Posts tonen met het label koor. Alle posts tonen
Posts tonen met het label koor. Alle posts tonen

John Rutter - A Song in Season

>> zondag 21 november 2010

Na zijn Mass of the Children werd John Rutter bij het brede publiek een geliefd componist. Het is niet moeilijk te achterhalen waarom juist John Rutter’s benadering van koormuziek zo goed aanslaat bij gevarieerde groepen. Afgezien van de schitterende diversiteit aan ontroerende emoties in zijn Requiem zijn zijn composities voor koor opvallend opgewekt. A Song in Season is daarop nauwelijks een uitzondering.

De titel doet vermoeden dat het om een kerstalbum gaat. Gelukkig is daarvan geen sprake. A Song in Season verwijst weliswaar naar feestdagen, maar dan naar vieringen over het hele Christelijke spectrum. Het is dan ook niet verwonderlijk dat A Song in Season overwegend vrolijk van toon is. Pas na de helft van de speeltijd is er ook ruimte voor stemmigheid. Die stemmigheid brengt hem dichter bij de artistieke idealen waarvan Eric Whitacre zich bedient, terwijl de opgewekte klanken beter passen bij de toegankelijk cinematografische aanpak van Karl Jenkins. Zoals John Rutter vaak placht te doen, neemt hij ook ditmaal de dirigeerstok ter hand en leidt zijn veel geprezen The Cambridge Singers op uiterst gedecideerde, doch sprankelend, levendige wijze door de selectie psalmen en gezangen. De dynamiek is overweldigend en zal ook de avant-gardistischer liefhebber niet onberoerd laten. Met name op de Naxos album met het Requiem werd een mooi overzicht geboden van de Rutter’s stijl in combinatie met orkest. A Song in Season zet deze lijnen prachtig uit. Zijn gebruik van de volle breedte van het orgel is zeer herkenbaar. Regelmatig dartelen de lichtere tonen de luisteraar speels en ritmisch tegemoet en dat wordt subtiel afgewisseld met de rollende dieptes waar het instrument bekend om is. De helderend schallende koperklanken vervullen een melodische signaleerfunctie die telkens weer het koor omhoog stuwen. Rutter schuwt de romantische harmonieën die ook musicals inspireren niet. Daar ligt ongetwijfeld de sleutel tot de toegankelijkheid. Daarnaast weet hij de door ritme gedreven melodieën die in de pop in zwang zijn geaccentueerd te verwerken in zijn klassieke stijl. Dit doet denken aan de subtiele lagen in het werk van ex-rocker Uģis Prauliņš. Dit draagt allemaal bij aan het gevoel dat Rutter’s muziek niet het zware karakter van veel klassieke muziek uitdraagt.

A Song in Season komt handig uit voor Kerst, maar het zou een vergissing zijn alleen daarom het album te beluisteren. Het is een schitterend overzicht van de recentere werken van John Rutter die met dit album waarschijnlijk zijn groeiende aanhang verder zal uitbreiden. Voor wie geniet van Eric Whitacre of Karl Jenkins is John Rutter haast verplichte kost, want zijn composities lijken voornamelijk te zijn bedoeld om van te genieten. Een officiële viering of niet, het spelen van dit album zal voor menigeen een feest an sich zijn.

Read more...

Jan Garbarek & The Hilliard Ensemble - Officium Novum

>> woensdag 3 november 2010

In 1994 kwam Officium uit. Voor vele muziekliefhebbers een euforische ontdekking. De combinatie van jazzy saxofoonimprovisaties met oude sacrale hymnes had de kracht de luisteraar totaal te absorberen. De bevreemdende viscositeit van de klankcombinaties, metra en tegendraads versterkende patronen hadden een ongekende schittering met een uiterst inspirerende en verlichtingen uitwerking. Na groot succes was het niet verwonderlijk dat saxofonist Jan Garbarek en The Hilliard ensemble enkele jaren later een ruime selectie nieuwe samenwerkingen uitbrachten met als titel Mnemosyne. Hoewel an sich de intrige niet minder was, wist Mnemosyne mij minder te overdonderen dan Officium. Nu, ruim tien jaar later, is het vuur echter nog niet gedoofd en worden de kenners getrakteerd op een nieuw album vanuit dezelfde samenwerking: Officium Novum.

