Posts tonen met het label folk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label folk. Alle posts tonen

Autumn Chorus - The Village to the Vale

>> zaterdag 3 december 2011

Al enige jaren geleden verscheen Autumn Chorus bij mij in het vizier. Op dat moment was er weinig meer beschikbaar dan enkele samples op Myspace. Dat was echter meer dan voldoende om tot op de dag van vandaag reikhalzend uit te kijken naar een debuutalbum van dit uitzonderlijke viertal uit Brighton. The Village to the Vale is zonder twijfel één van de mooiste albums die mij dit jaar hebben bereikt en ik durf te voorspellen dat de plaat de tand des tijds beter zal weerstaan dan de voorzichtige belofte destijds.

Brighton is een bruisende muziekstad. Voor een groot deel speelt zich dit af op het gebied van de folk en kamerpop. Het is een stad waar de huidige generatie muzikanten bij uitstek in staat blijkt staande tradities op een hedendaagse manier te herinterpreteren. Bij Autumn Chorus gaat dat echter niet zozeer om folk of kamerpop, hoewel de band ook niet met wijde boog om deze stromingen heen stuurt. In plaats daarvan is The Village to the Vale een plaat van ingetogen grootsheid. Het bundelt een fenomenaal inzicht in muzikale genres, maar het is nog belangrijker dat Autumn Chorus met die kennis weergaloze composities construeert.

Zelf plaatsen ze zich in de ‘post rock’ en ‘post klassiek’. Post geeft misschien niet veel meer weer dan dat de band zich weinig van gevestigde genres aantrekt en dat is hoe dan ook heel erg ‘nu’. Het is echter een ontegenzeggelijke zegen dat Autumn Chorus zijn eigen koers vaart. Ja, we horen de soundscaping geluidsmuren die kenmerkend zijn voor de post rock. Deze worden opgetrokken met feilloze precisie die zijn beoogde effect niet mist. De geluidsmuren zitten barstensvol texturen en een vaak overdonderende kracht.

Dit meeslepende effect is toe te schrijven aan het gevoel voor muzikale dynamiek dat rechtstreeks uit de klassieke muziek lijkt te komen. Niet alleen vinden we in de bezetting veel traditionele akoestische instrumenten, de composities zijn vaak opgebouwd uit zich lang ontwikkelende bewegingen die soms een symfonische diepte en complexiteit aannemen. Daarnaast is er echter veel ruimte voor rust en ruimte waarin solopartijen zoals Robbie Wilsons trompet tot zijn recht komen. Autumn Chorus laat zijn werk ademen in zeeën van tijd en ruimte. The Village to the Vale is in staat om de luisteraar vanuit kleine gedetailleerde fijnzinnigheid onder te dompelen in een euforie van muziek. Zo krijgt het nummer Rosa maar liefst ruim 16 minuten om tot volle wasdom te komen, waarvan geen moment wordt verspild.

Tenslotte hebben de mannen van Autumn Chorus gevoel voor het lied en dat brengt dit album in contact met ideeën uit de moderne folk en kamerpop. Dat betekent dat de fantastische instrumentale stukken gepaard gaan met prachtige liederen. Autumn Chorus brengt met name deze twee peilers in verbinding ten gehore. Het is een schitterende mix waarin zowel de ene of de andere inslag naadloos in elkaar kunnen overlopen. De melodielijnen worden gesierd door intrigerende teksten die met veel gevoel door zanger Robbie Wilson worden geïnterpreteerd. Alle elementen in de muziek komen samen in de gedecideerde bewegingen van het spel en zal niemand makkelijk onberoerd laten.

Robbie Wilson bekleedt een hoofdrol en is begiftigd met een licht en helder timbre dat een innemende karakter krijgt door een klein vibrato. In zijn gedreven prestaties doordrenkt hij de liederen met veel emotie en een doortastende zelfverzekerdheid. Bovendien kleurt de breekbare onschuld in zijn stemgeluid ook mooi met een donkerder geluid, zoals op Never Worry en Thief of de tedere vrouwenstem op Brightening Sky. Zo af en toe slipt iets van het breekbare melodrama van Wild Beasts en Scott Matthew in Wilson’s stem, hetgeen mooi wordt opgevangen in de solide arrangementen. En als we dan toch referenties rondstrooien kan het oeuvre van The White Birch niet ontbreken. Die ruilden immers hun grote gebaren en complexe composities in voor fijne, rustige popliedjes. Een andere referentie is meer dan dat alleen. Thomas Feiner bracht ons enkele jaren terug een overweldigend schone en originele plaat met zijn uitbreiding op The Opiates dat hij eerder met zijn band Anywhen uitbracht. Autumn Chorus wist niemand minder dan deze Thomas Feiner te strikken voor samenwerking en zijn aanwezigheid is in meerdere opzichten te horen, hoewel hij op het nummer Never Worry ook daadwerkelijk meespeelt. Sommige mensen hebben een neus voor talent en het blijkt vaak genoeg dat talent talent aantrekt. Autumn Chorus is daarin niet anders.

Opmerkelijk genoeg zag de band zich gedwongen om dit juweel van een plaat zelf digitaal uit te brengen op Bandcamp, maar het laatste nieuws is dat er toch ook fysieke exemplaren op de markt zullen worden gebracht. Na al die jaren werken en worstelen is er geen album dat het meer verdient. Als er één album in de jaarlijstjes van velen zou moeten staan, is het The Village to the Vale. Autumn Chorus is voor mij een openbaring op de schaal van betoverende excentriekelingen als bijvoorbeeld Patrick Watson, Sweet Billy Pilgrim en Punch Brothers. Waar het ene indrukwekkende genie tot grote hoogtes klimt, blijft het andere onbekend. Autumn Chorus is het van harte gegund om nog grotere hoogtes te bereiken dan degenen die bedwongen worden op dit debuut. Dat heeft overigens ook een egoïstische reden, want wat zou het geweldig zijn om Autumn Chorus een keer in een verlaten kerk of oude fabriekshal te horen spelen. Talent en meesterschap moet worden beloond, maar momenteel neem ik al genoegen als iedereen die dit leest het album eens gaat beluisteren op Bandcamp. Hopelijk volgt de beloning dan aan weerskanten.

Read more...

Scott Matthew - Gallantry's Favorite Son

>> zaterdag 9 juli 2011

Ook voor hun derde album hebben Scott Matthew en Scott Matthews afzonderlijk van elkaar besloten deze in kort tijdsbestek van elkaar uit te brengen. Als liefhebber van beiden is het verschil meer dan duidelijk, maar naar buitenstaanders toe blijft dat toch verwarrend. Naar verluidt vreesde de introverte troubadour Scott Matthew het opdrogen van de inspiratie. Op Gallantry’s Favorite Son is daar weinig van te merken.

