Posts tonen met het label singer-songwriter. Alle posts tonen
Posts tonen met het label singer-songwriter. Alle posts tonen

Scott Matthews - What the Night Delivers...

>> zaterdag 9 juli 2011

Gelukkig maakt de meeslepende pop van Scott Matthews een behoorlijk andere singer-songwriter dan Scott Matthew. Met zijn verbluffende debuut Passing Stranger maakte hij een album dat op eenzelfde wijze als Jeff Buckley een weelderige eigenzinnige popvisie koppelde aan goed toegankelijke nummers die zelfs hier en daar op de radio konden verschijnen. Het was opmerkelijk dat na zo’n binnenkomst Scott Matthews met opvolger Elsewhere juist voor een geluid koos dat bewust de ruimte nam voor muzikaal experiment. De bedoeling was niet om goed verteerbare popsongs te schrijven, maar popmuziek te smeden met fijnzinnig gevoel voor compositie. De vergelijking met het bombast van Jeff Buckley bleef op gepaste afstand.

What the Night Delivers... herhaalt geen van beide albums en toont daarmee wederom wat een uitzonderlijk talent Scott Matthews heeft. Natuurlijk mogen we de wereld op blote knieën danken voor die hemels uithalende stem, maar niemand kan voorzien hoe zijn eigenaar die zal inzetten. De subtiel gelaagde weelde van Elsewhere is blijvend van invloed in de songstructuren en toch is tegelijk het juist het medium van de song dat op What the Night Delivers... weer aan aandacht wint. Hoewel het instrumentgebruik niet bijzonder groot is, behouden de zwierige composities ook in de kleinste vorm een ruimtelijke ervaring opgeroepen door de pure kracht in Scotts stem. Overigens vinden we op What the Night Delivers... meer naakte songs, zoals de jazzy ballade Bad Apple en het lieflijk dromende Head First into Paradise. Het kundige gitaarspel is niet altijd de leidraad voor de nummers op What the Night Delivers... en dat opent mogelijkheden voor het naar voren schuiven van andere klankkleuren. Naarmate het album vordert lijkt dat steeds voorzichtiger met de tedere liedjes om te gaan. Waar Passing Stranger bijna overrompelde met emotie en rijke arrangementen, doet het huidige album een flinke stap terug en pakt de luisteraar juist langzaam wiegend in. Het effect is echter bedrieglijk gelijk.

Dit derde album is door de directere aard van de nummers gemakkelijker luisterbaar dan Elsewhere. De ingetogenheid zorgt voor een besloten atmosfeer die de aanwezigen onmiddellijk betrekt bij de ervaringen die Scott Matthews ze toevertrouwt. Deze zeer persoonlijke benadering zal wellicht bij sommigen wat ongemakkelijk aanvoelen, maar wie zijn hart opent vindt zich ongetwijfeld al snel dankbaar in de greep van deze exceptioneel muzikale man.

Read more...

Scott Matthew - Gallantry's Favorite Son

Ook voor hun derde album hebben Scott Matthew en Scott Matthews afzonderlijk van elkaar besloten deze in kort tijdsbestek van elkaar uit te brengen. Als liefhebber van beiden is het verschil meer dan duidelijk, maar naar buitenstaanders toe blijft dat toch verwarrend. Naar verluidt vreesde de introverte troubadour Scott Matthew het opdrogen van de inspiratie. Op Gallantry’s Favorite Son is daar weinig van te merken.

De flamboyance die nog van belang was op het debuut verdween reeds met de onvolprezen voorganger There is an Ocean that Divides. Gallantry’s Favorite Son neemt het pikdonkere sentiment van dat album over. De songs hebben veelal een ferme, diepe basis, maar blijven de kenmerkende eenvoud houden die Scott Matthew’s eigenzinnige stijl zo opmerkelijk maakt. Het gebruik van melodie is ingetogen, maar behoudt een doeltreffende spontaniteit en timing. Scott Matthew onderdrukt constant de snik die achter iedere muzikale zin kan worden verwacht en weerhoudt zich ervan uit de band te springen. Muzikale versierselen zorgen vooral voor atmosfeer en minder voor decoratie. De onderwerpen ontspringen wederom aan een uiterst individuele belevingswereld waarvoor Scott Matthew waarschijnlijk slechts door weinigen wordt benijd, ondanks de artistieke uitingen waar die de voedingsbodem voor vormt. In de poëtische lyriek is geen plaats voor optimisme. Zelfs verjaardagslied Felicity stemt tot melancholie en hij maakt zelfs van de atypisch zonnige westcoast cadans van The Wonder of Falling in Love een fascinerend stuk muziek.

Ook na drie albums veroorzaakt iedere hartenkreet van Scott Matthew, gezongen als een luide fluistering, nog voor een brok in de keel. Technisch bleven ook de interessante contrasten tussen de muzikale en melodische eenvoud en de metrisch onverewachts gedrapeerde vocalen die de luisteraar telkens weer één en al aandacht maken. In de meeste opzichten borduurt Gallantry’s Favorite Son dus geruststellend voort op de paden die deze even aandoenlijke als charmante muzikant eerder insloeg. Alle gemaakte beloftes worden ingelost. Daarnaast vernieuwt Gallantry’s Favorite Son juist vooral in de inzet en structuren van de vocalen.

De nieuwe ballades voegen een essentieel hoofdstuk toe aan een bijzonder oeuvre dat bij iedere beluistering emotionele reacties teweeg brengt. Scott Matthew blijft ongetwijfeld te excentriek voor het grote publiek en daardoor zal de haast spirituele intimiteit van zijn performances hopelijk beschermd blijven.

Read more...

Rebekka Karijord - The Noble Art of Letting Go

>> zaterdag 21 mei 2011

Rebekka Karijord is al enkele jaren in thuisland Noorwegen een gewaardeerde singer-songwriter. Hoewel The Noble Art of Letting Go, haar derde album, reeds uit 2009 stamt, werd het slechts schamel opgepikt. Daar moest verandering in komen, vandaar dat er rond deze tijd een internationale heruitgave op stapel staat.