Er zijn wel belangrijke verschillen in het type werk dat op Officium Novum te horen is. Grotendeels zijn de stukken van Oost-Europese afkomst en hoewel oude gezangen nog altijd een aandeel hebben, worden deze op Officium Novum geflankeerd door recentere en zelfs hedendaagse composities. Zo draagt Jan Garbarek zelf als componist bij en is de geliefde componist Arvo Pärt gerepresenteerd met het stuk Most Holy Mother of God. Daarnaast zijn de patronen die de grondslag vormen voor de muziek in het lange tijd afgesloten geweest zijnde oosten anders, vaak folkoristischer, dan het Gregoriaanse karakter van voorheen. Daarnaast valt op dat de saxofoon van Garbarek vaker op de voorgrond treedt dan op Officium, waar de inzet van de koperklanken de vocalen voornamelijk de kracht gaf om hun eigen harmonieën te overstijgen.

Officium Novum heeft wel weer een urgentie zoals die ieders aandacht greep op Officium en die enigszins leek te ontbreken op Mnemosyne, maar is niet de meest toegankelijke van de drie platen. De scherp contrasterende patronen van jazz en oude hymnes hadden een ongelofelijke aantrekkingskracht, die de minder frontale ontmoeting van nieuwere composities met diezelfde jazz niet altijd kent. Wellicht is dit te wijten aan de duidelijkere moeite die is gestoken in het maken van samenhangende composities, terwijl in tegenstelling voorspelbare Gregoriaanse patronen een verende fundering vormden voor improviserende jazz.

Officium Novum, de contradictie bevindt zich reeds in de naam, bevat beide kanten. Het geeft zijn charme op gedoseerde wijze prijs en is niet de opeenstapeling van overtreffende trappen zoals zijn voorganger. Men kan dankbaar zijn dat Jan Garbarek en The Hilliard Ensemble nieuwe wegen ontdekken om hun samenwerking voort te zetten. Vervelen doet het geen moment. De wonderbaarlijke schokgolf van het originele Officium blijkt echter eenmalig.

Read more...

Nico Muhly - A Good Understanding

Nico Muhly duikt de laatste jaren steeds vaker op, zij het niet in de context waarin we zijn eigen werk vinden. Hij leent zijn talent als componist en muzikant voor de arrangementen van bekende indie artiesten als Valgeir Sigurđsson, Antony & the Johnsons, Bonnie ‘Prince’ Billy, Björk, Sam Amidon, Doveman, Grizzly Bear, Jónsi en Teitur. Een indrukwekkende lijst, maar daarnaast is zijn vlag als componist in de contemporaine muziek rijzende. A Good Understanding komt vrijwel tegelijk uit met de muziek voor een choreografie van Stephen Petronio, I Drink the Air Before Me, en staat bovendien ver af van de voorgaande collecties van zijn werk: Speaks Volumes en Mothertongue. A Good Understanding toont de jonge Amerikaan als componist van koorwerken.

Onmiddellijk blijkt dat in de composities op dit album het klassieke karakter uitgesprokener is. Wellicht komt dat omdat deze werken gedeeltelijk zijn geïnspireerd door zijn jonge jaren als koorzanger waarin zijn liefde voor koormuziek vorm kreeg. Naar eigen zeggen is de selectie gezangen First Service een directe poging de schoonheid van de texturen in het koorzingen te herbeleven. Deze korte stukken zijn ingeklemd tussen de indrukwekkender composities Bright Mass with Canons, dat het karakter van een requiem meekrijgt, en de ingetogener en opvallende kerstlofzang Senex Puerum Portabat, waarin Muhly op subtiele wijze speelt met langgerekte tonen en ritmes die sferische klankkleuren teweeg brengen. Op natuurlijke wijze gaat dit over in het progressieve en dynamische A Good Understanding. Muhly zelf noemt het een feestelijke compositie. Tot dan toe kent het hele album echter een sonore somberte die weliswaar de contemplatieve eigenschappen van sacraliteit echoot, maar zeker nauwelijks lichte of opgewekte kanten kent. Wel leeft A Good Understanding op in de zin dat de compositie metrisch is opengewerkt en zowel een vervreemdend als uitnodigende uitwerking kent.