De flamboyance die nog van belang was op het debuut verdween reeds met de onvolprezen voorganger There is an Ocean that Divides. Gallantry’s Favorite Son neemt het pikdonkere sentiment van dat album over. De songs hebben veelal een ferme, diepe basis, maar blijven de kenmerkende eenvoud houden die Scott Matthew’s eigenzinnige stijl zo opmerkelijk maakt. Het gebruik van melodie is ingetogen, maar behoudt een doeltreffende spontaniteit en timing. Scott Matthew onderdrukt constant de snik die achter iedere muzikale zin kan worden verwacht en weerhoudt zich ervan uit de band te springen. Muzikale versierselen zorgen vooral voor atmosfeer en minder voor decoratie. De onderwerpen ontspringen wederom aan een uiterst individuele belevingswereld waarvoor Scott Matthew waarschijnlijk slechts door weinigen wordt benijd, ondanks de artistieke uitingen waar die de voedingsbodem voor vormt. In de poëtische lyriek is geen plaats voor optimisme. Zelfs verjaardagslied Felicity stemt tot melancholie en hij maakt zelfs van de atypisch zonnige westcoast cadans van The Wonder of Falling in Love een fascinerend stuk muziek.

Ook na drie albums veroorzaakt iedere hartenkreet van Scott Matthew, gezongen als een luide fluistering, nog voor een brok in de keel. Technisch bleven ook de interessante contrasten tussen de muzikale en melodische eenvoud en de metrisch onverewachts gedrapeerde vocalen die de luisteraar telkens weer één en al aandacht maken. In de meeste opzichten borduurt Gallantry’s Favorite Son dus geruststellend voort op de paden die deze even aandoenlijke als charmante muzikant eerder insloeg. Alle gemaakte beloftes worden ingelost. Daarnaast vernieuwt Gallantry’s Favorite Son juist vooral in de inzet en structuren van de vocalen.

De nieuwe ballades voegen een essentieel hoofdstuk toe aan een bijzonder oeuvre dat bij iedere beluistering emotionele reacties teweeg brengt. Scott Matthew blijft ongetwijfeld te excentriek voor het grote publiek en daardoor zal de haast spirituele intimiteit van zijn performances hopelijk beschermd blijven.

Read more...

Esmerine - La Lechuza

>> vrijdag 8 juli 2011

In bepaalde kringen hebben de bands Godspeed You! Black Emperor en Thee Silver Mt. Zion grote faam vergaard. Toch zullen in die kringen nog steeds velen niet weten dat percussionist Bruce Cawdron en celliste Beckie Foon al tien jaar lang daarnaast vooruitstrevende neoklassieke muziek maken als Esmerine. La Lechuza is het eerste album van de groep rondom dit tweetal in maar liefst zes jaar. Het is opgedragen aan de verleden jaar overleden singer-songwriter Lhasa de Sela, eveneens een opmerkelijke muzikante. In meerdere opzichten is La Lechuza vernieuwend voor Esmerine. De groep is gegroeid met onder andere harpiste Sarah Pagé en percussionist Andrew Barr. Andere bijdragen komen van Colin Stetson en Sarah Neufeld (Arcade Fire, Bell Orchestra).

Hoewel de ontwikkeling eerder een evolutie betreft dan een omslag is het effect aanzienlijk. Neoklassiek is een subgenre dat weliswaar geleidelijk aan aanhang wint, maar toch behoorlijk exclusief blijft. La Lechuza slaat echter middels deze lofrede een brug naar een ruimer publiek. Enkele composities die hun plaats op dit album hebben gevonden, volgen voor een belangrijk deel de regels van de onafhankelijke en eigenzinnige popsong. Het is dan ook weinig opmerkelijk dat juist Patrick Watson (bovendien een goede vriend van Lhasa) gastvocalist is. Esmerine’s muziek is veel ingetogener dan Watson’s eigen stijl en zijn vocalen zijn dan ook betrekkelijk bescheiden aanwezig. Het effect, zoals gezegd, is echter aanzienlijk. La Lechuza toont Esmerine in de grootse rijkdom aan klanken sinds de oprichting. Lhasa is niet alleen aanwezig in geest, maar postuum ook in de creatieve richtingen die voor dit album werden gekozen. De uitbreiding van de band is mede aan Lhasa’s visies te danken. Met die invloed zijn gelijk de soms volkse ritmesecties en wereldlijke accenten in de composities verklaard. Juist door de neoklassieke jas van Esmerine raken deze voldragen en krijgt het volkse een prachtige diepte die raakt aan de dramatiek in Lhasa’s eigen werk. Overigens horen we zelfs Lhasa zelf nog terug op het slotnummer, een niet eerder uitgebrachte versie van Fish on Land.

Esmerine beweegt zich in de kringen van Rachel’s, Clogs, de atmosferische werken van Balmorhea en zelfs iets van de intense nieuwe jazzklanken van het Portico Quartet. Het blijft daarin meer een dynamisch ensemble dan veel werk van minimalistische neoklassieke componisten. La Lechuza is een zachtjes kabbelend en tegelijk onverzettelijk meeslepend album waarin met name de nummers met medewerking van Patrick Watson ook ieder pophart zullen doen smelten. Het is nergens eenvoudig effectbejag, maar schittert telkens in fijnzinnig opgebouwde structuren en sequenties. La Lechuza is evengoed een mooie emotionele elegie als een fiere stap in een creatieve ontwikkeling.

Read more...

Thousands - The Sound of Everything

>> zaterdag 21 mei 2011

The Sound of Everything is geen album waar veel woorden aan moeten worden vuil gemaakt. Dit om de simpele reden dat het duo Thousands een zeer pure benadering van muziek offreert. Kristian Garrard en Luke Bergman beperken de middelen voornamelijk tot akoestisch gitaarspel en vocalen. Daarbij zijn imperfecties en het doorsijpelen van fieldrecordings toegestaan, evenals een sporadisch gastinstrument. In beginsel precies die ingrediënten van muziek die spontaan ontstaat en eigenlijk niet op een podium thuishoort. Naar The Sound of Everything luisteren is bijna voyeurisme.

Toch verdient de plaat het juist om te worden bejubeld. Zelden wordt er nog muziek aan een plaat toevertrouwd die tegelijkertijd zo organisch en traditietrouw klinkt en daarbij een sierlijke eenvoud toont die speelt met muzikale complexiteit. Thousands heeft de simpelste liedjes op The Sound of Everything gezet. De twee heren zijn begiftigd muzikanten, maar laten toe dan hun gecontroleerde ambitie menselijke zwakheden demonstreert. Het is haast onvoorstelbaar dat het duo zich op plaat en niet ergens in een geborgen wildernis bevindt. Thousands maakt de liedjes die opkomen tijdens stille wandelingen door bos, hei en duin. De dynamiek belichaamt het gevoel dat je in bevangen enthousiasme ervan weerhoudt te schreeuwen omdat dat geen effect zou hebben. Thousands verstaat de troubadours van de jaren ‘60s, maar verwerkt evengoed muzikale patronen die neigen naar vooruitstrevend klassiek. Vrijwel ieder lied heeft verrassende melodische momenten en creëert een ingehouden spanning door dissonanten op te zoeken of juist op te lossen. Het samenspel is daarbij een absolute lust voor het oor.