Rebekka Karijord’s popliedjes zijn wellicht niet wereldschokkend, maar we hebben te maken met een origineel zangtalent dat prachtige en sfeervolle muziek maakt. De internationaal wel gevierde singer-songwriter Ane Brun is al tijden een vriendin en wederzijds staan ze elkaar met raad en daad bij. Dat maakt het feit dat Rebekka’s zang wel wat weg heeft van Ane Brun minder opmerkelijk, hoewel het tegelijkertijd juist opmerkelijk is dat de twee stemmen überhaupt op elkaar lijken. Luister maar eens naar pronknummer I Wear it Like a Crown. Stilistische referentiepunten vinden we eveneens in het noorden, vooral onder eigenzinnige singer-songwriters als Lise Westzynthius, Anna Ternheim, Christina Rosenvinge, Hanne Hukkelberg en zelfs een vleugje popdrama à la Maria Mena. Met deze lijst alleen al is duidelijk dat er nog altijd een rijk bloeiende vrouwelijke singer-songwritertraditie bestaat in Scandinavië en de output is om van te smullen. Dat geldt ook voor de ietwat weemoedige en duistere nummers op het toepasselijk getitelde The Noble Art of Letting Go. Afgezien van met misschien net iets te zoete To Be Loved by You is dit album een meer dan verdienstelijke voortzetting van deze traditie.

Wie van deze dames de voorkeur krijgt, hangt voornamelijk af van genre en humeur. Wat mij betreft blijft men zijn best doen singer-songwriters als Rebekka Karijord van daar naar hier te halen.

Read more...

Glasser - Ring

>> maandag 16 mei 2011

Soms moet je terugkijken om bij de tijd te blijven. Glassers debuut Ring stamt van vorig jaar, maar het frisse geluid dat daarmee de wereld in kwam verdient ook nu nog aandacht. Gelukkig waren daar de opmerkingen van radiohost Guy Garvey (Elbow) om me de weg te wijzen.

Glasser was enige tijd het soloproject van Cameron Mesirow. Voor het album stal ze de show met het episch klinkende Apply dat uit niet veel meer bestond dan de geprogrammeerde beats uit het Apple programma GarageBand en haar hoge vocalen. Op Ring is Glasser uitgegroeid tot een stevige band om het veelal elektronische geluid aan te vullen. Hoewel beats en vocalen de hoofdingrediënten blijven vormen, heeft Glasser de arrangementen van plezierig volronde uiteinden voorzien. Het nummer Apply is ook voor de plaat een sterke binnenkomer. Het is direct duidelijk dat Glasser niet een doorsnee singer-songwriterproject betreft. Aan de vrouwelijke kant van dat genre bevindt ze zich tussen de venijnigheid van het strijdbare Bat for Lashes en de romantiek van de grootse pop in Florence + the Machine. Dat benadrukt de eigenzinnigheid van haar muziek, hoewel denkbaar is dat de grootse beats het ook bij een wijd publiek goed zouden kunnen doen. Het is opmerkelijk hoe Glasser in staat blijkt van rechtlijnige middelen als pregnante percussieloops en synthetisch overgeproduceerde melodielijnen simpelweg met haar lichte, bezwerende vocalen een haast organische psychedelische luisterervaring te creëren. Die karaktertrek wordt op het debuut flink uitgebuit.

Ondanks de aandacht vragende en fascinerende trips is het de vraag hoe het met de houdbaarheid van dergelijk geluid is gesteld. Dat gezegd zijnde, is juist door het gebruik van snel ontwikkelende software de muzikale tijdsgeest goed gevat en kan Ring daarmee een uitstekend historisch document blijken. Glasser heeft in ieder geval bewezen talent te bezitten, hetgeen zich uit in een origineel geluid waar zeker ruimte voor groei in zit, zij het misschien minder in absolute zin. De tribaal dronende beats en de wervelende folky vocalen gonzen in ieder geval in een aangenaam warme roes na.

Read more...

Julianna Barwick - The Magic Place

>> zondag 8 mei 2011

Lange tijd moesten we het doen met de bijzondere EP Florine waarop Julianna Barwick haar uitzonderlijke stemklankkunsten vertoonden. In de aanloop werd de release van haar tweede album, The Magic Place, enkele malen uitgesteld. Nu is de plaat dan verkrijgbaar en klaar voor een oordeel.

Julianna Barwick bouwt haar werk op met minimalistische koren die uit gelaagde samples en loops van haar eigen stem bestaan. Daarin ontstaan diep weerklinkende klankkleuren en ijzige boventonen, soms spaarzaam aangevuld met enkele instrumentale klanken en percusieve elementen (piano). Het etherische en cerebraal rondspinnende geheel verwerkt veel invloeden van modern klassieke koormuziek, maar maakt tegelijk een stap in de richting van populaire genres. Gelukkig blijft The Magic Place ver genoeg af van new age, hoewel er enige gelijkenis bestaat. Jammer is dat de licht echoënde vocalen in de opname of productie een blikkerig karakter hebben gekregen die de composities niet altijd ten goede komt. Het is duidelijk dat de idiosyncratische werkwijze waarmee de muziek van Julianna Barwick ontstaat het album een sterk conceptueel karakter geeft. Het tempo is ook grotendeels eenvormig. Hoe betoverend ook enige verveling ligt op de loer. De voortdurende muzikale gedachtelijnen worden doorbroken door kleine variaties in de arrangementen waarin solo zang of piano kortstondig op de voorgrond treden. Toch weerhouden het repetitieve minimalisme en de uitgestrekte klanktapijten de luisteraar vaak van echt engagement. Met name de composities die gebruik maken van een dynamische opbouw met Julianna’s solovocalen springen er in positieve zin uit, zoals het intense White Flag. Ook slotcompositie Flown is prachtig, maar enigszins verstoord door de productie.

In vele opzichten is The Magic Place precies de opvolger die na Florine kon worden verwacht. Mogelijk is het juist door het medium en de speelduur van een album dat hier de composities kracht verliezen en daarmee ook ten langen leste hun xenofiele aantrekkelijkheid. Hoewel het aantal muzikale middelen groeide, geldt dat niet in dezelfde mate voor het concept. Waar andere artiesten die van vergelijkbare techniek gebruik maken grote diversiteit weten uit te buiten, bijvoorbeeld Owen Pallett, blijft bij Julianna Barwick de begingedachte de leidraad. Daarin ontspringt de ambiguïteit van The Magic Place, want deze rechtlijnigheid kan worden geprezen, terwijl het totale resultaat kan worden bekritiseerd. In deze afweging slaat voor mij de balans wel positief door, maar de kanttekening is genoteerd.