Muhly geeft aan het een creatieve uitdaging te vinden teksten die al eeuwen worden gereciteerd opnieuw vorm te geven en doet dat op eigengereide wijze. Zijn stijl kent elementen van Tavener, Duruflé en tot op zekere hoogte het niet korale werk van Arvo Pärt en hun voorgangers. Echt eigenzinnig wordt het album bij het slotstuk dat tevens het enige seculiere werk is. In Whitman’s teksten voor Expecting the Main Things from You herkende Nico Muhly een sacrale kwaliteit vergelijkbaar met psalmen. Zijn strubbeling om met seculiere teksten te werken, levert het meest expressieve werk op. Er zijn elementen in terug te vinden die zich hebben laten inspireren door minimalistische en popmuziek, zoals ook op Speaks Volumes het geval was. Het levert een verfrissende harmonische spanning op afgewisseld met separatistische dissonanten die misschien nog wel het meest herkenbaar is als Nico Muhly’s eigen interpretatie van voor hem significante muzikale stijlen.

A Good Understanding zal misschien makkelijker dan eerdere platen de weg vinden naar de collectie van de verstokte klassieke muziek liefhebber. Het vestigt Muhly’s naam als componist stevig in de koorwereld. Voor de mensen die hem als arrangeur gewend zijn, zal A Good Understanding een flinke stap zijn. Het is zeker lonend die moeite te nemen, hoewel Speaks Volumes wellicht een toepasselijker startpunt vormt.

Read more...

Eric Whitacre - Light & Gold

>> zaterdag 23 oktober 2010

De hedendaagse, Amerikaanse componist Eric Whitacre maakt al enige jaren furore bij een behoorlijk breed publiek. Zijn werk betreft voornamelijk koralen die op een uiterst plezierige wijze klassieke en sacrale tradities combineren met invloeden uit populairdere moderne genres. Zijn composities hebben een kenmerkende structuur. De gelaagde koorstemmen vormen op karakteristieke wijze prachtig open klinkende harmonieën. Dat geldt zowel voor begeleide als onbegeleide koorstukken. Light & Gold brengt ons wederom een selectie van Eric Whitacres uitzonderlijke oeuvre. Hoewel naast klassiekers dit album ook drie wereldpremières bevat, is er veel overlap met eerdere uitgaven. Toch is Light & Gold een bijzonder album.

Voor het eerst is Eric Whitacre niet langer alleen componist op een opname van eigen werk. Hij nam het heft in eigen hand en bekleedt ook de rol van dirigent. Op deze wijze brengen de ensembles Laudibus, Pavão Quartet en het nieuw gevormde The Eric Whitacre Singers voor het eerst de stukken ten gehore op precies de wijze zoals de componist het heeft bedoeld. Dat is een zeldzaam genot dat doorgaans slechts is voorbehouden aan de popscene waar het schrijven en uitvoeren vrijwel altijd hand in hand gaan. Volgens de componist zelf is deze keuze geen kritiek op voorgaande uitvoeringen — die immer van hoge kwaliteit zijn — hoewel Light & Gold naar mijn idee deze in belang wel overtroeft. Gelukkig kan daaraan worden toegevoegd dat authenticiteit in dit geval ook machtige schoonheid teweeg brengt.