The Sound of Everything schittert door de eenvoud van Thousands’ aanpak. Het is muziek die gaandeweg het gemoed besluipt en daardoor een diepe indruk lijkt te hebben achterlaten ondanks alle subtiliteit.

Read more...

Glasser - Ring

>> maandag 16 mei 2011

Soms moet je terugkijken om bij de tijd te blijven. Glassers debuut Ring stamt van vorig jaar, maar het frisse geluid dat daarmee de wereld in kwam verdient ook nu nog aandacht. Gelukkig waren daar de opmerkingen van radiohost Guy Garvey (Elbow) om me de weg te wijzen.

Glasser was enige tijd het soloproject van Cameron Mesirow. Voor het album stal ze de show met het episch klinkende Apply dat uit niet veel meer bestond dan de geprogrammeerde beats uit het Apple programma GarageBand en haar hoge vocalen. Op Ring is Glasser uitgegroeid tot een stevige band om het veelal elektronische geluid aan te vullen. Hoewel beats en vocalen de hoofdingrediënten blijven vormen, heeft Glasser de arrangementen van plezierig volronde uiteinden voorzien. Het nummer Apply is ook voor de plaat een sterke binnenkomer. Het is direct duidelijk dat Glasser niet een doorsnee singer-songwriterproject betreft. Aan de vrouwelijke kant van dat genre bevindt ze zich tussen de venijnigheid van het strijdbare Bat for Lashes en de romantiek van de grootse pop in Florence + the Machine. Dat benadrukt de eigenzinnigheid van haar muziek, hoewel denkbaar is dat de grootse beats het ook bij een wijd publiek goed zouden kunnen doen. Het is opmerkelijk hoe Glasser in staat blijkt van rechtlijnige middelen als pregnante percussieloops en synthetisch overgeproduceerde melodielijnen simpelweg met haar lichte, bezwerende vocalen een haast organische psychedelische luisterervaring te creëren. Die karaktertrek wordt op het debuut flink uitgebuit.

Ondanks de aandacht vragende en fascinerende trips is het de vraag hoe het met de houdbaarheid van dergelijk geluid is gesteld. Dat gezegd zijnde, is juist door het gebruik van snel ontwikkelende software de muzikale tijdsgeest goed gevat en kan Ring daarmee een uitstekend historisch document blijken. Glasser heeft in ieder geval bewezen talent te bezitten, hetgeen zich uit in een origineel geluid waar zeker ruimte voor groei in zit, zij het misschien minder in absolute zin. De tribaal dronende beats en de wervelende folky vocalen gonzen in ieder geval in een aangenaam warme roes na.

Read more...

Fuzzy Lights - Twin Feathers

>> zaterdag 14 mei 2011

Door de alsmaar groeiende invloed van het internet is het een tijd geleden dat ik het genoegen smaakte een album te kopen daartoe geïnspireerd door het artwork in een rasechte onafhankelijke plantenzaak. Deze eer valt Fuzzy Lights nu ten deel. Fuzzy Lights blijkt achteraf minder obscuur dan misschien gedacht. Sowieso is Twin Feathers al hun tweede album en ook waren er enkele EPs. Daarnaast kregen ze door critici binnen het postrock genre, hoewel dat misschien een beperkte groep betreft, zeer positieve recensies.

Postrock kan veel omvatten en ik ben zeker geen adept van de traditionele of zware rock. Het is dan ook een plezier te merken dat Fuzzy Lights iets originelers voorstaat. De zwierige opener Obscura roept een dromerige, donker romantische sfeer op die Saint-Saëns een geliefd componist maakte. Daarbij valt de hoofdrol die de viool krijgt op. Een belangrijk stijlelement van Fuzzy Lights’ muziek is kennelijk het combineren van klassieke en akoestische klanken met de geluidswallen die rockende gitaren en drums kunnen opwerpen. Daarmee ontstaat een interessante balans die dynamisch wordt gebruikt in de veelal door minimalistische repetitie opgezette composities.

Zoals het de postrock betaamd is er behoorlijk wat ruimte voor instrumentaal werk, dus is het een bijzonder genoegen de prachtig heldere stem van Rachel Watkins te horen op Fallen Trees, terwijl Xavier Watkins op Through Water juist met een donker prevelen de genrebenoeming vereert. De minimalistische compositie The Museum Song is een moderne lofrede op traditionele Britse folk. Vervolgens raak je vervoert door de schitterende combinatie van viool, harmonium en contrabas in Lucida. Dat doet denken aan een mix van de filmmuziek van Preisner en de hartverscheurende songs van Moddi. Rituals blijkt geënt op een verrassend standaard, ietwat vlakke ballad, die desondanks goed in het geheel past. Naar het eind van het album verliest Fuzzy Lights echter de urgentie waarmee het Twin Feathers was opgezet. We horen in Shipwrecks gelukkig nog even de stem van Rachel, evenals in afsluiter The Sea and the Heather. Er volgt helaas geen muzikale of emotionele apotheose meer, waardoor de spanning van het album enigszins onbehandeld afglijdt. De kans laat op een zinderend eind laat men liggen.

Twin Feathers moet daarom als album superlatieven ontberen, terwijl de band die zeker verdient. Binnen het omarmde postrock genre vindt Fuzzy Lights een eigen pad. Dat levert erg mooie composities op. Om in trance te raken hebben we (gelukkig) trance niet nodig. Het is jammer dat Twin Feathers slechts afloopt met een lui ontwaken.

Read more...

Fleet Foxes - Helplessness Blues

Een anticiperende stilte overheerst voordat een band die liefhebbers en critici moeiteloos voor zich won een nieuw album uitbrengt. Helplessness Blues is inmiddels alweer enige tijd aan de publieke opinie overgeleverd. Voor de muzikanten zelf geldt dat echter al sinds hun EP Sun Giant. Na het geweldige indiesucces dat de eponieme debuutplaat bracht, moet het voorman Robin Pecknold duidelijk zijn geweest dat alleen volledige overgave Fleet Foxes in nieuwe richtingen kon dwingen. Naar verluidt uitte deze toewijding tot het beëindiging van zijn relatie. Een offer dat Helplessness Blues ten goede lijkt te zijn gekomen.

