Posts tonen met het label rock. Alle posts tonen
Posts tonen met het label rock. Alle posts tonen

Wild Beasts - Smother

>> zaterdag 14 mei 2011

Het Britse Wild Beasts, dat zichzelf uitriep tot het intellectuele antwoord op traditionele arbeidersklassebands, is een band die al op het vorige album, Two Dancers, de weg naar volwassenheid inzette. Het tweetal dat aan de basis staat, Hayden Thorpe en Ben Little, hebben zich vanaf het begin van Wild Beasts laten inspireren door de ‘hogere’ kunsten, hetgeen zelfs terugkomt in hun bandnaam (Wild Beasts is een reïncarnatie van het Franse Fauvisme dat kon worden omschreven als een expressieve vorm van het realisme in impressionisme). Wild Beasts zet met Smother hun interessante combinatie van referenties die velen zullen ontgaan en pakkende indiesongs voort.

De regelmatig terugkerende vergelijking (door hun beider Mercury Prize nominaties) met het ondynamische en ongeïnteresseerde geprevel van The XX is misplaatst. Die band lijkt meer de frustratie van de huidige generatie latente jonge honden weer te geven, vervlakt door de ongemeend betrokken emoties in de sociale media van alledag. Wild Beasts daarentegen maakte van hun debuut een epische exclamatie van een frisse theatrale stijlconventie, die de gedoodverfde oppervlakkigheid van de Britse arbeidersbands moest tegenspreken. De literaire interesse van het duo sprankelde in hun songs en is op dit derde album even sterk aanwezig. Natuurlijk heeft het geen zin de oorspronkelijke schreeuw te herhalen en dus deed Wild Beasts dat ook niet op Two Dancers. Het gebeurt evenmin op Smother.

In plaats van hun huidige succes op de spits te drijven, zochten de mannen mogelijkheden om hun sound onderweg met de creatief uitpakkende beperking van elektronica door te vormen. Het resultaat is een understated versie van hun kenmerkende sound. De classificatie ‘understated’ moet dus niet worden verward met vlak. Zodra de vocalen over de monotone glijden is de captiverende dynamiek van de band volledig terug. De meest toepasselijke relatie met The XX is als tegenpool. Smother moet het niet hebben van de onmiddellijk ademstokkende songs van de voorgaande albums. De aard van deze plaat is meer sinister. De krachtige overreding zit in expressieve schakeringen die slim zijn gedoseerd over de solide, van minimalistische patronen doordrenkte, basislagen. De ambiguïteit van de afwisselend diepe vocalen en falset, wordt hier versterkt door de repetitieve tegenstelling van arrangementen en vocalen. Op deze manier krijgt het dubbele gezicht van het Fauvisme een nieuwe lading.

Wederom maakte Wild Beasts een album dat getekend is door charmant, avant-gardistisch iconoclasme. Met dit album vergroot het de afstand tot theatrale alternatieven als The Irrepressibles en zal wellicht beter de weg vinden tot introspectieve shoegazers. Het is opmerkelijk hoe dichtbij Wild Beasts de twee typen bezweringen laat lijken. Ondanks de omvang van hun prestatie, betwijfel ik de kansen op een nog groter publiekssucces. Muzikaal intellect als gevolg van een kleinere aanpak wordt zelden beloond. Aan de andere kant kan de arm van positieve kritieken sterk genoeg blijken. Hoe het ook uitpakt, Wild Beasts doet juist als gewaardeerde underdog hun kunstzinnig eerbetoon recht.

Read more...

The Dears - Degeneration Street

>> zaterdag 7 mei 2011

Muziek en een post hier zijn lang overtijd. Daarom een stevige wekker in de vorm van het laatste album van The Dears: Degeneration Street. Na een bijna dood ervaring van de band voor voorgaand album Missiles ging de band in afgeslankte vorm verder onder leiding van Murray Lightburn. Door Murray’s gedrevenheid was Missiles geen beroerd album, maar mistte wel de dynamische, muzikale diepgang die het eerdere werk zo aantrekkelijk maakte en in mijn ogen het succes waarborgde. Degeneration Street wordt na het relatief stil voorbijgaan van Missiles weer met de nodige ruchtbaarheid gepresenteerd.

Met veertien nummers is het huidige album goed gevuld en het weinig subtiele bombast in de songs geeft het gevoel dat Murray vooral een hoop van zich af moet zingen. Hoewel in het geweld zelfs zijn prominente stemgeluid soms bijna verzuipt, was het altijd een typisch The Dears kenmerkt om een stevige indierockklank in plezierige ballads te verwerken. Degeneration Street opent confronterend. 5 Chords is helaas zo simpel als de titel doet vermoeden, maar Omega Dog, Blood en Thrones leunden op de gebruikelijke troeven: melodie en emotie. Op deel twee (van het in vier delen gesplitste album) wordt het tempo en ook iets van het volume teruggeschroefd. We moeten alleen net iets te lang wachten op het mooie Galactic Tides en het klassieke en springerige Yesteryear. The Dears vermaakt echter vrijwel zonder uitzondering met intensiteit en leuke onderliggende lijntjes. Na Yesteryear is de rest van deel drie weer wat onbestendig, terwijl er sterk wordt afgesloten met de variëteit in deel vier.

Uiteindelijk blijft de afslanking van The Dears nog altijd ook afvlakking. Dat wordt op punten overgecompenseerd op Degeneration Street. The Dears heeft echter een talent voor goede (indierock)songs en Murray is een overtuigend zanger. Dat maakt dit album veel meer de moeite waard dan de initiële doorstart met Missiles. Rustpunten en een mooiere invulling van hun geluid maken dat de band weer op weg lijkt hun verloren plaats te claimen. Er is nog wel een weg te gaan, maar die kunnen we met goede moed tegemoet zien.

Read more...

