Posts tonen met het label soundscape. Alle posts tonen
Posts tonen met het label soundscape. Alle posts tonen

Squares on Both Sides - Salt Meadows

>> maandag 21 februari 2011

Singer-songwriter Daniel Buerkner brengt ons onder zijn naam Squares on Both Sides een nieuw album. Salt Meadows volgt Indication op dat een serie fijnzinnige fluisterliedjes bevatte die meer inhoud had dan het in eerste instantie leek te tonen. Salt Meadows borduurt voort op die fluisterliedjes, maar klinkt gelijk al rijker. Toch blijft het allemaal Daniel’s eigen werk. Vocaal is hij gegroeid. Zijn stem is nog altijd zoekend en voorzichtig, maar bezit tevens een indringende warmte. Die combinatie valt op in het contemplatieve ritme van de donker aangezette songs. Muzikaal wiegt het sentiment tussen een hoopvol gloren en grauwe somberheid. Salt Meadows blinkt uit in het neerzetten van een onmiddellijke sfeer. Daarbij gebruikt Daniel Buerkner even gemakkelijk geluiden als zo bedoelde instrumentale klanken. Deze worden vaak gedragen door rustig tokkelen gitaarspel met een donkere basaanzet.

Het album doet een twijfelachtige uitnodiging uitgaan naar de luisteraar. Het lokt en trekt je mee over muzikale vlaktes die weliswaar een verscholen schoonheid bezitten, maar geen veilig gevoel geven. Dat ongemakkelijke gevoel wordt voornamelijk in de basis van de songs veroorzaakt, terwijl het juist de knappe en subtiel experimenterende muzikale accenten zijn die verlichting geven. Het geeft Squares on Both Sides hier een onverstoorbaar rustige Woven Hand-achtige ondertoon. Gelukkig is het niet Daniel Buerkner’s bedoeling om dergelijke duistere afgronden op te zoeken. Salt Meadows blijft onderzoekend. Met dit nieuwe album toont Squares on Both Sides zich wederom een waardige ster aan het Own Records firmament. Op Salt Meadows verkrijgt Daniel Buerkner een sterker eigen karakter en dat levert over de hele linie een zichzelf overtreffend, doch mooi understated album op.

Read more...

Alain Weber - Hoover Cover

>> zondag 13 februari 2011

Frans-Zwitserse componist, DJ en producer Alain Weber leidt al ruim twintig jaar muzikale projecten. Het album Hoover Cover is een soloproject en mijn introductie tot zijn werk. Naar verluidt put hij inspiratie uit zijn muzikale wortels. Dat staat echter niet alleen, want daarnaast heeft hij zich laten verleiden tot twee covers: Depeche Mode’s Personal Jesus en Joe Dassin’s Indian Summer. Voor degenen die bekend zijn met de originelen brengt Alain Weber een interessante alternatieve invalshoek. Dat Weber naast componist DJ en productiewerk op zijn naam heeft staan, echoot door op Hoover Cover. De lijnen van de composities worden uitgezet door penetrante, simpele melodielijnen vaak gespeeld op de piano. Een ander hoofdingrediënt is zijn gebruik van strijkers. Opvallend is dat het geconcentreerde pianospel erg benadrukt klinkt, maar niet uitdrukkelijk mooi probeert te zijn. Soms is de luide eenvoud ervan zelfs wat onplezierig. De composities worden nauwelijks aangekleed en blijven daardoor kaal, doch goed te volgen. Het is derhalve een gecontroleerde dynamiek die de luisteraar moet boeien. Dat lukt heel aardig. Desondanks blijven enkele korte stukken steken in een gedachte die weigert meeslepend te worden. Hoover Cover blijft voornamelijk overeind als stijlstatement. De gestripte klanken zijn overblijfselen overgewaaid uit rijke klassieke orkestraties, film- en popmuziek. De huidige assemblages bestaan uit lijnen en koppelingen die zich als vlakke structuren verspreiden. Het is echter gevaarlijk balanceren tussen ingenieus en vervelend.

Read more...

Good Night & Good Morning - Good Night & Good Morning

>> zaterdag 15 januari 2011

Ryan Brewer en Pat Elifritz brachten als Good Night & Good Morning al twee EP/albums uit (ze buigen zichzelf niet echt over het label of medium). Deze eponieme plaat verschijnt op het onvolprezen Own Records en bevat slechts vijf nummers.

Good Night & Good Morning maakt zich over meer labels nauwelijks druk. Zo valt het genre waarin het duo werkt gemakkelijk tussen pop, slowcore, ambient en soundscapes in. Een heel klein beetje noise (mogelijk uit field recordings) gaat gepaard met minimaal schetsmatig songschrijven. Het resultaat wordt vervolgens onveranderlijk traag ten gehore gebracht mét fluisterstem. De dunne instrumentale laagjes spinnen zich echoënd in de composities uit. Het heeft een uiterst rustgevende uitwerking, die zich beter laat omschrijven als verkoeling dan verwarmend. Zoals eenieder zich natuurlijk beseft, is de cooling down minstens zo van belang als de warming up. Zo leent het sferische Good Night & Good Morning zich uitstekend als een pick-me-up na een zomerdag met broeierige lounge als na een winterdag opgezweept door verhitte indiebands.