Read more...

Kellarissa - Moon of Neptune

>> zondag 27 maart 2011

Moon of Neptune volgt Flamingo op, het debuut van Larissa Loyva’s soloproject Kellarissa (hetgeen in de kelder betekent). Voor de astronomen onder ons is de titel wellicht onbevredigend aangezien er maar liefst twaalf manen rondom Neptunus draaien. Aan de andere kant geeft dit het album een zweempje mysterie. Het zou zelfs kunnen dat we hier met nummer dertien te maken hebben. Na haar doop als Kellarissa, was Larissa Loyva nog te horen op het mooie album van Fanshaw, terwijl ze ook een plekje heeft in The Choir Practice en P:ano, wier lo-fi aanpak in contrast staat tot de synth-elektropop die ze als Kellarissa maakt. Tegelijkertijd is veel van de sfeer en het melodische gevoel alle projecten niet vreemd. Daarnaast toert Larissa als deel van Destroyer’s band. Ze vormt duidelijk één van de fijne stukjes van het Canadese muzieklandschap.

Moon of Neptune spint verder aan het web dat Flamingo begon. Wie erin wordt gevangen, is verzekerd van enkele ongemakkelijke momenten. Kellarissa is er niet op uit wie dan ook gerust te stellen. Met haar lichte stem en een blikkerige productie zet ze een scherp geluid neer. De repetitie in zowel de ritmische elektronische begeleiding als de vocalen sleuren de luisteraar een duistere spiraal in. Hoewel ze zingend dit geheel afwisselt met zweverige melodieën klinkt het geheel beheerst. De referentie naar Cortney Tidwell houdt zo zeker stand, maar Kellarissa’s bezwering is magie van de zwarte aard. Daardoor is ook hier en daar de invloed van PJ Harvey te bespeuren. De bevreemdende wereld kent op Moon of Neptune een onstopbare opmars. Uiterst gedecideerd spant ze de lijnen van haar web zodanig aan dat het begint te snijden. Ze ontpopt zich tot een koor van sirenes dat de passant met enige afschuw verleidt. Omdat dat de muzikale intrige van Moon of Neptune geen resolutie in schoonheid vindt, gelijken de fascinerende klanken het experimentele werk van Björk en modern klassiek. Doordat ze haar strijdmiddelen beperkt, blijft er een pad zichtbaar, hoewel de tocht er doorheen niet makkelijk is.

Aan het einde is het lastig te bepalen of Moon of Neptune een aanbeveling waard is. Kellarissa maakt geen muziek voor groentjes, voor de geduldige doorgewinterde avant-gardist is het vinden van parels na een moeilijke tocht mogelijk juist de onbetwiste overwinning.

Read more...

PJ Harvey - Let England Shake

>> zondag 13 maart 2011

Al jaren bevindt PJ Harvey zich aan de top van het singer-songwriterwezen. Een nieuwe plaat gaat dus nooit onopgemerkt voorbij. Nu ik inmiddels enige tijd in Engeland verblijf, lijkt het niet meer dan toepasselijk om een album met de titel Let England Shake te vereren met enkele woorden. Wie weet vinden we een gepaste opvolger voor Badly Drawn Boy’s Born in the U.K. Natuurlijk heeft PJ Harvey’s Let England Shake daar weinig mee te maken. We gaan van autobiografische lofzang naar zwartgallige klaagzang. De gelijkenis houdt op bij de liefdevolle, grootse ambitie die beide platen uitstralen.

PJ Harvey maakt platen waarbij song, sfeer en melodie worden geëvenaard door de teksten. Dat vergeet je overigens even bij openingen als van The Glorious Land, dat cynisch de duistere aard van het land huldigt. Dit album heeft een boodschap. Het is niet in het bijzonder de belichaming van politieke denkbeelden, maar wel een maatschappelijk commentaar waarin oorlogsgruwelen de alledag uitmaken. Die militaristische ondertoon is eveneens een muzikale rode draad. Hierdoor wordt een fantastisch contrast gevormd met de afwisselend grimmige venijnigheid en ijzingwekkend mooie schittering in Harvey’s vocalen. De urgente, rauwe schoonheid van England is verbazingwekkend, terwijl In the Dark Places haast een klassieke jaren ’90 ballad lijkt. Let England Shake bezingt een duisternis die de luisteraar met bittere afschuw achterlaat.

Ook na een lange carrière maakt deze muzikante platen die wat te melden hebben. Waar veel artiesten juist als jongeling uit de school klappen, laait het vuur in PJ Harvey nu weer op. Let England Shake kan daarom mogelijk een nieuwe generatie liefhebbers aan zich binden. Protestplaat of niet, Let England Shake is in ieder geval een muzikale overwinning.

Read more...

The Bony King of Nowhere - Eleonore

>> donderdag 3 maart 2011

The Bony King of Nowhere maakte met het debuut Alas My Love over de gelederen van critici diepe indruk. Singer-songwriter Bram Vanparys, die achter deze naam schuilgaat, zou de druk op zijn schouders wellicht hebben kunnen voelen bij het creëren van de opvolger: Eleonore. Het tegendeel blijkt echter waar. Bram Vanparys is in zijn alter ego totaal bevrijd.