PJ Harvey - Let England Shake

>> zondag 13 maart 2011

Al jaren bevindt PJ Harvey zich aan de top van het singer-songwriterwezen. Een nieuwe plaat gaat dus nooit onopgemerkt voorbij. Nu ik inmiddels enige tijd in Engeland verblijf, lijkt het niet meer dan toepasselijk om een album met de titel Let England Shake te vereren met enkele woorden. Wie weet vinden we een gepaste opvolger voor Badly Drawn Boy’s Born in the U.K. Natuurlijk heeft PJ Harvey’s Let England Shake daar weinig mee te maken. We gaan van autobiografische lofzang naar zwartgallige klaagzang. De gelijkenis houdt op bij de liefdevolle, grootse ambitie die beide platen uitstralen.

PJ Harvey maakt platen waarbij song, sfeer en melodie worden geëvenaard door de teksten. Dat vergeet je overigens even bij openingen als van The Glorious Land, dat cynisch de duistere aard van het land huldigt. Dit album heeft een boodschap. Het is niet in het bijzonder de belichaming van politieke denkbeelden, maar wel een maatschappelijk commentaar waarin oorlogsgruwelen de alledag uitmaken. Die militaristische ondertoon is eveneens een muzikale rode draad. Hierdoor wordt een fantastisch contrast gevormd met de afwisselend grimmige venijnigheid en ijzingwekkend mooie schittering in Harvey’s vocalen. De urgente, rauwe schoonheid van England is verbazingwekkend, terwijl In the Dark Places haast een klassieke jaren ’90 ballad lijkt. Let England Shake bezingt een duisternis die de luisteraar met bittere afschuw achterlaat.

Ook na een lange carrière maakt deze muzikante platen die wat te melden hebben. Waar veel artiesten juist als jongeling uit de school klappen, laait het vuur in PJ Harvey nu weer op. Let England Shake kan daarom mogelijk een nieuwe generatie liefhebbers aan zich binden. Protestplaat of niet, Let England Shake is in ieder geval een muzikale overwinning.

Read more...

Elbow - Build a Rocket Boys!

>> vrijdag 11 maart 2011

En dan nu een album van degenen die de Mercury prijs wel wonnen. Elbow maakte in 2008 de belofte van jaren waar en leeft nu het leven waar iedere beginnende band van droomt. Het succes en de aandacht is enorm. Hoewel niet minder indrukwekkend dan eerder werk, is nu iedereen het wel over hun kwaliteiten eens. Een lofzang die voorlopig geen einde kent. Build a Rocket Boys! zet dat slechts voort. Dat neemt niet weg dat single Neat Little Rows niet het meest interessante of geïnspireerde Elbow-nummer is dat we ooit hoorden. Naar verluidt gaf de band zelf aan dergelijk nummer nodig te hebben voor de verwachting van de massa. God zij dank is Build a Rocket Boys! echter het meest contemplatieve album van de Britten tot nu toe. Nadat ik als recensent mijn voorliefde bij de bespreking van vorig album liet blijken, heb ik me gepermitteerd het album even te laten rijpen. Toch kan ik het niet laten erover te schrijven.

In feite heeft Elbow nu geen introductie meer nodig. Liefhebbers herkennen de sound overal. De band heeft de opmerkelijke gave om in een behoorlijk traditionele formatie met een alom bekende methode liedjes te schrijven die altijd hun eigen identiteit uitdragen en telkens bijzonderder blijken dan hun familieleden. Bovendien rijpen hun creaties zonder uitzondering uitstekend. Zowel muzikaal als tekstueel doet Elbow geen water bij de wijn. De scenario’s zijn vaak herkenbaar, maar worden op poëtisch, sluikse wijze gepresenteerd. Ze appelleren aan aanvaarde gevoelens om en kiezen geen partij in netelige thema’s. De menselijkheid zegeviert. Nooit wekt de band het gevoel pretentieus te zijn of was er de noodzaak de aandacht te trekken. Elbow krijgt de aandacht van een trouw en liefdevol publiek. Het karakter van frontman en uitzonderlijk zanger Guy Garvey draagt daaraan bij. Vanuit die gedachte is ook Build a Rocket Boys! gemaakt.

Met gepaste trots erkent de band momenteel de verworven roem. Tegelijkertijd brengt Elbow, onder andere met dit album, vooral met bescheidenheid hun geschiedenis naar buiten. De band plaatst zich in het grote geheel van de veranderende muzikale wereld en beseft waar de huidige situatie aan te danken is. Build a Rocket Boys! is een plaat voor diegenen die altijd al in Elbow’s muziek geloofden en niet een album voor sensatiemakke nieuwe zieltjes. Het leent zich minder voor de grote poparenatoer die ze momenteel maken. Zoals Guy zelf pas geleden schreef: in deze tijd, waarin iedereen zelf muziek naar buiten kan brengen, volgt succes als je goed genoeg bent. Het is bijna met spijt dat ik Elbow dergelijke hoogtes zie bereiken, maar het vervult mij ook met trots. Hun muziek imponeert me nog evenzeer als de eerste keer dat ik hun debuut hoorde. Er is veel muziek die me raakt, maar er is geen andere traditionele band die iedere keer weer overeenkomt met mijn diepste gevoelens. Luister!

Read more...

Vinsky Project - Acquire the Taste

>> woensdag 2 maart 2011

Acquire the Taste is een toepasselijke titel voor dit vierde album van deze Amsterdamse band met internationale wortels. Het is voor mij een kennismaking en Vinsky Project laat direct van zich horen met een explosieve mix van stijlen waarin van alles lijkt te kunnen gebeuren. Sinds Apocalyptica is men wel wat gewend van de cello, maar in Vinsky project lijkt die veelzijdigheid slechts een facet van het geheel. Wie na twee minuten denkt met een creatieve progressive rockband te maken te hebben, heeft het slechts enkele minuten bij het rechte eind.