Good Night & Good Morning bevindt zich ergens tussen Gregor Samsa en de zijnen en slowcorevader Low. Dat betekent dat er naar songs te luisteren is, maar je ook door ongekende werelden kunt dwalen. Wie het waagt te struinen zal merken dat Good Night & Good Morning, zoals de naam al suggereert, er niet op uit is je diepe dromen in te lokken. Beluistering van deze plaat voelt meer als een wedergeboorte.

Read more...

Stereolab - Not Music

>> vrijdag 3 december 2010

Stereolab heeft de gave om muziek te schrijven en spelen die direct bij opening aandoet alsof het er altijd al als een constante soundtrack is geweest. Het grijpt direct aan en laat eigenlijk niet meer los. Daarbinnen vinden alle gebeurtenissen plaats. Not Music is dan misschien ook wel een treffende titel.

Hoewel voorstelbaar is dat Stereolab wat druk is in de laagjes, bliepjes en geluiden die dan weer vreemd contrasteren met de lijzige centrale lijn van de vocalen (als die er zijn), is het opmerkelijk en bijna jammer dat Stereolab’s muziek snel de neiging heeft letterlijk naar de achtergrond te verdwijnen. Voordeel is dan weer wel dat een Stereolab album naast songs ook vaak in bewegingen is in te delen. Het karakter van songs verschilt regelmatig per set. Zo zijn er twee bewegingen waar te nemen voordat de monotone (dat wil zeggen vlak en saai) Emperor Machine mix van Silver Sands aan de beurt is. Dat nummer past dan wel weer in de flow van de daarop volgende twee nummers. Ze laten echter geen goede indruk achter. Not Music herpakt zich gelukkig wel met Sun Demon. Helaas wordt eenzelfde vergissing gemaakt met de Atlas Sound mix van Neon Beanbag aan het eind. De repetitief pulserende horizontale lijn had men net zo goed achterwege kunnen laten. Zo onstaat er het gevoel dat het album te lang duurt.

In het genrewerk van Stereolab klinkt Not Music, met name door het onnodig rekken dat doet denken aan het te groot uitgevallen drieluik Oscillations from the Anti Sun, een beetje als een stijloefening. De nieuw hervonden inspiratie ten tijde van Margerine Eclipse of de aandachtvragende, afwijkende aanpak van voorganger Chemical Chords wordt niet geëvenaard. Dat neemt niet weg dat, zoals in principe ieder Stereolab album, Not Music onderhoudend genoeg is. Het niveau van deze iconische electropopband ligt nu eenmaal hoog.

Read more...

Benoît Pioulard - Lasted

Middels voorgaande albums Précis en Temper bouwt Benoît Pioulard, oftewel singer-songwriter Thomas Menuch, gestaag een reputatie op. Lasted pikt de draad eenvoudigweg weer op waar hij ophield op Temper. Toch is er een duidelijke ontwikkeling.

In zijn strikt persoonlijke stijl verweeft hij indiepop met ambient en milde noise soundscapes. Zijn albums lijken te streven naar een vooraf bepaalde algemene ervaring. Ieder nummer lijkt een fragmentarisch sfeerstuk dat bouwt aan een intrigerend geheel. Het zijn als het ware gedachtes die als opname aan het publiek worden toevertrouwd. De opbouw zit dus voornamelijk in het album en in mindere mate in de afzonderlijke stukken. Lasted lijkt een groeiende interesse te tonen in de popkant van Menuch’s songschrijven. Dat brengt soms een iets puntiger ritme met zich me en leidt daarin tot vluchtige, maar opvallende songs als Sault en Shouting Distance. Zoals vaak, maakt deze ontwikkeling richting liedjes de muziek toegankelijker. Op Lasted hangt daar echter ook een nadeel aan. De songs an sich kennen een matige spanningsboog, terwijl hun karakter ze distantieert van de voortvloeiende lijn. Waarschijnlijk is het niet de bedoeling om de popsongs los te zien van hun ambient omlijsting, toch was er op voorganger een Temper een grote symbiose aanwezig. Daar leek het prevelen haast spontaan over te gaan in preutelende liedjes die vrijwel ongemerkt ook weer verdwenen. Lasted kiest een benadering die mij meer doet denken aan het debuut van Sleeping States, zonder op dezelfde wijze met pop te overtuigen. De nadruk ligt minder op de melkwolkerige structuren en meer op dynamische contrastrijke afwisseling te liggen. De aandacht verschuift daarmee automatisch naar de songs waarvan de interludes een constante voorbereiding blijken.

Lasted is evengoed een sterk album en het zal dus aankomen op persoonlijke voorkeur. Hoewel de sterkere songs een plezierige groei demonstreren, prefereer ik voor de albums de verhullende glooiingen in de structuur. Dat neemt niet weg dat popsongs als Tack & Tower and A Coin on the Tongue via een soundscapeachtig, elektro-akoestisch pad een afstandelijke interpretatie van vroeg Winterpills werk ten gehore brengen. Daarin bevinden zich voldoende nieuwe ideeën om uit te kijken naar Benoît Pioulard’s voortgang.

Read more...