De composities op Light & Gold laten Eric Whitacre op bekende wijze schitteren, maar desondanks valt de overweldigende rust in alle uitvoeringen op. Dat wil niet zeggen dat eerdere uitgaven geen rust kenden. Toch bereikt dit op Light & Gold een overtreffende trap. De ensembles zijn met dergelijke subtiliteit aangestuurd dat de muzikale textuur een dynamisch geaccentueerde doorschijnendheid aanneemt. Gezien de overwegend sacrale aard van de stukken is dit buitengewoon passend. De muzikale structuur spreekt zowel op directe wijze aan als dat het voldoende dromerige lyriek behoudt. Het tempo ligt relatief laag, waardoor de composities op krachtige wijze worden benadrukt en de ontwikkeling van uitwaaierende klankkleuren de volle ruimte wordt gegund. Samen met hun schepper overstijgen de creaties hun reeds bekende pracht. Tevens brengt het album een plezierige diversiteit aan door de premières te contrasteren met werk van ruim tien jaar geleden. Op deze wijze wordt ook de groei van de componist in beeld gebracht, terwijl de methode op dit album gelijk blijft. Tenslotte is er geen smet op de opnames te ontdekken. Dat maakt Light & Gold tot een waarlijk overweldigend album.

Hopelijk kunnen we onder het nieuwe platencontract met Decca meer projecten van vergelijkbare opzet tegemoet zien. Laat vooral niemand zich afschrikken door het klassieke label, want Eric Whitacres kent een onmiddellijke ontvankelijkheid die voor koralen ongekend is. Eric Whitacre werd als dirigent niet voor niets bekend door zijn aansprekende project met een virtueel koor over het internet.

Read more...

Karl Jenkins - Gloria, Te Deum

>> vrijdag 16 juli 2010

Hedendaagse korale muziek laat zich nog altijd veelvuldig inspireren door oude Christelijke tradities. Karl Jenkins is één van de meest opgevoerde levende componisten en nog velen anderen zullen zijn werk onbewust kennen uit films en dergelijke. De werken op het huidige album zijn evenwel bedoeld als op zichzelf staande klassieke composities.

Opmerkelijk aan deze plaat is dat op 11 juli 2010 de wereldpremière van Gloria plaatsvond in de Royal Albert Hall, uitgevoerd door The Really Big Chorus. Direct daarna was dit album reeds te koop, terwijl het hier de eerste opnames betreft die de National Youth Choir of Great Britain en de London Symphony Orchestra (olv Jenkins zelf) laten horen. Deze ongebruikelijk samenloop maakt dat de Christelijke hymnes die aanzetten tot deze werken in bijzonder moderne vorm worden gepresenteerd. Volstrekt volgens Jenkins aard krijgt Gloria wereldlijke elementen mee door gebruik te maken van teksten uit diverse religieuze en culturele tradities. Ook in de bezetting zelf zijn accenten daarvan terug te vinden. Jenkins klassieke werken zijn zwaar getekend door het plichtmatige cinematografische melodrama dat uit ander werk bekend is. Dat zorgt er in dit geval voor dat de huidige koralen uiterst toegankelijk en meeslepend zijn.

Alle lof die hem ten deel valt, is dan ook volledig terecht, hoewel de vernieuwing misschien slechts kan worden gezocht in zijn idiosyncratische metafysica en de feilloze expressie van emoties. Gloria en Te Deum zijn prachtige, dromerige luistercomposities met onderliggende diepgang en creatieve grootsheid.

Read more...

Julianna Barwick - Florine EP

>> donderdag 10 juni 2010

Haar debuutalbum Sanguine bleef relatief onbekend. Julianna Barwick maakt dan ook geen alledaagse muziek. Wat Owen Pallett bewijst te kunnen met viool, doet Julianna Barwick volledig met haar eigen stem. Tijdens de toer voor zijn laatste album, Heartland, maakt Owen Pallett furore met zijn geweldige live performance waarin hij veelvuldig gebruik maakt van multiphonic loop techniek door middel van een loop pedaal. De gelijkenis blijft overigens vooral technisch, want Owen Pallett schrijft toch voornamelijk pop- of folksongs. Julianna Barwick daarentegen gebruikt de multiphonic loop om bevreemdende, magisch resonerende werelden te scheppen met haar schrille, etherische stem. Ritmiek krijgt daarin een minimalistische lading. De zes composities op Florine werken vooral als een vlokkerige atmosfeer. Slechts uiterst zeldzaam wordt ze daarbij geassisteerd door andere middelen. Op Florine klinkt haar stijl consistenter en geconcentreerder dan op Sanguine. Het spaarzame gebruik van instrumenten in bijvoorbeeld Cloudbank en Anjos geeft de uitgestrekte, sacrale soundscape een volle klank. De singulariteit en individualiteit van het musiceren met multiphonic loops heeft nu mijn volle aandacht. Het is fascinerend en tot nu toe ook bijzonder mooi. Celliste Zoë Keating is mogelijk de volgende stop op deze ontdekkingstocht. Voor nu zijn de eenzame, kristallen koralen van Julianna Barwick werkelijk een schitterende oase van xenofiele rust.