In plaats van dergelijke rechtlijnigheid schiet Vinsky Project diverse kanten op. De pittige vocalen van Paulina Dubaj sturen aan op een harde aanpak, voordat een temperende tederheid zijn intrede doet. Dat soort omslagen zijn een kenmerkend onderdeel van de begeleiding. Het is zonder meer op die momenten dat Vinsky Project indruk wekt. Schijnbaar moeiteloos buigt de band voortvarende rock om in rustige kamermuziek en speelt niet veel later een gemoedelijke cadans van een folksong. Dat laatste is een voorname rode draad. Vinsky Project heeft weliswaar een Nederlandse basis, maar er maken ook Poolse en Hongaarse muzikanten deel van uit. Die brengen bovendien alternatieve instrumenten met zich mee. Hoewel de Balkan prominent als invloed wordt genoemd, is het effect op Acquire the Taste niet vergelijkbaar met momenteel gehypete Balkanpop. De populaire inslag ligt immers dichter bij indierock dan indiepop. Bovendien geeft de band zelf ook Latijns Amerika als inspiratiebron. Dankzij dit eclecticisme komt het resultaat eerder in de buurt van Rupa & the April Fishes of zelfs Oi Va Voi. Desondanks blijft het concept van Vinsky Project duidelijker dan de anekdotische stijlkeuzes van Rupa. Dat levert over het geheel een evenwichtigere plaat op die in zijn samenstelling blijft fascineren. De onderstroom van het onverwachtse is daarbij een sterke troef. De luisteraar leert de stijl van de band langzamerhand kennen, terwijl Vinsky Project zelf gedurende het album blijft diversifiëren.

Net als het Belgische DAAU ontstijgt Vinsky Project op gedreven wijze de vermoede gimmick. Het feit dat hier het wereldlijke en instrumentbeheersing samensmelten in gecontroleerd rockende songs maakt het bovendien toegankelijker. Een beetje durven moet je wel. De uitdaging ligt per luisteraar wellicht op een ander vlak. Toch is de kans reëel dat Vinsky Project vroeger of later de juiste snaar raakt. The Hollow Tree is daarvoor ongetwijfeld een uitstekend uitgangspunt.

Read more...

Templo Diez - Greyhounds

>> dinsdag 1 maart 2011

De stevig rammende pulsen waarmee Templo Diez hun vierde album begint brengen mij direct in sferen van zwaargewichten als The Dears, Archive of zelfs een beetje Doves. Dit is niet vergelijkend bedoeld, maar is wel degelijk een compliment. Templo Diez heeft zich gedurende het drieluik dat hun vorige albums vormde bedient van een alt. country, country-noir overstijgende indierockstijl. De voorafgaande EP Freiheit liet al horen dat de band wellicht voor een rockender geluid zou kiezen en dat lijkt bewaarheid te worden.

De titelsong van huidig album was op die EP al te horen, evenals Light Stroking the Walls, terwijl Holler#1 wordt voortgezet als #2. Dat neemt niet weg dat als er in My Spring, Your Fall gewag wordt gemaakt van de onmiskenbare americana geluiden er ook gas wordt teruggenomen. Het slepende Greyhounds, dat de kleuren van postrock draagt, kent een structuur die doet denken aan het vroegere werk van Audiotransparent. Tezamen met de diepe sferen van Holler#2, waarin Greyhounds prachtig uitmondt, krijgt de luisteraar een keur van de stilistische krachten die de stem van Pascal Hallibert bezit. Zijn kenmerkende timbre draagt kunstmatige effecten even makkelijk als een verbeten rasp die Wovenhand in herinnering roept. Tegen die tijd heeft de flow van het album zijn grip bevestigd en bevinden we ons eens te meer in de volle indierockwereld van desolate alt. americana die Templo Diez kenmerkt.

De stevigheid waarvan de rock op Greyhounds gepaard gaat, is voor mij persoonlijk weleens op het randje. Die voorkeur voor rust, zoals in de ontwikkeling van Pulse of the Sun en She's a Sparrow, wordt wellicht niet door iedereen gedeeld. Met het wegvallen van Gloribel Hernández heeft de band ook wat van zich af te spelen. Gloribel zorgde met name op Merced voor een bijzondere extra laag in Templo Diez’s muziek. De band weet het verlies met dit album echter goed op te vangen en veert terug als een gevierde groep muzikanten. De drijvende kracht achter Templo Diez is nog altijd Pascal Hallibert en hoewel die zijn talent inmiddels deelt over diverse projecten is het nog altijd deze formatie die mij het meest weet te raken. Misschien is het drielijk eigenlijk een vierluik.

Read more...

Takka Takka - Migration

>> zaterdag 15 januari 2011

Een albumtitel als Migration doet een album vermoeden dat zich uitstekend leent voor roadtrips. De tribale cadans van het begin van het album lijkt dat ook direct te bevestigen. Tegelijkertijd zijn er invloeden te horen die van ouderwetsere rockbodem lijken te komen.

Verrassend genoeg kruipt het geluid van de trendy New Yorkse rockband Takka Takka nooit echt uit z’n schulp. Dat uit zich met name in de onderworpen vocalen. Die lijken elementen te nemen van José Gonzalez, die eerlijk gezegd nou niet bepaald enerverend is of die nu als zichzelf, met Zero 7 of Junip speelt, en een droompopband als Mist. De onbalans zit in het feit dat Takka Takka niet stevig rockt noch droompop maakt. De songs die ze maken hebben een loungy karakter dat aansluit bij het Yo La Tengo van het begin van de noughties. Het is duidelijk dat de band dat ook zelf inziet en getuige daarvan is een tussendoortje als The Optimists Were Right dat daardoor eigenlijk beter uit de verf komt dan geprononceerde songs als Silence en The Takers. Hoewel de songs op zichzelf niet helemaal uit de startblokken lijken te komen, heeft Takka Takka’s derde uiteindelijk wel een usurperende uitwerking. Ergens halverwege valt de luisteraar onverwachts toch ten prooi aan een groove en toont het gekozen pad tamme roadtripritmes met indierockaccenten zijn ware kleuren. Wie geen pakkende rocksongs met hakige percussie verwacht, maar wel gevoelig is voor de indierocktrend met uitgebreide, gelaagde ritmesecties zal met Takka Takka goed uit de voeten kunnen.

Migration valt uiteindelijk altijd op zijn plaats en een inventief muzikaal moment hier en daar doet ook een criticus smelten. In de understated indierock kunnen de mannen van Takka Takka nog verassend veel eclectische trends kwijt en daarin schuilt de onvermoede aantrekkingskracht van deze New Yorkers.