Chimes & Bells - Into Pieces of Wood

>> woensdag 17 november 2010

In afwachting van een album, geeft de EP Into Pieces of Wood van het Deense Chimes & Bells, het creatieve kind van celliste Cæcilie Trier, al twee jaar lang een prachtig beeld van een band die zijn volle wasdom niet mag mislopen. Met slechts vier songs (ondanks de minimale speeltijd van ruim vijf minuten) is het enigszins behelpen. De schoonheid van het tergend trage tempo doet naar uren van prolongatie verlangen. Chimes & Bells heeft veel gemeen met bands die recentelijk bejubeld worden. Belangrijk om te noemen zijn Fleet Foxes, Beach House en Choir of Young Believers, allen voor hun eigen stijlelementen. Daarnaast vormen de psychedelische tapijten van Warpaint wellicht een heel vers ijkpunt. Naast de broeierige compactheid van de onderliggende laag, houdt Chimes & Bells soms hun composities relatief leeg. De songstructuren volgen met regelmaat patronen uit oude muziek, zoals de eveneens door samenzang gedreven melodieën van Fleet Foxes daaraan refereerden. Chimes & Bells gebruikt echter steviger klankpatronen om hun songs op te bouwen. Titelsong Into Pieces of Wood doet dat zelfs op dergelijk traag pulserende en gruizige manier dat Archive in herinnering wordt geroepen. Door alle songs heen begint zich een manier van zingen te openbaren die ritme aanbrengt door de constante stuwing van de stroperige lagen op de melodie te stoppen. Na ruim twintig minuten rest er een verwachtingsvolle stilte. Volgens mij hangt ere en album in de lucht, maar concrete heb ik dat nog niet zien worden.

Read more...

Dark Captain Light Captain - Miracle Kicker

>> dinsdag 9 november 2010

Miracle Kicker is het eerste volledige album van de Britse band Dark Captain Light Captain dat twee jaar geleden het levenslicht zag. De band heeft een bijzonder idiosyncratisch geluid dat zowel de nodige aandacht vraagt alsook juist een gevoel wil oproepen en muziek als een ervaring toedient. Hoewel er sprake is van songs, betreft het geenszins evocatieve popsongs. In feite lijkt Dark Captain Light Captain een postrock band, maar daarmee is het laatste nog niet gezegd.

De rijke en warme lagen die op repetitieve wijze de basis leggen voor de songs brengen de luisteraar al snel in een sort meditatieve trance. Hoewel die basis wel degelijk een ritmische keerzijde kan hebben, is dit doorgaans ondergeschikt aan de ligt glooiende dynamische lijnen die uit kleine muzikale loopjes worden opgebouwd. Door de sterk vormende soundscape-achtige structuren creeren de songs een loungy ambient sound uit milde klanken die zich voornamelijk in de postrock thuisvoelen. De haast fluisterende vocalen hebben de klankkleur van Doveman, maar het beste referentiepunt is zeker het debuut van Engineers met een vleugje emotionele flair à la Blackbud. De melodielijnen blijven echter constant plezierig understated, waardoor de fantasie van de luisteraar de volle ruimte krijgt. De teksten zijn over het algemeen bondig, waardoor de herhaling in de instrumentale structuren een diepere connotatie krijgt in de vocalen.

Miracle Kicker fascineert voldoende zonder opdringerig te worden. Nadat het album is afgelopen heb je dus direct zin het nog eens op te zetten om dan wel te luisteren of je iets hebt gemist, of simpelweg het fijne gevoel te prolongeren. Het is een album dat aan alle kanten klopt. Songschrijven in een genre dat moeilijk is te benoemen, is zelden zo’n onmiddellijk plezierige ervaring.

Read more...

S. Carey - All We Grow

>> zondag 25 juli 2010

De S van S. Carey staat voor Sean Carey. Wellicht niet direct een naam die bekend zal klinken, maar de band waar hij deel van uitmaakt, doet dat zeker wel: Bon Iver. Na het vallen van die naam is het overigens gelijk duidelijk dat naast Justin Vernon, Sean Carey zeker een beslissende rol heeft gespeeld in de vorming van For Emma, Forever Ago. Niet dat zijn solodebuut All We Grow dit album kopieert, maar de verstilde en vaak uitgestrekte songs vertonen wel een zekere gelijkenis. Tevens kent het album gedeeltelijk een overeenkomende klankkleur.

De albums van solo bandleden Philip Selway (Radiohead, drum) en S. Carey (Bon Iver, drum, piano) komen dichtbij elkaar uit. Een kleine vergelijking levert op dat beide voor een ingetogen popgeluid kiezen, waarin drums slechts beperkt aanwezig zijn. Waar in Philip Selway’s arrangementen textuur belangrijk is, zijn die, net als bij Bon Iver, voor S. Carey bepalend. Zelfs zodanig dat het risico op experimentele of atmosferische wijdlopigheid bestaat. In het album als geheel zijn die stukken echter een welhaast perfecte voorbereiding voor de gestileerde, minimaal harmonieuze, gezongen melodieën die doorgaans volgen. De betovering van All We Grow bereikt dan zijn hoogtepunten. Sowieso is de titel All We Grow een schitterende bewoording van het stilistische effect van de plaat. S. Carey heeft niet alleen een groeiplaat gemaakt, het geluid lijkt ook op traag tempo met semi-spontane scheuten te groeien. Het is heerlijk hoe de minimalistische, vaak monotoon ritmisch aangezette, patronen vrijelijk een grid leggen voor de lijzige, kabbelende songs en verstrekkende, ruimtelijke soundscapes. De nadruk die op het verloop en de opbouw van de composities ligt, valt misschien te herleiden tot Sean Carey’s klassieke graad in percussie en liefde voor de jazz. De milde invloeden van postrock, jazz en modern klassiek maken grote delen op van zijn stijl.