Read more...

Weill, Milhaud, Stravinsky, Hindemith - Das Berliner Requiem, door Flemish Radio Choir, I Solisti del Vento olv Paul Hillier

>> donderdag 1 april 2010

In het begin van de 20ste eeuw vonden in de muziekwereld vele verschuivingen plaats. Het romanticisme en impressionisme van de fin de siècle kon na de industriële Eerste Wereldoorlog niet behouden blijven. Aan Franse en Duitse kant werden nieuwe ideeën over kunst ontwikkeld die een ombuiging betekenden in neoklassieke richting, maar uiteindelijk pluriform een interesse in ordelijke, wereldlijke muziek (muziek van alledag) inluiden. Daarop hadden traditionele en volksmuziek, jazz, dans en cabaret een belangrijke invloed. Muziek moest worden gebruikt en met toewijding worden gespeeld. De versimpeling van partituren had als doel de toegankelijkheid te vergroten. Oude muzikale patronen kregen vernieuwende aandacht. Daardoor moest de aandacht voor persoonlijk sentiment worden overkomen om muziek een rol te laten spelen in dagelijkse beslommeringen, als een sociale activiteit.

Het repertoire van het Flemish Radio Choir en I Solisti del Vento onder leiding van Paul Hillier toont de diversiteit aan reacties op deze verschuivingen. De blikvanger van de plaat is Das Berliner Requiem van Kurt Weill. Deze componist, sterk beïnvloedt door jazz en volksmuziek, is vooral bekend van zijn muzikale theater (opera’s) in samenwerking met Bertolt Brecht. Das Berliner Requiem is bedoeld als muziekstuk en heeft daarom een andere uitstraling, hoewel de karakteristieke stijlkenmerken aanwezig zijn. Ook de teksten voor dit stuk zijn van de hand van Bertolt Brecht. Tijdgenoot Paul Hindemith wordt gerepresenteerd door Der Tod, waarin zijn hang naar orde en distantiëring na de Duitse oorlog ligt besloten. Igor Stravinsky’s neoklassieke omslag is terug te vinden in zijn objectivistische Octet. Tenslotte sluit Darius Milhaud het rijtje af met zijn nieuwe, polytonale, harmonieën waarvoor teksten gebruikt zijn van de poëet Paul Claudel. De Braziliaanse invloeden hebben nog niet hun intrede gedaan, waardoor de cantates verrassend klassiek klinken. Dit album presenteert een erg interessant repertoire voor degenen die geïnteresseerd zijn in de (vocale) muziek die het experimentalisme van het interbellum willen ontdekken.

Read more...

Baltic Exchange - Choir of Trinity College, Cambridge olv Stephen Layton - Choral Works by Prauliņš, Einfelde, Sisask & Miškinis