De ingehouden intieme controle die nog aanwezig was op Alas My Love heeft plaatsgemaakt met een stralende zelfverzekerdheid. Dat zijn bepaald geen loze woorden. Uit het gehele maakproces van de liedjes op dit nieuwe album spreekt dat Bram Vanparys zijn succes naast zich neerlegde om het te kunnen toppen. Waar bij veel bands een ‘directere sound’ en live inspelen betekent dat er rouwdouwerig met muziek en compositie wordt omgesprongen om die ‘organische catchiness’ te bereiken, oftewel holle prietpraat voor een hoop flodderige herrie, heeft het bij The Bony King of Nowhere een schitterend effect. Dat is een prestatie, want voor Eleonore gebruikte Bram Vanparys een volledige band. Zelf nam hij nog de gitaar ter hand en zong de koortjes in. Wel leidde hij die band door zijn eigen arrangementen. Één ding liet hij eender en dat is de betrokkenheid van Koen Gisen, hoewel die rol onderschikt werd aan Brams gegroeide visie. Eleonore bevat een aantal heel fijne songs. Zoals we The Bony King of Nowhere leerden kennen, zijn de teksten cryptisch en wijken de onderwerpen af van de standaard. Dat de nummers zelf getuigen van grote muzikaliteit maakt Eleonore een belangwekkende singer-songwriterplaat. Gezien zijn methode blijkt uit dit album dat Bram Vanparys een talent van formaat is.

Terwijl deze bescheiden openbaring de wereld raakt, werkt Bram Vanparys aan muziek voor een nieuwe Bouli Lanners prent: Les Géants. Recentelijk maakte die het opmerkelijke Ultranova en Eldorado. Dat belooft dus een bijzondere samenkomst. Tot die tijd is er deze geweldige opvolger van Alas My Love.

Read more...

Talons' - Songs for Boats

>> dinsdag 1 maart 2011

Singer-songwriter Mike Talon is een man van concepten. Dat spreekt al uit de verpakking van dit nieuwe album, Songs for Boats, de logische opvolger van Songs for Babes. Het album zelf is ook uit een duidelijke gedachte geboren. Tijdens Mike’s verblijf in Spanje zakte de wereld in recessie en op zijn gebruikelijke, dromerige wijze kwamen Mike’s gedachten op de uitdaging van thuiskomst, nadat de wereld dezelfde niet meer zou zijn. Een boot is dan een hoopvolle gedachte. Noach ging hem immers als herder al voor. Talons’ neemt echter een veel bescheidener positie in, hetgeen hier met recht het label pastorale folk oproept.

Ondanks de ingetogenheid, die gedurende heel Songs for Boats aanhoudt, heeft Talons’ sound een ontwikkeling doorgemaakt. Het klinkt eenduidiger en warmer dan voorheen. Veel tierelantijnen komen er niet aan te pas. De gitaar en stem vormen de basis. Waar wel wordt gearrangeerd, gebeurt dat doorgaans in volronde basklanken onder spaarzaam geplaatste en uitgerekte accenten. Meer dan op Songs for Babes doet dit de folksong zegevieren in plaats van de über-eenvoud van het lo-fi karakter. Die eenvoud is overigens wel weer terug te vinden in de teksten die dit keer minder op humor spelen dan op Songs for Babes. Met het vergaan van de wereld op het netvlies is het ongetwijfeld minder voor de hand liggend goed geluimde grappen over Spaanse seňoritas te verwerken. Dat neemt niet weg dat boten in alle vormen en maten en het deinen van het water onmiskenbaar zijn op Songs for Boats.

Talons’ geluid was een aantal jaar terug een welkom rustpunt in de muzikale tijdsgeest, maar kwam in een golf van soortgelijke folkpop, waardoor inmiddels waarschijnlijk niemand op zal kijken van Songs for Boats. In die context is Talons’ echter wel de moeite waard. De songs zijn met zorg in elkaar gestoken en zullen iedereen vriendelijk tegemoetkomen. Op voorzichtige wijze zijn extra lagen geluid aangebracht die doen denken aan de eerste plaat van Adem. Uitgesprokenheid is hier niet van belang. Dit is het land van hoop en berusting en dan vertrouwen we liever op iets dat reeds ontvankelijk klinkt.

Read more...

Moddi - Floriography

>> zaterdag 26 februari 2011

Al bij beluistering van zijn voorgaande EP schoot het door mijn hoofd. Moddi kan waarschijnlijk het best worden omschreven als de Noorse Damien Rice. Niet dat ik verwacht dat dit door de massa worden onderschreven, maar de even kale als theatrale songs van de Noor bezwijken haast onder de emotionele last. Bij Damien Rice, met name zijn eerste album, was dat niet anders. Moddi heeft alleen zijn wat moeilijk in het gehoor liggende stemgeluid niet mee. Hoewel in combinatie met zijn dictie en hortende intonatie een intrigerende dynamiek ontstaat, zal de minder geoefende luisteraar er wellicht direct zijn neus voor ophalen. Laat dat degene die de moeite neemt niet gebeuren.

De songs zijn over het algemeen traag en worden slechts bij uitzondering luid en enerverend. Voor het grootste gedeelte beluistert het prachtig getitelde, Floriography, als een duister wiegenlied. Moddi creëert in eerste instantie uitgestrekte lege ruimtes. Daarin introduceert hij flarden van geluiden, alsof een schip langzaam in en uit zicht opdoemt voor een benevelde, in drukkende kou gehulde, havenstad. De uitgetrokken deinende accordeonklanken en ijle vioolharmonieën versterken dit beeld. Hoewel er een onderstroom van huiselijke warmte aanwezig is, blijft Moddi heel Floriography dwalen langs de winderige wildernis van de kust. Zijn teksten verpakken diepe emoties in met wetenschap flirtende beeldspraak. Voor de één misschien pretentieus, terwijl het voor de ander fascinerend kan zijn. Het Noors in de slotsong maakt echter dat elke onzekerheid die daarover bestaat, wordt weggevaagd (tenzij de luisteraar het Noors tot zijn kennis rekent).

Moddi verheft zijn fluisterexpressie tot een kunst. Het is niet altijd even makkelijk doordringbaar. Wie Floriography zonder enige vooringenomenheid benadert (lastig na het lezen van een recensie), kan door Moddi naar de diepere lagen van ons bestaan worden gelokt waar gevoel en observatie naadloos op elkaar aansluiten.

Read more...

This Is the Kit - Wriggle Out the Restless

This Is the Kit, de uitlaatklep van Kate Stables, heeft Wriggle Out the Restless de opvolger gemaakt van Krulle Bol. Krulle Bol was een onverwachts indrukwekkend debuut. Alleen wie door de voorzichtig gewogen invloeden heen luisterde werd bevangen door de sluipende overmeestering van This Is the Kit. Wriggle Out the Restless heeft dus iets om na te streven.