De ontwikkeling is samengevat in de eerste lijn van openingsnummer Montezuma: “So now I’m older”. Ouder worden heeft tot effect gehad dat de jeugdige bravoure van de beginnende band is vervangen door een subtielere aanpak van hun stijl. Hoewel minder bevangen door euforie presenteert deze ontwikkeling zich ook in krachtig bestierde stijlexperimenten. Geen zorgen voor de fans, want hun inmiddels iconische herinterpretatie van het communale gevoel van selecte jaren ’70 folk is gebleven. Daarbinnen vindt Fleet Foxes nieuwe wegen. Wederom zijn die getekend door het rijpen van de artistieke grondslag.

Boven alles heeft Fleet Foxes een intiemere sfeer gecreëerd die is getekend door openhartige persoonlijke ontboezemingen. Ondanks de persoonlijke gevoelens worden de songs nog regelmatig als groepshymnes gebracht. Op die momenten komt de dynamiek van hun ongeëvenaarde koralen tot leven. Één van de prachtigste voorbeelden daarvan is het haast religieuze Plains/Bitter Dancer. Fleet Foxes zou niet bestaan zonder folk, met name die folk die de cosmovisie van de Amerikaanse culturele smeltkroes uitdrukt. Fleet Foxes zou echter ook niet bestaan zonder klassieke koormuziek, kamermuziek en psychedelica. Dit culmineert in het langzaam opgebouwde The Shrine/An Argument dat uiteindelijk overspoeld raakt van ontroerende muzikale motieven. Vooral omdat dit nummer aanvankelijk werkt als een klassieke ballade voert het de emotionele druk op voordat er een epische ontlading volgt. Onwillekeurig wordt de luisteraar meegezogen in het emotionele appèl dat direct aan ons gericht lijkt. Robin Pecknolds herkenbare romantische pogingen in het reine te komen met zijn karakter worden weerkaatst in de vooruitstrevende composities, hetgeen dat web verder aanspant.

Helplessness Blues is niet alleen een token van muzikaal meesterschap, het belichaamt een van inspiratie vervulde band. Het begeesterd leiderschap van Robin Pecknold heeft de vruchten van de creatieve arbeid nog zoeter gemaakt. Groot zijn de muzikanten die gevoelens zo toegankelijk weten over te brengen. Fleet Foxes heeft een stilistisch dialect ontwikkeld dat leunt op nostalgie waarvan zelfs jongere muziekliefhebbers zijn doordrongen. Het is bijna onvoorstelbaar dat iemand totaal onbewogen naar Helplessness Blues kan luisteren. Het hypnotiserende effect van hun debuut deed genieten. Helplessness Blues nodigt uit tot afdalen naar diepere lagen van de ziel.

Read more...

The Leisure Society - Into the Murky Water

>> zaterdag 7 mei 2011

Na vele jaren van diverse projecten en vooral veel tegenspoed verwerkte Nick Hemming alles in songs van een ongekende pracht. Gezien het voorgaande was hij enigszins verbaasd toen in de formatie van The Leisure Society zijn talent plotseling wel ongereserveerd werd opgepikt. Debuutalbum The Sleeper werd een indiesucces en met name het nummer The Last of the Melting Snow werd terecht de hemel in geprezen. Door het succes rust het gewicht der verwachting op het vervolg Into the Murky Water.

The Sleeper was door de geschiedenis charmant bescheiden van opzet. Daar vinden we een belangrijk verschil met Into the Murky Water. The Sleeper was een onverwachts succes en dat staat op gespannen voet met het voortzetten daarvan. Into the Murky Water wordt getekend door de nieuw gevonden zelfverzekerdheid en is, waar functioneel, grootser opgezet hetgeen vooral de popkant van hun geluid aanspreekt en minder de folk, die nog altijd zegeviert in voormalige thuishaven de Willkommen Collective. Ondanks de totaal andere basis waarop dit album werd geschreven, houdt songschrijver Nick Hemming het verwantschap met het voorgaande in stand. The Leisure Society was een naam die paste bij het geluid, maar ten tijde van het debuut de achtergrond verloochende. Nu is dat meer in balans. Toch is de toonzetting van de teksten soms desolaat of gelaten en daarmee wordt toch nog altijd niet het relatief zorgeloze geluid van de arrangementen geëchood. Die donkere onderstroom is haast niet weg te denken bij het eigenzinnige karakter van The Leisure Society. Zelfs het opgewekte This Phantom Life krijgt dat mee. Waarschijnlijk vindt daar de intelligente, poëtische spitsvondigheid zijn oorsprong. Het is een merkwaardig huwelijk dat wonderwel werkt.

Zoals altijd met een goed vervolg dat eveneens een eerbetoon vormt aan een opvallend verleden is de verrassing kleiner. Gelukkig heeft The Leisure Society een ontwikkeling doorgemaakt die even goed te herkennen is als aansluit bij het geliefde geluid. Het is mogelijk zelfs nog uitnodigender op deze smetteloze opvolger. Into the Murky Water is zonder meer een must voor grote scharen die zich in bovenstaande gepresenteerd voelen. De lente is uitstekende timing voor een plaat die dat oer-Nederlandse woord gezelligheid belichaamt. Ontspannen en genieten zijn hier understatements.

Read more...

The Dodos - No Color

Vergeet Vampire Weekend, Yeasayer, namen die zo’n beetje gelijk staan aan percussiezware pop en Afrikaanse polyritmiek, The Dodos kunnen met dergelijke invloeden beter uit de voeten. Overdonderden ze nog met Visiter, op Time to Die namen ze gas terug. No Color is weliswaar één van die zeldzame albums waar ik moeilijk bij stil kan blijven zitten, toch biedt het een aardige mix van de overrompelende energie op Visiter en de meer bedachtzaam geconstrueerde songs op Time to Die. Dat alleen is voldoende aanbeveling.

The Dodos brengt ons muziek die minder hypegevoelig is dan voornoemde namen. Ze maken gebruik van de percussieve invloeden, maar later zich er minder door leiden. Zoals White Rabbits meer richting poprocksongs neigt, sluit The Dodos nog steeds aan bij schone pop als van The Acorn. Dat levert interessantere muziek op die dus nog evenzeer in staat is de botten te laten rammelen. Hoogtepunten zijn onder andere het van subtiliteiten doorspekte Sleep, een aanstekelijke song als Don’t Try and Hide It en gelaagde afsluiter Don’t Stop. The Dodos geeft het syncopatische, tribale karakter wat verfijning, niet in de laatste plaats door intrigerende omslagen, melodielijnen en geoliede samenzang waar nodig zonder over te gaan tot rockerig feestnummer. Bovendien horen we op No Color weer van die pakkende ideeën met vingervlug gitaarspel dat prima samenvloeit met de weelderige ritmes. Ondanks alle woorden van lof ben ik aan het eind van No Color toch minder geraakt dan ten tijde van Visiter en Time to Die. Een kleine smet waarmee ik ze maar snel laat wegkomen.