>> zondag 21 maart 2010

De doorbraak van Arvo Pärt betekende niet alleen een doorbraak voor de Estse muziek, maar plaveide ook het pad voor andere Baltische componisten. Het doel van dit album vol Baltisch repertoire van het gerenommeerde Choir of Trinity College, Cambridge lijkt een verdere introductie en integratie van Baltische modern klassieke muziek te beogen. Zang is een belangrijke culturele waarde voor de Baltische volksculturen, waardoor deze koorwerken symbolische betekenis krijgen. Waar ook Arvo Pärt furore mee maakte, horen we terug in het werk van deze componisten. Oude patronen uit de renaissance en gezangen worden opnieuw vormgegeven in schitterende sacrale werken met een haast onbevattelijke sfeer die ook het wereldlijke rijkelijk bedienen. Hierin komt de zeer fijnzinnige en subtiel dynamische uitvoering van het Choir of Trinity College perfect tot zijn recht. De hedendaagse Baltische muziek van dit programma brengt niets van de chaotische atonaliteit die modern klassiek zijn ondoordringbare en elitaire karakter kan geven.

Uģis Prauliņš (Lets) heeft een amorfe stijl waarin zijn eclectische muzikale verleden, waaronder rockbands en volkmuziek, is terug te horen. Dat geldt zeker voor het opvallend geprononceerde, aan dirigent Stephen Layton opgedragen, Laudibus in Sanctis, maar in mindere mate ook voor zijn Missa Rigensis. In zijn lyrische harmonieën spelen Barokkerige series en stevige ritmes een omvangrijke, maar niet overheersende, rol. Het gebruik van theatrale praatzang doet bovendien denken aan William Walton’s Henry V. Het werk van Maija Einfelde (Lets) op woorden van de geliefde Letse dichter Bārda klinkt duisterder dan Prauliņš’ mis. Hoewel de compositie intuïtief aandoet door de indringende dissonanten, heerst er een ingetogen intensiteit. Urmas Sisask (Ests) is wellicht de bekendste componist op dit album; hetgeen wellicht ook te danken is aan zijn prolifische compositiedrang. Zijn Benedictio vormt een vlotte, ontspannende interlude. De lichtvoetige betovering van de fijn in elkaar grijpende stemmen bepalen de compositie. Het album sluit af met Pater Noster van Vytautas Miškinis (Litouws). Pater Noster begint met een opmerkelijke seriële sotto voce waarboven solisten een zwangere sfeer creëren, hetgeen wordt gerepliceerd in een staccato crescendo uitmondend in een vertederend harmonische beweging en herhaling.

Dit uitzonderlijke, Baltische programma doet zwelgen in meerstemmigheid waarin anachronistische compositiestijlen zegevieren. Het ontdekken van dit werk is meer dan de moeite waard en zeker geen zware opgave.

Read more...

Rautavaara Choral Music - Schola Cantorum of Oxford olv James Burton

>> donderdag 4 maart 2010

Einojuhani Rautavaara is een van Finlands bekendste moderne componisten. Hij was een leerling van de grote Sibelius en kreeg door opmerkelijke stukken veelal op eigen wijze succes. Zijn bekendste werk, Cantus Arcticus (voor vogelzang en orkest), zou hij bij gebrek aan een koor hebben geschreven. In zijn composities hebben diverse stijlen een belangrijke rol gespeeld. Aanvankelijk voldeed hij aan de neoklassieke stijl om vervolgens middels dodecafonie en seriële compositie te komen tot een eigenzinnige neoromantische stijlvorm met een zekere dramaturgische inslag die wordt bekrachtigd door atonale elementen. Koorwerken hadden nooit Rautavaara’s specifieke creatieve interesse, maar desondanks is dat deel van zijn oeuvre eveneens invloedrijk. Deze verzameling koorwerken demonstreert overtuigend het waarom. Zoals typerend is voor zijn werk, bevatten alle composities interessante combinatievormen, waaronder de snel en langzame in en uit dissonantie glijdende vocale glissandi, praatzang en de explosieve staccato ritmiek. Telkens weer werkt hij van momenten van moderne uitdaging naar apoteosen van verbijsterende schoonheid. De gebruikte technieken en sferen blijken op den duur een zeer herkenbaar stramien te volgen. De werken op deze plaat zijn prachtig consistent en treffend expressief uitgevoerd door Schola Cantorum of Oxford onder leiding van James Burton. Voor wie zijn korale werk wil ontdekken is dit een must, maar wie een inleiding op Rautavaara’s totale oeuvre zoekt, start wellicht verstandiger bij het bekendere werk.

