en pop samenkomen, werd aanvankelijk nog gepositioneerd als avant-gardistische klassieke muziek. Liefhebbers vonden ze echter voornamelijk in de rockscene in het kielzog van bijvoorbeeld dEUS. Hun debuut getuigt dan ook van een rijke ritmiek en strijdlustige jamsessies. In de voortzetting We Need New Animals zoeken ze daarnaast ook mede aansluiting bij de pop met een gastoptreden van o.a. An Pierlé. De laatste plaat die mij bereikte was The Gurnard Goodness uit 2004, waarop een cover van Radioheads 2+2=5. Het moge duidelijk zijn dat DAAU op hun eigengereide muzikale pad telkens weer blijven verrassen.

Het huidige album The Shepperd’s Dream lijkt de wilde haren grotendeels te hebben afgeschud. Daarmee is het misschien wel tot nu toe het album dat het best toepasbaar zou zijn op de klassieke scene. Op The Shepperd’s Dream is DAAU wederom een kwartet, met een bezetting van klarinet, cello, accordeon en contrabas. De herhalende patronen en drammerige ritmiek doen bij vlagen wat minimalistisch aan, terwijl de dartelende klanken van de klarinet haast automatisch doen denken aan jazzy klezmer. De volle harmonie wordt als een tapijt gelegd door de accordeon. De vijf lange composities zijn meer dan een leidraad: van ongebreideld jammen is anno 2010 geen sprake. Meer dan tevoren lijkt DAAU zich op een verhalende wijze te focussen op het geheel in plaats van nummers, herinterpretaties of afgebakende sfeerstukken. Dit geeft het album een zeer volgroeide uitstraling. Bovendien is de huidige rust, ten opzichte van mij bekend werk, een stuk gemakkelijker uit te zitten. Dat wil overigens niet zeggen dat DAAU nu plotseling toegankelijke gesneden koek is.

DAAU blijft stilistische vooral DAAU. Toch zou het mij niet verbazen als het gebruikelijk rockpubliek met dit album wordt verwisseld voor een groep met andere inclinaties. De voorgaande invloeden zijn overigens zeker niet weg te denken. The Shepperd’s Dream behoort voor mij tot het beste werk dat de Belgen hebben gemaakt en een hernieuwde oproep voor liefhebbers van het vernieuwende is op zijn plaats. Kopers kunnen het album krijgen in een schoon houten kistje.

Read more...

Fol Chen - Part II: The New December

>> zondag 13 juni 2010

Op de hoes zelf introduceert Fol Chen hun nieuwe album Part II met een sience fiction-achtig briefje zonder enige context dan de ondertitel: The New December. Hoewel deel twee natuurlijk volgt op deel één, is het verband mij niet volledig duidelijk. Dat past de eigenzinnige muziekverzamelaars van Fol Chen bijzonder goed. Nog iets venijniger en strijdlustiger dan deel één zet Part II in met The Holograms. In iedere song drijft de band het goedgemutste experimentalisme flink op de spits. In zekere zin lijkt er sprake van een high-fi vorm van Psapp. Fol Chen gebruikt allerhande middelen en kent behoorlijk wat pregnante pulsen. Psychedelica en pop zijn nooit ver weg, maar anders dan op Part I is Part II ietwat vermoeiender. Op consistentie moet langer worden gewacht. Er zijn minder sferische afwisselingen aanwezig en de lieflijkheid verdwijnt op de achtergrond. Het is synthetische knutselpop gegoten in een uitvergrote collage. Grotendeels wordt daarmee dezelfde formule als voorheen gevolgd, het is echter jammer dat de spanningsbogen die het verhalende Part I interessant hielden beperkt lijken op Part II. In het geheel krijgen dan de uit de band gesprongen gekte en de geassocieerde aan noise grenzende accenten de overhand. Desondanks stemt Fol Chen nieuwsgierig naar een eventueel vervolg. Het is goed mogelijk dat daarin de windvaan een andere kant op wijst.

Read more...