Read more...

The Unthanks - Last

>> zondag 27 maart 2011

Het ensemble dat sinds het vorige album Here’s the Tender Coming als The Unthanks (naar de twee zussen die aan de basis van de formatie staan) door het leven gaat, profileert zich voornamelijk met herinterpretaties. Het woord cover dekt hier echt de lading niet.

In eerste instantie vinden we traditionele volksliedjes die zorgvuldig zijn omgevormd tot muzikale hoogstandjes met hedendaagse bloedlijn. Dat uit zich niet in de voornamelijk klassieke akoestische bezetting van de groep, maar vooral in de arrangementen en subtiele intonatie van de vocalen. Daarin vinden we een meesterschap dat de oorspronkelijke traditionele melodieën tot ver boven hun gebruikelijke uitvoeringen laat uitstijgen. Het is even meeslepend als fascinerend om te horen. Op Last horen we veel terug van de vaste pianist van The Unthanks, Adrian McNally, die ook het titelnummer schreef. Dit lied doet meer aan als een popsong. Er zijn meer alternatieve keuzes. Zo vinden we een cover van Jon Redfern (een nog relatief onbekende singer-songwriter), Tom Waits, King Crimson en een van oorsprong theaterlied van Alex Glasgow. Enkele composities worden op dynamische wijze uitgerekt. Alleen al op die manier krijgen ze een ander karakter dan een eenvoudig liedje.

The Unthanks tonen op Last nogmaals dat hun unieke muzikale visie verstrekkende gevolgen kan hebben. Ongeacht oorspronkelijk genre weet het ensemble ieder lied mooi en aantrekkelijk te laten klinken. Over het hele album wordt naar schoonheid gestreefd die als vanzelf verankert lijkt in de arrangementen. Waar het de ‘quirky’ oubolligheid van traditionele melodieën betreft, geeft The Unthanks ze de kracht weer vele jaren mee te gaan. Laten we hopen dat de albumtitel slechts verwijst naar het gelijknamige nummer. The Unthanks maken een volstrekt eigen en zeer welkome aanvulling op het hedendaagse muzikale spectrum.

Read more...

PJ Harvey - Let England Shake

>> zondag 13 maart 2011

Al jaren bevindt PJ Harvey zich aan de top van het singer-songwriterwezen. Een nieuwe plaat gaat dus nooit onopgemerkt voorbij. Nu ik inmiddels enige tijd in Engeland verblijf, lijkt het niet meer dan toepasselijk om een album met de titel Let England Shake te vereren met enkele woorden. Wie weet vinden we een gepaste opvolger voor Badly Drawn Boy’s Born in the U.K. Natuurlijk heeft PJ Harvey’s Let England Shake daar weinig mee te maken. We gaan van autobiografische lofzang naar zwartgallige klaagzang. De gelijkenis houdt op bij de liefdevolle, grootse ambitie die beide platen uitstralen.

PJ Harvey maakt platen waarbij song, sfeer en melodie worden geëvenaard door de teksten. Dat vergeet je overigens even bij openingen als van The Glorious Land, dat cynisch de duistere aard van het land huldigt. Dit album heeft een boodschap. Het is niet in het bijzonder de belichaming van politieke denkbeelden, maar wel een maatschappelijk commentaar waarin oorlogsgruwelen de alledag uitmaken. Die militaristische ondertoon is eveneens een muzikale rode draad. Hierdoor wordt een fantastisch contrast gevormd met de afwisselend grimmige venijnigheid en ijzingwekkend mooie schittering in Harvey’s vocalen. De urgente, rauwe schoonheid van England is verbazingwekkend, terwijl In the Dark Places haast een klassieke jaren ’90 ballad lijkt. Let England Shake bezingt een duisternis die de luisteraar met bittere afschuw achterlaat.

Ook na een lange carrière maakt deze muzikante platen die wat te melden hebben. Waar veel artiesten juist als jongeling uit de school klappen, laait het vuur in PJ Harvey nu weer op. Let England Shake kan daarom mogelijk een nieuwe generatie liefhebbers aan zich binden. Protestplaat of niet, Let England Shake is in ieder geval een muzikale overwinning.

Read more...

The Bony King of Nowhere - Eleonore

>> donderdag 3 maart 2011

The Bony King of Nowhere maakte met het debuut Alas My Love over de gelederen van critici diepe indruk. Singer-songwriter Bram Vanparys, die achter deze naam schuilgaat, zou de druk op zijn schouders wellicht hebben kunnen voelen bij het creëren van de opvolger: Eleonore. Het tegendeel blijkt echter waar. Bram Vanparys is in zijn alter ego totaal bevrijd.

De ingehouden intieme controle die nog aanwezig was op Alas My Love heeft plaatsgemaakt met een stralende zelfverzekerdheid. Dat zijn bepaald geen loze woorden. Uit het gehele maakproces van de liedjes op dit nieuwe album spreekt dat Bram Vanparys zijn succes naast zich neerlegde om het te kunnen toppen. Waar bij veel bands een ‘directere sound’ en live inspelen betekent dat er rouwdouwerig met muziek en compositie wordt omgesprongen om die ‘organische catchiness’ te bereiken, oftewel holle prietpraat voor een hoop flodderige herrie, heeft het bij The Bony King of Nowhere een schitterend effect. Dat is een prestatie, want voor Eleonore gebruikte Bram Vanparys een volledige band. Zelf nam hij nog de gitaar ter hand en zong de koortjes in. Wel leidde hij die band door zijn eigen arrangementen. Één ding liet hij eender en dat is de betrokkenheid van Koen Gisen, hoewel die rol onderschikt werd aan Brams gegroeide visie. Eleonore bevat een aantal heel fijne songs. Zoals we The Bony King of Nowhere leerden kennen, zijn de teksten cryptisch en wijken de onderwerpen af van de standaard. Dat de nummers zelf getuigen van grote muzikaliteit maakt Eleonore een belangwekkende singer-songwriterplaat. Gezien zijn methode blijkt uit dit album dat Bram Vanparys een talent van formaat is.

Terwijl deze bescheiden openbaring de wereld raakt, werkt Bram Vanparys aan muziek voor een nieuwe Bouli Lanners prent: Les Géants. Recentelijk maakte die het opmerkelijke Ultranova en Eldorado. Dat belooft dus een bijzondere samenkomst. Tot die tijd is er deze geweldige opvolger van Alas My Love.

Read more...

