Deastro - Moondagger

>> vrijdag 17 juli 2009

De collage van de cover van Moondagger is een voorbode van de muziek die je op deze plaat aantreft. Nu is dat geen verassing voor diegenen die de compilatie Keepers al kenden. Na Randolph Chabot’s muzikaal onbevredigende tienerjaren volgde een muzikale openbaring, die leidde tot een flink aantal optredens in de Detroit scene als alter ego Deastro. Een selectie uit de vele songs die hij in die tijd maakte (ver voordat officiële relaeses in zicht waren) is te vinden op Keepers. Middels alter ego Deastro raakt Randolph Chabot in een buitenaardse extase. In zijn visionaire trance vechten allerlei invloeden om zijn aandacht. Daaruit componeert hij popsymfonieën in epische proporties, waarin eclecticisme hoogtij viert. De intensieve composities bevatten compacte vormvarianten van elektronica. Spontaan ontstaan combinaties van genres en stijlen die zowel vloekend als harmonisch samenkomen. Het is een spannende zoektocht naar een overtrokken kosmische schaal van wereldlijke legendes. Deze ongereserveerde werkwijze heeft hij gemeen met typische Portland bands als Menomena! en Danny Seim’s solo showcase: Lackthereof, of ook het theatrale Parenthetical Girls. Moondagger is een aanrader voor mensen die houden van over the top en misschien zelf ook wat jeugdige onbezonnenheid hebben bewaard. De kosmos van Deastro zuigt je naar binnen en spuugt je verbaasd weer uit.

Read more...

Elizabeth & the Catapult - Taller Children

>> donderdag 16 juli 2009

Eigenlijk is het meer een bevestiging dan een verrassing dat Elizabeth & the Catapult uit Brooklyn afkomstig zijn. Toch kozen ze ervoor hun debuutalbum daar niet op te nemen, maar togen ze naar Presto! Recording Studios in Omaha, Nebraska voor inspiratie. Het album heeft onder het verlaten van de stad geenszins te lijden gehad. Elizabeth Ziman is gezegend met een prettige, zachtaardige, karaktervolle stem, die zich goed leent voor een grote diversiteit aan intonaties en interpretaties. Daar wordt dan ook dankbaar gebruik van gemaakt. Taller Children is een album gevuld met aangename, goed in het gehoor liggende en zeer aanstekelijke songs. Dit strekt tot aan de Leonard Cohen cover Everybody Knows. Het heeft een zeer eclectische en vaak opgewekte stijl waarin pop, folk, jazz en rock moeiteloss samenvloeien. Elizabeth treedt met haar Catapult alle genres onbevreesd, met open vizier tegemoet. Daarbij slaat ze de plank geen enkele keer mis en dat is een hele prestatie.
Afgezien van dankbare vergelijkingen met andere creatievelingen uit New York, zijn er ook andere namen te noemen. Zo moet ik denken aan het eveneens verrassende debuut van A Fine Frenzy, de felle pop van Kate Nash, de excentrieke kwaliteiten van Feist en het mainstream gevoel van Sara Bareilles. Daarnaast behoort het dromerige en lieflijke sfeertje van bijvoorbeeld een Katie Melua tot de mogelijkheden, hetgeen zelfs kan omslaan tot loungy ontspanning, zoals in Right Next To You. Onverwachts steken ook kenmerken van troubadourachtige structuren de kop op, waarvan de wereldlijke verhalen van Aimee Mann zich bedienen. Ten slotte lijkt het album vooruit te blikken naar het debuut van Florence + the Machine dat nog maar net het levenslicht zag.
Met zoveel vergelijkingen in het vooronder is het wellicht niet makkelijker geworden om een voorstelling van de muziek te maken. Belangrijker is het om te weten dat Elizabeth _ the Catapult spelen met cliché’s zonder ze zelf te herhalen. Dat doen ze met een spitsvondig gevoel voor humor en oprechte emotie. Onmiskenbaar kinderen van deze tijd, weten ze toch een nostalgisch gevoel op te roepen, waardoor de schoonheid tijdloosheid krijgt. Taller Children moet echter niet worden verward met een zweverig album. In plaats daarvan is er veel afwisseling met een flinke groove en een scherpe punch. Het besprenkelt langzaam je oren met een heel klein toefje magie en dat is alles dat je mag wensen van een goed album. Taller Children is een vindingrijke, eerlijke, onbezorgde en vooral hele leuke plaat!