All We Grow past prima tussen het werk van Bon Iver en Volcano Choir, maar kiest toch zijn eigen pad. S. Carey toont zich vooral een compositorisch talent die de capaciteit bezit zijn werk ook over te brengen. Dat maakt zijn solodebuut een sterke opening.

Read more...

Doveman - The Conformist

>> maandag 12 juli 2010

The Conformist volgde relatief snel op de onverwachtse voortzetting van Doveman’s debuut The Acrobat in het van ambient soundscapes doordrenkte With My Left Hand I Raise the Dead. Gezien het feit dat deze tweede in ons land al weinig reacties wist te ontlokken, verging het The Conformist niet anders. Ook aan mijn aandacht is het album aanvankelijk ontsnapt. Nu niet langer.

The Conformist is een natuurlijker opvolger van de verstilde, nevelige popsongs op The Acrobat dan With My Left Had I Raised the Dead was. Die observatie is geenszins een kwalitatief oordeel. Het maakt wel dat The Conformist weer de ingrediënten bevat om de liefhebbers van onafhankelijke en excentrieke singer-songwriters aan zich te binden. Dat hoeft Doveman niet eens volledig op eigen kracht te doen. Voor The Conformist leenden vele bekendere indie-artiesten hun kunsten. Zo zijn (niet uitputtend) The National, Sam Amidon, Beth Orton, Dawn Landes, Norah Jones, Martha Wainwright en pianist/componist Nico Muhly te horen. Hun rollen zijn weliswaar beperkt (de dames komen niet verder dan extra vocalen), maar hun aanwezigheid en invloed lijkt Doveman wel scherper te hebben gemaakt. De schetsmatige melodieën die The Acrobat kenmerkten, zijn nu concreter vormgegeven. De banjo van Sam Amidon weet afwisselend een stempel op de songs te drukken. Nog altijd spelen in de uitgebreide arrangementen dwarrelende flarden van alternatieve lijnen en klanken de belangrijkste rol. Door de sterk geaspireerde stem van Doveman blijft een schemerige sfeer het album overheersen. Bij vlagen klinkt The Conformist opgewekter door geaccentueerde ritmiek, maar een drukkende, koude atmosfeer karakteriseert wederom de schrijfstijl. De wanhopige ondertoon is echter naar de achtergrond verdreven.

Het vergrote zelfvertrouwen staat de band rondom singer-songwriter Thomas Bartlett goed. Doveman blijft ook in het popgezelschap van The Conformist de basis van soundscapes, klassieke muziek en jazziness hoog in het vaandel dragen. Daarmee is wel zijn tot op heden meest toegankelijke album gemaakt en hopelijk zullen op zijn minst de opvallende samenwerkingen nu de liefhebber overhalen eens te luisteren.

Read more...

Ólafur Arnalds - …and they have escaped the weight of darkness

>> dinsdag 6 juli 2010

De muzikale carriere van componist Ólafur Arnalds nam een zeer vroege vlucht met Eulogy for Evolution en in zekere zin zou kunnen worden gesteld dat …and they have escaped the weight of darkness pas de echte opvolger is van dat fenomenale album. Er ging echter een ruime serie andere werken en samenwerkingen (Kiasmos) aan vooraf. Daarmee liet hij horen dat de verstilde werelden die hij op Eulogy for Evolution creëerde ook heel andere verschijningsvormen kunnen aannemen.

…and they have escaped the weight of darkness gaat duidelijk voort op het oorspronkelijke pad en gaat niet gebukt onder het juk van experimentele formats (Found Songs) of een opdracht (Dyad 1909). Dit nieuwe album laat Ólafur Arnalds wederom in volledige creatieve vrijheid horen. Hij schreef de composities en arrangementen om vervolgens ook het album zelf te produceren. Tevens nam hij plaats achter piano en toetsen, terwijl de overige instrumenten door anderen worden ingevuld. Dat hij heeft geleerd van zijn vorige projecten is wel te merken. Niet in alle composities blijft de bezetting beperkt tot klassieke orkestraties met subtiele elektronische accenten. Door toevoeging van drum en bas kunnen de composities uitmonden in een aanzwellend bandgeluid. Minimalistische patronen vormen nog altijd een voornaam onderdeel van zijn werken, die hij graag ook ontbloot tot een minimaal instrumentarium. Zo ontglipt hij aan formalistische bezettingstradities en weet hij de arrangementen een van een eigenzinnige dynamiek te voorzien.

…and they have escaped the weight of darkness blijft in eerste instantie een modern klassieke plaat. Toch vindt Ólafur Arnalds gemakkelijk aansluiting bij elektronische soundscapes en ambient pop. Hoewel musiceren op dit scheidsvlak in het hedendaagse niet langer ongewoon is, beheerst Ólafur Arnalds de kunst buitengewoon goed. Dat mondt uit in een bijzonder intrigerende voortzetting van zijn oeuvre die een steeds krachtigere grip krijgt op de luisteraar.

Read more...

Felix - You Are the One I Pick

>> zaterdag 12 juni 2010

Felix is een opmerkelijk kamerpopduo uit Groot-Brittannië. Hun debuut You Are the One I Pick bevat elf op onverwachte manieren ontspannende en verwarrende songs. Onverwachts omdat de titel wellicht anders doet verwachten, maar zeker ook omdat vocaliste Lucinda Chua ondanks haar gedempte timbre bij tijd en wijle de brutaliteit van trendy Britse popartiesten lijkt te bezitten. Deze verhulde kracht wordt soms geaccentueerd door de aanzwellende dynamiek in de begeleiding. De folky basis blijft in alles eigenlijk slechts een gidslijn.