Kate Stables heeft gelukkig weinig gemorreld aan de formule die Krulle Bol zo bijzonder maakte. Het is vanaf het eerste moment duidelijk dat ze dicht bij de folk blijft, hetgeen zich met name uit in de melodie en expressie van de vocalen. Het instrumentarium kan flink uiteen lopen, maar er is wel degelijk een rode draad die wordt gehandhaafd. Als een volleerde chef, zit ook op Wriggle Out the Restless het plezier in de verfijnde balans. Er is een veelvoud aan invloeden die zijn weg naar de voorgrond van de songs van This Is the Kit werkt. Dat zorgt ervoor dat het album diverse zijwegen kan inslaan en toch dezelfde richting blijft volgen. In de melodieën is een zekere mate van abstractie te herkennen die zorgt voor korte repetitieve lijntjes. Dat voegt op eenvoudige wijze complexiteit toe aan de composities.

Mijn vergelijking van voorheen met Ane Brun gaat eigenlijk niet meer op. In feite past ze uitstekend in de opkomende lofi hedendaagse folkpop die zowel haar Franse als Engelse wortels een uitstekende voedingsbodem geeft. This Is the Kit maakt muziek die het best gedijt in een intieme setting. Dat haar muziek geen massale aantrekkingskracht heeft, maar vooral op kenners een hypnotiserende uitwerking zal hebben, is in dit geval een voordeel.

Read more...

Squares on Both Sides - Salt Meadows

>> maandag 21 februari 2011

Singer-songwriter Daniel Buerkner brengt ons onder zijn naam Squares on Both Sides een nieuw album. Salt Meadows volgt Indication op dat een serie fijnzinnige fluisterliedjes bevatte die meer inhoud had dan het in eerste instantie leek te tonen. Salt Meadows borduurt voort op die fluisterliedjes, maar klinkt gelijk al rijker. Toch blijft het allemaal Daniel’s eigen werk. Vocaal is hij gegroeid. Zijn stem is nog altijd zoekend en voorzichtig, maar bezit tevens een indringende warmte. Die combinatie valt op in het contemplatieve ritme van de donker aangezette songs. Muzikaal wiegt het sentiment tussen een hoopvol gloren en grauwe somberheid. Salt Meadows blinkt uit in het neerzetten van een onmiddellijke sfeer. Daarbij gebruikt Daniel Buerkner even gemakkelijk geluiden als zo bedoelde instrumentale klanken. Deze worden vaak gedragen door rustig tokkelen gitaarspel met een donkere basaanzet.

Het album doet een twijfelachtige uitnodiging uitgaan naar de luisteraar. Het lokt en trekt je mee over muzikale vlaktes die weliswaar een verscholen schoonheid bezitten, maar geen veilig gevoel geven. Dat ongemakkelijke gevoel wordt voornamelijk in de basis van de songs veroorzaakt, terwijl het juist de knappe en subtiel experimenterende muzikale accenten zijn die verlichting geven. Het geeft Squares on Both Sides hier een onverstoorbaar rustige Woven Hand-achtige ondertoon. Gelukkig is het niet Daniel Buerkner’s bedoeling om dergelijke duistere afgronden op te zoeken. Salt Meadows blijft onderzoekend. Met dit nieuwe album toont Squares on Both Sides zich wederom een waardige ster aan het Own Records firmament. Op Salt Meadows verkrijgt Daniel Buerkner een sterker eigen karakter en dat levert over de hele linie een zichzelf overtreffend, doch mooi understated album op.

Read more...

Liz Janes - Say Goodbye

>> zondag 20 februari 2011

Liz Janes’s Done Gone Fire was één van de eerste platen die op Sufjan Stevens beginnende label Asthmatic Kitty verscheen. Daarna volgde nog twee releases voordat het huidige Say Goodbye werd gemaakt. In die tijd was Liz veelvuldig aanwezig bij labelgenoten (bijvoorbeeld Castanets, Sufjan zelf, Rafter en Odawas). Haar eigen muzikale outings zijn divers en vooruitstrevend te noemen, redelijk in lijn met enkele van die labelgenoten. Van wat ik van de eerdere albums valt op te maken dat na het baldadige Done Gone Fire, via het tevens luidruchtige Poison & Snakes nog het meest van de huidige stijl op Say Goodbye te horen. Create(!) was een EP met public domain songs die ze samen met free jazz collectief Create(!) opnieuw vormgaf. Daarvan moet vooral worden meegenomen dat jazziness niet is weg te denken uit Liz Janes’s stem en melodieën. Say Goodbye kwam tot stand na een periode van ontwikkelend moederschap. Met groeiende rust op dat front, vond Liz Janes de tijd voor een nieuw project dat compleet volgroeid blijkt.

Say Goodbye schudt de experimentele haren af en kiest voor een prachtig vormgegeven geluid. De songs kwamen a capella ter wereld, maar in het traject dat volgde en waarbij gebruikelijke muzikale kornuiten hielpen, lijkt Liz Janes de regie volledig in handen gehouden te hebben. Zoals direct duidelijk wordt uit het lijzig dromerige minimalisme van openingsnummer I Don’t Believe zijn de voornaamste ingrediënten van dit geluid soulfulle jazziness met jazzy triphop in de arrangementen. Dat maakt voor een heerlijk rustgevend warm klinkend album, dat wars is van simpel loungy winstbejag of showgazing zweverigheid. Liz Janes pikt de songs op met de klasse van Marah Carlyle. Hoewel het geluid vol en afgerond klinkt, blijven de tierelantijnen beperkt. Haar fijne stem komt daardoor mooi naar voren. Haar muzikale loopbaan laat her en der van zich horen, maar blijft subtiel gebalanceerd. Daardoor is Say Goodbye het eerste album van haar hand dat ik zonder reserveringen omarm en de kwaliteiten bezit om door brede groepen mensen goed ontvangen te worden. In alle ogenschijnlijke eenvoud worden aansprekende genres gecombineerd tot een uiterst stijlvol geheel. Op Say Goodbye vallen alle stukjes samen.

Read more...