Read more...

The Dodos - Time To Die

Hebben The Dodos hun wilde haren verloren? Nadat het album al even op internet was uitgelekt, hebben de fans deze derde plaat van The Dodos uit San Francisco waarschijnlijk al aan een kritisch oordeel onderworpen. Er zijn twee voorname verschillen met voorganger Visiter. Ten eerste is live bandgenoot Keaton Snyder, de vibrafonist, nu een vast bandlid op het album geworden. Daarnaast lijkt de storm van hun tweede album op Time To Die te zijn gaan liggen. Percussie blijft een eigenzinnige karaktertrek, maar het drammerige is er wel vanaf. Dat geeft Time To Die een uitnodigendere uitstraling dan het wat bruuske Visiter. De songs op dit album zijn bedachtzaam van vorm ten opzichte van het nog overmoedig spetterende Visiter. Deze uitgegroeide versie van het duo zit echter als gegoten. De composities zijn uitermate strak, de vocalen heel netjes verzorgd. De relatieve rust geeft een opening voor echt mooie harmonieën, zoals in The Strums.
Gelukkig hebben deze ontwikkelingen niet de oorspronkelijkheid van The Dodos ingeperkt. Integendeel. Alle stukjes lijken op Time To Die een perfect passende plaats te vinden. Daardoor kan alle schoonheid die op Visiter aanwezig was hier tot een nieuw geheel van klanken groeien. Het album dringt zich minder op, loopt minder met zijn kwaliteiten te koop en dat siert. Aan de andere kant, zoals vaak met vernieuwende geluiden, is het experimentele randje van The Dodos nu minder geaccentueerd. Zo loert het gevaar dat je Time To Die op eerste gehoor wat vlak vindt. Gun het de tijd en er komt opnieuw een schitterend, origineel folkplaatje tevoorschijn. The Dodos hebben nog steeds scherpe, vingervlugge en ongeremde uitspattingen, waarmee ze op een spannende manier de aandacht opeisen. Vervolgens weten ze zonder uitzondering te verrassen met bijna lieflijke en wonderschone melodische laagjes die overal rustig tussendoor lijken te sijpelen. Het geeft Time To Die een diepe textuur met intrigerende complexiteit in de composities. Doordat Time To Die me bij tijd en wijle zachtjes lijkt te sussen, voel ik me nu nog makkelijker persoonlijk verbonden met de wonderlijke Dodos.

Read more...

Engineers - Three Fact Fader

>> woensdag 15 juli 2009

Het eponieme debuut van de Britse band Engineers ging aan het grote publiek vrijwel ongemerkt voorbij. Achteraf had dit album meer verdiend. Met een geluid dat duidelijk op soundscapes gericht was, maar trouw bleef aan de Britse indiepopformule, had Engineers namelijk een originele troef in handen ten opzichte van bijvoorbeeld Sigur Rós en Sickoakes. Opvolger Three Fact Fader schudt de anonimiteit direct van zich af. Dit komt in eerste plaats al door het opvallende, knallende artwork van Tom Sheehan; op zich al de aankoop waard. Voor dit album nam de band producer Ken Thomas in de arm, die eerder werkte met bekende acts als Maps, M83 en Sigur Rós. Hoewel Three Fact Fader al in 2007 klaar lag, is de uitgave nu pas een feit.
Stuwende composities van dikke instrumentale en vocale lagen zijn het melodische recept voor een redelijk fel golvend album dat, desondanks een bijna wollige productie kent. Treffend zijn de prachtige akoestische intro’s. Een nummer als The Fear Has Gone toont hoe goed Engineers ook op andere vlakken is. Het is album ritmischer en iets steviger dan het debuut uit 2004. Er is ook meer ruimte voor experiment, waarmee de band zich zo af en toe waagt aan een andere klankkleur. Gelukkig is de eenheid op het album, net als voorheen, even sterk aanwezig. Toch zal Three Fact Fader misschien net iets makkelijker te pruimen zijn voor breed georiënteerde groepen. Door groeiende diversiteit en soepele wisselingen in ritme schuift Engineers nog verder op naar geluiden als My Architects en British Expeditionary Force. Deze richting mag door de alternatieve Britse scene van mij verder worden uitgediept. Omdat de bands minder rauw klinken, laten ze je de typische bandjessfeer op een andere manier ontdekken. Dat geeft een fris geluid in een overvolle markt. Niet iedereen zal besluiten de overstap van hippe postpunk naar ambient-pop te maken. Voor diegenen die wel willen variëren heeft Engineers nu twee ijzersterke albums klaar. Laat hun ontegenzeglijke kracht je meeslepen.