Zelf geeft de band aan onder andere door Erik Satie te zijn geïnspireerd. De met minimale eenvoud geconstrueerde melodieën van deze componist zijn, afgezien van de piano-akkoorden, op zijn best terug te vinden in de minimalistische patronen die zowel op de achtergrond als in de voorhoede de muziek van Felix karakteriseren. Dat is waarschijnlijk waar de aanvankelijke urgentie telkens door een effectief keurslijf wordt bedwongen. Het geeft het album in zijn geheel gemoedelijke tempowisselingen die ondanks de verrassend intense dynamiek een inviterende groove veroorzaken. Het album is daartoe opgebouwd als geheel, waarin geen duidelijke pauzes tussen de songs aanwezig zijn. De tempowisselingen lijken daarmee ook de verschillende zijden van dezelfde munt; wisselingen van gemoed. You Are the One I Pick zweeft ergens tussen avontuurlijke kamermuziek en slaapliedjes in. Alle composities behouden een herhalende ontstellende modern klassieke eenvoud. Lucinda en haar muzikale partner Chris Summerlin bezitten een feilloos instinct voor de performance van hun eigen werk. Door de orde op de juiste momenten te verstoren weten ze telkens weer een snaar te raken.

Het mooie van Your Are the One I Pick is dat in alle sferen en emoties die het album oproept de interpretatie lijkt te worden overgelaten aan de luisteraar. Als die zich openstelt voor de onvermijdelijk voortschreidende klanken brengt dit debuut een vervullende, meedogenloze ontroering. Dan blijkt Erik Satie wederom dichterbij dan gedacht.

Read more...

Julianna Barwick - Florine EP

>> donderdag 10 juni 2010

Haar debuutalbum Sanguine bleef relatief onbekend. Julianna Barwick maakt dan ook geen alledaagse muziek. Wat Owen Pallett bewijst te kunnen met viool, doet Julianna Barwick volledig met haar eigen stem. Tijdens de toer voor zijn laatste album, Heartland, maakt Owen Pallett furore met zijn geweldige live performance waarin hij veelvuldig gebruik maakt van multiphonic loop techniek door middel van een loop pedaal. De gelijkenis blijft overigens vooral technisch, want Owen Pallett schrijft toch voornamelijk pop- of folksongs. Julianna Barwick daarentegen gebruikt de multiphonic loop om bevreemdende, magisch resonerende werelden te scheppen met haar schrille, etherische stem. Ritmiek krijgt daarin een minimalistische lading. De zes composities op Florine werken vooral als een vlokkerige atmosfeer. Slechts uiterst zeldzaam wordt ze daarbij geassisteerd door andere middelen. Op Florine klinkt haar stijl consistenter en geconcentreerder dan op Sanguine. Het spaarzame gebruik van instrumenten in bijvoorbeeld Cloudbank en Anjos geeft de uitgestrekte, sacrale soundscape een volle klank. De singulariteit en individualiteit van het musiceren met multiphonic loops heeft nu mijn volle aandacht. Het is fascinerend en tot nu toe ook bijzonder mooi. Celliste Zoë Keating is mogelijk de volgende stop op deze ontdekkingstocht. Voor nu zijn de eenzame, kristallen koralen van Julianna Barwick werkelijk een schitterende oase van xenofiele rust.

Read more...

Lilium - Felt

De eerste twee albums van Lilium hebben mij onopgemerkt gepasseerd. Dat vormt echter geenszins een kwalitatief oordeel. De band rond Pascal Humbert, de voormalig bassist van 16 Horsepower, beleeft met Felt na zeven jaar een reïncarnatie. Felt blijkt een treffende titel voor deze gitzwarte, spaarzame sfeermuziek. De vocalen vormen bij Lilium onderdeel van het instrumentarium. De vrouwelijke klanken van oude bekende Kal Cahoone vormen een mooi contrast met de diepe geaspireerde brom van Australiër Hugo Race. Beiden passen prachtig bij de arrangementen van Pascal die op Felt samenwerkte met Bruno Green. Hoewel er songs worden geschreven, doet geen enkel nummer aan alsof het volledig als lied is bedoeld. Tegelijkertijd is Felt geen aaneenschakeling van soundscapes. Toegegeven heeft de plaat een cinematografisch karakter, maar aan de andere kant zijn de composities te zwaar en veeleisend om als achtergrond te dienen. De sfeer doet denken aan Tindersticks en Wovenhand, hoewel David Eugene Edwards niet langer participeert. Misschien dat een zeer getemperde en duistere Timesbold ook in de buurt komt vanwege het hoge gehalte zanderige americana. Lilium’s hernieuwde toewijding geeft muziek om voor te gaan zitten en de klanken langzaam bezit te laten nemen van de kamer.

Read more...