Vinsky Project - Acquire the Taste

>> woensdag 2 maart 2011

Acquire the Taste is een toepasselijke titel voor dit vierde album van deze Amsterdamse band met internationale wortels. Het is voor mij een kennismaking en Vinsky Project laat direct van zich horen met een explosieve mix van stijlen waarin van alles lijkt te kunnen gebeuren. Sinds Apocalyptica is men wel wat gewend van de cello, maar in Vinsky project lijkt die veelzijdigheid slechts een facet van het geheel. Wie na twee minuten denkt met een creatieve progressive rockband te maken te hebben, heeft het slechts enkele minuten bij het rechte eind.

In plaats van dergelijke rechtlijnigheid schiet Vinsky Project diverse kanten op. De pittige vocalen van Paulina Dubaj sturen aan op een harde aanpak, voordat een temperende tederheid zijn intrede doet. Dat soort omslagen zijn een kenmerkend onderdeel van de begeleiding. Het is zonder meer op die momenten dat Vinsky Project indruk wekt. Schijnbaar moeiteloos buigt de band voortvarende rock om in rustige kamermuziek en speelt niet veel later een gemoedelijke cadans van een folksong. Dat laatste is een voorname rode draad. Vinsky Project heeft weliswaar een Nederlandse basis, maar er maken ook Poolse en Hongaarse muzikanten deel van uit. Die brengen bovendien alternatieve instrumenten met zich mee. Hoewel de Balkan prominent als invloed wordt genoemd, is het effect op Acquire the Taste niet vergelijkbaar met momenteel gehypete Balkanpop. De populaire inslag ligt immers dichter bij indierock dan indiepop. Bovendien geeft de band zelf ook Latijns Amerika als inspiratiebron. Dankzij dit eclecticisme komt het resultaat eerder in de buurt van Rupa & the April Fishes of zelfs Oi Va Voi. Desondanks blijft het concept van Vinsky Project duidelijker dan de anekdotische stijlkeuzes van Rupa. Dat levert over het geheel een evenwichtigere plaat op die in zijn samenstelling blijft fascineren. De onderstroom van het onverwachtse is daarbij een sterke troef. De luisteraar leert de stijl van de band langzamerhand kennen, terwijl Vinsky Project zelf gedurende het album blijft diversifiëren.

Net als het Belgische DAAU ontstijgt Vinsky Project op gedreven wijze de vermoede gimmick. Het feit dat hier het wereldlijke en instrumentbeheersing samensmelten in gecontroleerd rockende songs maakt het bovendien toegankelijker. Een beetje durven moet je wel. De uitdaging ligt per luisteraar wellicht op een ander vlak. Toch is de kans reëel dat Vinsky Project vroeger of later de juiste snaar raakt. The Hollow Tree is daarvoor ongetwijfeld een uitstekend uitgangspunt.

Read more...

Talons' - Songs for Boats

>> dinsdag 1 maart 2011

Singer-songwriter Mike Talon is een man van concepten. Dat spreekt al uit de verpakking van dit nieuwe album, Songs for Boats, de logische opvolger van Songs for Babes. Het album zelf is ook uit een duidelijke gedachte geboren. Tijdens Mike’s verblijf in Spanje zakte de wereld in recessie en op zijn gebruikelijke, dromerige wijze kwamen Mike’s gedachten op de uitdaging van thuiskomst, nadat de wereld dezelfde niet meer zou zijn. Een boot is dan een hoopvolle gedachte. Noach ging hem immers als herder al voor. Talons’ neemt echter een veel bescheidener positie in, hetgeen hier met recht het label pastorale folk oproept.

Ondanks de ingetogenheid, die gedurende heel Songs for Boats aanhoudt, heeft Talons’ sound een ontwikkeling doorgemaakt. Het klinkt eenduidiger en warmer dan voorheen. Veel tierelantijnen komen er niet aan te pas. De gitaar en stem vormen de basis. Waar wel wordt gearrangeerd, gebeurt dat doorgaans in volronde basklanken onder spaarzaam geplaatste en uitgerekte accenten. Meer dan op Songs for Babes doet dit de folksong zegevieren in plaats van de über-eenvoud van het lo-fi karakter. Die eenvoud is overigens wel weer terug te vinden in de teksten die dit keer minder op humor spelen dan op Songs for Babes. Met het vergaan van de wereld op het netvlies is het ongetwijfeld minder voor de hand liggend goed geluimde grappen over Spaanse seňoritas te verwerken. Dat neemt niet weg dat boten in alle vormen en maten en het deinen van het water onmiskenbaar zijn op Songs for Boats.

Talons’ geluid was een aantal jaar terug een welkom rustpunt in de muzikale tijdsgeest, maar kwam in een golf van soortgelijke folkpop, waardoor inmiddels waarschijnlijk niemand op zal kijken van Songs for Boats. In die context is Talons’ echter wel de moeite waard. De songs zijn met zorg in elkaar gestoken en zullen iedereen vriendelijk tegemoetkomen. Op voorzichtige wijze zijn extra lagen geluid aangebracht die doen denken aan de eerste plaat van Adem. Uitgesprokenheid is hier niet van belang. Dit is het land van hoop en berusting en dan vertrouwen we liever op iets dat reeds ontvankelijk klinkt.

Read more...

Moddi - Floriography

>> zaterdag 26 februari 2011

Al bij beluistering van zijn voorgaande EP schoot het door mijn hoofd. Moddi kan waarschijnlijk het best worden omschreven als de Noorse Damien Rice. Niet dat ik verwacht dat dit door de massa worden onderschreven, maar de even kale als theatrale songs van de Noor bezwijken haast onder de emotionele last. Bij Damien Rice, met name zijn eerste album, was dat niet anders. Moddi heeft alleen zijn wat moeilijk in het gehoor liggende stemgeluid niet mee. Hoewel in combinatie met zijn dictie en hortende intonatie een intrigerende dynamiek ontstaat, zal de minder geoefende luisteraar er wellicht direct zijn neus voor ophalen. Laat dat degene die de moeite neemt niet gebeuren.

De songs zijn over het algemeen traag en worden slechts bij uitzondering luid en enerverend. Voor het grootste gedeelte beluistert het prachtig getitelde, Floriography, als een duister wiegenlied. Moddi creëert in eerste instantie uitgestrekte lege ruimtes. Daarin introduceert hij flarden van geluiden, alsof een schip langzaam in en uit zicht opdoemt voor een benevelde, in drukkende kou gehulde, havenstad. De uitgetrokken deinende accordeonklanken en ijle vioolharmonieën versterken dit beeld. Hoewel er een onderstroom van huiselijke warmte aanwezig is, blijft Moddi heel Floriography dwalen langs de winderige wildernis van de kust. Zijn teksten verpakken diepe emoties in met wetenschap flirtende beeldspraak. Voor de één misschien pretentieus, terwijl het voor de ander fascinerend kan zijn. Het Noors in de slotsong maakt echter dat elke onzekerheid die daarover bestaat, wordt weggevaagd (tenzij de luisteraar het Noors tot zijn kennis rekent).