Julianna Barwick - Florine EP

>> donderdag 10 juni 2010

Haar debuutalbum Sanguine bleef relatief onbekend. Julianna Barwick maakt dan ook geen alledaagse muziek. Wat Owen Pallett bewijst te kunnen met viool, doet Julianna Barwick volledig met haar eigen stem. Tijdens de toer voor zijn laatste album, Heartland, maakt Owen Pallett furore met zijn geweldige live performance waarin hij veelvuldig gebruik maakt van multiphonic loop techniek door middel van een loop pedaal. De gelijkenis blijft overigens vooral technisch, want Owen Pallett schrijft toch voornamelijk pop- of folksongs. Julianna Barwick daarentegen gebruikt de multiphonic loop om bevreemdende, magisch resonerende werelden te scheppen met haar schrille, etherische stem. Ritmiek krijgt daarin een minimalistische lading. De zes composities op Florine werken vooral als een vlokkerige atmosfeer. Slechts uiterst zeldzaam wordt ze daarbij geassisteerd door andere middelen. Op Florine klinkt haar stijl consistenter en geconcentreerder dan op Sanguine. Het spaarzame gebruik van instrumenten in bijvoorbeeld Cloudbank en Anjos geeft de uitgestrekte, sacrale soundscape een volle klank. De singulariteit en individualiteit van het musiceren met multiphonic loops heeft nu mijn volle aandacht. Het is fascinerend en tot nu toe ook bijzonder mooi. Celliste Zoë Keating is mogelijk de volgende stop op deze ontdekkingstocht. Voor nu zijn de eenzame, kristallen koralen van Julianna Barwick werkelijk een schitterende oase van xenofiele rust.

Read more...

Danger Mouse & Sparklehorse - Dark Night of the Soul (met David Lynch)

Geruchten deden al langere tijd de ronde over een uitzonderlijk project van Danger Mouse in samenwerking met twee vooraanstaande avant-gardistische en absurdistische artiesten: David Lynch en Sparkehorse. De marketingmachine draaide op volle toeren. Het bleef gelukkig niet bij geruchten en nu krijgt men Dark Night of the Soul gepresenteerd.

Het album zelf is ook als stream op internet te vinden, maar kopers worden getrakteerd op een extravagant multimediapakket. Daartoe behoren een boek en het album. Het boek bevat ruim 100 foto’s van de illustere David Lynch. Aangezien een tour met deze artiesten samen niet mogelijk zal zijn, is tot 11 juli in de Michael Kohn Gallery in L.A. een kunstinstallatie opgesteld die de foto’s met de muziek combineert. Het is waarschijnlijk kosteneffectiever het album te kopen en dat is op zichzelf zeker de moeite waard. De samenwerking strekt beduidend verder dan Danger Mouse & Sparklehorse alleen. Die werkten overigens al eerder samen op het voorgaande Sparklehorse album. Nu hebben o.a. The Flaming Lips, Nina Persson, Iggy Pop, Julian Casablancas, Jason Lytle en James Mercer ook hun medewerking verleend, waardoor Dark Night of the Soul een soort indieheldenteam omvat. Bovendien horen we David Lynch ook twee nummers zingen. Door alle invloeden is het onoverkomelijk dat het album enigszins het karakter van een goede mixtape krijgt. Laat het echter aan topproducer Danger Mouse over om al die diversiteit in een coherent geluid glad te strijken, zonder ieders eigenzinnigheid tegen de haren in te strijken. We horen surfpop, elektropop, groovy americana, ballads en rauwe rock voorbij komen, zonder dat het ergens een verstorende clash veroorzaakt. Daardoor is Dark Night of the Soul een uiterst inspirerend en verrassend album.

De zestiende eeuwse Roomse Sint Jan van het Kruis gebruikte deze titel voor een gedicht en sindsdien schijnt het voor de eenzaamheid in iemands spirituele leven te staan. Een desolate indruk maakt dit album echter niet. De spanning op Dark Night of the Soul is te snijden en hoewel ik het zonder boek heb moeten stellen, geeft de muziek alleen al voldoende bodem voor vergaande verbeeldingskracht.

Read more...

Doelstelling van deze blog

Meer aandacht voor het (nog) onbekende. In tenui labor of toch niet?

Mededelingen

Donderdag 1 juli: deze week weer een frisse herstart verwacht.
Kort reces tot 13-05-10.
Na een kort reces vandaag (24-02-10) weer aan de post. Inmiddels is deze blog twee jaar geworden!
Gedurende december zullen er minder recensies worden geschreven
21-31 augustus: tijdelijk even geen recensies ivm een kort reces
Zondag 14 juni: Creative Commons licentie BY NC ND van toepassing op alle inhoud
Woensdag 3 juni: zoekfunctie en auteursrechtenonderdeel toegevoegd
Dinsdag 19 mei: template aangepast, hopelijk verbeterd
Vrijdag 15 mei: nieuw template; ontwikkeld door Ourblogtemplates.com, 2008

Auteursrechten

© Copyright Benjamin N. Vis

Uitgezonderd waar anders vermeld, is op alle inhoud van deze blog een Creative Commons Attribution 3.0 License van toepassing. Deze is hieronder gespecificeerd als CC BY NC ND. Voor meer informatie klik op de links aldaar.

  © Blogger templates Inspiration by Ourblogtemplates.com 2008

Back to TOP  

Creative Commons License
werk van Benjamin N. Vis, Nieuwe Geluiden is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-Niet-commercieel-Geen Afgeleide werken 3.0 Nederland licentie.