Seahawks - Secrets of the Deep

>> maandag 31 mei 2010

Iedereen die zich ooit heeft afgevraagd hoe dancemuziek met postrockinvloeden in de oceaan zou klinken, doet er goed aan eens bij Seahawks te gaan buurten. De EP Secrets of the Deep brengt een zestal nummers die, ondanks hun stevige plaats in de ambient hoek van de dance, zich weten te distanciëren van de massa. De manier waarop allerhande aquageluiden worden gebruikt, vervormd of nagebootst, in de nummers is fascinerend en maakt een luisterbeurt zelfs voor non-believers interessant. Secrets of the Deep is niet uitzonderlijk catchy, noch uitermate dansbaar. Bovendien is het net niet de muziek om nu eens hip op te gaan zitten chillen vanwege de zware grooves. Het is een vorm van dance die dergelijke soundscapes produceert dat het vooral loont echt te luisteren. Al helemaal als is geweten dat in hun geluiden flarden soulvolle shoegaze en zonnige beachpop de ronde doen. Het een is opmerkelijk groots klinkend werk dat zonder meer het genre weet op te rekken. Overigens gebiedt eerlijkheid mij te zeggen dat Secrets of the Deep slechts een begeleider is van de High Tides/Astral Winds 7” ‘picture vynil’ van Seahawks. Bij een huidig gebrek aan een platenspeler heb ik beluistering daarvan voorlopig uit moeten stellen. Dat neemt niet weg dat Secrets of the Deep alleen al voor muzikale waterratten de moeite waard is. Wie weet, Seahawks zou zo maar eens de perfecte band kunnen zijn voor jouw zomer.

Read more...

Hjaltalín - Terminal

Terwijl wij met hooggespannen anticipatie uitkeken naar het soloalbum van Sigur Rós’s Jónsi, viel IJsland als een blok voor het nieuwe album van Hjaltalín. Net als voorganger Sleepdrunk Seasons opent Terminal met blazers, die algauw door een compleet kamerorkest lijken te worden bijgestaan. De band houdt duidelijk van een grootse, bombastische entree. Het past zonder meer ook bij hun theatrale stijl.

In opener Suitcase Man neemt de ritmiek gaandeweg de hoofdrol over met de binnenkomst van de vocalen. De ritmiek is op zijn minst eclectisch en druk te noemen; het reizen strekt duidelijk verder dan alleen de songtitel. Het zet de toon voor het specifieke opgewekte karakter in de nummers. Hoewel de noordelijke sound tekenend is voor zowel Jónsi als Hjaltalín, tonen zij beiden dat die sfeer niet is voorbehouden aan grauwe stemmigheid, uitgestrekte soundscapes en enigmatische pop- of folksongs. Naast Jónsi lonkt Terminal naar orkestrale landgenoten Sea Bear en Amiina. Opvallend zijn voor mij ook de structuren in de melodie die bij tijd en wijle aan Patrick Watson doen denken en in geval van de vrouwelijke vocalen aan Juliette Commagère. Daarmee is zeker nog niet alles gezegd.

In de composities van Hjaltalín lijkt constant een liefde voor de big band en musical op te borrelen, die wordt aangedikt met accenten uit de jazz, soul, klassiek en wereldmuziek in de percussie. Het is een bonte verzameling die wonderwel en behoorlijk aanstekelijk werkt. Bovendien weet Hjaltalín de veelvormigheid nu ter meerdere eer en glorie in diverse nummers om te zetten.

Om hun internationale appel kracht bij te zetten zijn nu alle songs Engelstalig. Op Sleepdrunk Seasons was de kwaliteit van de vocalen nog wisselend, maar Terminal neemt zijn revanche. Zangeres Sigga werd zelfs bekroond als ‘Voice of the Year’ op de Icelandic Music Awards, maar die eer had tevens zanger Högni toe kunnen komen. Waar de majestueuze en soms jazzy klanken van de hoge stem van Sigga zo uit een theatrale musical komen aanwaaien, brengt Högni, met constante spanning van stijlen, een geaspireerd stemgeluid met de gedragenheid van pop met een randje. Hun beider vocalen hadden ongetwijfeld niet misstaan op een album van Oi Va Voi of Zero7. Terminal wordt herhaaldelijk naar een hoger plan getild door de expressie van deze twee.

Om het geheel af te maken laat het zevental instrumentaal de vele kansen op excentriciteit niet onbenut. Dat geeft Terminal de verrassingen die een goed orkestraal album zeer lang houdbaar maken, hetgeen al helemaal bij zonnigere muziek vaak moeilijk blijkt. Hjaltalín is overduidelijk klaar voor de wereld, maar het is nog maar de vraag of iedereen klaar is voor Hjaltalín. Terminal is geweldig en onmiskenbaar aantrekkelijk, de manier waarop de band al hun inspiratie samensmelt, zou echter bij veelbepalende conformisten op gefronste wenkbrauwen kunnen stuiten.

Read more...

Mako Sica - Dual Horizon

>> donderdag 20 mei 2010

Dat Dual Horizon geen doorgaanse plaat is, blijkt direct uit de indeling. Er zijn drie nummers met een speelduur van veertig minuten. Mako Sica is de band achter dit debuut. Ze gaan prat op verwantschap met de native americans, zoals te zien is aan de bandnaam die ‘land bad’ zou betekenen. Ze bouwen op Dual Horizon vrijwel hun eigen genre, hoewel voor bands met dergelijke stijl een verwijzing naar God Speed You Black Emperor! niet kan ontbreken. Het openeningsnummer is even interessant, omdat het begint als echte ‘eventmuziek’ (als zoiets bestaat). Het is duister, cinematografisch, maar anders dan als sfeermaker niet erg interessant. In wat volgt hoort men postrock, postpunk en folkpop gevat in ambient soundscapes. I’itoi blijkt nogal rommelige kanten te hebben die weinig goed doen voor de grotere compositie. Daardoor verveelt en irriteert het mij behoorlijk snel. Het vervolg van 5th One Is the Dark maakt duidelijkere keuzes, waarin postrock met een vleugje jazziness de toon zetten. Afsluiter Dunes is ook consistenter en laat muzikaal een grotere spanningsboog horen. Desondanks is telkens mijn aandacht sneller vervlogen dan de compositie zijn eind bereikt. Gedeeltelijk zal dit veroorzaakt zijn door andere genrevoorkeuren. Hoewel bijvoorbeeld Sickoakes een goed album afleverde, is God Speed You Black Emperor! in mijn ogen vaak niet meer dan onderhoudend. Voor Dual Horizon van Mako Sica is het dan ook belangrijk om met de juiste voorliefde te gaan luisteren. Het album is echter volgens mijn informatie (momenteel) alleen op vinyl te verkrijgen.