Read more...

Wendy McNeill - A Dreamer's Guide to Hardcore Living

>> dinsdag 14 juli 2009

Ondanks haar indrukwekkende staat van dienst, had ik nog nooit kennis gemaakt met de muziek van Wendy McNeill. Met vijf albums op haar naam en gretige afname van haar muziek voor indie films, theater- en dansvoorstellingen, vindt ze met haar huidige album, A Dreamer’s Guide to Hardcore Living, een goed onderkomen bij Excelsior. Haar begiftigde accordeonspel dat op vele momenten een belangrijke rol speelt, wekt de indruk dat de van oorsprong Canadese singer-songwriter eenzelfde soort album als Anni Rossi’s Rockwell voor ogen heeft. Een duidelijk fundament van classicistische structuren en traditionele folk komt daarmee ook grotendeels overeen. Strijkers zijn belangrijk op A Dreamer’s Guide to Hardcore Living. Om de warmte en energie van haar live optredens te vangen, is het album opgenomen op twee inch tape in een zuid Zweedse schuur. De werking van het ruige lenteweer is nu op de plaat te horen.
Door een subtiele productie, waarbij een prettig, eclectisch scala aan instrumenten werd toegevoegd, heeft Christoffer Lundqvist de sfeervolle folksongs verrijkt en versterkt. Een referentie aan Bowerbirds is op zijn plaats, hoewel de volle wasdom van die orkestraties nooit wordt geëvenaard. Zo-ook andere folkacts die weten tradities op vooruitstrevende wijze naar hun hand te zetten, zoals Ben Sollee en Lou Rhodes. Wendy McNeill raakt met A Dreamer’s Guide to Hardcore Living op ingetogen wijze een dromerig gevoel. In haar songs spelen vaak dierlijke personages een mysterieuze en magische rol. Dat betekent niet dat het ontspannen wegdromen is. Haar excentrieke, magisch realistische kijk op de wereld snijdt diepe thema’s als verleiding, verlating, hoop, geloof en liefde. Haar vocale talent ondersteunt dit door spaarzaam gebruik te maken van drama en gesproken woord. Daardoor krijgt haar performance een fel randje waar nodig en een interessante hedendaagse urgentie die andere folkplaten missen. A Dreamer’s Guide to Hardcore Living is een bekoorlijke nieuwe ster aan Wendy McNeill’s muzikale firmament.

Read more...

Talons' - Songs for Babes

>> maandag 13 juli 2009

Talons’ is een soort consortium van drie muzikale duo’s. Onder leiding van Keith en Linda van Trouble Books wordt samengewerkt met duo Jake en Jen van Dinomania en duo Angie en Sommer van Rough Giraffe. Daarom is Talons’ eveneens gevestigd in Akron, Ohio. Het resultaat is Talons’ en hun eerste product heet Songs for Babes. Dit is op enkele uitzonderingen na een intieme collectie kleine miniatuurtjes. Slaperige liedjes om stille momenten mee te koesteren. Op het album heerst een lijzig sfeertje door de lo-fi productie. De liedjes hebben wat weg van Peter & the Wolf, Adem, Tara Jane O’Neil en soms door subtiele elektronica ook Jason Lytle. Vanzelfsprekend ligt het werk ook dichtbij de basis: Trouble Books en, in mindere mate, de luisterliedjes van Dinomania en de excentrieke, sobere folkballades van Rough Giraffe (of is het nu eigenlijk Sommer and the Easter People?). Een mooie mix die zorgt voor schetsmatig uitgestrekte, elektronische klanktapijten van rustige noise en natuurlijke sampletjes waarover de, vaak tragikomische, vocalen zijn gedrapeerd. Zo onstaat er een gevoelig mengsel van melancholische droevenis met spontane humor. Songs for Babes blijft altijd vriendelijk en ingetogen, maar weet voorzichtig vooruitstrevend te zijn in verrassende vondsten.