Read more...

Sufjan Stevens - All Delighted People EP

Zelden vermeldt men op de cover van een plaat de afkorting EP, maar bij Sufjan Stevens All Delighted People lijkt het zowaar onderdeel van de titel. Oorzaak daarvoor kan zijn dat ondanks dat de plaat pas recentelijk hier beschikbaar werd, terwijl die eigenlijk werd uitgebracht voor zijn album The Age of Adz. Voor diegenen die op dat moment met de plaat kennismaakten moet het ongetwijfeld verwarrend zijn geweest, want laat het maar aan Stevens over om van een EP een album te maken. Waar ik meende dat een EP doorgaans tussen de vier en zeven nummers bevat, zijn dat er hier acht, en waar de gemiddelde EP blijft steken bij rond de twintig minuten, krijg je hier zowaar een speelduur van bijna een uur, hetgeen meer is dan een normale LP. Verschillende critici betwisten de noodzaak van de vele minuten en talrijke noten die Sufjan Stevens nodig lijkt te hebben voor zijn composities. All Delighted People geeft ze alleen al op de factsheet een schot voor open doel. Zelf heb ik me nog nooit kunnen storen aan de kwaliteit van de veelschrijver die nog altijd weinig voortgang boekt in zijn rondgang van de vijftig Amerikaanse staten.

Wat vinden we dan wel op All Delighted People? De titelsong is een uitgebreide compositie met aan de basis een ingetogen melodisch lied dat meer aan eerder werk dan aan de The Age of Adz doet denken. Daaruit ontwikkelen dynamische hoogtepunten die bestaan uit symfonische erupties. Enchanted Ghost vloeit volstrekt natuurlijk voort uit de opening en legt wederom een rustige temperende basis met heldere instrumentale accenten in het opengewerkte arrangement. Heirloom is vervolgens op Stevens’ schaal niet meer dan een gedachte. De soberheid volhardt in From the Mouth of Gabriel en The Owl and the Teenager. Dan presenteert de singer-songwriter een ‘classic rock’ versie van All Delighted People. Het duurt even voordat de rock zich ontwikkelt tot meer dan details. Wanneer dat gebeurt lonkt All Delighted People naar The Age of Adz. Dit had een waardige afsluiter van een mooie plaat kunnen zijn, maar Sufjan Stevens keert terug naar het ingetogen patroon dat de EP tekent met Arnika en het softrockerige Djohariah; twee evengoed plezierige nummers.

Van noodzaak is op geen enkel moment sprake, maar Sufjan Stevens lijkt met zijn muzikale stijl de critici met een schalkse glimlach uit de dagen noten en minuten te schrappen. Ik ben er in het geheel niet zeker van of de diepe indruk die zijn composities plachten achter te laten dan gehandhaafd blijven. Dat gezegd zijnde, had met een opbouw van All Delighted People tot All Delighted People de EP meer als een afgerond geheel gevoeld, terwijl in huidige vorm de lengte juist nog wordt benadrukt. Sufjan Stevens blijft onverminderd verplichte kost.

Read more...

Novack - Sequences & Stills

The Notion Express van Vladimir is een voortreffelijk album dat een aantal jaren terug onvolprezen bleef. De lome postrockerige indiepop met een jazzy kwinkslag vond wellicht niet de juiste klank om een breed publiek aan zich te binden. Aan de basis van het inmiddels uiteengevallen Vladimir stonden Sander van der Linden en Wubbo Siegers. Zij vinden samen met vier andere bandleden een nieuwe muzikale uitlaatklep in Novack. Waar kan ik beter het muzikale jaar beginnen dan bij een band van eigen bodem die nu al ruchtmakend is?

Uit het debuut Sequences & Stills blijkt duidelijk dat Vladimir niet langer voor de nummers verantwoordelijk is. De songs volgen veel overtuigender een indiepoplijn, en dan specifiek die lijn die rond de start van het nieuwe millennium met Coldplay op de voorgrond snel uitwaaierde. Verwacht echter geen grote emotionele uitwassen. Ondanks dat een hecht zesmanschap de volle sound produceert, worden de liedjes op Sequences & Stills opmerkelijk klein gehouden. Het lome karakter van Vladimir is daarmee niet helemaal verdwenen. Een zeskoppige band geeft de mogelijkheid verschillende muzikale ideeën in de songs te verwerken en Novack maakt daar op smaakvolle wijze gebruik van. Dat uit zich niet in scherpe contrasten, maar in gedetailleerde accenten die leunen op de warm golvende onderstromen. Dit geeft Sequences & Stills een ingetogen uitstraling en de band een evenwichtige sound waarin synths even natuurlijk weerklinken als een koperblazer. Novack smeedt zo een solide plaat waarin oscillerende patronen voor variëteit zorgen. De stilistische omslagen vormen zo als vanzelf de stadia van het album.

Vladimir bracht ons een eigenzinnig kunststukje voor de liefhebbers. Novack blijkt een vriendelijke indieband die de critici met een mooi gevormd geluid en het publiek met absorberende openheid binnenhaalt. Het kan worden verwacht dat deze aanpak een langere adem heeft. De band verfrist op gebalanceerde wijze een indiepopgeluid dat iedereen goed heeft leren kennen en vervreemdt zich daarbij niet van wortels in de groeiende Nederlandse alternatieve muziek. Novack is een sterke, aimabele aanwinst waarvan nog veel kan worden verwacht.

Read more...

Moulettes - Moulettes

>> zaterdag 4 december 2010

Het is één van de richtingen in de hedendaagse muziek: barokke, theatrale pop. In diverse richtingen springen me artiesten als Evelyn Evelyn, Dresden Dolls, Parenthetical Girls, Wild Beasts, The Irrepressibles en Duke Special direct in gedachten. Daar kunnen Moulettes aan worden toegevoegd. Geleid door vrouwelijke vocalen komen vele stijlinvloeden voorbij. Sommige songs zijn klaar voor het theater, andere voor de kermis, weer andere voor muziekfestivals, want soms is Moulettes behoorlijk puntig.