Read more...

El Boy Die - Black Hawk Ladies & Tambourins

>> dinsdag 18 mei 2010

El Boy Die is een Franse band met een moderne internationale visie. Ze brengen op dit tweede album, Black Hawk Ladies & Tambourins, een vorm van folk die in het hedendaagse muzikale spectrum zich eenvoudig als freakfolk laat bestempelen. El Boy Die mengt zich echter in dit genre zonder omfloerst te kopiëren.

Hun hele presentatie van artwork tot (song)titels doet duister aan en daarmee is niets teveel gezegd. Verwacht ook geen gepolijst geluid van deze Fransen, noch de uiterst complexe orkestraties van Grizzly Bear en consorten. De songs op El Boy Die tonen een sterk gevoel voor compositie, terwijl ze overwegend van het lo-fikarakter blijven dat een singer-songwriter niet zou misstaan. Kenmerkend is de eigenzinnige wijze waarop de songs zich laten ontwikkelen in klassiek geënte soundscapes, waarvan Moona Luna Tears een uitstekend voorbeeld geeft. Deze soundscapes zijn doorvoed van traditie en behoorlijk wereldwijs. Het vormt een mooi contrast met de gedrevenheid die als stuwende kracht in de onderstroom rust. Wanneer de imperfecte rammel van die onderstroom uitbreekt, is een vergelijking te maken met een volledig getemperde en timide Akron/Family en Arcade Fire. De nummers ontpoppen zich als venijnige fluisterprofetieën. Daardoor is de band stukken minder gemoedelijk dan Bon Iver of The Accidental zonder zich compleet van die sfeer te ontdoen. De ruwe lo-fi aanpak zorgt voor een garagegevoel in hun freakfolk, maar de soundscapes putten uit de overvloedige bron van de psychedelica.

Er schuilt een zekere onrust in El Boy Die die desondanks op Black Hawk Ladies & Tambourins beteugeld blijkt. Dat geeft het album een mysterieus en enigszins beangstigend sentiment. Hun sound is gematigd vernieuwend en kent mooie momenten. Black Hawk Ladies & Tambourins is echter wel een plaat voor mensen die van grimme onderhuidse spanning houden. In die zin is de freakfolk van El Boy Die niet zo meditatief, dromerig of fascinerend complex als bij genregenoten. Hun gebruik van deze stijlkenmerken blijft daardoor juist het hele album intrigeren.

Read more...

Jóhann Jóhannson - And in the Endless Pause there Came the Sound of Bees

>> woensdag 28 april 2010

De IJslandse componist Jóhann Jóhannson is de bron van één van de meest authentieke geluiden in het hedendaagse muzikale landschap. Bovendien blijkt hij ook behoorlijk productief. Het nieuwe album And in the Endless Pause there Came the Sound of Bees bevat oorspronkelijk de muziek die hij componeerde voor de film Varmints van Marc Craste, maar het werk had zodanige autonome aantrekkingskracht dat de soundtrack nu wordt uitgebracht als een origineel Jóhann Jóhannson album. Wat direct opvalt, naast het verwachte zeer cinematografische karakter, is de relatief romantische klanken waarmee het album opent. Waar zijn vooruitstrevendheid doorgaans ook een graad van ontoegankelijkheid veroorzaakt, is And in the Endless Pause there Came the Sound of Bees vooral een dramaturgisch sfeerstuk. Het album luistert gemakkelijk als één groot aaneengeschakeld stuk, terwijl het eigenlijk bestaat uit 13 voorbestemde delen. De rol voor elektronische geluiden en vervormingen, net als de vocalen en field recordings, maken de muziek weer typisch Jóhann Jóhannson. Tegelijkertijd doet de visuele stijl enigszins aan als Zbigniew Preisner, maar dan ingetogen. Deze gelijkenis is vooral duidelijk op het moment dat de composities een duistere wending nemen. Jóhann Jóhannson blijft over de hele linie spaarzaam met de gebruikte middelen, maar weet daar wel een maximaliserend effect mee te bereiken. Wat begon als een soundtrack is wellicht een prima introductie op het eigenzinniger werk van de IJslander. And in the Endless Pause there Came the Sound of Bees doet daarmee een handreiking naar diegenen die nog niet zijn ingewijd.

Read more...

Trouble Books - Gathered Tones

>> donderdag 11 februari 2010

Nog niet zo lang geleden berichtte ik over The United Colors of Trouble Books. Nu is het duo Keith Freund en Linda Lejsovka, ditmaal versterkt door Mike Tolan, terug met een nieuwe samenkomst van geluiden, genaamd Gathered Tones.