Hannah Peel - The Broken Wave

Na haar smaakvolle EP Tra Mhor lag een langspeeldebuut in de lijn der verwachtingen. Met The Broken Wave creëert Hannah Peel een pad voor haar muzikale talent onder eigen naam. Ze speelde eerder al met het charismatische Tunng en het stijlvolle The Unthanks, maar werkte ook samen met wereldmuzikant Nitin Sawhney, die op dit debuut tekent voor twee van de strijkarrangementen. Deze achterban geeft een brede creatieve bakermat aan en dat blijkt ook uit de nummers op The Broken Wave.

Tra Mhor was half-om-half traditionele folk en eigen werk. Met openingsnummer The Almond Tree, maar ook drie andere songs maakten we daar reeds kennis. The Broken Wave bevat namelijk nog dezelfde twee traditionals, die het album afsluiten. Zoals we al weten van Tra Mhor bezit Hannah Peel de gave om traditionele folk een volstrekt hedendaagse uitstraling te geven. Haar eigen nummers bezitten mogelijk nog wat meer kracht en vrije creativiteit. Ondanks de persoonlijke dieptes die daar worden ontdekt, blijft de basis van de meeste songs eenvoudig en klassiek. Vooral in het reeds bekende Solitude bereikt dat grote hoogtes. Dat siert Hannah, die als folkzangeres met haar licht gedragen timbre zeker haar mannetje staat. Het is niet ingewikkeld de sporen van traditionele folk in haar moderne songs terug te vinden. Daardoor behoudt het album het organische ensemblegevoel. Er wordt gebruik gemaakt van synths op een manier die de songs slechts siert. Het plezierigst zijn de melodische wendingen die de liedjes een onverwachts randje geven. Op die wijze blijven de songs plezierig luisterbaar, terwijl ze persoonlijke vrijheid tonen. The Broken Wave is een fijn album met verfrissende klassiekers van een duidelijk talentvol muzikante.

Read more...

Gregory and the Hawk - Leche

>> zaterdag 15 januari 2011

Gregory and the Hawk is geen band en ook geen man. Het is het singer-songwriter project van de Amerikaanse Meredit Godreau. Leche is alweer haar derde album. Haar stijl lijkt op deze plaat tot volle wasdom te zijn gekomen. Haar meisjesachtige stem weet nu met onmiskenbaar volwassen arrangementen mooi samenspel en schitterende contrasten te vormen, terwijl ook gestripte momenten evenwichtig blijven.

Het toeval wil dat Gregory and the Hawk haar UK toer hier in Leeds beëindigde. Vanzelfsprekend toog ik daar naartoe. Helaas was ik weinig onder de indruk van de vermoeid overkomende live performance van Meredith. Hoewel de charmerende kwaliteit van haar songs nog wel in de voorstelling doorsijpelden, werd de magie van het album nooit geraakt. Op de opnames van Leche zelf is er niets van vermoeidheid te bespeuren en zijn de songs veel rijker aangekleed. Dat is niet altijd nodig, maar voegt wel stilistische kenmerken toe die de folkuitstraling gericht overstijgen. De muzikale accenten kunnen soms behoorlijk scherp en stevig zijn aangezet, zoals op Over and Over en Soulgazing, die daarmee over de grenzen van het bredere hedendaagse folkgenre heenkijken. Hoewel het harpspel van Gregory and the Hawk simpel te noemen is, zijn het de nummers die harp als basis gebruiken die met name weten te schitteren. Landscapes is erg sterk, maar het zal ongetwijfeld Leaves zijn dat na beluistering in ieders geheugen staat gegrift. De repetitie in de teksten en het opvallende ritmische karakter is aangrijpend. De luisteraar die niet voor één gat is te vangen zal merken dat heel Leche uitblinkt in opmerkelijk diverse herinterpretaties van folksongs. Het is de variërende aankleding van de songs die dat met name demonstreert. Enkele nummers hadden op een popalbum niet misstaan en dat kan worden gelezen in positieve zin.

Twee keer folk op één avond had veel beroerder uit kunnen pakken dan met de heerlijke albums van Gregory and the Hawk en Ólöf Arnalds. Ik vergeef en vergeet het armzalige optreden graag om de loftrompet te kunnen steken over het fijnzinnige album dat Leche is.

Read more...

Ólöf Arnalds - Innundir Skinni

Acid folk, freakfolk, nu-folk, in ieder geval geen flokrock of floktronica, maar wat doet het er inmiddels toe. Folk kan tegenwoordig behoorlijk veel stijlen omvatten en hoewel het in de basis als genre herkenbaar blijft, blijkt de overlap met indiepop alsmaar groter. De IJslandse singer-songwriter Ólöf Arnalds wist met ijzige soberheid op haar debuut Við Og Við flinke indruk te maken. Vooral het feit dat de IJslandse in haar moedertaal blijft zingen voegde extra nadruk toe en op Innundir Skinni laat ze dat gelukkig niet achterwege. Innundir Skinni is de daadwerkelijke opvolger van Við Og Við. Wat er met het aangekondigde Ókídóki gebeurde is gissen.

Ólöf Arnalds bevindt zich stilistisch in goed gezelschap met namen als Joanna Newsom en Lisa o Piu, terwijl haar karakteristieke stem mij al eerder deed denken aan Coco Rosie. Desondanks kiest ze over het geheel genomen een relatief traditioneel klinkende richting, zoals ook de fijne interpretaties van Lisa Knapp. Innundir Skinni laat letterlijke groei horen ten opzichte van Við Og Við. Waar ze het album opent met haar licht aarzelende stem, groeit Vinur Minn uit tot een korte ouverture die behoorlijk groots klinkt. Het nummer lijkt erop gebrand te zijn de zintuigen op scherp te zetten. In het Engelstalige Crazy Car lijkt de muzikante zichzelf of collegae aan te spreken en het begrip van de teksten haalt het plezierige mysterie dat in de IJslandse songs aanwezig is weg. Het comfort in haar moedertaal vergroot het gebruik van metrum en ritme, hetgeen de liedjes interessanter maakt. Later is te horen dat het Engels niet altijd beperkend is. De kleine liedjes krijgen door de intensiteit van haar vocalen dynamiek. Op haar vorige plaat beperkte ze de instrumentale middelen vaak nog zoveel mogelijk. Nu toont ze zich ook een kundig arrangeur. Vinkonur, Svíf Birki en Madrid zijn absoluut prachtig.