Het eponieme debuut is voor een groot gedeelte aanstekelijk, hoewel het voorstelbaar is dat niet iedereen iedere song, die soms elk een project op zich lijken, kan waarderen. Consistentie is er wel, maar blijft grotendeels ongrijpbaar. Klassieke muziek wordt in één beweging op een hoop gegooid met hoempapa, rock, blues, jazz en close harmony-achtige koortjes. Samenzang is een belangrijke troef in hun eigenzinnige stijl. Gelukkig wordt alles met voldoende flair uitgevoerd om een knipooggevoel te bewaren. Dat wil overigens niet zeggen dat heel Moulettes vol staat met ongeremde eclectische vrolijkheid. Zulks is onmiddellijk terug te vinden in woorden in de songtitels als cannibal, devil, requiem en bloodshed, die alleen niet opzienbarend zouden zijn, maar tezamen een patroon vormen. Daarnaast volgen de teksten ook traditionele folkthema’s, hoewel dat muzikaal niet de meest toonaangevende invloed is. Er is aandacht voor dynamiek in de structuren en contrastrijke composities, zodanig dat de luisteraar herhaaldelijk wordt uitgedaagd op zoek te gaan naar een boodschap. De quirky folk die we uit Brighton gewend zijn, wordt dus niet te allen tijde gevierd. Natuurlijk is er een veelvoud aan instrumenten aanwezig die voor een constant veranderende klankkleur moeten zorgen. Het werkt allemaal wonderwel samen zonder de muzikale betekenis te verliezen.

Moulettes is één van de vele gezelschappen die in groeiende mate hun eigen ding doen, bagage dragend van de grote muzikale diversiteit die tegenwoordig in menig liefhebbers collectie is te vinden. Het zullen voornamelijk die liefhebbers zijn, naast mogelijk de onbedachte festivalganger, die Moulettes zeker op waarde zullen kunnen schatten.

Read more...

Fran Healy - Wreckorder

Na een aantal succesvolle jaren in een band besluiten veel muzikanten ook solo een poging te wagen. De naam Fran Healy zou bekend kunnen zijn als de singer-songwriter van de band Travis. Het Schotse Travis is natuurlijk een grote Britpopnaam, maar werd ook niet door iedereen serieus genomen. Wat mij betreft onterecht, want ondanks het commerciële succes van de jongens en het relatief lage innovatieniveau nadat de band zijn geluid vond, waren de albums altijd erg goed en de songs op ingetogen wijze hitgevoelig. Dat gezegd zijnde was het laatste album, Ode to J. Smith, dat teruggreep op het rockerige debuut Good Feeling, in mijn ogen een misser en waar 12 Memories nog geïnspireerd onconventionele paden bewandelde leek de band zichzelf terug te fluiten met de verdienstelijke grootsheid van The Boy With No Name.

Opmerkelijk aan het solodebuut van Fran Healy is dat hij solo lastig te onderscheiden is van het oh zo vriendelijke, geniale popgeluid waarmee Travis bekend werd. Behoudend misschien, want de enige verrassing is dat het zo vergelijkbaar klinkt. Aan de andere kant miste ik dat geluid enorm op Ode to J. Smith. Het is daarom opbeurend om dat geluid te horen worden voortgezet door de eigenlijk geestelijk vader. Verschillen zijn er wel, maar in de details. De fijne songs volgen zeer vergelijkbare structuren. De sfeer is echter minder toe te schrijven aan een band. Andy Dunlop speelt als enige bandlid mee op Holiday. Interessanter zijn misschien de samenwerkingen met Paul McCartney op basgitaar op As It Comes, het duet, Sing Me to Sleep, met Neko Case en de viool van Tom Hobden. Daarbuiten kent Wreckorder duidelijk een singer-songwriterkarakter met een variërende begeleiding die de songs op diverse wijze accentueert. Dat geeft de songs afwisselend een idiosyncratischer of intiemer gevoel. Het hele project heeft een air van volwassenheid die de bravoure van de band, afgezien van 12 Memories, weleens mist. Tegelijk laten veel songs horen dat ze ook als een Travissong hadden kunnen werken. Dat is smullen voor de fans en Fran Healy heeft het songschrijven zo goed in de vingers dat hij nergens ontspoort. Behoudend was duidelijk de juiste keuze, want het eert de ijzersterke basis, terwijl het vertrouwenwekkend over de grenzen tuurt.

Fran Healy kocht vrijheid door zijn debuut op zijn eigen label (Wreckorder) uit te brengen. Travis deed met hun laatste hetzelfde, maar wist de vrijheid niet overtuigend te gebruiken. Fran Healy doet alleen wat de band niet lukte en dat is een verademing.

Read more...

Palloc - A Mad but Perfect Plan EP

>> zondag 17 oktober 2010

Palloc (het voormalige Zeal) maakte met het album A Tree in our City een debuut met verwachtingen. De EP A Mad but Perfect Plan blijkt de verwachtingen op gevierde wijze in slechts vijf nummers waar te maken. De onduidelijke stilistische randjes van het debuut zijn gladgestreken. Het ietwat stevige, behoorlijk poppy geluid met lommerrijke elektronica heeft zijn beloop in melodische songs met vriendelijke vocalen. Het is muzikaal wellicht niet opzienbarend, maar de kwaliteit is hoog. De moeiteloze flexibiliteit waarmee de songs zijn vormgegeven, maakt dat ze gemakkelijk in het gehoor liggen. Kritiek zou kunnen omvatten dat het misschien te netjes is gehouden. Toch is Palloc niet gezichtsloos. Het is wars van pretenties en dat betekent dat zowel het spel van de band als het luisteren voor de luisteraar een ontspannende ervaring is.

Read more...

Hellsongs - Minor Misdemeanors

>> zondag 8 augustus 2010

Het Zweedse Hellsongs staat bekend als de vriendelijkste metalband. Hun eerdere werk werd wel beschreven als lounge metal punk, maar geen van de elementen in deze driepoot doet goed recht aan de muziek van Hellsongs. Voor mij is Minor Misdemeanors een introductie, terwijl het in werkelijkheid hun derde plaat is. Zo zie je maar hoe met genreomschrijvingen vaak ten onrechte een toepasselijk publiek kan worden gemist.