Moddi verheft zijn fluisterexpressie tot een kunst. Het is niet altijd even makkelijk doordringbaar. Wie Floriography zonder enige vooringenomenheid benadert (lastig na het lezen van een recensie), kan door Moddi naar de diepere lagen van ons bestaan worden gelokt waar gevoel en observatie naadloos op elkaar aansluiten.

Read more...

This Is the Kit - Wriggle Out the Restless

This Is the Kit, de uitlaatklep van Kate Stables, heeft Wriggle Out the Restless de opvolger gemaakt van Krulle Bol. Krulle Bol was een onverwachts indrukwekkend debuut. Alleen wie door de voorzichtig gewogen invloeden heen luisterde werd bevangen door de sluipende overmeestering van This Is the Kit. Wriggle Out the Restless heeft dus iets om na te streven.

Kate Stables heeft gelukkig weinig gemorreld aan de formule die Krulle Bol zo bijzonder maakte. Het is vanaf het eerste moment duidelijk dat ze dicht bij de folk blijft, hetgeen zich met name uit in de melodie en expressie van de vocalen. Het instrumentarium kan flink uiteen lopen, maar er is wel degelijk een rode draad die wordt gehandhaafd. Als een volleerde chef, zit ook op Wriggle Out the Restless het plezier in de verfijnde balans. Er is een veelvoud aan invloeden die zijn weg naar de voorgrond van de songs van This Is the Kit werkt. Dat zorgt ervoor dat het album diverse zijwegen kan inslaan en toch dezelfde richting blijft volgen. In de melodieën is een zekere mate van abstractie te herkennen die zorgt voor korte repetitieve lijntjes. Dat voegt op eenvoudige wijze complexiteit toe aan de composities.

Mijn vergelijking van voorheen met Ane Brun gaat eigenlijk niet meer op. In feite past ze uitstekend in de opkomende lofi hedendaagse folkpop die zowel haar Franse als Engelse wortels een uitstekende voedingsbodem geeft. This Is the Kit maakt muziek die het best gedijt in een intieme setting. Dat haar muziek geen massale aantrekkingskracht heeft, maar vooral op kenners een hypnotiserende uitwerking zal hebben, is in dit geval een voordeel.

Read more...

Happy Camper

>> maandag 21 februari 2011

In het kielzog van DWDD hier een oordeel over het geheel. Happy Camper lijkt op papier haast een bloemlezing uit de contemporaine Nederlandse indiepop. De veertien nummers die de plaat kent presenteren de medewerking van veel van de voorname Nederlandse alternatieve popmuzikanten. Alleen al daarom is Happy Camper bij voorbaat de moeite waard. Je voelt je of direct thuis tussen diverse bekenden of je krijgt een grondige introductie op enkele hedendaagse talenten. De krant Trouw vatte dat laatste behoorlijk letterlijk op en voelde zich meegenomen op een kampeertrip. Hoewel Happy Camper duidelijk bol staat van de samenwerkingen, is het uiteindelijk het project van toetsenist Job Roggeveen (El Pino & the Volunteers).

In feite volstaat op deze plaats alleen een volledige lijst van de meewerkende gastvocalisten: Bouke Zoete (The Kevin Costners), Leine, Odilo Girod (Coparck), Marien Dorleijn, Ricky Koole, Tim Knol, Appel, David Pino, Janne Schra (Room Eleven), Johannes Sigmund (Blaudzun), Helge Slikker, in volgorde van verschijnen. Het schiet zijn doel voorbij ieder nummer aan de hand van de vocalist te bespreken. De zorgeloze opener met Bouke Zoete zet de toon op fantastische wijze en tovert een glimlach op het gezicht die niet snel meer verdwijnt. Niet dat Happy Camper een plaat is vol zonovergoten vrolijkheid wat de klok slaat, maar het zijn wel allemaal heel fijne liedjes die met veel meer zorg dan bij een gemiddelde gelegenheidssamenwerking in elkaar zijn gezet. Ook even aandacht voor het nummer van Tim Knol. Iedereen loopt weg met zijn eigen plaat die ik in al zijn herhalende behoudendheid op zijn best onderhoudend vond. A Small Step for Mankind klinkt echter tegelijk volwassen en alsof de zanger een dagje uit mag. Dat fleurt de hele performance op. Dergelijk patroon kleurt de hele plaat. Idiosyncratische stemmen als van Odilo Girod en Johannes Sigmund blijven netjes binnen de lijntjes van Job Roggeveen, terwijl er alle vrijheid is de muzikaliteit van het gezelschap te benutten. Gezien de onmiskenbaar aantrekkelijke kwaliteit van de liedjes is het niet verwonderlijk dat de vocalisten zich graag Jobs gast noemden.

Het grootste nadeel van Happy Camper is waarschijnlijk dat het moeilijk zal zijn om een concertreeks met alle participanten te starten. Die gelegenheden waarbij Happy Camper wel ergens in zijn geheel neerstrijkt moeten dan ook niet ongemerkt voorbij gaan. Happy Camper is een album waarmee je vrijwel iedereen met een gerust hart veel luisterplezier kunt wensen zonder de gezonde dosis creativiteit met Nederlandse jazzy, folky, rootsy en country popwortels begrensd te zien.

Read more...

Hannah Peel - The Broken Wave

>> zondag 20 februari 2011

Na haar smaakvolle EP Tra Mhor lag een langspeeldebuut in de lijn der verwachtingen. Met The Broken Wave creëert Hannah Peel een pad voor haar muzikale talent onder eigen naam. Ze speelde eerder al met het charismatische Tunng en het stijlvolle The Unthanks, maar werkte ook samen met wereldmuzikant Nitin Sawhney, die op dit debuut tekent voor twee van de strijkarrangementen. Deze achterban geeft een brede creatieve bakermat aan en dat blijkt ook uit de nummers op The Broken Wave.

Tra Mhor was half-om-half traditionele folk en eigen werk. Met openingsnummer The Almond Tree, maar ook drie andere songs maakten we daar reeds kennis. The Broken Wave bevat namelijk nog dezelfde twee traditionals, die het album afsluiten. Zoals we al weten van Tra Mhor bezit Hannah Peel de gave om traditionele folk een volstrekt hedendaagse uitstraling te geven. Haar eigen nummers bezitten mogelijk nog wat meer kracht en vrije creativiteit. Ondanks de persoonlijke dieptes die daar worden ontdekt, blijft de basis van de meeste songs eenvoudig en klassiek. Vooral in het reeds bekende Solitude bereikt dat grote hoogtes. Dat siert Hannah, die als folkzangeres met haar licht gedragen timbre zeker haar mannetje staat. Het is niet ingewikkeld de sporen van traditionele folk in haar moderne songs terug te vinden. Daardoor behoudt het album het organische ensemblegevoel. Er wordt gebruik gemaakt van synths op een manier die de songs slechts siert. Het plezierigst zijn de melodische wendingen die de liedjes een onverwachts randje geven. Op die wijze blijven de songs plezierig luisterbaar, terwijl ze persoonlijke vrijheid tonen. The Broken Wave is een fijn album met verfrissende klassiekers van een duidelijk talentvol muzikante.