Het album heeft echter één onovertroffen parel waar alleen het woord adembenemend op van toepassing is. Het duet met Björk, Surrender, heeft een overweldigende emotionele schoonheid. Dat komt vooral door de verstillende eenvoud van het lied, terwijl er door slepende lagen een drukkende sfeer wordt gecreëerd. Surrender kruipt onder je huid, totdat je ermee ademt. Slotnummer Allt í Gúddí is daarna niet meer dan een toegift.

Ólöf Arnalds zet op haar tweede plaat haar talent op nieuwe manieren in en zal daarmee ongetwijfeld andere harten voor zich winnen. De IJslandse is het meer dan waard. De mistige vorst van het debuut gaat nu gepaard verwarmende rookpluimen. In alle opzichten is de sfeer en stijl van haar songschrijverschap verrijkt en dat zal ook de kenner overvallen.

Read more...

Sufjan Stevens - All Delighted People EP

Zelden vermeldt men op de cover van een plaat de afkorting EP, maar bij Sufjan Stevens All Delighted People lijkt het zowaar onderdeel van de titel. Oorzaak daarvoor kan zijn dat ondanks dat de plaat pas recentelijk hier beschikbaar werd, terwijl die eigenlijk werd uitgebracht voor zijn album The Age of Adz. Voor diegenen die op dat moment met de plaat kennismaakten moet het ongetwijfeld verwarrend zijn geweest, want laat het maar aan Stevens over om van een EP een album te maken. Waar ik meende dat een EP doorgaans tussen de vier en zeven nummers bevat, zijn dat er hier acht, en waar de gemiddelde EP blijft steken bij rond de twintig minuten, krijg je hier zowaar een speelduur van bijna een uur, hetgeen meer is dan een normale LP. Verschillende critici betwisten de noodzaak van de vele minuten en talrijke noten die Sufjan Stevens nodig lijkt te hebben voor zijn composities. All Delighted People geeft ze alleen al op de factsheet een schot voor open doel. Zelf heb ik me nog nooit kunnen storen aan de kwaliteit van de veelschrijver die nog altijd weinig voortgang boekt in zijn rondgang van de vijftig Amerikaanse staten.

Wat vinden we dan wel op All Delighted People? De titelsong is een uitgebreide compositie met aan de basis een ingetogen melodisch lied dat meer aan eerder werk dan aan de The Age of Adz doet denken. Daaruit ontwikkelen dynamische hoogtepunten die bestaan uit symfonische erupties. Enchanted Ghost vloeit volstrekt natuurlijk voort uit de opening en legt wederom een rustige temperende basis met heldere instrumentale accenten in het opengewerkte arrangement. Heirloom is vervolgens op Stevens’ schaal niet meer dan een gedachte. De soberheid volhardt in From the Mouth of Gabriel en The Owl and the Teenager. Dan presenteert de singer-songwriter een ‘classic rock’ versie van All Delighted People. Het duurt even voordat de rock zich ontwikkelt tot meer dan details. Wanneer dat gebeurt lonkt All Delighted People naar The Age of Adz. Dit had een waardige afsluiter van een mooie plaat kunnen zijn, maar Sufjan Stevens keert terug naar het ingetogen patroon dat de EP tekent met Arnika en het softrockerige Djohariah; twee evengoed plezierige nummers.

Van noodzaak is op geen enkel moment sprake, maar Sufjan Stevens lijkt met zijn muzikale stijl de critici met een schalkse glimlach uit de dagen noten en minuten te schrappen. Ik ben er in het geheel niet zeker van of de diepe indruk die zijn composities plachten achter te laten dan gehandhaafd blijven. Dat gezegd zijnde, had met een opbouw van All Delighted People tot All Delighted People de EP meer als een afgerond geheel gevoeld, terwijl in huidige vorm de lengte juist nog wordt benadrukt. Sufjan Stevens blijft onverminderd verplichte kost.

Read more...

Owen Pallett - A Swedish Love Story

>> vrijdag 17 december 2010

Niet lang nadat zijn Heartland (eindelijk onder zijn eigen naam als singer-songwriter) werd uitgebracht, kwam Owen Pallett met een EP getiteld A Swedish Love Story. Gezien de diepe indruk die Heartland en eerder werk van zijn hand maakte, reden genoeg om die EP eens nader te beluisteren, zelfs al is die alleen nog digitaal en op vinyl verkrijgbaar. Het openingsnummer van de vijf songs tellende schijf doet vermoeden dat Owen Pallett zich middels synthetische kanten aan het diversifiëren is. Al gauw blijkt dat niet meer dan een avontuurlijk uitstapje. Het songschrijven van Owen Pallett ontwikkelt zich snel, maar Scandal at the Parkade kent de heerlijk kenmerkende gelaagde vioolklanken van de begiftigd muzikant en arrangeur. Het grootse gebaar dat Heartland karakteriseerde en op het podium op sobere wijze wordt gerecreëerd is ook weer deel van A Swedish Love Story. Desondanks klinkt de EP soms verrassend ingetogen en op Honour the Dead or Else zelfs kabbelend. Het beatzware Don’t Stop is zelfs een tikkeltje vlak voor Owen Pallett’s doen, terwijl de Son Lux remix die de EP afsluit met zijn warme klanken goed gelukt is. Uiteindelijk laat A Swedish Love Story horen dat Owen Pallett zijn horizon verbreedt en zich als muzikant ontwikkelt. Het kent niet de betovering van het album, maar is een goede showcase van de mogelijkheden.

Read more...

Fran Healy - Wreckorder

>> zaterdag 4 december 2010

Na een aantal succesvolle jaren in een band besluiten veel muzikanten ook solo een poging te wagen. De naam Fran Healy zou bekend kunnen zijn als de singer-songwriter van de band Travis. Het Schotse Travis is natuurlijk een grote Britpopnaam, maar werd ook niet door iedereen serieus genomen. Wat mij betreft onterecht, want ondanks het commerciële succes van de jongens en het relatief lage innovatieniveau nadat de band zijn geluid vond, waren de albums altijd erg goed en de songs op ingetogen wijze hitgevoelig. Dat gezegd zijnde was het laatste album, Ode to J. Smith, dat teruggreep op het rockerige debuut Good Feeling, in mijn ogen een misser en waar 12 Memories nog geïnspireerd onconventionele paden bewandelde leek de band zichzelf terug te fluiten met de verdienstelijke grootsheid van The Boy With No Name.