Read more...

Peter-Anthony Togni - Lamentatio Jeremiae Prophetae

>> donderdag 25 februari 2010

Sinds 1989 is Peter Togni actief als freelance componist van voornamelijk klassieke muziek. Koormuziek vormt een groot onderdeel van zijn oeuvre. In zijn composities doorklinkt vaak een persoonlijke visie op het sacrale. Met deze opname van het stuk Lamentatio Jeremiae Prophetae komt dit zeer concreet naar voren. Het verhaal van de verscheurde profeet Jeremiah uit het Oude Testament staat centraal en wordt als profeet van het hedendaagse aangehaald. Het bijzondere van dit werk is bovendien dat Togni de getalenteerde basklarinettist Jeff Reilly vrijheid laat voor improvisatie naast de formelere klanken van het Elmer Iseler Singers koor. Als organist speelde Togni al geregeld met het Sanctuary Trio en sinds 2009 ook met het Peter Togni Trio zich richtend op uitvoeringen van jazz classics, eigen werk en jazzbewerkingen van klassiek. Deze achtergrond meenemend is het niet verrassend dat Peter nu met Lamentatio Jeremiae Prophetae debuteert op het ECM label, dat zowel de jazz als klassiek liefhebbers al 40 jaar op hun wenken bedient. Herhaaldelijk doet Lamentatio Jeremiae Prophetae denken aan de gelegenheidssamenkomsten van Jan Garbarek met het Hilliard ensemble. Ook deze platen op het ECM label kenden een opmerkelijke combinatie van improvisatie en compositie. Lamentatio Jeremiae Prophetae is echter merkbaar als een geheel geschreven en kent daardoor ook duidelijke narratieve ontwikkeling. Togni zelf geeft aan dat hij gaandeweg het koor als Jerusalem ging beschouwen en de basklarinet als de stem van Jeremiah, hetgeen goed is terug te horen. Ook de prachtige sopraan van Lydia Adams valt op. Zij tilt de kleur van de compositie naar een sprankelend hoger plan. Het stuk werd opgenomen in Togni’s huidige woonplaats Halifax, Nova Scotia in de All Saints Cathedral. Die ruimte geeft het afwisselend alarmerende en sussende stuk een plezierig gearticuleerde klank. Peter Togni beteugelt in dit mooie en contemplatieve werk twee uiteenlopende stijlen op een complementaire manier.

Read more...

Philip Glass - A Madrigal Opera

In de wereld van de minimalistische muziek zwaait Philip Glass voor menigeen al jaren de scepter. Hij is een waar meester in het op de spits drijven van verschuivende tonale patronen. Deze eerste opname van A Madrigal Opera vertoont duidelijke verschillen met veel van zijn bekendere werken. De compositie stamt uit 1980 en is gecomponeerd onder invloed van de ontwikkeling van madrigalen in vroeg zestiende-eeuws Italië. Aanvankelijk betrof dit louter vocale muziek van twee- en driestemmig tot zesstemmig later. In de latere periode kon die worden aangevuld met een solo-instrument. Uit deze seculiere muziek kwam de opera voort. In de jaren ’70 ontpopte Glass zich van een minimalistische componist tot een atypisch operaschrijver. In 1980 leidde een opdracht voor het schrijven van een traditioneel georkestreerde opera tot een herontdekking van akoestische expressiviteit in zijn muziek. Philip Glass revisiteert beide stijlen in deze zesstemmige ‘kameropera’ die wordt bijgekleurd met viool en altviool. Door gebrek aan inhoud blijft het werk abstract, terwijl de relatie van muziek en emotionele expressie duidelijk aanwezig is. Er is geen libretto om het te concretiseren. Veel van Glass’ reductionisme is nog aanwezig in de muziek, maar de tegen elkaar opwerkende muzikale lijnen boren nieuwe dieptes aan in de zeggingskracht uitgaande van de aard van de compositie. Ondanks Glass’ kenmerkende repetitieve toondichtheid zijn er momenten waarop A Madrigal Opera kan worden vergeleken met Arvo Pärt’s sacrale tintinnabuli composities die gebruik maakten van gregoriaanse invloeden. Deze opname volgt enkele uitvoeringen van andere gezelschappen. De Finnen spelen het stuk op een ietwat slepende wijze, waardoor de dynamiek getemperd blijft. Het benadrukt de structuur van de compositie, maar een strakkere uitvoering had wellicht tot meer contrast geleid. Het is goed dat dit bijzondere stuk van Glass nu aan plaat is toevertrouwd. Het geeft een interessant en mooi beeld van een componist in transitie.