Hellsongs is in essentie een coverband. Dat helpt ook al niet, want dat gegeven doet mijn hart doorgaans niet sneller kloppen of er moeten zeer uitzonderlijke herbelevingen ontstaan. Dat is uiterst moeilijk en gebeurt dan ook niet vaak. Stel je echter voor dat je nauwelijks op de hoogte bent van bekende metal- en punkbands en dan Hellsongs hoort spelen. In dat geval kan het goed zijn dat ze menig liefhebber van fijne luisterpopliedjes voldaan achterlaten. Opmerkelijk, want op Minor Misdemeanors wordt werk ten gehore gebracht van o.a. AC/DC, Slayer, W.A.S.P., Pantera en Iron Maiden. Slechts het lieflijke Rubicon Crossings is van eigen hand en doet ook gelijk naar meer verlangen. Wat is er aan de hand dat een totaal afwijkend publiek lyrisch kan worden van Minor Misdemeanors?

Het is simpelweg de meest goedgeluimde en vrolijke selectie duistere en harde metalsongs die je ooit hoorde. Bovendien maakt Hellsongs hun interpretaties met zoveel respect dat er juist nieuwe interesse in de muzikaliteit van genres als metal en punk ontstaat. Slechts zo af en toe hoor je de band moeite hebben om de composities interessant te houden. Dat gegeven evenals het feit dat ook Minor Misdemeanors voornamelijk een trucje betreft, maken dat na beluistering mijn interesse vooral uitgaat naar een vervolg met meer eigen werk.

Read more...

Someone Still Loves You Boris Yeltsin - Let It Sway

De bedrieglijk getitelde voorganger van Let It Sway, Pershing, was een redelijk mellow doch catchy plaat. Hoewel de band met de vertederende naam Someone Still Loves You Boris Yeltsin zich nog altijd een tamelijk intiem poprockgeluid bedient, schudt Let It Sway het het laidback mellow gevoel van Pershing krachtig van zich af. SSLYBY wordt daarmee nog geen echte rockband, maar vertoont wel neigingen in die richting op deze plaat.

Let It Sway is dus eigenlijk een even misleidende titel als Pershing was. Het vormt alleen geen tentatieve tegenstelling met de bandnaam. Het stevigere karakter van Let It Sway heeft echter een neveneffect dat niet per definitie een even pakkende als vergenoegende uitwerking heeft als het verrassend fijne Pershing. Dat is jammer, omdat SSLYBY sowieso al niet de meest opvallende indieband is. Ze hebben weliswaar een redelijk eigen sound ontwikkeld en weten hun songs vrijwel zonder uitzondering een onverwacht melodisch of ritmisch element mee te geven, de band is nu eenmaal geen typische aandachtstrekker. Het uitnodigende Pershing beloonde iedere luisteraar die de moeite nam rijkelijk. Dergelijke traktatie lijkt Let It Sway niet achter de hand te hebben. Tegelijkertijd kan dat betekenen dat de liefhebbers van een opzwepender popgeluid juist wel aan hun trekken komen. Immers de veelgehoorde vergelijking met het bekendere The Shins gaat met deze derde plaat weer beter op. Het zal een kwestie van smaak blijven, waarbij het maar goed is dat bij het horen van de naam SSLYBY de glimlach eigenlijk al standaard aanwezig is.

Read more...

Tired Pony - The Place We Ran From

Met de nodige bombarie bereikten ons de geruchten over een nieuwe samenwerking met Gary Lightbody (Snow Patrol) en Peter Buck (REM) aan het hoofd, onder de naam Tired Pony. Een teaser was al enige tijd op het web te bewonderen en de eerste geluiden waren goed. Het album, The Place We Ran From, blijkt niet alleen door het bovengenoemde tweetal te zijn gemaakt, maar kan leunen op een indrukwekkende lijst gevierde muzikanten. Daaronder vinden we bijvoorbeeld Richard Colburn (Belle & Sebastian), singer-songwriter Iain Archer, Tom Smith (Editors), M Ward en Zooey Deschanel (die laatsten vormen tezamen She & Him).

Het moet een helse klus geweest zijn om al deze neuzen dezelfde kant op te krijgen. Tired Pony klinkt desondanks als een behoorlijk hechte band en hoewel voor details druk gevarieerd wordt in de bezetting is de stijl redelijk constant. The Place We Ran From bevat een selectie zachte en rustig rockende popballads met hier en daar wat folky of regionale effecten in het instrumentarium. De songs klinken over het geheel genomen gemoedelijk en zijn ontdaan van opvallende expressieve uitspattingen. Het ene lied pakt wat beter uit dan het andere, maar er zijn geen grote niveauverschillen. Voor het grootste gedeelte kunnen we genieten van Gary Lightbody’s bekende vocale prestaties. Alleen op I Am a Landslide wordt de hoofdrol vervult door de lichtere klanken van Iain Archer. Gaandeweg begint echter een gevoel van gemis te overheersen. Het gemis van een klik, magie, chemie of impressie. De momenten waarop het gezelschap echt indrukwekkend presteert, zijn beperkt en dat is teleurstellend voor zo’n colofon vol bekende namen. Bovendien doet het geen recht aan de voorafgaande bombarie. Waar Tired Pony vooral punten mee scoort, zijn de eenvoudige songs die de vocalen van met name Gary Lightbody en ook Tom Smith (The Good Book) in een onbezoedelde vorm laten weerklinken. Voor fans is het begrijpelijke verplichte kost en The Place We Ran From is geenszins een slechte plaat. Er valt echter niet aan te ontkomen dat de verwachtingen hoger waren.

Read more...

Travels - Robber on the Run

>> woensdag 21 juli 2010

Travels is al enkele jaren een goed bewaard geheim. Robber on the Run is reeds hun derde studioplaat en toch de eerste die mij onder ogen komt. Het feit dat Robber on the Run via het excentrieke kwaliteitslabel Own Records komt, helpt. Beluistering toont aan hoe fijn het is dat dergelijke geheimen bestaan.