Read more...

Left With Pictures - In Time

>> zondag 16 januari 2011

Het album In Time van het sympathieke Londense Left With Pictures is het resultaat van een jaar songschrijven. Over 2010 stelde de band zich ten doel iedere maand een nieuw lied uit te brengen dat voor degenen die zich inschreven gratis downloadbaar was. Uiteindelijk was het altijd al duidelijk dat dergelijke serie van twaalf nummers zich uitstekend zouden lenen voor een nieuwe plaat en dat is wat nu verkrijgbaar is.

Het aardige van deze werkwijze is dat nu ieder lied een impressie van een maand probeert te vangen, maar dan wel die maand in 2010, terwijl ze zo achter elkaar voor albumkopers juist in 2011 zullen worden genoten. Het zal de pret slechts verlengen, want op In Time vinden we nummers die de folky kamerpop van Left With Pictures eer aandoen. De klassieke eenvoud waarmee melodieën door deze groep worden gesmeed, blijven telkens weer een aangename aanvulling op de dag. De toon is niet overdreven vrolijk en wordt nergens donker of naargeestig. De voornamelijk akoestische bezetting van de arrangementen klinkt dynamisch en solide. De verrassing is er inmiddels af, maar de kunst blijft bestaan.

In Time vangt de luisteraar in de treincadans van Constantly en verleidt tot meezingen op St. Dominic. Hoewel er enkele nummers zijn die ietwat eentonig overkomen, tovert Left With Pictures regelmatig een glimlach op je gezicht. Het sobere, haast volledig in close harmony uitgevoerde nummer voor oktober, October Waits, is zeker een hoogtepunt en een showcase for het pure talent dat de band bezit. River Avon is simpelweg vertederend en Go Simon, Go! doet heerlijk ouderwets aan. In Time bezit met voorzichtig gebruik van elektronica ook wat nieuwe ideeën. Deze maken de nummers pakkend en poppy, maar kunnen ook nog wat groei gebruiken. De constante factor van de songs zijn zeker de buigzame, vriendelijke en zangerige vocalen die alle melodieën op organische wijze stroomlijnt. Als extra bonus is er voor ieder nummer ook nog een clip beschikbaar, waarvan enkele plezierig inventief.

Left With Pictures blijft aantonen dat ze door het manipuleren van klassieke songschrijftradities zowel fris als aangenaam tijdloze liedjes maken die het verdienen om door grote groepen te worden omarmd. Of dat ooit zal gebeuren of Left With Pictures tussen de quirky ensembles zal blijven steken zal de tijd leren. Ik vermoed dat ze in iedere omgeving kunnen floreren.

Read more...

Gregory and the Hawk - Leche

>> zaterdag 15 januari 2011

Gregory and the Hawk is geen band en ook geen man. Het is het singer-songwriter project van de Amerikaanse Meredit Godreau. Leche is alweer haar derde album. Haar stijl lijkt op deze plaat tot volle wasdom te zijn gekomen. Haar meisjesachtige stem weet nu met onmiskenbaar volwassen arrangementen mooi samenspel en schitterende contrasten te vormen, terwijl ook gestripte momenten evenwichtig blijven.

Het toeval wil dat Gregory and the Hawk haar UK toer hier in Leeds beëindigde. Vanzelfsprekend toog ik daar naartoe. Helaas was ik weinig onder de indruk van de vermoeid overkomende live performance van Meredith. Hoewel de charmerende kwaliteit van haar songs nog wel in de voorstelling doorsijpelden, werd de magie van het album nooit geraakt. Op de opnames van Leche zelf is er niets van vermoeidheid te bespeuren en zijn de songs veel rijker aangekleed. Dat is niet altijd nodig, maar voegt wel stilistische kenmerken toe die de folkuitstraling gericht overstijgen. De muzikale accenten kunnen soms behoorlijk scherp en stevig zijn aangezet, zoals op Over and Over en Soulgazing, die daarmee over de grenzen van het bredere hedendaagse folkgenre heenkijken. Hoewel het harpspel van Gregory and the Hawk simpel te noemen is, zijn het de nummers die harp als basis gebruiken die met name weten te schitteren. Landscapes is erg sterk, maar het zal ongetwijfeld Leaves zijn dat na beluistering in ieders geheugen staat gegrift. De repetitie in de teksten en het opvallende ritmische karakter is aangrijpend. De luisteraar die niet voor één gat is te vangen zal merken dat heel Leche uitblinkt in opmerkelijk diverse herinterpretaties van folksongs. Het is de variërende aankleding van de songs die dat met name demonstreert. Enkele nummers hadden op een popalbum niet misstaan en dat kan worden gelezen in positieve zin.

Twee keer folk op één avond had veel beroerder uit kunnen pakken dan met de heerlijke albums van Gregory and the Hawk en Ólöf Arnalds. Ik vergeef en vergeet het armzalige optreden graag om de loftrompet te kunnen steken over het fijnzinnige album dat Leche is.

Read more...

Doelstelling van deze blog

Meer aandacht voor het (nog) onbekende. In tenui labor of toch niet?

Mededelingen

Donderdag 1 juli: deze week weer een frisse herstart verwacht.
Kort reces tot 13-05-10.
Na een kort reces vandaag (24-02-10) weer aan de post. Inmiddels is deze blog twee jaar geworden!
Gedurende december zullen er minder recensies worden geschreven
21-31 augustus: tijdelijk even geen recensies ivm een kort reces
Zondag 14 juni: Creative Commons licentie BY NC ND van toepassing op alle inhoud
Woensdag 3 juni: zoekfunctie en auteursrechtenonderdeel toegevoegd
Dinsdag 19 mei: template aangepast, hopelijk verbeterd
Vrijdag 15 mei: nieuw template; ontwikkeld door Ourblogtemplates.com, 2008

Auteursrechten

© Copyright Benjamin N. Vis

Uitgezonderd waar anders vermeld, is op alle inhoud van deze blog een Creative Commons Attribution 3.0 License van toepassing. Deze is hieronder gespecificeerd als CC BY NC ND. Voor meer informatie klik op de links aldaar.

  © Blogger templates Inspiration by Ourblogtemplates.com 2008

Back to TOP  

Creative Commons License
werk van Benjamin N. Vis, Nieuwe Geluiden is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-Niet-commercieel-Geen Afgeleide werken 3.0 Nederland licentie.