De albumtitels geven een goede beschrijving van de stijl van deze band uit Akron, Ohio. Voor een groot gedeelte betreft het knip- en plakwerk, lichte noise en electropop met hier en daar wat folkinvloeden. Toch klinkt Gatheren Tones samenhangender dan het erg op de soundscape geschreven The United Colors. Daardoor heeft hun geluid wel wat weg van The Go Find en Broadcast, maar ook labelgenoten TaughtMe en Talons’ passen goed in het rijtje referenties. De contemplatieve, zachte vocalen krijgen minder aandacht dan de daar omheen wervelende etherische klanken. Een pakkend popliedje produceren ze daarom nooit, hoewel Gathered Tones het puur experimentele zeker voorbij is. In de songs gaat het om alledaagse dingen, waardoor de teksten zich net zo min profileren als de muzikale begeleiding. Hun ambient omgeving is niet bedoeld voor specifieke foci. In plaats daarvan wordt de luisteraar uitgenodigd voor luie dwalingen. Daarvoor zijn de composities uitermate geschikt en Gathered Tones zou ook zeker met beelden kunnen worden versterkt. Trouble Books breekt nog altijd geen potten voor de vernieuwing. Dat neemt echter niet weg dat ook Gathered Tones voor de liefhebber van knutselsoundscapes met een poprandje erg geschikt zal zijn.

Read more...

Splashgirl - Arbor

>> donderdag 28 januari 2010

De grenzen tussen muzikale genres worden voortdurend aangetast door muzikanten die buiten die grenzen om nieuw klinkende stijlen te ontwikkelen. Doors. Keys. was het voorgaande album van dit Noorse, in de basis, akoestische improvisatie jazztrio. Op dat album werd de bezetting nog redelijk traditioneel opgevat, hoewel hun composities duidelijk deden blijken dat die traditie hen nergens beperkt. Sinds die plaat maakte ik slechts één keer een vergelijking met hun muziek met het eveneens Noorse jazzgezelschap In the Country. Het aardige is dat Splashgril met Arbor de bal terugspeelt door de minimalistische trekjes van In the Country te laten verbleken bij de huidige composities.

Op Arbor krijgt subtiliteit een volledig nieuwe betekenis. Jazz kan hun stijl onmogelijk nog dekken. In plaats daarvan ontstaan er soundscapes en ongrijpbare atmosferen. Af en toe doet het denken aan muziek uit de game industrie, maar dan van een verbluffend goede soort. Doordat de afbakening van de composities daardoor vervaagt, is Arbor zeker geen makkelijker album dan Doors. Keys. Splashgirl anno 2010 vraagt om rust en aandacht, het kost immers enige tijd om de spaarzame melodische elementen onder de huid te laten nestelen. Eenmaal op dat punt aanbeland, krijgt Splashgril’s muziek traag broeiende spanningen die plezierig lang nazinderen. Net als op Doors. Keys. is het haast niet te merken dat de composities niet letterlijk zijn opgetekend. Splashgirl blijft in essentie improviseren. De luisteraar wordt meegenomen in het ontstaan van de muziek, maar krijgt nooit het gevoel dat het aan onderliggende structuur ontbreekt. Verder zijn de albums nauwelijks meer vergelijkbaar. Splashgirl laat blijken dat de uniciteit van hun geluid zich op meerdere wijze kan uiten. Waar Doors. Keys. een schoonheid had die duidelijker te ontwaren was, zal Arbor de luisteraar meer interpretatievee vrijheid laten. Het zijn twee kanten van eenzelfde munt die herhaaldelijk op eigenzinnige wijze resoneert wanneer die wordt opgegooid.

Splashgirl kan zeker avant-gardistisch worden genoemd en zou in die positie meer aandacht moeten krijgen. Ondanks de vernieuwing klinkt hun muziek niet overmatig experimenteel en veranderingsgezinde liefhebbers uit de jazz, postrock, modern klassiek en ambient worden door het trio allen liefdevol onthaald. De toekomst zal ongetwijfeld bijzonder blijven.

Read more...

Doelstelling van deze blog

Meer aandacht voor het (nog) onbekende. In tenui labor of toch niet?

Mededelingen

Donderdag 1 juli: deze week weer een frisse herstart verwacht.
Kort reces tot 13-05-10.
Na een kort reces vandaag (24-02-10) weer aan de post. Inmiddels is deze blog twee jaar geworden!
Gedurende december zullen er minder recensies worden geschreven
21-31 augustus: tijdelijk even geen recensies ivm een kort reces
Zondag 14 juni: Creative Commons licentie BY NC ND van toepassing op alle inhoud
Woensdag 3 juni: zoekfunctie en auteursrechtenonderdeel toegevoegd
Dinsdag 19 mei: template aangepast, hopelijk verbeterd
Vrijdag 15 mei: nieuw template; ontwikkeld door Ourblogtemplates.com, 2008

Auteursrechten

© Copyright Benjamin N. Vis

Uitgezonderd waar anders vermeld, is op alle inhoud van deze blog een Creative Commons Attribution 3.0 License van toepassing. Deze is hieronder gespecificeerd als CC BY NC ND. Voor meer informatie klik op de links aldaar.

  © Blogger templates Inspiration by Ourblogtemplates.com 2008

Back to TOP  

Creative Commons License
werk van Benjamin N. Vis, Nieuwe Geluiden is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-Niet-commercieel-Geen Afgeleide werken 3.0 Nederland licentie.