Opmerkelijk aan het solodebuut van Fran Healy is dat hij solo lastig te onderscheiden is van het oh zo vriendelijke, geniale popgeluid waarmee Travis bekend werd. Behoudend misschien, want de enige verrassing is dat het zo vergelijkbaar klinkt. Aan de andere kant miste ik dat geluid enorm op Ode to J. Smith. Het is daarom opbeurend om dat geluid te horen worden voortgezet door de eigenlijk geestelijk vader. Verschillen zijn er wel, maar in de details. De fijne songs volgen zeer vergelijkbare structuren. De sfeer is echter minder toe te schrijven aan een band. Andy Dunlop speelt als enige bandlid mee op Holiday. Interessanter zijn misschien de samenwerkingen met Paul McCartney op basgitaar op As It Comes, het duet, Sing Me to Sleep, met Neko Case en de viool van Tom Hobden. Daarbuiten kent Wreckorder duidelijk een singer-songwriterkarakter met een variërende begeleiding die de songs op diverse wijze accentueert. Dat geeft de songs afwisselend een idiosyncratischer of intiemer gevoel. Het hele project heeft een air van volwassenheid die de bravoure van de band, afgezien van 12 Memories, weleens mist. Tegelijk laten veel songs horen dat ze ook als een Travissong hadden kunnen werken. Dat is smullen voor de fans en Fran Healy heeft het songschrijven zo goed in de vingers dat hij nergens ontspoort. Behoudend was duidelijk de juiste keuze, want het eert de ijzersterke basis, terwijl het vertrouwenwekkend over de grenzen tuurt.

Fran Healy kocht vrijheid door zijn debuut op zijn eigen label (Wreckorder) uit te brengen. Travis deed met hun laatste hetzelfde, maar wist de vrijheid niet overtuigend te gebruiken. Fran Healy doet alleen wat de band niet lukte en dat is een verademing.

Read more...

Benoît Pioulard - Lasted

>> vrijdag 3 december 2010

Middels voorgaande albums Précis en Temper bouwt Benoît Pioulard, oftewel singer-songwriter Thomas Menuch, gestaag een reputatie op. Lasted pikt de draad eenvoudigweg weer op waar hij ophield op Temper. Toch is er een duidelijke ontwikkeling.

In zijn strikt persoonlijke stijl verweeft hij indiepop met ambient en milde noise soundscapes. Zijn albums lijken te streven naar een vooraf bepaalde algemene ervaring. Ieder nummer lijkt een fragmentarisch sfeerstuk dat bouwt aan een intrigerend geheel. Het zijn als het ware gedachtes die als opname aan het publiek worden toevertrouwd. De opbouw zit dus voornamelijk in het album en in mindere mate in de afzonderlijke stukken. Lasted lijkt een groeiende interesse te tonen in de popkant van Menuch’s songschrijven. Dat brengt soms een iets puntiger ritme met zich me en leidt daarin tot vluchtige, maar opvallende songs als Sault en Shouting Distance. Zoals vaak, maakt deze ontwikkeling richting liedjes de muziek toegankelijker. Op Lasted hangt daar echter ook een nadeel aan. De songs an sich kennen een matige spanningsboog, terwijl hun karakter ze distantieert van de voortvloeiende lijn. Waarschijnlijk is het niet de bedoeling om de popsongs los te zien van hun ambient omlijsting, toch was er op voorganger een Temper een grote symbiose aanwezig. Daar leek het prevelen haast spontaan over te gaan in preutelende liedjes die vrijwel ongemerkt ook weer verdwenen. Lasted kiest een benadering die mij meer doet denken aan het debuut van Sleeping States, zonder op dezelfde wijze met pop te overtuigen. De nadruk ligt minder op de melkwolkerige structuren en meer op dynamische contrastrijke afwisseling te liggen. De aandacht verschuift daarmee automatisch naar de songs waarvan de interludes een constante voorbereiding blijken.

Lasted is evengoed een sterk album en het zal dus aankomen op persoonlijke voorkeur. Hoewel de sterkere songs een plezierige groei demonstreren, prefereer ik voor de albums de verhullende glooiingen in de structuur. Dat neemt niet weg dat popsongs als Tack & Tower and A Coin on the Tongue via een soundscapeachtig, elektro-akoestisch pad een afstandelijke interpretatie van vroeg Winterpills werk ten gehore brengen. Daarin bevinden zich voldoende nieuwe ideeën om uit te kijken naar Benoît Pioulard’s voortgang.

Read more...

Doelstelling van deze blog

Meer aandacht voor het (nog) onbekende. In tenui labor of toch niet?

Mededelingen

Donderdag 1 juli: deze week weer een frisse herstart verwacht.
Kort reces tot 13-05-10.
Na een kort reces vandaag (24-02-10) weer aan de post. Inmiddels is deze blog twee jaar geworden!
Gedurende december zullen er minder recensies worden geschreven
21-31 augustus: tijdelijk even geen recensies ivm een kort reces
Zondag 14 juni: Creative Commons licentie BY NC ND van toepassing op alle inhoud
Woensdag 3 juni: zoekfunctie en auteursrechtenonderdeel toegevoegd
Dinsdag 19 mei: template aangepast, hopelijk verbeterd
Vrijdag 15 mei: nieuw template; ontwikkeld door Ourblogtemplates.com, 2008

Auteursrechten

© Copyright Benjamin N. Vis

Uitgezonderd waar anders vermeld, is op alle inhoud van deze blog een Creative Commons Attribution 3.0 License van toepassing. Deze is hieronder gespecificeerd als CC BY NC ND. Voor meer informatie klik op de links aldaar.

  © Blogger templates Inspiration by Ourblogtemplates.com 2008

Back to TOP  

Creative Commons License
werk van Benjamin N. Vis, Nieuwe Geluiden is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-Niet-commercieel-Geen Afgeleide werken 3.0 Nederland licentie.