Read more...

The Dry Spells - Too Soon for Flowers

>> zondag 12 juli 2009

Zoals vrijwel iedere jonge band, heeft ook The Dry Spells een lange aanloop nodig gehad voordat hun debuut Too Soon for Flowers kon worden gerealiseerd. Wat begon met een song geïnspireerd op de onfortuinlijke dood van een negenjarig meisje door een onbedoeld schot van een jager, terwijl zij bladeren aan het rapen was, komt nu samen op een zwaar beladen album dat draait om verlies. Het behoeft geen verdere toelichting dat Too Soon for Flowers geen vrolijke plaat is, maar een duister thema als verlies zorgt wel voor wonderschone muzikale samenkomsten. The Dry Spells wordt geleid door lichte vrouwenstemmen die voor bijzondere harmonieën zorgen, terwijl in de basis een zwaardere, alternatieve rocksound ligt. Toch laat The Dry Spell zich het makkelijkst onder de ruime noemer van indie pop scharen. Hun oorsprong ligt in San Francisco en ze konden worden gespot tussen vrienden als Vetiver, Papercuts en Thao Nguyen. De productie van het donkere debuut was in handen van Tim Green, die ook werkte met o.a. Melvins, Joanna Newsom en Howlin’ Rain. Het is dan ook niet vreemd dat er ruimschoots invloeden te vinden zijn vanuit folk en americana. Hun sound heeft in mijn ogen iets weg van The Bullfight en Rykarda Parasol, beide bands die popmuziek met een zwart rockend randje maken. The Dry Spells verzonnen gaandeweg alsmaar tragedies bij, die het realisme voorbij streven en net als traditionele legendes hun eigen leven gaan leiden. Deze zwarte romantiek wordt kracht bijgezet door een grote diversiteit een muzikale versieringen, die golvende onderlagen in de composities uitnodigend openen. The Dry Spells zijn niet voor één gat te vangen. Met het escapistische en hymnisch rouwende Too Soon for Flowers lijkt de band wat voorbarig de aftakeling van de herfst in te luiden.

Read more...

Doelstelling van deze blog

Meer aandacht voor het (nog) onbekende. In tenui labor of toch niet?

Mededelingen

Donderdag 1 juli: deze week weer een frisse herstart verwacht.
Kort reces tot 13-05-10.
Na een kort reces vandaag (24-02-10) weer aan de post. Inmiddels is deze blog twee jaar geworden!
Gedurende december zullen er minder recensies worden geschreven
21-31 augustus: tijdelijk even geen recensies ivm een kort reces
Zondag 14 juni: Creative Commons licentie BY NC ND van toepassing op alle inhoud
Woensdag 3 juni: zoekfunctie en auteursrechtenonderdeel toegevoegd
Dinsdag 19 mei: template aangepast, hopelijk verbeterd
Vrijdag 15 mei: nieuw template; ontwikkeld door Ourblogtemplates.com, 2008

Auteursrechten

© Copyright Benjamin N. Vis

Uitgezonderd waar anders vermeld, is op alle inhoud van deze blog een Creative Commons Attribution 3.0 License van toepassing. Deze is hieronder gespecificeerd als CC BY NC ND. Voor meer informatie klik op de links aldaar.

  © Blogger templates Inspiration by Ourblogtemplates.com 2008

Back to TOP  

Creative Commons License
werk van Benjamin N. Vis, Nieuwe Geluiden is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-Niet-commercieel-Geen Afgeleide werken 3.0 Nederland licentie.