Robber on the Run bestaat uit elf sadcore miniaturen die allen onder de drie minuten klokken. Binnen die kleine drie minuten gebeurt erg veel dat tot stand komt door bijzonder weinig. Duo Mona Elliot en Anar Badalov stressen zich niet over complexe composities, maar doseren de muzikale middelen met spannende precisie. Daarbij hebben ze het lef om in de haast fluisterende songs uitgesproken atypische middelen als noise en rauwe gitaren te gebruiken. Natuurlijk blijft dit zeer sterk gecontroleerd en zo weten ze zelfs uit relatieve herrie mooie melodieuze elementen te scheppen. Ondanks de korte duur van de nummers geven ze telkens een prachtig geconcentreerde sfeerimpressie. Ze bouwen razendsnel een rustige melodielijn op die ze in de song al zoekend blootgeven en dan direct weer verlaten. Daardoor bevindt de dynamiek op het album bevindt zich meer tussen de verschillende nummers dan in de nummers zelf en krijgt Robber on the Run enigszins het karakter van een conceptplaat. Dat is dan wel een zeer goed beluisterbare conceptplaat, want de duistere schoonheid van akoestische snaren, piano, rockerige synths en gelaagde vocalen weet de luisteraar moeiteloos aan zich te binden.

Waarschijnlijk voldoet Robber on the Run nooit exact aan iemands verwachtingen, maar dat heeft het album ook niet nodig. Travels maakt met hun derde een uitzonderlijk muzikaal document dat juist in de werkwijze een zeer eigen weg kiest.

Read more...

Cherry Ghost - Beneath this Burning Shoreline

>> zondag 18 juli 2010

Debuutplaat Thirst for Romance was in vele opzichten een opmerkelijk sterk begin van Cherry Ghost. Toch bleef de tot band verworden singer-songwriter hier enigszins onder de radar. De zwart romantische sfeer die bluesy americana invloeden mengde met een typische Britse indiepopinslag leverde enkele schier perfecte ballads op die gerust een aantal maal op repeat gingen alvorens het album als geheel nog eens een speelbeurt te geven. Tot op heden blijft Thirst for Romance een idiosyncratisch genoegen dat zijn houdbaarheid nergens verspeelt. Met die kennis in het achterhoofd rust er een last op de schouders van opvolger Beneath this Burning Shoreline.

Openingsnummer We Sleep on Stones neemt alvast veel zorgen weg. Het karakteriseert het geluid van Cherry Ghost met voortgezette zelfverzekerdheid in de bepalende stijlen. Twee toergenoten zijn uitstekend geschikt om het geluid te beschrijven. Cherry Ghost’s songs houden vaak het midden tussen een zwaar en donker romantisch klinkende Doves met een americana noir kwinkslag van duister Bill Callahan werk. Tegelijkertijd is ook Elbow niet ver weg. De meest opvallende ontwikkeling zit dus niet in een stijlomslag, maar in de groei van het bandgeluid. Die groei is subliem opgetreden. Cherry Ghost heeft alle verlegenheid van zich afgeschud om het theatrale drama en de euforische hoop van al hun songs verder te verscherpen. De wijze waarop het grootsere geluid wordt ingezet, behoudt en verdiept de complexiteit van de arrangementen. Bovendien klinken deze uitzonderlijk helder waardoor, ondanks stevig aangezette lome lagen en diep rommelende ritmes, alle instrumentale details naar voren springen. Dat levert een perspectivisch geluid op dat de obscuur verweerde vocalen en onderstromen schitterend complementeert. Zanger Simon Aldred toont zich wederom een onbetwiste meester. Cherry Ghost charmeert als een romantisch sprookje iedere song opnieuw, maar is daarin bedrieglijk met zwarte thema’s als godslastering, verlies en spijt. Ondanks variërend opgewekt klinkende ritmes en hoopgevende, verleidelijke melodieën lijkt Cherry Ghost zelfs niet altijd het beste met ons voor te hebben.

Beneath this Burning Shoreline is in feite een opvolger uit het boekje. Thirst for Romance maakte een diepe, blijvende indruk en kon daarvoor leunen op het eenmalige verrassingseffect. Beneath this Burning Shoreline geeft de luisteraar echter precies hetzelfde unieke eurekagevoel. Cherry Ghost komt in rap tempo in het zicht van eigenzinnige Britse indiefavorieten en doet dat vooral door hun eigen weg te volgen. De hulp van Dan Austin (o.a. Doves en Massive Attack) heeft de incanterende eigenschappen van het album volstrekt onweerstaanbaar gemaakt. Hopelijk lokt dat ook de ongelovigen uit te luisteren. Beneath this Burning Shoreline is dubbelzinnig weldadig.

Read more...

Holmes - Have I Told You Lately that I Loathe You

>> maandag 12 juli 2010

De Zweedse band Holmes laat met Have I Told You Lately that I Loathe You zien geen eendagsvlieg te zijn. De zeer verdienstelijke poprock interpretatie van americana is bij hen in goede handen. Nu is in de afgelopen jaren al vaker gebleken dat americana in noordelijk Europa, inclusief ons eigen land, soms volgelingen voortbrengt die de bakermat de loef afsteken. Have I Told You Lately that I Loathe You is ook zo’n een indrukwekkend goede plaat. Americana vormt een goede voedingsbodem, maar is zeker niet de enige inspiratiebron op het album. Holmes kan een behoorlijk vol en stevig geluid neerzetten en hoewel de meeste songs geen hoger tempo aannemen dan dat van slowcore kan worden verwacht, bezit de plaat een cadans die meer dan eens pakkend uit de hoek komt. De genoemde aspecten in combinatie door de gedragen, nasale stem van voorman Kristoffer Bolander maken een heerlijk melancholische combinatie die met tussenpozen de vergelijking aankan met Saybia, Audiotransparent en Washington. Niet de minste namen en wat mij betreft hoeft Holmes dan ook niet langer genoegen te nemen met een plaats in de marge. Overwegend is Have I Told You Lately that I Loathe You minder beklemmend dan de titel doet vermoeden en laat zelfs lui, ontspannen luisterballades veelvuldig toe. Dat houdt de hoeveelheid overlap met vergelijkingsmateriaal betrekkelijk klein. Met dit album consolideert Holmes zich op overtuigende wijze.