Read more...

Frank Martin, Zoltán Kodály, Francis Poulenc, Chor des Bayerischen Rundfunks, onder leiding van Peter Dijkstra

>> zondag 31 januari 2010

De jonge Nederlandse Peter Dijkstra trad pas in 2005 aan als de leider van Chor des Bayeruschen Rundfunks alsmede het symfonieorkest. Dit album met opnames van Frank Martin’s Messe, Zoltán Kodály’s Missa Brevis en Francis Poulenc’s Litanies à la Vierge Noire is de eerste opname van Dijkstra’s werk met dit koor. Het betreft een bijzondere combinatie van twintigste-eeuwse werken, die hun sacrale essentie door een zeer muzikale aard ook zeker overstijgen. Frank Martin’s Messe für Doppelchor lag reeds decennia lang klaar voordat het zijn wereldpremière zag en daarmee zijn weg naar openbaarheid tekende als één van zijn eerdere composities. Kodály’s Missa Brevis is getekend door de Tweede Wereldoorlog in vrijwel alle aspecten van de compositie. De première van het stuk vond plaats, terwijl de oorlog nog in Budapest woedde. Voor Francis Poulenc tekent Litanies à la Vierge Noire een omslag in zijn leven, van Parijse dandy naar een bekeerde ziel. Mede dankzij hun geschiedenis klinken deze composities ontraditioneel en zeer inspirerend. Dijkstra maakte een schitterende keuze als leider van een uiterst kundig koor. Zijn jonge en frisse visie op de werken geeft de subtiel dynamische interpretaties een moderne urgentie. De opnames zijn stil en warm, waardoor de schoonheid in de gelaagdheid, mooi gedragen door de meerstemmige koren, zeer transparant en ruimtelijk klinkt. De klankkeur van het koor en het gebruikte orgel zijn perfect afgestemd op dit repertoire. Onder leiding van Peter Dijkstra is de toekomst vol vertrouwen tegemoet te zien.

Read more...

Doelstelling van deze blog

Meer aandacht voor het (nog) onbekende. In tenui labor of toch niet?

Mededelingen

Donderdag 1 juli: deze week weer een frisse herstart verwacht.
Kort reces tot 13-05-10.
Na een kort reces vandaag (24-02-10) weer aan de post. Inmiddels is deze blog twee jaar geworden!
Gedurende december zullen er minder recensies worden geschreven
21-31 augustus: tijdelijk even geen recensies ivm een kort reces
Zondag 14 juni: Creative Commons licentie BY NC ND van toepassing op alle inhoud
Woensdag 3 juni: zoekfunctie en auteursrechtenonderdeel toegevoegd
Dinsdag 19 mei: template aangepast, hopelijk verbeterd
Vrijdag 15 mei: nieuw template; ontwikkeld door Ourblogtemplates.com, 2008

Auteursrechten

© Copyright Benjamin N. Vis

Uitgezonderd waar anders vermeld, is op alle inhoud van deze blog een Creative Commons Attribution 3.0 License van toepassing. Deze is hieronder gespecificeerd als CC BY NC ND. Voor meer informatie klik op de links aldaar.

  © Blogger templates Inspiration by Ourblogtemplates.com 2008

Back to TOP  

Creative Commons License
werk van Benjamin N. Vis, Nieuwe Geluiden is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-Niet-commercieel-Geen Afgeleide werken 3.0 Nederland licentie.