Read more...

I Am Kloot - Sky At Night

>> vrijdag 9 juli 2010

Er zijn van die bands die al jaren constant op hoog niveau presteren en daarmee een vaste, doch bescheiden plaats in de muziekwereld hebben weten bevechten. I Am Kloot ontvluchtte de hype en bekleedt inmiddels een creatief vrije positie. Gedurende hun hele muzikale loopbaan delen ze al een mooie vriendschap met de mannen van Elbow, die zich ook al eerder met een I Am Kloot plaat bemoeiden.

Sky At Night volgt snel op een leuke collectie rarities onder de naam B. Dit nieuwe studioalbum bevat wederom invloeden van Elbow. De productie was in handen van Craig Potter en Guy Garvey. De ietwat orkestrale aankleding met lyrische strijkers en andere versierselen is daarvan een resultaat. De samenwerking van de bands loopt zodanig in oog dat er stemmen opgaan dat I Am Kloot het recentelijke, en veel te lang uitgebleven, massasucces van Elbow zouden kunnen gaan volgen. Het zou zeker verdiend zijn, hoewel het weinig aan Sky At Night toevoegt te verzanden in speculaties. I Am Kloot heeft een behoorlijk eigenzinnig geluid en de mannen van Elbow weten beter dan daaraan te toornen. Sky At Night zoekt dus geenszins directe gelijkenis met The Seldom Seen Kid. Het blijft van a tot z een typisch I Am Kloot album. De prachtig ingetogen en afgeronde sound die het huidige werk tekent, is wel een ontwikkeling. Er zijn door de productie iets vollere arrangementen en het album kent een opmerkelijk soepel en evenwichtig verloop. Ondanks het meesterschap dat zich daarin karakteriseert, is zelfs de kanttekening te plaatsen of de balans niet belangrijker is geworden dan het sentiment. Het mag het luisterplezier evenwel niet deren. I Am Kloot maakt popsongs in een tijdloze stijl die zich nog altijd moeilijk laat vergelijken met heden en verleden. Altijd schuilt er een rauw randje in de anderszins opmerkelijk laid back liedjes. Het is die dubbele moraal die de muziek van I Am Kloot al ruim tien jaar zo interessant maakt. Het terugnemen van gas op Sky At Night voegt daar een nieuwe emotie aan toe.

Sky At Night vergroot in diverse opzichten alle reeds bestaande ingrediënten van de band op een manier die inderdaad geschikt is voor zwoele, gedempte nachtelijke sferen. Of het succes nu volgt of niet, er is reden genoeg om I Am Kloot diep in de gelederen te sluiten.

Read more...

Justin Currie - The Great War

>> woensdag 7 juli 2010

Na langdurig succes met Del Amitri koos Justin Currie met What Is Love For voor een solocarrière. Een aantal jaren later verwelkomen we de opvolger van zijn even indrukwekkende als innemende debuut.

De krachtige bronzen tonen van Justin’s stem zijn uitermate geschikt voor zwaarder werk, maar tonen zich op The Great War opnieuw charmant in de bijna classicistische songs. Dat is bedoeld in de meest vleiende zin. Popartiesten als Tim Christensen en Tom Baxter hebben ook de plezierige gave om songs te schrijven die met huidige sentimenten meegroeien, terwijl ze een tijdloze klasse bewaren die ze direct aangenaam bekend doet klinken. Justins vocalen maken van iedere song sowieso iets bijzonders. Bovendien blijkt de ex-rocker een grandioos gevoel voor melodie te hebben. The Great War is steviger van opzet dan het voornamelijk door rollende ballads gevulde debuut. Daar passen rootsy ritmes in en pakkende pop hooks, maar ook scheurende scherpgekante rock. Het geheel klinkt daardoor ook minder liefdevol dan het hoopvolle What Is Love For.

Hoewel de herboren singer-songwriter het nu zonder het verrassingseffect moet stellen, staat ook deze tweede plaat als een huis. Er zijn een paar schitterende uitschieters die we wellicht nu al als typische Justin Currie songs kunnen bestempelen, zoals You’ll Always Walk Alone, het intens duistere The Fight to be Human en de dromerige romantiek in The Way That it Falls. The Great War bevestigt dus voornamelijk wat het debuut al aangaf: Justin Currie is als singer-songwriter minstens zoveel waard als voorman van een band.

Read more...

Doelstelling van deze blog

Meer aandacht voor het (nog) onbekende. In tenui labor of toch niet?

Mededelingen

Donderdag 1 juli: deze week weer een frisse herstart verwacht.
Kort reces tot 13-05-10.
Na een kort reces vandaag (24-02-10) weer aan de post. Inmiddels is deze blog twee jaar geworden!
Gedurende december zullen er minder recensies worden geschreven
21-31 augustus: tijdelijk even geen recensies ivm een kort reces
Zondag 14 juni: Creative Commons licentie BY NC ND van toepassing op alle inhoud
Woensdag 3 juni: zoekfunctie en auteursrechtenonderdeel toegevoegd
Dinsdag 19 mei: template aangepast, hopelijk verbeterd
Vrijdag 15 mei: nieuw template; ontwikkeld door Ourblogtemplates.com, 2008

Auteursrechten

© Copyright Benjamin N. Vis

Uitgezonderd waar anders vermeld, is op alle inhoud van deze blog een Creative Commons Attribution 3.0 License van toepassing. Deze is hieronder gespecificeerd als CC BY NC ND. Voor meer informatie klik op de links aldaar.

  © Blogger templates Inspiration by Ourblogtemplates.com 2008

Back to TOP  

Creative Commons License
werk van Benjamin N. Vis, Nieuwe Geluiden is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-Niet-commercieel-Geen Afgeleide werken 3.0 Nederland licentie.